Gerechtshof 's-Hertogenbosch, 14-01-2026, ECLI:NL:GHSHE:2026:55, 24/245 tot en met 24/250
Gerechtshof 's-Hertogenbosch, 14-01-2026, ECLI:NL:GHSHE:2026:55, 24/245 tot en met 24/250
Gegevens
- Instantie
- Gerechtshof 's-Hertogenbosch
- Datum uitspraak
- 14 januari 2026
- Datum publicatie
- 3 februari 2026
- Formele relaties
- Eerste aanleg: ECLI:NL:RBZWB:2023:9139, Bekrachtiging/bevestiging
- Zaaknummer
- 24/245 tot en met 24/250
Inhoudsindicatie
Het hof is van oordeel dat een onrechtmatigheid in het traject voorafgaand aan het artikel 55 AWR verzoek en die ook toerekenbaar is aan de inspecteur in beginsel niet de rechtmatigheid van het artikel 55 AWR verzoek aantast. Dat kan anders zijn indien het onrechtmatige voortraject jegens de belastingplichtige heeft geleid tot een schending van een grondrecht zoals een schending van het verbod op discriminatie naar afkomst, geaardheid of geloofsovertuiging. Indien zo’n uitzonderlijke situatie aan de orde is, is het niet uitgesloten dat de rechter daaraan de slotsom verbindt dat de onrechtmatige informatiedeling voorafgaand aan het artikel 55 AWR-verzoek heeft plaatsgevonden op een wijze die zozeer indruist tegen hetgeen van een behoorlijk handelende overheid mag worden verwacht, dat de informatie die is verkregen met het artikel 55 AWR-verzoek en die het directe gevolg is van het onrechtmatige voortraject als bewijs dient te worden uitgesloten. Een schending van het recht op privacy die is toe te rekenen aan de inspecteur kan echter niet tot zo’n uitzonderlijke situatie worden gerekend. Het hof is in dit geval dan ook van oordeel dat de ontnemingsrapportage niet als bewijsmiddel dient te worden uitgesloten. Verder is het hof van oordeel dat de (navorderings)aanslagen terecht en tot de juiste bedragen zijn opgelegd, de inspecteur het gelijkheidsbeginsel niet heeft geschonden en de vergrijpboeten terecht en tot de juiste bedragen zijn opgelegd.
Uitspraak
Team belastingrecht
Meervoudige Belastingkamer
Nummers: 24/245 tot en met 24/250
Uitspraak op het hoger beroep van
[belanghebbende] ,
wonend in [woonplaats] ,
hierna: belanghebbende,
tegen de uitspraak van de rechtbank Zeeland-West-Brabant (hierna: de rechtbank) van 22 december 2023, nummers BRE 21/2103 tot en met 21/2106, 22/3408 en 22/3409 in het geding tussen belanghebbende en
de inspecteur van de Belastingdienst,
hierna: de inspecteur.
1 Ontstaan en loop van het geding
De inspecteur heeft (navorderings)aanslagen in de inkomstenbelasting en premie volksverzekeringen (hierna: IB/PVV) over de jaren 2014 tot en met 2016 opgelegd en aanslagen inkomensafhankelijke bijdrage zorgverzekeringswet (hierna: Zvw) over de jaren 2015 en 2016. Tevens is bij beschikking belastingrente in rekening gebracht en zijn bij beschikking boeten opgelegd.
Belanghebbende heeft bezwaar gemaakt. De inspecteur heeft uitspraken op bezwaar gedaan en de bezwaren ongegrond verklaard.
Belanghebbende heeft tegen deze uitspraken beroep ingesteld bij de rechtbank. De rechtbank heeft het beroep voor zover het de vergrijpboete IB/PVV 2016 betreft gegrond verklaard en de overige beroepen ongegrond verklaard.
Belanghebbende heeft tegen de uitspraak van de rechtbank hoger beroep ingesteld bij het hof. De inspecteur heeft een verweerschrift ingediend.
De zitting heeft plaatsgevonden op 19 november 2025 in ’s-Hertogenbosch. Daar zijn verschenen belanghebbende tot bijstand vergezeld door zijn partner [partner] , en zijn gemachtigde [gemachtigde] , en, namens de inspecteur [inspecteur] .
Belanghebbende heeft tijdens de zitting een pleitnota voorgelezen en exemplaren daarvan overgelegd aan het hof en aan de andere partij. De inspecteur heeft verklaard geen bezwaar te hebben tegen overlegging van de twee bij deze pleitnota behorende bijlagen.
Het hof heeft aan het einde van de zitting het onderzoek gesloten.
Van de zitting is een proces-verbaal opgemaakt, dat gelijktijdig met de uitspraak aan partijen wordt verzonden.
2 Feiten
In onderhavige jaren woonde belanghebbende samen met zijn partner, [partner] .
Volgens de Basisregistratie Personen was belanghebbende woonachtig op de volgende adressen:
|
24-04-1991 tot 28-12-2004 |
[adres 1] in [woonplaats] |
|
01-12-2005 tot 23-03-2010 |
[adres 1] in [woonplaats] |
|
23-03-2010 tot 13-10-2015 |
[adres 2] in [woonplaats] |
|
13-10-2015 tot 24-06-2016 |
[adres 3] in [woonplaats] |
|
24-06-2016 tot 10-08-2017 |
Onbekend |
|
10-08-2017 tot 26-01-2018 |
[adres 2] in [woonplaats] |
Bij brieven van 26 april 2016 heeft de inspecteur aan de ING Bank (ten aanzien van een tweetal bankrekeningen op naam van belanghebbende) en de ABN AMRO Bank (ten aanzien van één bankrekening op naam van belanghebbende) verzocht om alle rekeningafschriften over de periode van 1 januari 2013 tot en met 26 april 2016. Uit deze bankafschriften (hierna: de bankafschriften) blijken contante stortingen tot de volgende bedragen:
|
2013 |
€ 15.735 |
|
2014 |
€ 12.403 |
|
2015 |
€ 9.215 |
|
2016 (t/m april) |
€ 2.260 |
Met dagtekening 12 oktober 2017 heeft de inspecteur, op grond van artikel 55 van de Algemene wet inzake rijksbelastingen (hierna: AWR), de Officier van Justitie (hierna: de OvJ) verzocht om alle gegevens en inlichtingen te verstrekken uit het strafrechtelijk onderzoek tegen belanghebbende, met het oog op de beoordeling van de binnenlandse belastingplicht en belastingaangiften, heffing en/of inning van de belastingaanslagen over de aangiftetijdvakken 2013 tot en met 2017. Dit verzoek is op 13 oktober 2017 voor akkoord getekend door de OvJ.
De inspecteur heeft van de OvJ op 12 januari 2018 een afschrift ontvangen van het door [naam 1] , financieel rechercheur bij de Politie, op 3 april 2017 opgestelde rapport waarin een berekening is gemaakt van het door belanghebbende verkregen wederrechtelijk verkregen voordeel in de periode van 2 maart 2013 tot en met 20 september 2016 (hierna: de ontnemingsrapportage). Hierin staat onder meer:
“AANLEIDING ONDERZOEK
Op 29 december 2015 werd onder leiding van de officier van justitie te Breda, (…), een opsporingsonderzoek gestart onder de naam [naam onderzoek 1] (...) De belangrijkste verdachte in het onderzoek [naam onderzoek 1] is [belanghebbende] (...). Hij wordt ervan verdacht als "dealer [naam 2] " op grote schaal cocaïne te verhandelen. Hij zou dit doen dit in samenwerking met anderen.
Ook wordt [belanghebbende] verdacht van witwassen. Hij zou het geld verdiend met de handel in cocaïne, investeren in Marokko. Binnen het onderzoek is het vermoeden gerezen dat [belanghebbende] onroerend goed bezit in Marokko. Hij zou meerdere grote huizen en stukken grond bezitten in [plaats 1] nabij [plaats 2] . Ook zouden in Marokko een aantal dure auto's van hem staan. Ook is niet
gebleken dat [belanghebbende] in Nederland over voldoende legaal vermogen beschikt dat in overeenstemming te brengen is met het bezit en/of de bouw van onroerend goed in Marokko. Het vermoeden is derhalve dat eventueel bezit van vermogen in Marokko is verkregen uit crimineel verkregen inkomsten en de herkomst van dit vermogen wordt verhuld voor de Nederlandse autoriteiten.
(...)
Deallijn(en) 'dealer [naam 2] ’
In de onderzoeken [naam onderzoek 2] en [naam onderzoek 1] zijn verschillende deallijnen van 'dealer [naam 2] ' naar voren gekomen welke gebruikt werden. Uit een proces-verbaal van het Team Criminele Inlichtingen (hierna: TCI) kwam onder meer naar voren dat met de Marokkaan uit [woonplaats] die zichzelf “ [naam 2] ” noemt cocaïne op bestelling verkoopt [belanghebbende] wordt bedoeld.
Uit een ander proces-verbaal van het TCI kwam naar voren dat [broer] , de broer van
[belanghebbende] ook cocaïne voor hem verkoopt samen met [naam 3] .
Tevens is uit de tapgesprekken naar voren gekomen dat verschillende andere personen voor [belanghebbende]dealden op de deallijn van ' [naam 2] ' (...)
Verder kwam uit tapgesprekken naar voren dat er sprake was van een bepaalde hiërarchie waarbij anderen dan 'dealer [naam 2] ' niet mochten beslissen over poffen en dat [belanghebbende] anderen aanstuurde naar dealafspraken.
(...)
ACTIEDAGEN ;
(…)
Op dinsdag 20 september 2016 werd er een actiedag gehouden waarbij gepoogd werd onder andere [belanghebbende]aan te houden. (...)
Tevens vond er een doorzoeking ter inbeslagneming plaats in diverse woningen waar
[belanghebbende] verblijft, c.q. zou kunnen verblijven. Deze woningen waren gelegen aan de [adres 2] te [woonplaats] (woning van partner van [belanghebbende]) en de [adres 1] te [woonplaats] (woning ouders). Ook is er een doorzoeking geweest in de woning van [broer] , zijnde de broer van [belanghebbende] alsmede in de woning van medeverdachte [naam 4] .
In de woning van [broer] (...) werd onder meer inbeslaggenomen:
- contant geldbedrag ter waarde van € 15.000,-
- diverse ponypacks
- twee weegschaaltjes
- mes met witte korrels aan het handvat gekleefd (indicatief positief getest op cocaïne)
- 3 mobiele telefoons
In de woning van de ouders van [belanghebbende] werd onder meer inbeslaggenomen:
- contant geldbedrag ter waarde van € 80.000,- verpakt in 8 sokken in ladekast
- contant geldbedrag van € 900,- in zwarte etui met daarin ponypacks met vermoedelijk verdovende middelen
- digitale gegevensdragers als mobiele telefoons, laptop, tablets, geheugenkaartjes, simkaartjes
- eigendomspapieren en overige bescheiden
In de woning van [partner] , zijnde de (ex-)partner van [belanghebbende] werd onder meer inbeslaggenomen:
- digitale gegevensdragers als mobiele telefoons, tablet, navigatiesystemen, mb-sticks, simkaartjes
- diverse papieren bescheiden
- contant geldbedrag van € 320,-
- verpakkingsmateriaal (zwart van kleur en gripzakjes)
(. .. )
Verhoren afnemers/ gebruikers
In het opsporingsonderzoek zijn diverse gebruikers/afnemers van verdachten [belanghebbende], [broer] en [naam 4] gehoord. Verdachten [belanghebbende], [broer] en [naam 4] werden door afnemers herkend als de persoon van wie zij cocaïne kochten aan de hand van getoonde foto's. Gebleken is, via de tap en door observatie, dat [belanghebbende] drugs leverde in [woonplaats] en omstreken, althans in Nederland.
In dit onderzoek zijn verschillende afnemers, na de constatering van het dealcontact aangehouden. Andere afnemers die uit de telefoontap naar voren kwamen werden op een later tijdstip op het politiebureau ontboden. De navolgende verklaringen van afnemers werden opgenomen (...)
Afnemer [afnemer 1]
werd op donderdag 7 januari 2016 aangehouden waarbij 2 ponypacks met in totaal 2 gram cocaïne is aangetroffen. [afnemer 1] verklaarde dat:
- hij al 4 a 5 jaar in het bezit is van het telefoonnummer [telefoonnummer 1] en sinds een jaar of 10 gebruikt;
- hij gemiddeld l keer in de anderhalve week tot twee weken cocaïne gebruikt; ongeveer 2 gram
(…)
[afnemer 1] werd op maandag 10 oktober 2016 wederom verhoord. [afnemer 1] verklaarde dat:
- hij gemiddeld 1 keer per week, eens in de 2 weken bestelde;
- hij alleen cocaïne gebruikt en 1,5 a 2 gram per keer kocht;
- hij meestal bij een bestelling van 2 gram 80,- euro betaalt;
- hij wel een jaar of 15 cocaïne gebruikt;
- het niet steeds dezelfde dealer was die kwam als hij belde;
(...)
Afnemer [afnemer 2]
werd op donderdag 7 januari 2016 aangehouden waarbij geen ponypack met cocaïne is aangetroffen. [afnemer 2] verklaarde dat:
- hij voor 20 euro coke gekocht had en dit uit het raam gegooid had toen de politie achter hem reed;
- hij 0,3 of 0,4 gram kreeg voor die 20,- euro;
- hij het nummer [telefoonnummer 2] belde voor de drugs;
- hij al zes jaar in het bezit is van het telefoonnummer [telefoonnummer 3] ;
- hij wekelijks of 1 keer in de maand gebruikt en gewoonlijk voor 20,- euro koopt.
- hij geen anderen heeft om coke te kopen;
- hij geen ander telefonisch contact had met deze deler dan om coke.
(...)
[afnemer 2] werd op maandag 17 oktober 2016 wederom verhoord [afnemer 2] verklaarde:
- hij sinds 2014 gebruikt;
(…)
Afnemer [afnemer 3]
werd op dinsdag 20 september 2016 aangehouden waarbij 1 ponypack met in totaal 0,3 gram cocaïne is aangetroffen. [afnemer 3] verklaarde dat:
- hij zeker al een jaar in het bezit is van het telefoonnummer [telefoonnummer 4] ;
- hij 1 keer per maand gebruikt,
- hij 0,3 gram coke kocht voor 30- euro;
- hij voor het eerst 18 jaar geleden gebruikte;
- hij een jaar of vier a vijf geleden met de dealer in contact was gekomen;
- hij de dealer ongeveer l keer per maand belde;
(...)
[afnemer 3] werd op dinsdag 11 oktober 2016 wederom verhoord. [afnemer 3] verklaarde:
- hij hem nu 2,5 jaar kent en zeker een keer of 15 hij hem gekocht heeft over verloop van een periode;
- hij gemiddeld 1 keer per maand gebruikt.
- dat hij het niet kan voorstellen maar het niet precies te weten, nadat hij geconformeerd was met meerdere geconstateerde contacten per week uit zijn telefoon
- hij soms 1 keer in de week en soms 2 a 3 keer in de week bestelde;
- hij iedere keer voor 20,- euro bestelde, een 'halfje';
- hij alleen voor cocaïne contact had met ' [naam 2] ';
- meestal [naam 2] er was maar soms een ander;
- hij de man van foto 2 ([de broer van belanghebbende]) herkende als een van de dealers die soms kwam;
(... )
Afnemer [afnemer 4]
werd op maandag 10 oktober 2016 verhoord. [afnemer 4] verklaarde dat:
- hij 4 of 5 jaar in hel bezit is van hel telefoonnummer [telefoonnummer 5] ;
- hij ongeveer twee keer per week cocaïne gebruikt en per keer een halve gram gebruikt;
(...):
- hij bij verschillende dealers cocaïne kocht;
- hij de man op de foto ([belanghebbende]) herkende de dealer
- hij sinds ongeveer een jaar hij hem koopt;
- hij altijd een 'kleintje', een halve gram, bij hem kocht voor 20,-euro:
(…)
Afnemer [afnemer 5]
werd op dinsdag 25 oktober 2016 verhoord. [afnemer 5] verklaarde dat:
- hij al langer dan 10 jaar in het bezit is van telefoonnummer [telefoonnummer 6] ;
(...)
- de dealer als [naam 2] in zijn telefoon stond;
- hij l of 2 gram wiet bestelde;
- hij ook cocaïne koopt, maar meestal wiet;
- hij 5 a 6 jaar geleden veel cocaïne bij ze bestelde en tegenwoordig meer wiet en soms cocaïne
(...)
- hij de man van foto 1([belanghebbende]) herkende als een van de dealers;
- hij de man van foto 2 ([de broer van belanghebbende]) herkende als een van de andere dealers
- hij 5 a 6 jaar bij hen besteld;
(...)
- hij de laatste tijd nog wel eens een halfje bestelde, maar vroeger bijna iedere dag:
(...)
Afnemer [afnemer 6]
werd op maandag 24 oktober 2016 verhoord. [afnemer 6] verklaarde dat:
- hij al sinds hij 18 jaar is in het bezit is van de telefoonnummers [telefoonnummer 7] en [telefoonnummer 8] ;
- hij auto's verhuurt aan [belanghebbende] en dat het contact meestal via [broer] ging;
(...)
- [Belanghebbende] de meeste huurauto's kocht en verkocht.
(…)
Afnemer [afnemer 7]
werd op donderdag 29 september 2016 verhoord. [afnemer 7] verklaarde dat:
- hij sinds anderhalf jaar in het bezit is van het telefoonnummer [telefoonnummer 9] ;
- hij sinds een jaar weer cocaïne koopt;
- het kan kloppen dat hij al sinds 2014 contact had met telefoonnummers van [naam 2] want hij gebruikt al een tijdje, hij weet alleen het nummer niet, nadat hij geconfronteerd was met analyse telefoongegevens.
(...)
Afnemer [afnemer 8]
werd op vrijdag 7 oktober 2016 verhoord. Hij verklaarde dat:
- hij sinds 16 juni 2014 in het bezit is van het telefoonnummer [telefoonnummer 10] ;
- hij cocaïne snuift en hij dit haalt bij donkere jongens die zich voordoen als ' [naam 2] ':
- hij de man van foto 1 ([belanghebbende]) herkende als een van de dealers ‘ [naam 2]
- hij de man van foto 2 ([de broer van belanghebbende]) herkende als een van de dealers ' [naam 2] ';
- hij de man van foto 3 ( [naam 3] ) herkende als een van de dealers ' [naam 2] ';’
(…)
- hij nooit bij een ander kocht;
(...)
- hij onregelmatig gebruikte, eens per week, twee keer per week of een keer per maand;
(...)
- hij meestal een kleintje, een halve gram, wilde hebben en dat dit bijna niet werd benoemd over de telefoon;
- ze al 7 a 8 jaar bezig zijn;
- [belanghebbende] meestal het dealen regelde en reed.
(...)
[afnemer 8] meldde zich kort daarna opnieuw op het politiebureau en wilde zijn eerdere verklaring intrekken omdat deze leugenachtig zou zijn geweest.
(...)
Afnemer [afnemer 9]
werd op vrijdag 30 september 2016 verhoord. Hij verklaarde dat:
- hij zijn hele leven in het bezit is van het telefoonnummer [telefoonnummer 11] ;
- hij 1 a 2 keer per maand cocaïne gebruikt en een halve gram per keer bestelde.
- hij sinds ongeveer 2 jaar gebruikt;
- (...)
- hij zelf gemiddeld een keer per week bestelde, maar vrienden ook op zijn telefoon naar de dealer belden;
- hij meestal voor net iets meer als een halve gram bestelde en daarvoor 30,- euro betaalde;
- (…)
- hij de man van foto A ([belanghebbende]) herkende als de dealer bij wie hij het laatste halfjaar drugs kocht;
- hij vanaf 2014 koopt bij dezelfde dealer en het dan langer zal zijn dan een halfjaar;
- hij met deze dealer nergens anders dan de bestelling van drugs contact had.
- (...)
Afnemer [afnemer 10]
werd op maandag 3 oktober 2016 verhoord. Hij verklaarde dat:
- hij al 15 jaar in het bezit is van het telefoonnummer [telefoonnummer 12] ;
- hij tot 4 maanden geleden 1, 2 of 3 keer per week gebruikt;
- hij na 4 maanden geleden 1 keer per weekend gebruikt;
- hij sinds juli 2016 niet meer gebruikt;
- hij voor 20,- euro gebruikte. Een halve gram;
- hij sinds een jaar of 3 a 4 cocaïne gebruikte:
- hij de cocaïne kocht bij [naam 2] (waarschijnlijk bijnaam);
- hij [naam 2] belde op het telefoonnummer [telefoonnummer 13] ; en vanaf de zomer 2012 bij [naam 2] cocaïne kocht:
- hij de man van foto 1 ([belanghebbende]) herkende als de dealer genaamd [naam 2] :
- (...)
- 20,- euro voor een halve gram cocaïne staat en hij bestelde in het bedrag dus hij wilde hebben:
(...)
Het wederrechtelijk verkregen voordeel
In het kader van deze ontnemingsrapportage wordt uitgegaan van een aantal aannames, die (in het voordeel van de verdachte) minimaal dan wel een gemiddelde zijn. Deze ontnemingsrapportage is slechts gebaseerd op de verkoop van cocaïne. Over de verkoop van hennep waren weinig gegevens bekend en wordt derhalve in deze ontnemingsrapportage buiten beschouwing gelaten.
(..)
Gedurende het onderzoek [naam onderzoek 1] alsmede in het voorgaande onderzoek [naam onderzoek 2] zijn onder meer van de navolgende mobiele telefoonnummers, die in gebruik waren bij dealer ' [naam 2] ' verdachte, de historische printgegevens gevorderd (126n WvSv)
[telefoonnummer 14] (over de periode 10 maart 2014 tot en met 09 maart 2015)
[telefoonnummer 2] (over de periode 04 juli 2015 tot en met 29 december 2015)
[telefoonnummer 13] (over de periode 01 januari 2016 tot en mei 27 juni 2016)
Uit analyse van de historische printgegevens van bovengenoemde telefoonnummers kwam onder meer het navolgende naar voren in de gevorderde periodes
|
Dealer telefoonnummer |
Totaal aantal uitgevraagde contacten |
Totaal aantal inkomende contacten |
Totaal aantal telefoonnummers waarmee contact was |
|
[telefoonnummer 14] |
24.126 |
53.222 |
1.440 |
|
[telefoonnummer 2] |
21.558 |
39.044 |
620 |
|
[telefoonnummer 13] |
12.032 |
20.012 |
1.035 |
(...)
Uit raadpleging van politiesystemen kwamen de navolgende registraties naar voren welke erop duiden dat verdachte [belanghebbende] zich al langere tijd bezig houdt met de handel in verdovende middelen/ cocaïne teruglopend tot 08 april 2010 en hier tevens al eerder voor is aangehouden te weten op 02 maart 2013 en 30 mei 2013.
|
Datum |
Omschrijving melding |
|
(…) |
(…) |
|
02-03-2013 |
[Belanghebbende] werd na een achtervolging met de politie aangehouden in verband met dealen. Onder [belanghebbende] werden 79 ponypacks met cocaïne aangetroffen en een geldbedrag van €579,- (...) |
|
30-05-2013 |
[Belanghebbende] werd aangehouden na een achtervolging met de politie. Tijdens zijn vluchtpoging werd door hem een geldbundel van €2.670,- en 10 ponypacks met cocaïne weggegooid |
(...)
Tevens zijn door het Team Criminele Inlichtingen (hierna: TCI) diverse processen-Verbaal opgemaakt waaruit naar voren komt dat verdachte [belanghebbende] zich met de verkoop van cocaïne bezig houdt en daarvoor mensen voor zich laat rijden
|
Datum |
Omschrijving Melding |
|
16-02-2015 |
Binnengekomen reformatie TCI (in onderzoek [naam onderzoek 2] ) over de periode van mei 2011 tot en met januari 2015: "[Belanghebbende] uit [woonplaats] verkoopt al jaren cocaïne. Hij beschikt vaak over dure auto's en heeft in [plaats 1] , in de provincie [plaats 2] in Marokko een villa". ( ...) |
|
(…) |
(…) |
|
14-01-2016 |
informatie TCI: "[Belanghebbende] uit [woonplaats] bezit in [plaats 1] , bij [plaats 2] in Marokko meerdere grote huizen en stukken grond. Daar staan van hem onder andere ook een witte Porsche Panamera en een Mercedes A-Klasse AA4G . De Porsche komt terug naar Nederland. (...) |
Vaststelling bruto wederrechtelijk verkregen voordeel
Onder punt 4.2.1 heb ik, rapporteur, voor wat betreft de berekening wederrechtelijk verkregen voordeel, de onderzoeksperiode en het aantal weken uiteengezet.
Onder punt 4.2.2 heb ik rapporteur de frequentie van de transacties voor wat betreft de handel in verdovende middelen uiteengezet (aantal transacties).
Onder punt 4.2.3 heb ik rapporteur de hoeveelheid gram verkochte cocaïne per transactie uiteengezet.
Onder punt 4.2.4 heb ik rapporteur de prijs per gram verkochte cocaïne per transactie uiteengezet.
Aan de hand van bovenstaande gegevens kan onderstaande berekening van het BRUTO wederrechtelijk verkregen voordeel worden gemaakt.
Bruto wederrechtelijk verkregen voordeel
Totaal aantal drugstransacties in de gestelde onderzoeksperiode betreft: 50.616 transacties (296 transacties x 171 weken)
Totale hoeveelheid cocaïne over gestelde pleegperiode betreft 50.616 gram cocaïne
(50.616 transacties x 1 gram cocaïne)
Totale waarde van verkochte cocaïne over gestelde pleegperiode betreft: € 2.024.640,-
(50.616 gram cocaïne x € 40,-)
(…)
Inkoopprijs verdovende middelen
Samenvatting 4.2.6. inkoopprijs verdovende middelen
Door de verdachte [belanghebbende] en de medeverdachten [broer] en [naam 3] niets verklaard is over de hoogte van de inkoopprijs.
Tevens is door de verdachten niets verklaard over de wijze van versnijden.
Bovendien blijkt uit een tapgesprek dat bij een of meer transacties sprake was van ‘onversneden’ cocaïne.
In deze berekening wordt de inkoopprijs op basis van de jurisprudentie op 50% van de opbrengst gesteld.
Uitgangspunt in de berekening van de aan verdachte [belanghebbende] toe te schrijven inkoopprijs van de cocaïne betreft dan: € 1.012.320.- ( 50% van € 2.024.640,-)
(…)
5. Berekening NETTO verkregen voordeel
Op basis van het gerelateerde in hoofdstuk 4 wordt het NETTO wederrechtelijk verkregen voordeel als volgt berekend:
Bruto opbrengst € 2.024.640,-
Inkoopkosten € 1.012.320.- -/-
NETTO verkregen wederrechtelijk verkregen voordeel € 1.012.320,-
(…)
In beslag genomen vermogenscomponenten
De navolgende vermogenscomponenten zijn bij verdachte [belanghebbende] aangetroffen in beslag genomen op grond van art. 94 Wetboek van Strafvordering.
1) Voorwerp: Personenauto, Mercedes Benz (Brabus) met kenteken [kenteken 1] (...)
Tenaamgestelde: (...)
Geschatte dagwaarde, € 130.000,-
De voornoemde Mercedes stond sinds 09 juli 2016 op naam van (...)
Uit tapgesprekken kwam het beeld naar voren dat sprake is van een schijnconstructie inzake het eigendom en [belanghebbende] de feitelijke eigenaar van deze auto is.
(...)
2) Voorwerp: Personenauto, Porsche Panamera met kenteken [kenteken 2] (...)
Tenaamgestelde: (...)
Geschatte dagwaarde: tussen €49.935,- en € 59. 950,-
De voornoemde Porsche stond sinds 18 maart 2014 op naam van (…), zijnde de oom van verdachte [belanghebbende].
Uit politiesystemen kwamen registraties naar voren uit 2014 en 2016 waarin verdachte [belanghebbende] rijdend is gezien in deze Porsche. Onder meer uit tapgesprekken kwam het beeld naar voren dut sprake is van vermoedelijk een schijnconstructie inzake het eigendom en [belanghebbende] de feitelijke eigenaar van deze auto is.
(...)
3) Voorwerp: Personenauto, Nissan Nare met kenteken [kenteken 3] (…)
Tenaamgestelde: (...)
Geschatte dagwaarde: tussen €4.950,- en € 6.950,- Deze auto stond sinds 01 juni 20/6 op naam van ( ...), zijnde de (ex-)partner van verdachte [belanghebbende] en moeder van zijn kinderen. Uit tapgesprekken en raadpleging van politiesystemen kwam het beeld naar voren dat sprake is van vermoedelijk een schijnconstructie inzake het eigendom en [belanghebbende] de feitelijke eigenaar van deze auto is. In diverse tapgesprekken met betrekking tot een kapotte wie/lager en de Nissan Note met het kenteken [kenteken 3] benoemt [belanghebbende] namelijk dat het om 'zijn' auto gaat.
(. . .)
4) Voorwerp: contant geldbedrag van € 80.900,- (...)
Het geldbedrag van € 80.900,- werd aangetroffen in de woning van de ouders van verdachte [belanghebbende]
Dit opsporingsonderzoek was met name gericht op 'een Marokkaanse dealer ' [naam 2] ' waarmee [belanghebbende] wordt bedoeld. Uit tapgesprekken komt het beeld naar voren dat [belanghebbende] de aansturing van de deallijn [naam 2] deed. Uit 2 tapgesprekken tussen [belanghebbende] en zijn vader bespreken zij de aankoop van grond waarbij vader vraagt of [belanghebbende] geld kan sturen. [Belanghebbende] vraagt hierbij of het 40 per stuk is. Vader zegt dat daarop dat het voor twee is. In een tweede gesprek tussen [belanghebbende] en zijn vader zegt vader dat de percelen in het goede locatie zijn gelegen en goedkoop zijn [Belanghebbende] zegt daarop dat hij het geld heeft maar niet bij de hand, hij kan die 40 over een week naar zijn vader sturen. [Belanghebbende] zegt dat vader tegen de verkoper moet zeggen dat het verkocht is. Een totaalbedrag van € 80.000,- werd aangetroffen verstopt in sokken in de ladekast op de slaapkamer van de ouders. Een bedrag van € 900,- werd aangtroffen in slaapkamer nummer 2 op de eerste verdieping in een zwarte etui met daarbij ook ponypacks met vermoedelijk verdovende middelen.
(… )
De inspecteur heeft het hiervoor in 2.5. genoemde netto wederrechtelijk verkregen voordeel, ter grootte van € 1.012.320, uit de onderzoeksperiode (2 maart 2013 tot en met 20 september 2016) als volgt tijdsevenredig herrekend:
|
2013 |
2014 |
2015 |
2016 |
Totaal |
|
|
Maanden |
10 |
12 |
12 |
8 |
42 |
|
Bedrag |
€ 241.029 |
€ 289.234 |
€ 289.234 |
€ 192.823 |
€ 1.012.320 |
Over de jaren 2014 en 2016 heeft belanghebbende nihilaangiften IB/PVV ingediend. Over het jaar 2015 heeft belanghebbende, na daartoe te zijn uitgenodigd, herinnerd en aangemaand, niet tijdig een aangifte IB/PVV ingediend. Op 15 december 2017 heeft belanghebbende alsnog over het jaar 2015 een nihilaangifte ingediend.
De inspecteur heeft aan belanghebbende voor de jaren 2014, 2015 en 2016 de volgende (navorderings)aanslagen IB/PVV en Zvw opgelegd en de volgende boete- en rentebeschikkingen gegeven:
|
Belastbaar inkomen uit werk en woning/ bijdrage-inkomen |
Boete |
Belastingrente |
|
|
Navordering IB/PVV 2014 |
€ 289.234 |
€ 56.753 |
€ 25.538 |
|
Aanslag IB/PVV 2015 |
€ 19.000 |
€ 369 |
€ 167 |
|
Aanslag Zvw 2015 |
€ 19.000 |
€ 59 |
|
|
Navordering IB/PVV 2015 |
€ 289.234 |
€ 55.769 |
€ 21.130 |
|
Aanslag IB/PVV 2016 |
€ 192.823 |
€ 36.717 |
€ 9.332 |
|
Aanslag Zvw 2016 |
€ 52.763 |
€ 294 |
De OvJ heeft aan belanghebbende een transactie ter voorkoming van strafvervolging aangeboden als bedoeld in artikel 74 Wetboek van Strafrecht. Belanghebbende heeft zich op 15 augustus 2019 akkoord verklaard met de inhoud van de aan hem aangeboden transactie. In de overeenkomst is onder meer vermeld dat de overeenkomst pas tot stand komt als de overeenkomsten door medeverdachten [broer] en [naam 4] tevens voor akkoord zijn getekend.
De rechtbank heeft op de voet van het bepaalde in artikel 8:60, lid 1, Algemene wet bestuursrecht (hierna: Awb) de medewerkers van de Belastingdienst [naam 5] en [naam 6] als getuige gehoord.
De rechtbank heeft de vergrijpboete over 2016 vernietigd en de vergrijpboeten over 2014 en 2015 vanwege undue delay met 20% gematigd tot € 45.402 (2014) respectievelijk € 44.615 (2015). Verder heeft de rechtbank nevenbeslissingen gegeven over de proceskostenvergoeding, het griffierecht en de vergoeding van immateriële schade vanwege overschrijding van de redelijke termijn in eerste aanleg.
3 Geschil en conclusies van partijen
Het geschil betreft het antwoord op de volgende vragen:
-
Dienen de ontnemingsrapportage en de bankafschriften als bewijs te worden uitgesloten omdat deze niet op rechtmatige wijze zouden zijn verkregen?
-
Heeft de inspecteur alle op de zaak betrekking hebbende stukken overgelegd?
-
Zijn de (navorderings)aanslagen terecht en tot juiste bedragen opgelegd?
-
Heeft de inspecteur het gelijkheidsbeginsel geschonden, in het bijzonder de meerderheidsregel?
-
Zijn de vergrijpboeten over 2014 en 2015, zoals gematigd door rechtbank, terecht en tot juiste bedragen opgelegd?
Belanghebbende is van mening dat de vragen 1 en 4 bevestigend moeten worden beantwoord en de overige vragen ontkennend. De inspecteur is telkens de tegenovergestelde mening toegedaan.
Belanghebbende concludeert tot vernietiging van de bestreden uitspraak, alsmede van de (navorderings)aanslagen IB/PVV en Zvw en boete- en rentebeschikkingen over de jaren 2014 tot en met 2016 voor zover in stand gelaten door de rechtbank. De inspecteur concludeert tot bevestiging van de uitspraak van de rechtbank.