Home

Gerechtshof 's-Hertogenbosch, 11-02-2026, ECLI:NL:GHSHE:2026:328, 24/229 tot en met 24/234

Gerechtshof 's-Hertogenbosch, 11-02-2026, ECLI:NL:GHSHE:2026:328, 24/229 tot en met 24/234

Gegevens

Instantie
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
Datum uitspraak
11 februari 2026
Datum publicatie
24 maart 2026
ECLI
ECLI:NL:GHSHE:2026:328
Formele relaties
Zaaknummer
24/229 tot en met 24/234
Relevante informatie
Opw, Art. 55 AWR, Art. 8:75 Awb, Zvw, Art. 6 EVRM

Inhoudsindicatie

Aan belanghebbende zijn (navorderings)aanslagen IB/PVV en Zvw 2016 tot en met 2018 en vergrijpboeten opgelegd. In geschil is of de inspecteur terecht in de belastingheffing heeft betrokken (i) inkomen in verband met productie en verkoop van amfetamine, (ii) inkomen uit onbekende bron om de tijdens de doorzoeking in de loods aangetroffen goederen aan te schaffen en (iii) inkomen dat voortvloeit uit vermogensvergelijking. Het hof bevestigt de uitspraak van de rechtbank.

Uitspraak

Team belastingrecht

Meervoudige Belastingkamer

Nummers: 24/229 tot en met 24/234

Uitspraak op het hoger beroep van

[belanghebbende] ,

wonend in [woonplaats] ,

hierna: belanghebbende,

tegen de uitspraak van de rechtbank Zeeland-West-Brabant (hierna: de rechtbank) van 1 februari 2024, nummers BRE 22/1684 tot en met 22/1691, 22/4703 en 22/4704, in het geding tussen belanghebbende en

de inspecteur van de Belastingdienst,

hierna: de inspecteur.

1 Ontstaan en loop van het geding

1.1.

De inspecteur heeft (navorderings)aanslagen inkomstenbelasting/premie volksverzekeringen (hierna: IB/PVV) en inkomensafhankelijke bijdrage Zorgverzekeringswet (hierna: Zvw) over de jaren 2016, 2017 en 2018 opgelegd. Bij alle belastingaanslagen IB/PVV en Zvw zijn beschikkingen belastingrente gegeven. Tevens zijn bij alle belastingaanslagen IB/PVV boeten opgelegd. Ook heeft de inspecteur met dagtekening 8 februari 2020 bij beschikking het verlies uit werk en woning voor het jaar 2016 vastgesteld op nihil.

1.2.

Belanghebbende heeft bezwaar gemaakt. De inspecteur heeft uitspraken op bezwaar gedaan en het bezwaar tegen de aanslag IB/PVV 2017 en de daarbij gegeven rente- en boetebeschikking gegrond verklaard, deze aanslag en beschikkingen verminderd en de overige bezwaren ongegrond verklaard.

1.3.

Belanghebbende heeft tegen de in 1.2 bedoelde uitspraken beroep ingesteld bij de rechtbank. De rechtbank heeft het beroep betreffende de boetebeschikking 2016 gegrond verklaard en deze boetebeschikking vernietigd, het beroep betreffende de aanslag IB/PVV 2017 en de daarbij gegeven rente- en boetebeschikking gegrond verklaard en deze aanslag en beschikkingen verminderd, de overige beroepen ongegrond verklaard en nevenbeslissingen gegeven met betrekking tot de vergoeding van de bezwaarkosten, proceskosten, immateriële schade en griffierecht.

1.4.

Belanghebbende heeft tegen de uitspraak van de rechtbank hoger beroep ingesteld bij het hof. De inspecteur heeft een verweerschrift ingediend.

1.5.

De zitting heeft via een geluid- en beeldverbinding plaatsgevonden op 8 januari 2026 in ’s-Hertogenbosch. Daar zijn verschenen [gemachtigde] , als gemachtigde van belanghebbende, en, namens de inspecteur, [inspecteur 1] en [inspecteur 2] .

Op deze zitting zijn de onderhavige zaken en de zaken met de nummers 24/237 tot en met 24/242 gelijktijdig behandeld.

1.6.

Het hof heeft aan het einde van de zitting het onderzoek gesloten.

1.7.

Van de zitting is een proces-verbaal opgemaakt, dat gelijktijdig met de uitspraak aan partijen wordt verzonden.

2 Feiten

2.1.

Belanghebbende is gehuwd met [echtgenote] . Belanghebbende en zijn echtgenote wonen in een huurwoning op het adres [adres 1] in [woonplaats] (hierna: de woning of het woonadres).

2.2.

Belanghebbende en zijn zoon, [zoon] , waren firmanten van [de v.o.f.] (hierna: de v.o.f.). De v.o.f. is op 17 maart 2014 in het handelsregister van de Kamer van Koophandel ingeschreven. De activiteiten van de v.o.f. zijn in 2017 gestaakt.

2.3.

De echtgenote van belanghebbende drijft een eenmanszaak met de handelsnaam [handelsnaam] , ingeschreven bij de Kamer van Koophandel op 17 oktober 2016. De onderneming is gevestigd op het woonadres.

2.4.

Belanghebbende heeft voor de jaren 2016, 2017 en 2018 aangiften IB/PVV ingediend. In de aangifte IB/PVV 2016 is een belastbaar inkomen uit werk en woning van € 4.030 negatief aangegeven, geheel bestaande uit verlies uit onderneming. Voor de jaren 2017 en 2018 heeft belanghebbende een belastbaar inkomen van nihil aangegeven.

2.5.

De inspecteur heeft de aanslag IB/PVV 2016 - overeenkomstig de aangifte - vastgesteld naar een belastbaar inkomen uit werk en woning van nihil en bij gelijktijdige beschikking het in 2016 geleden ondernemingsverlies vastgesteld op € 4.030. De inspecteur heeft de aanslag Zvw. De inspecteur heeft de aanslag 2016 vastgesteld op nihil.

Strafrechtelijk onderzoek en strafrechtelijke procedure

2.6.

Belanghebbende en zijn zoon hebben met ingang van 2016 een bedrijfspand gevestigd aan de [adres 2] in [woonplaats] (hierna: de loods) gehuurd. Op 15 november 2017 rook een medewerker van de politie op de [adres 2] in [woonplaats] een sterke henneplucht. Naar aanleiding van dit signaal heeft de politie op 5 december 2017 een nader onderzoek uitgevoerd, waardoor het vermoeden is ontstaan dat in de loods een hennepkwekerij is gevestigd. Op 13 december 2017 heeft een doorzoeking van de loods plaatsgevonden.

2.7.

Op 20 februari 2019 heeft de officier van justitie bij de inspecteur een vordering ter verstrekking van historische gegevens gedaan. In reactie daarop heeft de inspecteur op 5 maart 2019 een ondertekende ambtsedige verklaring naar de officier van justitie gezonden.

2.8.

Op 11 maart 2019 heeft een doorzoeking van de woning plaatsgevonden. Tijdens de doorzoeking is onder meer contant geld ten bedrage van € 10.697 aangetroffen en in beslag genomen. Verder zijn tijdens de doorzoeking contant bonnen, rekeningen en facturen aangetroffen, voornamelijk met betrekking tot de jaren 2018 en 2019.

2.9.

Uit het “proces-verbaal relaas”1 van de politie blijkt dat tijdens de doorzoeking in de loods op 13 december 2017 de volgende zaken zijn aangetroffen:

Verdomi:

- Ca 23,7 kg hennep en 2772 hennepstekken (deels verpakt in dozen);

- Grote hoeveelheid goederen en apparatuur voor het opzetten van hennepkwekerijen;

- 180 liter Methanol, 10 liter zwavelzuur en 1 liter amfetamine-base;

- 5 lege jerrycans vervuild met restanten amfetamine-olie;

- 30 x 25 ltr -jerrycans, 8 x 20 ltr -jerrycans, 23 x 10 ltr -jerrycans, 10 x 20 ltr -jerrycans, 10 x 5 ltr-jerrycans en 3 metalen en 2 plastic vaten van ieder 200 ltr en 1 x 1000 ltr-vat;

- 10 x XTC pillen;

- 33,22 gram MDMA-kristallen;

- 31 maatbekers, vervuild met restanten amfetamine-olie en amfetaminepoeder;

- 1 sealbag met ca 300 gram APAA(N);

- Gripzak met 60 gram amfetamine-pasta;

- Weegschalen, vervuild met wit poeder (amfetamine).

Wapens:

- 71 volle/ongebruikte bussen CS-gas;

- 4 stroomstootwapens in de vorm van een zaklamp.

Overig:

- Geldtelmachine;

- 702 stuks (vervalste) merkkleding;

- 2 (gestolen) elektrische fietsen;

- 1 detector Pro Pro-M10fx (anti-afluisterapparaat)

- 2 mobiele telefoons

- Randapparatuur (harddisc-recorder)

- Grote hoeveelheid cosmetica (waarde € 25.479,50);

- Grote hoeveelheid haar-cosmetica-producten (waarde € 42.530,83);

- Waterscooter, merk [merk] ;

- Jetloader (aanhangwagen voor Jetski);

- Gebruikt elektrisch gereedschap (Makita-boormachine, decoupeerzaag en bits);

- Administratie en bescheiden, waaronder een afschrift van de (originele) huurovereenkomst van de loods tussen de eigenaars: [eigenaar 1] en [eigenaar 2] met de verdachten [verdachte] en [zoon] (als huurders)”.

2.10.

In het kader van het strafrechtelijk onderzoek is onderzoek gedaan naar de geldstromen van belanghebbende, zijn echtgenote en zijn zoon in de periode 1 januari 2016 tot en met 11 maart 2019. In het “Rapport kasopstelling”2 van de politie met betrekking tot de kasstromen van belanghebbende is de volgende kasopstelling over die periode vermeld:

Omschrijving

Bedrag in €

Beginsaldo contant geld3

500,00

+/+

Legale contante ontvangsten incl. bankopnamen4

71.378,00

-/-

Eindsaldo contant geld5

10.697,00

Beschikbaar voor het doen van uitgaven

61.182,00

-/-

Werkelijke contante uitgaven inclusief bankstortingen6

233.149,32

Verschil (wederrechtelijk voordeel indien negatief)

171.967,32

2.11.

De strafkamer van de rechtbank Oost-Brabant heeft belanghebbende bij vonnis van 23 december 2019 veroordeeld ter zake van “medeplegen van voorbereidingshandelingen voor het vervaardigen van harddrugs” tot een gevangenisstraf voor de duur van 30 maanden.

2.12.

De strafkamer van de rechtbank Oost-Brabant heeft belanghebbende bij vonnis van 17 februari 2021 veroordeeld tot een gevangenisstraf van 18 maanden ter zake van - in de kern weergegeven - het samen met zijn zoon voorhanden hebben van amfetamine, een grote hoeveelheid hennep, vier stroomstootwapens en 71 busjes traangas, en het verrichten van voorbereidingshandelingen als bedoeld in de Opiumwet door in een door hem gehuurde loods allerlei voorwerpen en stoffen voorhanden te hebben waarmee amfetamine en/of MDMA kunnen worden gemaakt.

2.13.

De strafkamer van het hof heeft het in 2.12 bedoelde vonnis bij arrest van 27 maart 2023, parketnummer 20-000435-21 , bekrachtigd, met uitzondering van de opgelegde straf. Belanghebbende is in hoger beroep veroordeeld tot een gevangenisstraf van 17 maanden.

2.14.

Tegen het in 2.13 bedoelde arrest van de strafkamer van het hof heeft belanghebbende beroep in cassatie ingesteld bij de Hoge Raad.

Fiscaal onderzoek

2.15.

De inspecteur heeft op 14 mei 2019 de Officier van Justitie verzocht om aan hem op grond van artikel 55 AWR gegevens en inlichtingen uit het strafrechtelijk onderzoek genaamd ‘ [onderzoek] ’ te verstrekken met het oog op de beoordeling van de belastingaangiften van belanghebbende (het artikel 55-AWR-verzoek).

2.16.

De inspecteur heeft bij belanghebbende een onderzoek ingesteld naar (onder meer) de volledigheid en juistheid van de bij de Belastingdienst bekende inkomsten in de jaren 2014 tot en met 2018.De bevindingen van het boekenonderzoek zijn vastgelegd in een controlerapport, dat op 20 januari 2020 aan belanghebbende is verzonden (hierna: het controlerapport). In het controlerapport zijn vergrijpboeten aangekondigd. In het controlerapport is - voor zover hier van belang - het volgende vermeld:

2.1 Proces verbaal relaas 2017239272

(...)

Productie

Gezien het aantreffen van de pre precusor APAA(N), dat gebruikt wordt voor de omzetting naar BMK, wordt uitgegaan van de Leuckartsynthese. Temeer omdat in de loods ook andere chemicaliën werden aangetroffen, zoals een grote hoeveelheid Methanol, geconcentreerd zwavelzuur en amfetamine-olie. Uit onderzoeken is gebleken dat deze chemicaliën bijna alleen maar worden aangetroffen in illegale laboratoria.

In de rapportage van het LFO beschrijft de dienst het productieproces voor amfetamine en de invloed van APAA hierop. Verder gaven zij een indicatie van de schaalgrootte over de productie amfetamine. Daaruit bleek aan de hand van de hoeveelheid aangetroffen spullen dat minimaal 165 tot 220 kilo natte amfetaminepasta is/zou kunnen zijn geproduceerd. Deze pasta is niet aangetroffen.

Kostprijs productie amfetamine-pasta

Door de Dienst Landelijke Recherche, team Expertise en Wetenschap, is een voorbeeld opgesteld omtrent de kostprijs van de productie van amfetamineproductie (2015).

De kostprijs in 2015 van 1 kg amfetaminepasta uit BMK bedroeg € 389,44.

De kostprijs in 2015 van 1 kg amfetaminepasta uit APAAN bedroeg € 170,69.

De verkoopprijs in de groothandel (af lab) in 2015 bedroeg per kg gemiddeld € 800.

De gemiddelde straatprijs in 2015 per kg bedroeg € 6.000.

De opbrengst groothandel minus de productiekosten uit APAAN was € 629,31 p/kg.

De opbrengst groothandel minus de productiekosten uit BMK was € 410,56 p/kg. De totale opbrengst uit BMK zou liggen tussen € 67.742,50 en € 90.323.20. De totale opbrengst uit APAAN zou liggen tussen € 103.836,15 en € 138.448,20. Hierbij zijn niet meegerekend de afvalkosten, opslag en afschrijving hardware.

Uitgaande van een maximale productie van 220 kg amfetaminepasta uit APAAN bedroeg de opbrengst 220 x € 629,31 = €138.448,20. Op grond van artikel 3.14 lid 1 zijn de kosten fiscaal van aftrek uitgesloten. Daar de goederen in december 2017 zijn aangetroffen ga ik ervan uit dat de opbrengst in het jaar 2017 is gerealiseerd.

De correctie voor de inkomstenbelasting 2017 bedraagt € 138.448.

Overige aangetroffen goederen

Behoudens bovenvermelde zaken betrekking hebbende op de opiumwet zijn tevens de volgende zaken aangetroffen:

- 651 stuks kleding van exclusieve/duurdere merken. Deze kleding bleek valselijk en voorzien van de (duurdere) merknamen.

- 2 elektrische fietsen welke gestolen bleken te zijn.

- 2 grote tassen en 4 vuilniszakken met hair-extensions en haarattributen.

- Grote hoeveelheid cosmetica van het merk MAC Cosmetics, opgeslagen in kratten.

De waarde van de haarattributen is door de politie gewaardeerd op € 42.530,83 en de waarde van de cosmetica op € 25.479,50. De overige producten zijn niet door de politie gewaardeerd.

Ik stel de waarde van de elektrische fietsen op € 750 per stuk en de waarde van de 651 stuks kleding op € 3.255 (€ 5,00 p/stuk). De goederen zijn aangetroffen op 13 december 2017 zodat ik ervan uit ga dat de producten ergens in het jaar 2017 zijn aangekocht.

De correctie voor de inkomstenbelasting 2017 bedraagt € 72.755.

(...)

4.2.

Vermogensvergelijking

(...)

De uitkomsten van het netto privé in de vermogensvergelijking van belastingplichtige en zijn partner zijn als volgt:

2014

2015

2016

2017

2018

(...)

(...)

€ -5.652

€ -27.735

€ -12.391

In de vermogensvergelijking is de correctie genoemd in hoofdstuk 2.1 meegenomen. In de vermogensvergelijking is de aankoop van een drietal auto's en verkoop van één auto niet meegenomen omdat via derden onderzoek niet is vastgesteld welke bedragen ontvangen of betaald zijn. Daarnaast is bij de doorzoeking op 11 maart 2019 een (aanzienlijk) contant geldbedrag aangetroffen welke niet in de vermogensvergelijking is meegenomen. Ook de (ver)bouw van een opstal achter de woonwagen is niet meegenomen in de vermogensvergelijking. Gesteld kan worden dat de vermogensvergelijking uiteindelijk nog een meer negatieve uitkomst geeft.

Op grond van de uitkomst van de vermogensvergelijking kan gesteld worden dat er binnen het gezin meer inkomen moet zijn geweest. Rekening houdend met huishoudelijke uitgaven rond ik de negatieve uitkomst van de vermogensvergelijking af op € 5.000 naar boven, derhalve (...) meer inkomen 2016 € 10.000, meer inkomen 2017 € 30.000 en meer inkomen 2018 € 15.000.

(...)

De correctie voor de inkomstenbelasting 2016 bedraagt € 10.000

De correctie voor de inkomstenbelasting 2017 bedraagt € 30.000

De correctie voor de inkomstenbelasting 2018 bedraagt € 15.000

4.3.

Zelfstandigenaftrek en startersaftrek

Belastingplichtige claimt in het jaar 2016 de zelfstandigenaftrek (€ 7.280) en de startersaftrek (€ 2.123). (...) Tijdens het onderzoek is geen urenregistratie aangetroffen. Op grond van de inkopen en verkopen zal ik beoordelen of belastingplichtige terecht de zelfstandigenaftrek heeft toegepast.

De inkopen hebben plaatsgevonden in de periode 14-03-2016 tot en met 09-05-2016. De omzet heeft plaatsgevonden in de periode 17-03-2016 tot en met 31-10-2016. In maart bedroeg de omzet € 18.500, in april € 16.510, in mei € 8.545, in juni € 4.860, in juli € 4.520, in augustus € 3.140, in september € 2.830 en in oktober € 2.400. Hieruit volgt dat de piek duidelijk in drie maanden heeft gelegen. Mede omdat belastingplichtige niet met een onderbouwing van de gewerkte uren is gekomen en er ook geen urenregistratie is aangetroffen stel ik me op het standpunt dat het niet aannemelijk is dat belastingplichtige aan het urencriterium heeft voldaan. Aftrek van de zelfstandigenaftrek en startersaftrek is niet akkoord.

(...)

De correctie voor de inkomstenbelasting 2016 bedraagt € 9.403.

4.4.

MKB-winstvrijstelling

Belastingplichtige heeft over het jaar 2016 winst uit onderneming aangegeven. Uit de vermogensvergelijking blijkt dat er in deze jaren meer inkomen moet zijn geweest dan bekend bij de belastingdienst. In 2017 is vastgesteld dat belastingplichtige ook inkomsten genereerd uit hennep en/of synthetische drugs. Mogelijk dat belastingplichtige al langere tijd inkomsten uit hennep en/of synthetische drugs heeft gegenereerd. Ik merk de inkomsten aan als resultaat overige werkzaamheden. Hierop is geen MKB-winstvrijstelling van toepassing.

Met betrekking tot het jaar 2016 is sprake van winst uit onderneming. Hierop is de MKB-winstvrijstelling van toepassing.

2016

Het aangegeven fiscaal resultaat 2016 bedraagt

4.718

MKB-winstvrijstelling 14%

-660

Gecorrigeerd fiscaal resultaat

4.058

In het jaar 2016 is een bedrag van € 655 MKB-winstvrijstelling op aangifte bijgeteld.

Correctie MKB-winstvrijstelling 2016 bedraagt € 1.315 meer aftrek

(...)

6 Correcties

6.1.

Inkomstenbelasting

2014

2015

2016

2017

2018

Aangegeven inkomen box 1

(...)

(...)

€ - 4.030

Aangifte nog niet ontvangen

Aangifte nog niet ontvangen

Correctie hoofdstuk 2.1

(...)

(...)

€ 211.203

Correctie hoofdstuk 4.2

(...)

(...)

€ 10.000

€ 30.000

€ 15.000

Correctie hoofdstuk 4.3

(...)

(...)

€ 9.403

€ 0

€ 0

Correctie hoofdstuk 4.4

(...)

(...)

-/- € 1.315

€ 0

€ 0

Gecorrigeerd inkomen box 1

(...)

(...)

€ 14.508

€ 241.203

€ 15.000”.

2.17.

Bij het controlerapport is als bijlage een vermogensvergelijking gevoegd. De vermogensvergelijking bevat voor de onderhavige jaren de volgende conclusie:

VERMOGENSVERGELIJKING

2016

2017

2018

Vermogen begin boekjaar

-583

2.019

4.976

Inkomsten boekjaar

29.615

167.596

46.644

29.032

169.615

51.620

Uitgaven boekjaar

32.664

192.374

60.127

Theoretisch eindvermogen

-3.632

-22.759

-8.507

Vermogen einde boekjaar

2.020

4.976

3.884

Onbenoemd netto privé

-5.652

-27.735

-12.391

2.18.

De inspecteur heeft naar aanleiding van de bevindingen in het controlerapport aan belanghebbende de in 1.1 vermelde belastingaanslagen opgelegd en beschikkingen gegeven:

Nummer hof

Dag-

tekening

Belasting-aanslag

Middel

Jaar

Inkomen box 1 /

Bijdrage-inkomen

Belasting-rente

Boete

24/229

08-02-2020

Navorderings-aanslag

IB/PVV

2016

14.058

127

594

24/230

08-02-2020

Navorderings-aanslag

Zvw

2016

14.058

83

-

24/231

11-02-2020

Aanslag

IB/PVV

2017

241.203

8.116

58.531

24/232

11-02-2020

Aanslag

Zvw

2017

53.701

51

-

24/233

17-03-2020

Aanslag

IB/PVV

2018

15.000

154

748

24/234

17-03-2020

Aanslag

Zvw

2018

15.000

23

-

Tevens heeft de inspecteur het verlies uit werk en woning 2016 vastgesteld op nihil.

2.19.

De inspecteur heeft bij uitspraak op bezwaar de aanslag IB/PVV 2017 verminderd naar een belastbaar inkomen uit werk en woning van € 203.651, de daarbij gegeven beschikking belastingrente verminderd tot € 6.762 en de boete 2016 verminderd tot € 48.767. De inspecteur heeft de overige belastingaanslagen en beschikkingen bij uitspraken op bezwaar gehandhaafd.

2.20.

De rechtbank heeft het beroep betreffende de boete 2016, de aanslag IB/PVV 2017 en de daarbij gegeven rentebeschikking en de boete 2017 gegrond verklaard en de overige beroepen ongegrond verklaard. De rechtbank heeft de boete 2016 vernietigd, de aanslag IB/PVV 2017 verminderd naar een belastbaar inkomen uit werk en woning van € 192.351, de daarbij gegeven rentebeschikking dienovereenkomstig verminderd en de boete 2017 verminderd tot € 24.000.

3 Geschil en conclusies van partijen

3.1.

Het geschil in hoger beroep betreft het antwoord op de volgende vragen:

  1. Heeft de inspecteur alle op de zaak betrekking hebbende stukken overgelegd?

  2. Zijn de belastingaanslagen tot te hoge bedragen vastgesteld? In dat kader is tevens in geschil of de bewijslast dient te worden omgekeerd en verzwaard, omdat belanghebbende niet de vereiste aangiften heeft gedaan.

  3. Zijn de boeten 2017 en 2018 terecht opgelegd en zijn de boeten - na vermindering door de rechtbank - passend en geboden?

3.2.

Belanghebbende concludeert primair tot vernietiging van de navorderingsaanslagen en vermindering van de aanslagen tot nihil. Subsidiair concludeert belanghebbende tot vermindering van de aanslagen IB/PVV en Zvw 2017 tot aanslagen berekend naar een inkomen uit werk en woning respectievelijk bijdrage-inkomen van € 41.792. De inspecteur concludeert tot bevestiging van de uitspraak van de rechtbank.

4 Gronden

5 Beslissing