Gerechtshof 's-Hertogenbosch, 28-01-2026, ECLI:NL:GHSHE:2026:186, 24/315
Gerechtshof 's-Hertogenbosch, 28-01-2026, ECLI:NL:GHSHE:2026:186, 24/315
Gegevens
- Instantie
- Gerechtshof 's-Hertogenbosch
- Datum uitspraak
- 28 januari 2026
- Datum publicatie
- 17 maart 2026
- Formele relaties
- Eerste aanleg: ECLI:NL:RBZWB:2024:283, (Gedeeltelijke) vernietiging en zelf afgedaan
- Zaaknummer
- 24/315
- Relevante informatie
- Art. 7:15 Awb, Art. 16 Wet WOZ, Art. 47 Wbm, Art. 50 Wbm, Art. 59 Wbm, Art. 1 BPB, BPB, Wet WOZ
Inhoudsindicatie
Belanghebbende levert gas en elektriciteit aan tien ondernemingen die een uitbouwbedrijf uitoefenen met meerdere productielocaties met elk een eigen aansluiting voor energie. Het hof oordeelt dat de tekst van het besluit van 28 juni 2019 niet toelaat dat de inspecteur voor de energiebelasting afwijkt van gegeven WOZ-beschikkingen. Het hoger beroep is voor vier ondernemingen gegrond. Voor de overige zes ondernemingen oordeelt het hof dat geen sprake is van een samenstel van eigendommen.
Uitspraak
Team belastingrecht
Meervoudige Belastingkamer
Nummer: 24/315
Uitspraak op het hoger beroep van
[belanghebbende] ,
gevestigd in [vestigingsplaats] ,
hierna: belanghebbende,
tegen de uitspraak van de rechtbank Zeeland-West-Brabant (hierna: de rechtbank) van 18 januari 2024, nummer BRE 22/3716, in het geding tussen belanghebbende en
de inspecteur van de Belastingdienst,
hierna: de inspecteur
en
de Staat (de minister van Justitie en Veiligheid),
hierna: de minister.
1 Ontstaan en loop van het geding
Belanghebbende heeft aangifte gedaan van door haar over het tijdvak februari 2021 verschuldigde energiebelasting en opslag duurzame energie- en klimaattransitie 2021 (hierna: energiebelasting).
Belanghebbende heeft bezwaar gemaakt tegen de op aangifte voldane energiebelasting. De inspecteur heeft uitspraak op bezwaar gedaan en het bezwaar ongegrond verklaard.
Belanghebbende heeft tegen deze uitspraak beroep ingesteld bij de rechtbank.
De rechtbank heeft het beroep ongegrond verklaard.
Belanghebbende heeft tegen de uitspraak van de rechtbank hoger beroep ingesteld bij het hof. De inspecteur heeft een verweerschrift ingediend.
De zitting heeft plaatsgevonden op 4 december 2025 in ’s-Hertogenbosch. Daar zijn verschenen namens belanghebbende [gemachtigde 1] en [gemachtigde 2] en [gemachtigde 3] , als gemachtigden van belanghebbende, en, namens de inspecteur, [inspecteur 1] , [inspecteur 2] en [inspecteur 3] .
Beide partijen hebben tijdens de zitting een pleitnota voorgelezen en exemplaren daarvan overgelegd aan het hof en aan de andere partij.
Het hof heeft aan het einde van de zitting het onderzoek gesloten.
Van de zitting is een proces-verbaal opgemaakt, dat gelijktijdig met de uitspraak aan partijen wordt verzonden.
2 Feiten
Belanghebbende levert gas en elektriciteit aan (onder meer) tien ondernemingen (de verbruikers) die een tuinbouwbedrijf uitoefenen met meerdere productielocaties die ieder een eigen aansluiting voor energie hebben. Iedere productielocatie is een gebouwd eigendom voor de Wet waardering onroerende zaken (hierna: Wet WOZ).
De verbruikers zijn:
- [b.v. 2] (hierna: [b.v. 2] )
- [b.v. 3] (hierna: [b.v. 3] )
- [b.v. 4]
- [b.v. 5] (hierna: [b.v. 5] )
- [b.v. 6] (hierna: [b.v. 6] )
- [b.v. 7] (hierna: [b.v. 7] )
- [b.v. 8] (hierna: [b.v. 8] )
- [b.v. 9] (hierna: [b.v. 9] )
- [b.v. 10] (hierna: [b.v. 10] )
- [b.v. 11] (hierna: [b.v. 11] )
Als belastingplichtige voor de energiebelasting heeft belanghebbende de verschuldigde energiebelasting voor de verbruikers berekend per aansluiting. De op deze wijze berekende energiebelasting is van de verbruikers geheven.
Belanghebbende heeft berekeningen gemaakt van het bedrag aan energiebelasting dat verschuldigd zou zijn indien deze niet per aansluiting maar per verbruiker (dus als één aansluiting) berekend zou worden. Omdat het energiebelastingtarief degressief is, resulteert deze berekeningswijze in een lager bedrag aan verschuldigde energiebelasting.
Belanghebbende heeft per verbruiker gedetailleerde informatie overgelegd zoals de EAN-codes, de herziene energiebelastingberekeningen over het tijdvak februari 2021 alsmede foto's en kaartweergaven van de productielocaties.
De inspecteur heeft een waarneming ter plaatse laten uitvoeren bij alle verbruikers en de bevindingen daarvan per verbruiker in een rapport vastgelegd en overgelegd.
[b.v. 2]
is gespecialiseerd in de teelt van asters en chrysanten, die worden gekweekt in kassen op drie locaties in de gemeente [gemeente 1] : [adres 1] en [adres 2] in [plaats 1] en [adres 3] in ’ [plaats 2] . De bloemen worden op de locaties geteeld en op een centrale plek verwerkt. Op elk van de locaties is het bedrijfslogo van [b.v. 2] zichtbaar. De locaties zijn afzonderlijk af te sluiten. Op de locaties bevinden zich kweekkassen, kantoorruimtes, kantines en toiletvoorzieningen. [adres 1] beschikt ook over een verwerkingsruimte en opslag. De onderlinge afstand bedraagt ongeveer 3,5 kilometer, 3 kilometer en 5,7 kilometer hemelsbreed. In 2022 heeft [b.v. 2] de locatie aan [adres 3] afgestoten.
[b.v. 3]
kweekt gerbera’s op twee locaties in [plaats 1] , gemeente [gemeente 1] : [adres 4] en [adres 5] . De bloemen worden op beide locaties gekweekt. De locatie [adres 4] is de hooflocatie en beschikt over een laboratorium voor veredeling. Beide locaties zijn afsluitbaar en beschikken over kassen, een hal waar de bloemen worden ingepakt, een kantoor, kantine en toiletten. De locaties zijn van elkaar gescheiden door wegen en tussen gelegen percelen van derden. Hemelsbreed liggen de locaties 500 meter uit elkaar. Het bedrijfslogo van [b.v. 3] is op beide locaties zichtbaar.
[b.v. 7]
[b.v. 7] is gespecialiseerd in de rozenteelt. Zij oefent haar bedrijf uit op drie locaties: [adres 6] en [adres 7] in [plaats 1] , gemeente [gemeente 1] en [adres 8] in [plaats 3] in de gemeente [gemeente 2] . De afstand tussen [adres 6] en [adres 7] is ongeveer drie kilometer en tussen [adres 6] en [adres 8] is ongeveer 3,6 kilometer. De afstand tussen [adres 7] en [adres 8] is ongeveer 5,3 kilometer. Tussen de locaties liggen wegen en percelen in eigendom en gebruik bij derden.
De drie locaties beschikken over kassen, kantoorruimtes, toiletten en kantines en zijn afsluitbaar. De locatie op [adres 6] is de hoofdlocatie daar bevindt zich ook een verwerkingshal voor verzending naar de veiling. Op de locaties is het bedrijfslogo van [b.v. 7] zichtbaar.
[b.v. 8]
is gespecialiseerd in de rozenteelt. [b.v. 8] teelt haar rozen op twee locaties op [adres 9] en [adres 10] in [plaats 4] , gemeente [gemeente 1] . De locaties liggen hemelsbreed ongeveer één kilometer uit elkaar. Tussen de locaties bevinden zich wegen en percelen in eigendom en gebruik bij derden. Beide locaties beschikken over kassen, productielocaties en verwerkingshallen en zijn afsluitbaar. De locatie op de [adres 9] is de hoofdlocatie en beschikt ook over een kantoor. Op de locaties is het bedrijfslogo van [b.v. 8] zichtbaar. [b.v. 8] heeft op enig moment de locatie op [adres 10] afgestoten.
[b.v. 9]
kweekt potlelies op twee locaties: [adres 11] in [plaats 3] en [adres 12] in [plaats 5] . Hemelsbreed is de afstand tussen deze locaties ongeveer 5,4 kilometer. Tussen de locaties bevinden zich wegen en percelen in eigendom en gebruik bij derden. Beide locaties beschikken over kassen, productielocaties, technische ruimtes en toiletten en zijn afsluitbaar. De locatie Veenakkerweg is de hoofdlocatie en beschikt ook over een kantoor. Op de locaties is het bedrijfslogo van [b.v. 9] zichtbaar.
[b.v. 6]
De heffingsambtenaar van de gemeente [gemeente 2] heeft [b.v. 6] bij brief van 29 januari 2020 laten weten dat met betrekking tot de onroerende zaken [adres 13] in [plaats 6] en [adres 14] in [plaats 3] sprake is van een samenstel in de zin van artikel 16 Wet WOZ. Hij heeft per waardepeildatum 1 januari 2020 een WOZ-beschikking gegeven voor alleen de [adres 14] .
[b.v. 5]
De heffingsambtenaar van de gemeente [gemeente 2] heeft [b.v. 5] bij brief van 18 maart 2020 laten weten dat met betrekking tot de onroerende zaken [adres 15] en [adres 16] in [plaats 7] sprake is van een samenstel in de zin van artikel 16 Wet WOZ. Hij heeft per waardepeildatum 1 januari 2020 een WOZ-beschikking gegeven voor alleen [adres 16] in [plaats 7] .
[b.v. 11]
De heffingsambtenaar van de gemeente [gemeente 3] heeft [b.v. 11] bij brief van 29 juni 2020 laten weten dat de onroerende zaken [adres 17] , [adres 18] in [plaats 8] en [adres 19] in [plaats 9] een samenstel vormen en als één onroerende zaak als gedefinieerd in artikel 16 Wet WOZ aangemerkt kan worden. De heffingsambtenaar heeft per waardepeildatum 1 januari 2020 een WOZ-beschikking gegeven voor alleen [adres 17] .
[b.v. 10]
Bij uitspraak op bezwaar van 1 februari 2021 heeft de heffingsambtenaar van het Samenwerkingsverband Vastgoedinformatie Heffing en Waardebepaling (SVHW) waar de gemeente [gemeente 4] onder valt, geoordeeld dat ten aanzien van de onroerende zaken [adres 20] , [adres 21] en [adres 22] en [adres 23] te [plaats 10] sprake is van een samenstel als bedoeld in artikel 16 Wet WOZ. De heffingsambtenaar heeft per waardepeildatum 1 januari 2020 de onderneming [de BV] een WOZ-beschikking opgelegd voor alleen [adres 21] .
3 Geschil en conclusies van partijen
Het geschil betreft het antwoord op de volgende vragen:
- Heeft belanghebbende met een beroep op het besluit van 28 juni 20191 (hierna: het Besluit) recht op teruggaaf van energiebelasting?
- Is sprake van een samenstel van onroerende zaken als bedoeld in artikel 16, onderdeel d, Wet WOZ, zodat per gebruiker sprake is van één aansluiting?
Belanghebbende heeft ter zitting ten aanzien van [b.v. 4] haar standpunt dat sprake is van een samenstel uitdrukkelijk en ondubbelzinnig ingetrokken.
Belanghebbende concludeert tot teruggaaf van energiebelasting. De inspecteur concludeert tot bevestiging van de uitspraak van de rechtbank.