Home

Hoge Raad, 19-12-2025, ECLI:NL:HR:2025:1971, 25/02739

Hoge Raad, 19-12-2025, ECLI:NL:HR:2025:1971, 25/02739

Gegevens

Instantie
Hoge Raad
Datum uitspraak
19 december 2025
Datum publicatie
19 december 2025
ECLI
ECLI:NL:HR:2025:1971
Formele relaties
Zaaknummer
25/02739

Inhoudsindicatie

HR verklaart het beroep in cassatie n-o met toepassing van art. 80a RO.

Uitspraak

HOGE RAAD DER NEDERLANDEN

BELASTINGKAMER

Nummer 25/02739

Datum 19 december 2025

ARREST

in de zaak van

[X] (hierna: belanghebbende),

vertegenwoordigd door [A],

tegen

de STAATSSECRETARIS VAN FINANCIËN

op het beroep in cassatie tegen de uitspraak van de Rechtbank Zeeland-West-Brabant van 20 juni 2025, nrs. BRE 21/1164 en 21/11651, op het verzet van belanghebbende tegen de uitspraak van de Rechtbank van 29 juli 2022.

1 Beoordeling van de ontvankelijkheid van het beroep in cassatie

De Hoge Raad heeft de klachten over de uitspraak van de Rechtbank beoordeeld. De procureur-generaal bij de Hoge Raad heeft de gelegenheid gekregen een advies uit te brengen. De Hoge Raad is tot het oordeel gekomen dat het cassatieberoep duidelijk niet kan slagen. Hij zal daarom gebruikmaken van de mogelijkheid om het beroep zonder verdere motivering niet-ontvankelijk te verklaren (zie artikel 80a van de Wet op de rechterlijke organisatie).

2 Proceskosten

De Hoge Raad ziet geen aanleiding voor een veroordeling in de proceskosten.

3 Beslissing

De Hoge Raad verklaart het beroep in cassatie niet-ontvankelijk.

Dit arrest is gewezen door de vice-president J.A.R. van Eijsden als voorzitter, en de raadsheren M.T. Boerlage en A.E.H. van der Voort Maarschalk, in tegenwoordigheid van de waarnemend griffier J.P.J. van Kampen, en in het openbaar uitgesproken op 19 december 2025.