Home

Hoge Raad, 03-10-2014, ECLI:NL:HR:2014:2879, 14/01050

Hoge Raad, 03-10-2014, ECLI:NL:HR:2014:2879, 14/01050

Gegevens

Instantie
Hoge Raad
Datum uitspraak
3 oktober 2014
ECLI
ECLI:NL:HR:2014:2879
Zaaknummer
14/01050

Inhoudsindicatie

HR: 81.1 RO.

Uitspraak

3 oktober 2014

Nr. 14/01050

Arrest

gewezen op het beroep in cassatie van [X] B.V. te [Z] (hierna: belanghebbende) tegen de uitspraak van het Gerechtshof Amsterdam van 23 januari 2014, nr. 12/00734, betreffende de aan belanghebbende voor het jaar 2001 opgelegde aanslag in de vennootschapsbelasting, de daarbij gegeven boetebeschikking en de daarbij gegeven beschikking inzake heffingsrente.

1 Het eerste geding in cassatie

De uitspraak van het Gerechtshof ’s-Gravenhage is op het beroep van belanghebbende bij arrest van de Hoge Raad van 14 september 2012, nr. 11/04268, ECLI:NL:HR:2012:BX7189, BNB 2012/277, vernietigd, met verwijzing van het geding naar het Gerechtshof Amsterdam (hierna: het Hof) ter verdere behandeling en beslissing van de zaak met inachtneming van dat arrest.

2 Het tweede geding in cassatie

Belanghebbende heeft tegen ’s Hofs uitspraak beroep in cassatie ingesteld en daarbij zes middelen voorgesteld.

De Staatssecretaris van Financiën heeft een verweerschrift ingediend.

Belanghebbende heeft een conclusie van repliek ingediend.

3 Beoordeling van de middelen

De middelen kunnen niet tot cassatie leiden. Dit behoeft, gezien artikel 81, lid 1, van de Wet op de rechterlijke organisatie, geen nadere motivering, nu de middelen niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.

4 Proceskosten

5 Beslissing