Home

Hoge Raad, 18-06-2021, ECLI:NL:HR:2021:972, 19/03530

Hoge Raad, 18-06-2021, ECLI:NL:HR:2021:972, 19/03530

Gegevens

Instantie
Hoge Raad
Datum uitspraak
18 juni 2021
Datum publicatie
18 juni 2021
ECLI
ECLI:NL:HR:2021:972
Formele relaties
Zaaknummer
19/03530

Inhoudsindicatie

HR: 81.1 RO.

Uitspraak

HOGE RAAD DER NEDERLANDEN

BELASTINGKAMER

Nummer 19/03530

Datum 18 juni 2021

ARREST

in de zaak van

[X] B.V. te [Z] (hierna: belanghebbende)

tegen

de STAATSSECRETARIS VAN FINANCIËN

op het beroep in cassatie tegen de uitspraak van het Gerechtshof Den Haag van 18 juni 2019, nr. BK-18/00762, op het hoger beroep van belanghebbende tegen een uitspraak van de Rechtbank Den Haag (nr. SGR 17/1832) betreffende door belanghebbende op aangifte voldane bedragen aan afvalstoffenbelasting over de tijdvakken in de jaren 2015 en 2016.

1 Geding in cassatie

Belanghebbende, vertegenwoordigd door B.S. Kats en J.W.C. Nuis, heeft tegen de uitspraak van het Hof beroep in cassatie ingesteld en daarbij een aantal middelen voorgesteld.

De Staatssecretaris, vertegenwoordigd door [P], heeft een verweerschrift ingediend.

Belanghebbende heeft een conclusie van repliek ingediend.

2 Beoordeling van de middelen

De Hoge Raad heeft de middelen over de uitspraak van het Hof beoordeeld. De uitkomst hiervan is dat deze middelen niet kunnen leiden tot vernietiging van die uitspraak. De Hoge Raad hoeft niet te motiveren waarom hij tot dit oordeel is gekomen. Bij de beoordeling van deze middelen is het namelijk niet nodig om antwoord te geven op vragen die van belang zijn voor de eenheid of de ontwikkeling van het recht (zie artikel 81, lid 1, van de Wet op de rechterlijke organisatie).

3 Proceskosten

De Hoge Raad ziet geen aanleiding voor een veroordeling in de proceskosten.

4 Beslissing