Gerechtshof 's-Hertogenbosch, 04-03-2026, ECLI:NL:GHSHE:2026:599, 24/1718
Gerechtshof 's-Hertogenbosch, 04-03-2026, ECLI:NL:GHSHE:2026:599, 24/1718
Gegevens
- Instantie
- Gerechtshof 's-Hertogenbosch
- Datum uitspraak
- 4 maart 2026
- Datum publicatie
- 31 maart 2026
- ECLI
- ECLI:NL:GHSHE:2026:599
- Zaaknummer
- 24/1718
- Relevante informatie
- Art. 122d Wschw, Art. 224 Gemw, Art. 8:75 Awb
Inhoudsindicatie
Belanghebbende exploiteert een park met chalets waarin arbeidsmigranten verblijven. Naar het oordeel van het hof zijn de aanslagen zuiveringsheffing en toeristenbelasting 2022 terecht aan belanghebbende opgelegd. Niet aannemelijk is dat een ander dan belanghebbende heffingsplichtig was, noch dat het gelijkheidsbeginsel is geschonden. In hetgeen belanghebbende heeft gesteld ziet het hof geen aanleiding om de aanslagen op een lager bedrag vast te stellen.
Uitspraak
Team belastingrecht
Meervoudige Belastingkamer
Nummers: 24/1718 en 24/1719
Uitspraak op het hoger beroep van
[belanghebbende] B.V.,
gevestigd in [vestigingsplaats] ,
hierna: belanghebbende,
tegen de uitspraak van de rechtbank Limburg (hierna: de rechtbank) van 7 oktober 2024, nummers ROE 23/3423 en 23/3452, in het geding tussen belanghebbende en
de heffingsambtenaar van de Belastingsamenwerking Gemeenten en Waterschappen Limburg,
hierna: de heffingsambtenaar.
1 Ontstaan en loop van het geding
De heffingsambtenaar heeft voor het jaar 2022 aanslagen toeristenbelasting en zuiveringsheffing (hierna: de aanslagen) opgelegd.
Belanghebbende heeft hiertegen bezwaar gemaakt. De heffingsambtenaar heeft uitspraken op bezwaar gedaan en de bezwaren ongegrond verklaard.
Belanghebbende heeft tegen deze uitspraken beroep ingesteld bij de rechtbank.
De rechtbank heeft de beroepen ongegrond verklaard.
Belanghebbende heeft tegen de uitspraak van de rechtbank hoger beroep ingesteld bij het hof. De heffingsambtenaar heeft een verweerschrift ingediend.
Belanghebbende heeft vóór de zitting nadere stukken ingediend. Deze stukken zijn doorgestuurd naar de heffingsambtenaar.
De zitting heeft plaatsgevonden op 5 februari 2026 in ’s-Hertogenbosch. Daar zijn verschenen [gemachtigde] , als gemachtigde van belanghebbende, en, namens de heffingsambtenaar, [heffingsambtenaar 1] en [heffingsambtenaar 2] .
Het hof heeft aan het einde van de zitting het onderzoek gesloten.
2 Feiten
Belanghebbende exploiteert een park met 35 chalets aan [adres] te [vestigingsplaats] . De activiteiten van belanghebbende bestaan volgens het uittreksel uit het handelsregister van de Kamer van Koophandel (onder meer) uit het huisvesten van arbeidsmigranten.
De heffingsambtenaar heeft aan belanghebbende voor het belastingjaar 2022 een aanslag zuiveringsheffing van € 5.081,01 opgelegd op basis van 90,7 vervuilingseenheden.
De heffingsambtenaar heeft aan belanghebbende daarnaast eveneens voor het belastingjaar 2022 een aanslag toeristenbelasting opgelegd. De aanslag toeristenbelasting van € 48.609,60 is berekend naar een totaal van 40.508 overnachtingen van arbeidsmigranten naar een tarief van € 1,20 per overnachting. De aanslag is vastgesteld conform de door belanghebbende ingediende aangifte, waarin staat vermeld:
“6. Arbeidsmigranten (H11)
Aantal beschikbare slaapplaatsen 175
Aantal overnachtingen 40.508”
Geen van deze arbeidsmigranten stond in het jaar 2022 ingeschreven in de Basisregistratie Personen (hierna ook: BRP).
3 Geschil en conclusies van partijen
Het geschil betreft het antwoord op de vraag of de aanslagen terecht en tot de juiste bedragen zijn opgelegd.
Ter zitting heeft belanghebbende uitdrukkelijk en ondubbelzinnig verklaard dat het hoger beroep enkel ziet op het jaar 2022 (en niet op het jaar 2023).
Belanghebbende concludeert tot vernietiging dan wel vermindering van de aanslagen. De heffingsambtenaar concludeert tot bevestiging van de uitspraak van de rechtbank.