Home

Hoge Raad, 10-07-2015, ECLI:NL:HR:2015:1835, 14/04083

Hoge Raad, 10-07-2015, ECLI:NL:HR:2015:1835, 14/04083

Gegevens

Instantie
Hoge Raad
Datum uitspraak
10 juli 2015
ECLI
ECLI:NL:HR:2015:1835
Zaaknummer
14/04083

Inhoudsindicatie

HR: 81.1 RO.

Uitspraak

10 juli 2015

Nr. 14/04083

Arrest

gewezen op het beroep in cassatie van [X], woonachtig te [Z], Verenigde Staten, en domicilie gekozen hebbende te [Q] (hierna: belanghebbende), tegen de uitspraak van het Gerechtshof ’s-Hertogenbosch van 9 juli 2014, nr. 13/00633, op het hoger beroep van belanghebbende tegen een uitspraak van de Rechtbank Zeeland-West-Brabant (nr. AWB 11/3145) betreffende de ten aanzien van belanghebbende genomen beschikking tot aansprakelijkstelling ingevolge de Invorderingswet 1990 voor de door B.V. [A] verschuldigde vennootschapsbelasting voor het jaar 2002.

1 Geding in cassatie

Belanghebbende heeft tegen ’s Hofs uitspraak beroep in cassatie ingesteld en daarbij een aantal klachten aangevoerd.

De Staatssecretaris van Financiën heeft een verweerschrift ingediend.

2 Beoordeling van de klachten

De klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Dit behoeft, gezien artikel 81, lid 1, van de Wet op de rechterlijke organisatie, geen nadere motivering, nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.

3 Proceskosten

De Hoge Raad acht geen termen aanwezig voor een veroordeling in de proceskosten.

4 Beslissing