Home

Gerechtshof 's-Hertogenbosch, 04-03-2026, ECLI:NL:GHSHE:2026:596, 24/842

Gerechtshof 's-Hertogenbosch, 04-03-2026, ECLI:NL:GHSHE:2026:596, 24/842

Gegevens

Instantie
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
Datum uitspraak
4 maart 2026
Datum publicatie
31 maart 2026
ECLI
ECLI:NL:GHSHE:2026:596
Formele relaties
Zaaknummer
24/842
Relevante informatie
Art. 6:22 Awb, BBBB 1998, Art. 67a AWR, Art. 9 AWR, AWR, Art. 7:2 Awb, Awb, Art. 1 BPB, BPB, Art. 6 EVRM

Inhoudsindicatie

Het hof is van oordeel dat het hoorrecht is geschonden, omdat belanghebbende niet is uitgenodigd voor een hoorgesprek. Het hof gaat met toepassing van artikel 6:22 Awb aan die schending voorbij, omdat belanghebbende naar het oordeel van het hof niet is benadeeld. Wel ziet het hof aanleiding voor een vergoeding van proceskosten en griffierecht voor zowel beroep als hoger beroep. Het hof acht de verzuimboete terecht opgelegd en ook passend en geboden. Belanghebbende, die gedurende vier jaren in Spanje in detentie heeft gezeten, heeft niet aannemelijk gemaakt dat sprake is van afwezigheid van alle schuld.

Uitspraak

Team belastingrecht

Meervoudige Belastingkamer

Nummer: 24/842

Uitspraak op het hoger beroep van

[belanghebbende] ,

wonend in [woonplaats] (Spanje),

hierna: belanghebbende,

tegen de uitspraak van de rechtbank Zeeland-West-Brabant (hierna: de rechtbank) van 6 mei 2024, nummer BRE 23/2252, in het geding tussen belanghebbende en

de inspecteur van de Belastingdienst,

hierna: de inspecteur.

1 Ontstaan en loop van het geding

1.1.

De inspecteur heeft de aanslag inkomstenbelasting 2019 opgelegd naar een belastbaar inkomen uit sparen en beleggen van € 919, waarbij bij beschikking belastingrente van € 24 in rekening is gebracht en een verzuimboete van € 2.757 is opgelegd.

1.2.

Belanghebbende heeft bezwaar gemaakt. De inspecteur heeft uitspraak op bezwaar gedaan en het bezwaar ongegrond verklaard.

1.3.

Belanghebbende heeft tegen deze uitspraak beroep ingesteld bij de rechtbank.

De rechtbank heeft het beroep ongegrond verklaard.

1.4.

Belanghebbende heeft tegen de uitspraak van de rechtbank hoger beroep ingesteld bij het hof. De inspecteur heeft een verweerschrift ingediend.

1.5.

Belanghebbende heeft op verschillende momenten in de procedure nadere stukken ingediend.

1.6.

Het hof heeft, met telefonische instemming van partijen, bepaald dat de zitting achterwege kan blijven. Het hof heeft partijen schriftelijk meegedeeld dat het onderzoek is gesloten.

2 Feiten

2.1.

Belanghebbende heeft gedurende vier jaren in voorlopige hechtenis gezeten in een Spaanse gevangenis. De voorlopige hechtenis heeft geduurd van oktober 2018 tot oktober 2022.

2.2.

Belanghebbende is in 2020 uitgenodigd, herinnerd en aangemaand tot het doen van aangifte inkomstenbelasting 2019. Belanghebbende heeft geen aangifte gedaan.

2.3.

Met dagtekening 23 november 2022 heeft de inspecteur ambtshalve de aanslag inkomstenbelasting 2019 met belastingrente aan belanghebbende opgelegd, alsmede een verzuimboete vanwege het niet doen van aangifte. Belanghebbende heeft bezwaar gemaakt tegen de verzuimboete en de beschikking belastingrente.

2.4.

De inspecteur heeft uitspraak op bezwaar gedaan, zonder belanghebbende te horen. In de uitspraak op bezwaar heeft de inspecteur hieromtrent het volgende opgenomen:

Horen

In uw bezwaarschrift geeft u op pagina 15 aan dat u niet bereid bent om naar een belastingkantoor te komen voor een hoorgesprek. U eist een hoorgesprek op 'neutraal terrein' en verzoekt op pagina 17 om het hoorgesprek te laten plaatsvinden in Spanje. Aan dit verzoek kom ik niet tegemoet. Ook de mogelijkheid om een hoorgesprek telefonisch of via Webex te laten plaatsvinden wijst u af. Om die reden heeft er geen hoorgesprek plaatsgevonden.”

2.5.

Aan belanghebbende zijn in de hierna genoemde belastingjaren de navolgende verzuimboeten opgelegd vanwege het niet of niet tijdig doen van aangifte inkomstenbelasting:

Belastingjaar

Aangifte (tijdig)

gedaan?

Verzuimboete

2014

Nee

€ 4.920

2015

Ja, niet tijdig

€ 369

2016

Nee

€ 2.639

2017

Nee

€ -

2018

Nee

€ 369

2019

Nee

€ 2.757

Over het belastingjaar 2017 is geen verzuimboete opgelegd, omdat belanghebbende voor dat jaar niet is aangemaand.

3 Geschil en conclusies van partijen

3.1.

Het geschil betreft het antwoord op de volgende vragen:

I. Heeft de inspecteur het hoorrecht geschonden?

II. Heeft de inspecteur terecht een verzuimboete opgelegd?

III. Heeft belanghebbende recht op vergoeding van kosten voor de bezwaarfase en van proceskosten bij de rechtbank?

Belanghebbende stelt zich op het standpunt dat de vragen I en III bevestigend en vraag II ontkennend moeten worden beantwoord. De inspecteur is de tegenovergestelde mening toegedaan.

3.2.

Belanghebbende concludeert tot vernietiging van de uitspraak van de rechtbank en vernietiging van de boetebeschikking. De inspecteur concludeert tot bevestiging van de uitspraak van de rechtbank.

4 Gronden

5 Beslissing