Hoge Raad, 06-02-2026, ECLI:NL:HR:2026:197, 24/03066
Hoge Raad, 06-02-2026, ECLI:NL:HR:2026:197, 24/03066
Gegevens
- Instantie
- Hoge Raad
- Datum uitspraak
- 6 februari 2026
- Datum publicatie
- 6 februari 2026
- ECLI
- ECLI:NL:HR:2026:197
- Formele relaties
- In cassatie op : ECLI:NL:GHSHE:2024:2081
- Zaaknummer
- 24/03066
Inhoudsindicatie
Inkomstenbelasting/premie volksverzekeringen; art. 6.40, lid 1, aanhef en letter a, Wet IB 2001; aftrek persoonsgebonden scholingsuitgave; tijdstip betaling collegegeld na overboeking aan universiteit in het kader van aanvraag van een verblijfsvergunning met als doel studie.
Uitspraak
HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
BELASTINGKAMER
Nummer 24/03066
Datum 6 februari 2026
ARREST
in de zaak van
de STAATSSECRETARIS VAN FINANCIËN
tegen
[X] (hierna: belanghebbende)
op het beroep in cassatie tegen de uitspraak van het Gerechtshof 's-Hertogenbosch van 26 juni 2024, nr. 23/5101, op het hoger beroep van belanghebbende tegen een uitspraak van de Rechtbank Zeeland-West-Brabant (nr. BRE 21/2886) betreffende een ten aanzien van belanghebbende gegeven beschikking als bedoeld in artikel 6.2a, lid 1, Wet IB 2001.
1 Geding in cassatie
De Staatssecretaris, vertegenwoordigd door [P], heeft tegen de uitspraak van het Hof beroep in cassatie ingesteld.
Belanghebbende, vertegenwoordigd door T.G. van Laarhoven, heeft een verweerschrift ingediend. Hij heeft ook incidenteel beroep in cassatie ingesteld.
Het beroepschrift in cassatie en het geschrift waarbij incidenteel beroep in cassatie is ingesteld, zijn aan dit arrest gehecht en maken daarvan deel uit.
De Staatssecretaris heeft schriftelijk zijn zienswijze over het incidentele beroep naar voren gebracht.
2 Beoordeling van het in het principale beroep in cassatie voorgestelde middel
Het middel slaagt op de gronden vermeld in rechtsoverweging 4.2 van het arrest dat de Hoge Raad vandaag heeft uitgesproken in de zaak met nummer 24/03064, ECLI:NL:HR:2026:84.
3. Beoordeling van de in het incidentele beroep in cassatie voorgestelde middelen
De middelen slagen op de gronden vermeld in rechtsoverwegingen 5.1.2 en 5.2.2 van het arrest dat de Hoge Raad vandaag heeft uitgesproken in de zaak met nummer 24/03064, ECLI:NL:HR:2026:84.
4 Slotsom
Gelet op wat hiervoor in onderdeel 2 en 3 is overwogen, kan de uitspraak van het Hof niet in stand blijven. Verwijzing moet volgen.