Gerechtshof 's-Hertogenbosch, 04-03-2026, ECLI:NL:GHSHE:2026:593, 24/476
Gerechtshof 's-Hertogenbosch, 04-03-2026, ECLI:NL:GHSHE:2026:593, 24/476
Gegevens
- Instantie
- Gerechtshof 's-Hertogenbosch
- Datum uitspraak
- 4 maart 2026
- Datum publicatie
- 31 maart 2026
- ECLI
- ECLI:NL:GHSHE:2026:593
- Formele relaties
- Eerste aanleg: ECLI:NL:RBZWB:2024:1607, Bekrachtiging/bevestiging
- Zaaknummer
- 24/476
- Relevante informatie
- Art. 8:75 Awb, Art. 1.2 Wet IB 2001, Art. 5.2 Wet IB 2001, Art. 7.7 Wet IB 2001, Art. 7.8 Wet IB 2001, Wet IB 2001
Inhoudsindicatie
Blh woont in Frankrijk en is eigenaar van een woning in Nederland. Hij heeft in Frankrijk een partner. Tussen hen bestaat geen gemeenschap van goederen. Het hof oordeelt dat belanghebbende geen aanspraak kan maken op tweemaal het heffingvrije vermogen. Het heffingvrije vermogen is een brongebonden vrijstelling. De partner is geen mede eigenaar en zij kan geen aanspraak maken op deze vrijstelling. Het Unierecht verzet zich daar niet tegen.
Uitspraak
Team belastingrecht
Meervoudige Belastingkamer
Nummer: 24/476
Uitspraak op het hoger beroep van
[belanghebbende] ,
wonend in [woonplaats] in Frankrijk,
hierna: belanghebbende,
tegen de uitspraak van de rechtbank Zeeland-West-Brabant (hierna: de rechtbank) van 14 maart 2024, nummer BRE 23/1560, in het geding tussen belanghebbende en
de inspecteur van de Belastingdienst,
hierna: de inspecteur.
1 Ontstaan en loop van het geding
De inspecteur heeft de aanslag inkomstenbelasting 2021 opgelegd. Tevens is bij beschikking belastingrente in rekening gebracht.
Belanghebbende heeft bezwaar gemaakt. De inspecteur heeft uitspraak op bezwaar gedaan en het bezwaar gegrond verklaard.
Belanghebbende heeft tegen deze uitspraak beroep ingesteld bij de rechtbank.
De rechtbank heeft het beroep ongegrond verklaard.
Belanghebbende heeft tegen de uitspraak van de rechtbank hoger beroep ingesteld bij het hof. De inspecteur heeft een verweerschrift ingediend.
Belanghebbende heeft vóór de zitting nadere stukken ingediend. Deze stukken zijn doorgestuurd naar de inspecteur.
De zitting heeft op verzoek van belanghebbende via digitale verbinding plaatsgevonden op 11 december 2025 in ’s-Hertogenbosch. Daar zijn verschenen belanghebbende, en, namens de inspecteur, [inspecteur 1] en [inspecteur 2]
Het hof heeft aan het einde van de zitting het onderzoek gesloten.
Van de zitting is een proces-verbaal opgemaakt, dat gelijktijdig met de uitspraak in Mijn Rechtspraak wordt geplaatst.
2 Feiten
Belanghebbende woont in Frankrijk en is een ‘civil de solidarité’ aangegaan met zijn eveneens in Franrijk wonende partner [partner] . Een ‘civil de solidarité’ is het Franse equivalent van een geregistreerd partnerschap. Tussen belanghebbende en zijn partner bestaat geen gemeenschap van goederen.
Belanghebbende is eigenaar van een woning in Nederland, [adres] in [plaats] (hierna: de woning). De WOZ-waarde van de woning voor 2021 bedraagt € 384.000.
Belanghebbende heeft in 2021 in Nederland alleen inkomsten uit sparen en beleggen genoten uit de woning. Belanghebbende en zijn partner hebben in 2021 geen overige inkomsten in Nederland genoten. De inkomsten van belanghebbende bestaan uit een ouderdomspensioen van een Europese instelling en inkomsten uit beleggingen die in Frankrijk worden belast. De partner heeft inkomsten die in Frankrijk worden belast.
De aanslag is vastgesteld naar een belastbaar inkomen uit sparen en beleggen van € 14.361. De inspecteur heeft daarbij rekening gehouden met eenmaal het heffingvrije vermogen. Tevens is bij beschikking € 29 belastingrente in rekening gebracht. De inspecteur heeft de aanslag en de rentebeschikking bij uitspraak op bezwaar verminderd naar een belastbaar inkomen uit sparen en beleggen van € 13.731 en de rentebeschikking verminderd tot € 26. De rechtbank heeft het beroep ongegrond verklaard.
3 Geschil en conclusies van partijen
In geschil is de vraag of het Unierecht zich ertegen verzet dat belanghebbende en zijn partner geen aanspraak kunnen maken op toepassing van tweemaal het heffingvrije vermogen.
Belanghebbende concludeert tot vernietiging van de uitspraak van de rechtbank en vermindering van de aanslag tot een aanslag naar een belastbaar inkomen uit sparen en beleggen van € 12.111. De inspecteur concludeert tot bevestiging van de uitspraak van de rechtbank.