Home

Hoge Raad, 06-02-2026, ECLI:NL:HR:2026:195, 24/02855

Hoge Raad, 06-02-2026, ECLI:NL:HR:2026:195, 24/02855

Gegevens

Instantie
Hoge Raad
Datum uitspraak
6 februari 2026
Datum publicatie
6 februari 2026
ECLI
ECLI:NL:HR:2026:195
Formele relaties
Zaaknummer
24/02855

Inhoudsindicatie

Inkomstenbelasting/premie volksverzekeringen; art. 6.40, lid 1, aanhef en letter a, Wet IB 2001; aftrek persoonsgebonden scholingsuitgave; tijdstip betaling collegegeld na overboeking aan universiteit in het kader van aanvraag van een verblijfsvergunning met als doel studie.

Uitspraak

HOGE RAAD DER NEDERLANDEN

BELASTINGKAMER

Nummer 24/02855

Datum 6 februari 2026

ARREST

in de zaak van

de STAATSSECRETARIS VAN FINANCIËN

tegen

[X] (hierna: belanghebbende)

op het beroep in cassatie tegen de uitspraak van het Gerechtshof 's-Hertogenbosch van 12 juni 2024, nr. 23/11501, op het hoger beroep van belanghebbende tegen een uitspraak van de Rechtbank Zeeland-West-Brabant (nr. BRE 21/4452) betreffende een ten aanzien van belanghebbende gegeven beschikking als bedoeld in artikel 6.2a, lid 1, Wet IB 2001.

1 Geding in cassatie

De Staatssecretaris, vertegenwoordigd door [P], heeft tegen de uitspraak van het Hof beroep in cassatie ingesteld.

Belanghebbende, vertegenwoordigd door T.G. van Laarhoven, heeft een verweerschrift ingediend. Hij heeft ook incidenteel beroep in cassatie ingesteld.

Het beroepschrift in cassatie en het geschrift waarbij incidenteel beroep in cassatie is ingesteld, zijn aan dit arrest gehecht en maken daarvan deel uit.

De Staatssecretaris heeft schriftelijk zijn zienswijze over het incidentele beroep naar voren gebracht.

Het middel slaagt op de gronden vermeld in rechtsoverweging 4.2 van het arrest dat de Hoge Raad vandaag heeft uitgesproken in de zaak met nummer 24/03064, ECLI:NL:HR:2026:84.

Het middel slaagt gelet op de gronden vermeld in rechtsoverweging 5.1.2 van het arrest dat de Hoge Raad vandaag heeft uitgesproken in de zaak met nummer 24/03064, ECLI:NL:HR:2026:84.

4 Slotsom

Gelet op wat hiervoor in onderdeel 2 en 3 is overwogen, kan de uitspraak van het Hof niet in stand blijven. Verwijzing moet volgen.

5 Proceskosten

5.1

Wat betreft het principale beroep in cassatie van de Staatssecretaris ziet de Hoge Raad geen aanleiding voor een veroordeling in de proceskosten.

5.2

Wat betreft het incidentele beroep in cassatie van belanghebbende zal de Staatssecretaris worden veroordeeld tot vergoeding van de kosten die belanghebbende voor het geding in cassatie heeft moeten maken. Hierbij wordt in aanmerking genomen dat de zaken met nummers 24/02855, 24/03064, 24/03065, 24/03066 en 24/03067 wat betreft de cassatieprocedure met elkaar samenhangen in de zin van het Besluit proceskosten bestuursrecht.

5.3

Door het verwijzingshof zal worden beoordeeld of aan belanghebbende voor de kosten van het geding voor het Hof en van het geding voor de Rechtbank, en in verband met de behandeling van het bezwaar een vergoeding moet worden toegekend.

6 Beslissing