Home

Gerechtshof 's-Hertogenbosch, 28-01-2026, ECLI:NL:GHSHE:2026:184, 24/288

Gerechtshof 's-Hertogenbosch, 28-01-2026, ECLI:NL:GHSHE:2026:184, 24/288

Gegevens

Instantie
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
Datum uitspraak
28 januari 2026
Datum publicatie
17 maart 2026
ECLI
ECLI:NL:GHSHE:2026:184
Formele relaties
Zaaknummer
24/288
Relevante informatie
Art. 2 Wet OB 1968, Art. 15 Wet OB 1968, Art. 7 Wet OB 1968, Art. 15 lid 4 Wet OB 1968, Art. 6:228 BW

Inhoudsindicatie

Artikel 2 van de Wet OB in verbinding met artikel 15, lid 4, van de Wet OB. Belanghebbende heeft het vermoeden dat de uitnodiging correct is aangeboden niet ontzenuwd. Belanghebbende maakt niet aannemelijk dat de prestaties die zij aan het buurthuis, de stadswinkel, de bibliotheek en de muziekschool heeft verricht vanaf 1 juli 2017 dienen te worden gekwalificeerd als btw-belaste prestaties. Geen schending van het vertrouwensbeginsel.

Uitspraak

Team belastingrecht

Meervoudige Belastingkamer

Nummer: 24/288

Uitspraak op het hoger beroep van

[belanghebbende] ,

gevestigd in [vestigingsplaats] ,

hierna: belanghebbende,

tegen de uitspraak van de rechtbank Zeeland-West-Brabant (hierna: de rechtbank) van 11 januari 2024, nummer BRE 22/1237, in het geding tussen belanghebbende en

de inspecteur van de Belastingdienst,

hierna: de inspecteur.

1 Ontstaan en loop van het geding

1.1.

Belanghebbende heeft over het derde kwartaal van 2017 een bedrag van € 1.595 aan omzetbelasting op aangifte voldaan.

1.2.

Belanghebbende heeft tegen de voldoening op aangifte bezwaar gemaakt en om een aanvullende teruggaaf verzocht. Bij uitspraak op bezwaar heeft de inspecteur het bezwaar gedeeltelijk gegrond verklaard en het verzoek om de aanvullende teruggaaf gedeeltelijk toegewezen, waarbij een te ontvangen bedrag aan belastingrente is vastgesteld.

1.3.

Belanghebbende heeft tegen deze uitspraak beroep ingesteld bij de rechtbank. De rechtbank heeft het beroep niet-ontvankelijk verklaard voor zover het betrekking heeft op de uitspraak op bezwaar. Voor het overige heeft de rechtbank het beroep ongegrond verklaard.

1.4.

Belanghebbende heeft tegen de uitspraak van de rechtbank hoger beroep ingesteld bij het hof. De inspecteur heeft een verweerschrift ingediend.

1.5.

De zitting heeft plaatsgevonden op 17 december 2025 in ’s-Hertogenbosch. Daar zijn verschenen namens belanghebbende: [gemachtigde] , als gemachtigde van belanghebbende, en, namens de inspecteur: [inspecteur 1] , [inspecteur 2] , [inspecteur 3] , [inspecteur 4] en [inspecteur 5] .

1.6.

Het hof heeft aan het einde van de zitting het onderzoek gesloten.

1.7.

Van de zitting is een proces-verbaal opgemaakt, dat gelijktijdig met de uitspraak aan partijen wordt verzonden.

2 Feiten

2.1.

Belanghebbende is ondernemer als bedoeld in artikel 7 van de Wet op de omzetbelasting 1968 (Wet OB).

2.2.

Belanghebbende is op [datum] 2015 opgericht met als doel de verbouwing en de ontwikkeling van het [complex] te [plaats] (het complex). Belanghebbende is eigenaar van het complex. Na de verbouwing van het [locatie] bevinden zich in het complex onder meer een aantal woningen, een bibliotheek, een stadswinkel, een muziekschool, een buurthuis, een kinderdagverblijf en horeca. Op het terrein van het complex zijn ook nieuwe seniorenwoningen gebouwd.

2.3.

Belanghebbende heeft op 20 november 2015 een overeenkomst gesloten met de gemeente [gemeente] (de gemeente). In deze overeenkomst is overeengekomen dat partijen (belanghebbende als verhuurder en de gemeente als huurder) met betrekking tot een deel van het verbouwde [locatie] een huurovereenkomst (casco-plus-verhuur) zullen aangaan voor 30 jaar.

2.4.

Belanghebbende heeft op 21 juli 2016 de onder r.o. 2.3 genoemde huurovereenkomst (casco-plus-verhuur) gesloten met de gemeente. In de overeenkomst is onder meer vermeld:

DUUR, VERLENGING EN OPZEGGING

3.1.

Deze overeenkomst is aangegaan voor een periode van 30 jaren, ingaande op het moment waarop de verbouwings- en renovatiewerkzaamheden door Verhuurder afgerond zijn en er sprake is van een Casco Plus verhuur.

(…)

HUURPRIJS, OMZETBELASTING, HUURPRIJSAANPASSING, BETALINGSVERPLICHTING, BETAALPERIODE

4.1.

De aanvangshuurprijs van het Gehuurde op jaarbasis is door partijen vastgesteld op € 175.000,- per jaar.

4.2.

Partijen komen overeen dat Verhuurder géén omzetbelasting over de huurprijs in rekening brengt.

(…)

10.2.

ONDERHUUR

In afwijking van artikel 6.1 van de Algemene Bepalingen zijn Verhuurder en Huurder overeengekomen dat Huurder het recht heeft om het Gehuurde (gedeeltelijk) onder te verhuren aan een derde. Onderverhuur is alleen toegestaan indien het gebruik van het Gehuurde niet afwijkt van artikel 1.2 van deze huurovereenkomst en in overeenstemming is met het vigerende bestemmingsplan en de dan geldende wetgeving.

HUURPRIJSONDERBOUWING

De aanvangshuurprijs zoals vermeld in artikel 4.1 van deze huurovereenkomst is door Huurder als volgt onderverdeeld;

- wijkcentrum: € 45.000,- per jaar;

- bibliotheek: € 110.000,- per jaar en

- stadwinkel: € 20.000,- per jaar.

Bovengenoemde huurprijzen gelden voor casco-plus afwerkingsniveau van het Gehuurde, de omschrijving Casco Plus is als bijlage toegevoegd. Huurder zal voor haar rekening en risico zorgdragen voor de inbouw, afbouw en afwerking van het Gehuurde.”

2.5.

Belanghebbende heeft bij e-mailbericht van 13 januari 2017 verzocht om overleg met de inspecteur in verband met het [complex] .

2.6.

De inspecteur en de gemachtigde van belanghebbende hebben het complex op 6 juni 2017 bezichtigd.

2.7.

Belanghebbende heeft bij brief van 4 mei 2017 en bij e-mailbericht van 23 juni 2017 aan de inspecteur toegelicht dat zal worden afgeweken van de oorspronkelijke huurovereenkomst met de gemeente en dat nieuwe overeenkomsten zullen worden gesloten met de huurders zelf.

2.8.

Het verbouwde [locatie] is in het derde kwartaal van 2017 in gebruik genomen door onder meer de stadswinkel, het buurthuis en de bibliotheek.

2.9.

Belanghebbende heeft op 24 juli 2017 ongetekende concept Service Level Agreements (SLA’s) naar de inspecteur verzonden en daarbij gesteld dat volgens haar geen sprake is van verhuur, maar van een btw-belaste gebruikersvergoeding.

2.10.

De inspecteur heeft bij e-mailbericht van 12 oktober 2017 aan de gemachtigde toegelicht dat de in de SLA’s overeengekomen prestaties volgens hem voor de omzetbelasting kwalificeren als verhuur.

2.11.

Belanghebbende heeft op 26 januari 2018 samen met [b.v.] de SLA met de gemeente ter zake van de stadswinkel ondertekend. De daarin vermelde ingangsdatum is 1 juli 2017. In de SLA is onder meer vermeld:

“1.1.2. De ruimte wordt zoveel mogelijk multifunctioneel door de Bibliotheek, de Stadswinkel,

[b.v.] en [het buurthuis] benut. Hiertoe worden zo min mogelijk afscheidingen

gemaakt De ruimte is publiek toegankelijk en slechts daar waar het uit praktische-, veiligheids-

of gebruiksoverwegingen zoals besloten vergaderingen, voorstellingen of andere activiteiten

onvermijdelijk is, zal sprake zijn van tijdelijk afgesloten ruimten voor exclusief gebruik op dat

moment.

(…)

1.1.4.

Partijen beogen uitdrukkelijk geen huurrecht te vestigen. Er bestaat geen exclusief gebruiksrecht van (delen van) ruimten voor een van de gebruikers. Alle ruimten staan aan hen gezamenlijk voor gedeeld gebruik ter beschikking.

(…)

1.4.2.

[belanghebbende] is van mening dat het gebruik als overeengekomen niet kwalificeert als (van BTW vrijgestelde) verhuur van onroerend goed. Derhalve is over de gebruiksvergoeding BTW verschuldigd.

1.5.4.

Het gebruik van de ruimte is inclusief door [belanghebbende] te verzorgen.

Warmte

Elektriciteit

Water

Gemeentelijke belastingen

Onderhoud

Glasbewassing

Beheer

Gemeenschappelijk gebruik van sanitair

Instandhouding en onderhoud van de afbouw en inrichting

Schoonmaak volgens nader overeen te komen schema (op te stellen door een onafhankelijk schoonmaakbedrijf)”

2.12.

Belanghebbende heeft op 14 maart 2018 en op 27 maart 2018 samen met [b.v.] vergelijkbare SLA’s ondertekend met respectievelijk buurthuis [het buurthuis] (het buurthuis) en de bibliotheek (de bibliotheek). De ingangsdatum is 1 juli 2017. In deze overeenkomsten is onder meer het volgende vermeld:

“1.1.2. De ruimte wordt zoveel mogelijk multifunctioneel door de Bibliotheek, de Stadswinkel, [b.v.] en [het buurthuis] benut. Hiertoe worden zo min mogelijk afscheidingen gemaakt. De ruimte is publiek toegankelijk en slechts daar waar het uit praktische-, veiligheids- of gebruiksoverwegingen zoals besloten vergaderingen, voorstellingen of andere activiteiten onvermijdelijk is, zal sprake zijn sprake van tijdelijk afgesloten ruimten voor exclusief gebruik op dat moment.

(…)

1.1.4.

Partijen beogen uitdrukkelijk geen huurrecht te vestigen. Er bestaat geen exclusief gebruiksrecht van (delen van) ruimten voor een van de gebruikers. Alle ruimten staan aan hen gezamenlijk voor gedeeld gebruik ter beschikking.

(…)

1.4.2.

[belanghebbende] is van mening dat het gebruik als overeengekomen niet kwalificeert als (van BTW vrijgestelde) verhuur van onroerend goed. Derhalve is over de gebruiksvergoeding BTW verschuldigd.

(…)

1.4.3.

Mocht later vast komen te staan dat het gebruik als overeengekomen toch kwalificeert als verhuur van onroerend goed, dan wordt bij deze, voor zover mogelijk, vanaf de ingangsdatum van deze overeenkomst (…) geopteerd voor BTW belaste verhuur zoals bedoeld in artikel 11 lid 1 aanhef onder b, onderdeel 5 van de Wet op de Omzetbelasting. (…)

1.5.4.

Het gebruik van de ruimte is inclusief door [belanghebbende] te verzorgen:

Warmte

Elektriciteit

Water

Gemeentelijke belastingen

Onderhoud

Glasbewassing

Beheer

Gemeenschappelijk gebruik van sanitair

Instandhouding en onderhoud van de afbouw en inrichting

Schoonmaak volgens nader overeen te komen schema (op te stellen door een onafhankelijk schoonmaakbedrijf)

De nadere afspraken daarover tussen de (…), de andere gebruikers en [belanghebbende] zullen zo spoedig mogelijk, doch uiterlijk binnen drie maanden na ondertekening van deze SLA op initiatief van de beheerder worden vastgelegd in de bijlagen bij deze overeenkomst (onder meer in het huishoudelijk reglement, een document met afspraken met betrekking tot de schoonmaak etcetera). Die bijlagen zullen voor alle partijen (waaronder alle gebruikers en [belanghebbende] ) bindend zijn op het moment dat deze door alle partijen zullen zijn ondertekend.”

2.13.

De gemachtigde van belanghebbende heeft de ondertekende SLA’s op 3 juli 2018 aan de inspecteur gezonden.

2.14.

De gemachtigde van belanghebbende heeft op 24 augustus 2018 aan de inspecteur gemeld dat het [complex] zal worden verkocht. Daarna heeft divers overleg en correspondentie plaatsgevonden met betrekking tot de verkoop.

2.15.

Belanghebbende heeft op 4 september 2018 een garantieovereenkomst met de gemeente gesloten. In deze overeenkomst is onder meer vermeld:

“12. De looptijd van deze Service Level Agreements is korter dan 30 jaar waardoor [belanghebbende] er nu niet meer op kan vertrouwen dat zij 30 jaar een vaste huuropbrengst van minimaal € 175.000 per jaar geniet.

13. De Gemeente [gemeente] heeft zich daarom bereid verklaard gedurende 30 jaar een garantie af te geven die inhoudt dat de betreffende 2700 m2 op basis van casco+ verhuur minimaal (afgerond) € 65 per m2 per jaar opbrengt (2700 x € 64.81 (afgerond 65)= € 175.000).

14. Uitgangspunt bij deze garantie is behoud van rechten ten aanzien van looptijd, vergoeding en betaling voor [belanghebbende] ten opzichte van de situatie waarbij voor 30 jaar aan de Gemeente [gemeente] werd verhuurd.

15. Omdat partijen uitgegaan zijn van onjuiste veronderstellingen en feiten hebben zij gedwaald ten aanzien van die feiten In de zin van artikel 6:228 lid 3 BW. Om die reden vernietigen partijen met de ondertekening van deze overeenkomst de tussen hen bestaande huurovereenkomst van 21 september 2016. Aangezien deze vernietiging terugwerkende kracht heeft wordt de huurovereenkomst geacht tussen partijen nooit te hebben bestaan, althans partijen hebben daaraan nooit uitvoering gegeven.”

2.16.

De inspecteur schrijft in een e-mailbericht van 9 juli 2020 onder meer het volgende aan de gemachtigde van belanghebbende:

“Met betrekking tot 'Ons [belanghebbende] ' hadden we als laatste nog open staan de pro rata belast/onbelast welke zijn weerslag heeft op de aftrek van de gemaakte kosten van het totale oudbouwplan.

Punt van discussie is inmiddels geconcentreerd tot de toetsing van de activiteiten van [het buurthuis] en de indeling naar verhuur of verhuur plus.

(…)

Met betrekking tot de diensten van [het buurthuis] ben ik van mening dat zowel de ruimte-indeling als de bijkomende prestaties niet kunnen leiden tot de conclusie verhuur-plus.

(…)

Gezien dit feitencomplex ben ik van mening dat de bijkomende prestaties niet uitstijgen boven de gebruikelijke aanvullingen bij verhuur en dat hierdoor de prestaties met betrekking tot [het buurthuis] onder verhuur valt.

(…)

Berekening

Het lijkt mij dat er bij alle toerekeningsmodellen wel diverse opmerkingen te plaatsen zijn waardoor de lijn telkens weer zal verschuiven. Om dit te voorkomen ben ik vooralsnog uitgegaan van uw praktische methode van toerekening en het berekeningsmodel in de hoop dat we hierdoor ook sneller kunnen schakelen om tot een eindconclusie te komen.

Met betrekking tot uw berekening heb ik enkele opmerkingen met betrekking tot de toedeling. Vervolgens heb ik deze verwerkt in uw berekeningsmodel.”

2.17.

Vanaf 14 september 2020 heeft diverse keren overleg plaatsgevonden tussen de inspecteur en de gemachtigde. Ook heeft de gemachtigde aanvullende informatie aangeleverd. In een brief van 12 juli 2021 heeft de inspecteur aangegeven dat hij in zijn berekening bij de e-mail van 9 juli 2020 ten onrechte de grondoppervlakten van de stadswinkel en de muziekschool en een deel van de gangen had gekwalificeerd als ‘belaste’ vloeroppervlakten. Op 26 oktober 2021 heeft de gemachtigde twee Excel-bestanden aan de inspecteur verzonden: een bestand met een nieuwe berekening en een bestand met een overzicht van de facturen van de (ver)bouwkosten.

2.18.

Belanghebbende heeft in bezwaar verzocht om een teruggaaf van omzetbelasting ten bedrage van (uiteindelijk) € 628.231,28. In de motivering van de uitspraak op bezwaar met dagtekening 20 december 2021 heeft de inspecteur belanghebbendes bezwaar deels gegrond verklaard en een aanvullende teruggaaf vastgesteld over het derde kwartaal van 2017. De inspecteur heeft op 4 februari 2022 overeenkomstig deze motivering uitspraak op bezwaar gedaan en daarbij (impliciet) een teruggaafbeschikking vastgesteld, waarbij de te ontvangen omzetbelasting is vastgesteld op € 99.333 (€ 1.595 + € 97.738). De te ontvangen belastingrente bedraagt € 12.530.

2.19.

Tot de gedingstukken behoren de verzendgegevens van PostNL ter zake van de uitnodiging van de zitting van de rechtbank van 30 november 2023 om 10.00 uur. In deze verzendgegevens is onder meer vermeld:

Pakket is bezorgd

Bezorgd op 12 oktober 10:21

Hier is je pakket

[kantoornaam]

tav de heer drs. [gemachtigde]

[adres]

[postcode] [gemeente]

Nederland”

2.20.

Bij brief van 21 december 2023 schrijft de gemachtigde van belanghebbende onder meer het volgende aan de rechtbank:

“Ik ben hier alleen op kantoor dus er kan niemand anders getekend hebben. 14 oktober viel op een zaterdag en dan is mijn kantoor gesloten. Mijn agenda leert dat ik 12 oktober wel de gehele dag aanwezig was op kantoor.”

3 Geschil en conclusies van partijen

3.1.

In hoger beroep zijn de antwoorden op de volgende vragen in geschil:

(I) Dient het onderzoek bij de rechtbank te worden heropend, omdat belanghebbende niet op de juiste wijze ter zitting bij de rechtbank is uitgenodigd?

(II) Heeft belanghebbende recht op een aanvullende teruggaaf van omzetbelasting, omdat zij btw-belaste prestaties verrichtte?

(II) Kan belanghebbende een geslaagd beroep op het vertrouwensbeginsel doen?

3.2.

Belanghebbende concludeert tot vernietiging van de uitspraak van de rechtbank, vernietiging van de uitspraak op bezwaar en tot restitutie van de door belanghebbende teruggevraagde omzetbelasting. De inspecteur concludeert tot bevestiging van de uitspraak van de rechtbank.

4 Gronden

5 Beslissing