Home

Hoge Raad, 20-09-2000, AA7148, 34604

Hoge Raad, 20-09-2000, AA7148, 34604

Gegevens

Instantie
Hoge Raad
Datum uitspraak
20 september 2000
Datum publicatie
4 juli 2001
ECLI
ECLI:NL:HR:2000:AA7148
Zaaknummer
34604
Relevante informatie
Algemene wet bestuursrecht [Tekst geldig vanaf 01-08-2023 tot 01-01-2024] art. 6:17, Algemene wet bestuursrecht [Tekst geldig vanaf 01-08-2023 tot 01-01-2024] art. 7:4

Inhoudsindicatie

-

Uitspraak

Nr. 34604

20 september 2000

gewezen op het beroep in cassatie van de Gemeente Meppel tegen de uitspraak van het Gerechtshof te Leeuwarden van 10 juli 1998 betreffende de van de stichting Stichting X te Z wegens de verlening van na te melden administratieve dienst geheven leges.

1. Heffing, bezwaar en geding voor het Hof

Van belanghebbende is bij schriftelijke kennisgeving, gedagtekend 6 juni 1997, ter zake van het in kopie vertrekken van stukken een bedrag van f 27,-- aan leges geheven, welk bedrag, na daartegen gemaakt bezwaar, bij uitspraak van het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Meppel (hierna : B en W) is gehandhaafd.

Belanghebbende is van de uitspraak van B en W in beroep gekomen bij het Hof.

Het Hof heeft die uitspraak alsmede de schriftelijke kennisgeving vernietigd. De uitspraak van het Hof is aan dit arrest gehecht.

2. Geding in cassatie

B en W hebben tegen de uitspraak van het Hof beroep in cassatie ingesteld. Het beroepschrift in cassatie is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.

Belanghebbende heeft een vertoogschrift ingediend.

3. Beoordeling van het middel

3.1. De onderwerpelijke leges zijn geheven ter zake van de toezending aan belanghebbende, op een door haar ten behoeve van een cliënt gedaan verzoek, van kopieën van stukken welke in een bijstandsprocedure op grond van artikel 7:4, lid 2, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) ter inzage waren gelegd. Het Hof heeft geoordeeld dat op B en W ingevolge artikel 6:17 Awb de plicht rustte deze stukken kosteloos aan belanghebbende in haar hoedanigheid van gemachtigde toe te zenden.

3.2. Het middel bestrijdt dit oordeel terecht. Artikel 7:4, lid 4, Awb staat een bestuursorgaan immers toe om ter zake van het aan belanghebbenden verstrekken van afschriften van stukken welke in een bezwaarprocedure op grond van het tweede lid van dat artikel ter inzage worden gelegd, een vergoeding in rekening te brengen van ten hoogste de kosten, en onder het verstrekken van afschriften aan belanghebbenden moet hier, anders dan het Hof heeft gemeend, worden begrepen het verstrekken van afschriften aan gemachtigden van belanghebbenden. Het bepaalde in artikel 6:17 Awb doet hieraan niet af omdat dat artikel alleen, voor het geval er een gemachtigde is, regelt aan wie stukken moeten worden gezonden, niet welke stukken moeten worden gezonden, en evenmin een regeling behelst omtrent vergoeding van kosten welke het voldoen aan die verplichting met zich brengt.

3.3. 's Hofs uitspraak kan niet in stand blijven. De verschuldigdheid van leges is voor het Hof niet op een andere grond dan de hiervoor ondeugdelijk bevonden grond bestreden. De Hoge Raad kan de zaak afdoen.

4. Proceskosten

De Hoge Raad acht geen termen aanwezig voor een veroordeling in de proceskosten als bedoeld in artikel 5a van de Wet administratieve rechtspraak belastingzaken.

5. Beslissing

De Hoge Raad:

- vernietigt de uitspraak van het Hof behoudens de beslissing omtrent het griffierecht, en

- bevestigt de uitspraak van B en W.

Dit arrest is op 20 september 2000 vastgesteld door de vice-president E. Korthals Altes als voorzitter, en de raadsheren G.J. Zuurmond, A.G. Pos, D.H. Beukenhorst en L. Monné, in tegenwoordigheid van de waarnemend griffier I. de Bruin, en op die datum in het openbaar uitgesproken.