Home

Hoge Raad, 01-02-2008, ZC8117, 36236

Hoge Raad, 01-02-2008, ZC8117, 36236

Gegevens

Instantie
Hoge Raad
Datum uitspraak
1 februari 2008
Datum publicatie
1 februari 2008
ECLI
ECLI:NL:HR:2008:ZC8117
Formele relaties
Zaaknummer
36236

Inhoudsindicatie

Wet van 18 december 1995 ivm bestrijding constructies m.b.t. onroerende zaken. Terugwerkende kracht iIn overeenstemming met gemeenschapsrecht? Aankondiging d.m.v. persbericht toegestaan. Arrest Hof van Justitie EG 'Goed Wonen'.

Uitspraak

Nr. 36.236

1 februari 2008

Arrest

gewezen op het beroep in cassatie van Stichting X te Z tegen de uitspraak van het Gerechtshof te Leeuwarden van 12 mei 2000, nr. 1184/98, betreffende na te melden verzoek inzake omzetbelasting.

1. Het geding in feitelijke instantie

Belanghebbende heeft op 18 mei 1995 gezamenlijk met de Stichting A een verzoek aan de Inspecteur gedaan om toepassing van het bepaalde in artikel 11, lid 1, letter b, aanhef en onder 5°, van de Wet op de omzetbelasting 1968. Dit verzoek is door de Inspecteur bij beschikking van 24 juni 1997 afgewezen, welke beschikking, na daartegen gemaakt bezwaar, bij uitspraak van de Inspecteur is gehandhaafd.

Het Hof heeft die uitspraak bevestigd. De uitspraak van het Hof is aan dit arrest gehecht.

2. Geding in cassatie

Belanghebbende heeft tegen 's Hofs uitspraak beroep in cassatie ingesteld. Het beroepschrift in cassatie is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.

De Staatssecretaris van Financiën heeft een verweerschrift ingediend.

Belanghebbende heeft een conclusie van repliek ingediend.

De Staatssecretaris heeft een conclusie van dupliek ingediend.

Op 29 maart 2001 heeft de Advocaat-Generaal J.W. van den Berge geconcludeerd tot het voorleggen van vragen van Europees recht aan het Hof van Justitie van de Europese Gemeenschappen.

Zowel belanghebbende als de Staatssecretaris heeft, daartoe in de gelegenheid gesteld, schriftelijk gereageerd op het arrest van het Hof van Justitie van de Europese Gemeenschappen van 29 april 2004, gevoegde zaken Gemeente Leusden en Holin Groep B.V. c.s., C-487/01 en C-7/02, Jurispr. blz. I-02351, BNB 2004/260.

Zowel belanghebbende als de Staatssecretaris heeft, daartoe in de gelegenheid gesteld, schriftelijk gereageerd op het arrest van het Hof van Justitie van de Europese Gemeenschappen van 26 april 2005, Stichting "Goed Wonen", C-376/02, Jurispr. blz. I-03445, V-N 2005/23.16.

3. Beoordeling van de middelen

De middelen kunnen niet tot cassatie leiden. Zulks behoeft, gezien artikel 81 van de Wet op de rechterlijke organisatie, geen nadere motivering, nu de middelen niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling (vgl. HR 14 december 2007, nr. 34514, V-N 2007/59.18).

4. Proceskosten

De Hoge Raad acht geen termen aanwezig voor een veroordeling in de proceskosten.

5. Beslissing

De Hoge Raad verklaart het beroep ongegrond.

Dit arrest is gewezen door vice-president D.G. van Vliet als voorzitter, en de raadsheren F.W.G.M. van Brunschot, P. Lourens, C.B. Bavinck en E.N. Punt, in tegenwoordigheid van de waarnemend griffier E. Cichowski, en in het openbaar uitgesproken op 1 februari 2008.