Gerechtshof 's-Hertogenbosch, 24-12-2025, ECLI:NL:GHSHE:2025:3705, 24/350
Gerechtshof 's-Hertogenbosch, 24-12-2025, ECLI:NL:GHSHE:2025:3705, 24/350
Gegevens
- Instantie
- Gerechtshof 's-Hertogenbosch
- Datum uitspraak
- 24 december 2025
- Datum publicatie
- 11 februari 2026
- Formele relaties
- Eerste aanleg: ECLI:NL:RBZWB:2024:331, Bekrachtiging/bevestiging
- Zaaknummer
- 24/350
- Relevante informatie
- Art. 27a IW 1990
Inhoudsindicatie
Betalingskorting voorlopige aanslag IB/PVV 2020. Geen recht op een hoger bedrag aan betalingskorting dan het bedrag waar belanghebbende op grond van de wettelijke bepalingen recht op had. Het beroep van belanghebbende op het vertrouwensbeginsel wordt door het hof verworpen.
Uitspraak
Team belastingrecht
Meervoudige Belastingkamer
Nummer: 24/350
Uitspraak op het hoger beroep van
[belanghebbende] ,
wonend in [woonplaats] ,
hierna: belanghebbende,
tegen de uitspraak van de rechtbank Zeeland-West-Brabant (hierna: de rechtbank) van 23 januari 2024, nummer BRE 22/5820, in het geding tussen belanghebbende en
de ontvanger van de Belastingdienst,
hierna: de ontvanger.
1 Ontstaan en loop van het geding
De ontvanger heeft aan belanghebbende, bij de betaling van de voorlopige aanslag inkomstenbelasting en premie volksverzekeringen (IB/PVV) voor het jaar 2020 met een te
betalen bedrag van € 42.821, een betalingskorting van in totaal € 445 toegekend (de
betalingskorting).
Belanghebbende heeft beroep ingesteld tegen de kennelijk niet-ontvankelijk
verklaring van zijn bezwaar tegen de vaststelling van de betalingskorting.
De ontvanger heeft daarna het bezwaar van belanghebbende, met inachtneming van de uitspraak van de rechtbank1, alsnog ontvankelijk verklaard. Vervolgens heeft de ontvanger het bezwaar ongegrond verklaard.
Belanghebbende heeft tegen deze uitspraak beroep ingesteld bij de rechtbank. De rechtbank heeft het beroep ongegrond verklaard.
Belanghebbende heeft tegen de uitspraak van de rechtbank hoger beroep ingesteld bij het hof. De ontvanger heeft een verweerschrift ingediend.
Belanghebbende heeft nadere stukken ingediend. Deze stukken zijn in Mijn Rechtspraak geplaatst.
Het hof heeft bepaald dat de zitting achterwege kan blijven. Geen van partijen heeft – na navraag door het hof – verklaard gebruik te willen maken van hun recht om op een zitting te worden gehoord. Het hof heeft partijen schriftelijk meegedeeld dat het onderzoek is gesloten.
2 Feiten
Met dagtekening 23 mei 2020 is de voorlopige aanslag IB/PVV 2020 bekend gemaakt aan belanghebbende. Het op de voorlopige aanslag vermelde te betalen bedrag bedraagt € 42.821. De voorlopige aanslag IB/PVV 2020 is invorderbaar in zeven termijnen. De eerste termijn vervalt op 23 juni 2020. Op de aanslag staat vermeld dat belanghebbende bij betaling ineens een betalingskorting van € 2 krijgt. Belanghebbende kan alsdan volstaan met het overmaken van € 42.819. Dit bedrag is op 3 juni 2020 door belanghebbende betaald.
Bij brief van 17 oktober 2020 met als onderwerp ‘Betalingskorting voorlopige aanslag’ is aan belanghebbende medegedeeld dat het bedrag van de betalingskorting onjuist is berekend. In de brief staat het volgende vermeld (voor zover van belang):
“U hebt in mei 2020 van ons een voorlopige aanslag inkomstenbelasting Zorgverzekeringswet of vennootschapsbelasting 2020 ontvangen. Daarin is de betalingskorting onjuist berekend en te laag vastgesteld. Onze excuses voor het ongemak.
Wat betekent dit voor u?
U hebt betalingskorting gekregen, omdat u het bedrag van de voorlopige aanslag in 1 keer hebt betaald en niet in meerdere termijnen. Deze betalingskorting bedraagt 4% van het bedrag op de aanslag. In uw geval was de betalingskorting onterecht berekend met 0,01%. Dit gaan wij binnenkort rechtzetten.
Herstellen van de betalingskorting
Hoe wij het juiste bedrag aan u uitbetalen, is afhankelijk van uw situatie:
U hebt de voorlopige aanslag betaald, minus de betalingskorting van 0,01%
Er is te weinig betalingskorting berekend. Wij zullen dit herstellen. Binnen 2 weken ontvangt u automatisch het verschil.
U hebt de voorlopige aanslag betaald, zonder aftrek van de betalingskorting
U hoeft niets te doen. Binnen 2 weken ontvangt u automatisch het juiste bedrag.
U hebt de voorlopige aanslag betaald, minus de betalingskorting van 4%
U hoeft niets te doen. Wij controleren het bedrag aan betalingskorting. Indien nodig wordt het bedrag binnen 2 weken automatisch gecorrigeerd.
In alle situaties voeren wij de correctie automatisch uit. U hoeft geen contact met ons op te nemen of bezwaar te maken om aanspraak te maken op de betalingskorting van 4%.
Hoe is de fout ontstaan?
Het rentepercentage van de betalingskorting is gekoppeld aan het rentepercentage
van de invorderingsrente. Het verlagen van deze rente naar 0,01% is een tijdelijke
kabinetsmaatregel vanwege de coronacrisis. Per abuis is dit verlaagde percentage
al vóór 1 juni toegepast.”.
Op 21 oktober 2020 heeft belanghebbende een teruggaaf van € 443 van de Belastingdienst ontvangen als aanvullende betalingskorting voor de betaling van de voorlopige aanslag IB/PVV 2020.
In reactie op een brief van belanghebbende van 30 november 2020 met betrekking tot de berekening van de hoogte van de betalingskorting heeft de klachtbehandelaar van de Belastingdienst belanghebbende per e-mail van 12 januari 2021 als volgt geïnformeerd (voor zover van belang):
“Bij brief van 17 oktober 2020, betalingskorting voorlopige aanslag, heeft de Belastingdienst u laten weten dat de betalingskorting onjuist is berekend en te laag is vastgesteld. In de brief staat 'Deze betalingskorting bedraagt 4% van het bedrag op de aanslag. In uw geval was de betalingskorting onterecht berekend met 0.01%'. De passage met betrekking tot de 4% is helaas niet correct weergegeven in de brief. Tussen de woorden 'het' en 'bedrag' had 'gemiddeld' moeten staan om op een juiste manier aan te sluiten bij de uitleg op de site van de Belastingdienst.”.
3 Geschil en conclusies van partijen
In geschil is het antwoord op de vraag of belanghebbende, op grond van het vertrouwensbeginsel, recht heeft op een hoger bedrag aan betalingskorting dan de reeds door de ontvanger verleende betalingskorting van € 443.
Belanghebbende concludeert tot vernietiging van de uitspraak van de rechtbank, vernietiging van de uitspraak op bezwaar en het vaststellen van de betalingskorting voor het bedrag van € 1.712,76.2 Verder verzoekt belanghebbende de ontvanger te veroordelen in betaling van de wettelijke rente, samengesteld berekend vanaf 15 december 2020 ten aanzien van het bedrag van € 1.712,76, verminderd met het reeds verrekende bedrag van € 2 en het reeds aan belanghebbende betaalde bedrag van 443. Tot slot verzoekt belanghebbende om een vergoeding van de kosten voor het bezwaar en het (hoger) beroep. De ontvanger concludeert tot bevestiging van de uitspraak van de rechtbank.