Hoge Raad, 06-02-2026, ECLI:NL:HR:2026:198, 24/03067
Hoge Raad, 06-02-2026, ECLI:NL:HR:2026:198, 24/03067
Gegevens
- Instantie
- Hoge Raad
- Datum uitspraak
- 6 februari 2026
- Datum publicatie
- 6 februari 2026
- ECLI
- ECLI:NL:HR:2026:198
- Formele relaties
- In cassatie op : ECLI:NL:GHSHE:2024:2084
- Zaaknummer
- 24/03067
Inhoudsindicatie
Inkomstenbelasting/premie volksverzekeringen; art. 6.40, lid 1, aanhef en letter a, Wet IB 2001; aftrek persoonsgebonden scholingsuitgave; tijdstip betaling collegegeld na overboeking aan universiteit in het kader van aanvraag van een verblijfsvergunning met als doel studie.
Uitspraak
HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
BELASTINGKAMER
Nummer 24/03067
Datum 6 februari 2026
ARREST
in de zaak van
de STAATSSECRETARIS VAN FINANCIËN
tegen
[X] (hierna: belanghebbende)
op het beroep in cassatie tegen de uitspraak van het Gerechtshof 's-Hertogenbosch van 26 juni 2024, nr. 23/5131, op het hoger beroep van belanghebbende tegen een uitspraak van de Rechtbank Zeeland-West-Brabant (nr. BRE 22/4313) betreffende een ten aanzien van belanghebbende gegeven beschikking als bedoeld in artikel 6.2a, lid 1, Wet IB 2001.
1 Geding in cassatie
De Staatssecretaris, vertegenwoordigd door [P] , heeft tegen de uitspraak van het Hof beroep in cassatie ingesteld.
Belanghebbende, vertegenwoordigd door T.G. van Laarhoven, heeft een verweerschrift ingediend. Hij heeft ook incidenteel beroep in cassatie ingesteld.
Het beroepschrift in cassatie en het geschrift waarbij incidenteel beroep in cassatie is ingesteld, zijn aan dit arrest gehecht en maken daarvan deel uit.
De Staatssecretaris heeft schriftelijk zijn zienswijze over het incidentele beroep naar voren gebracht.
Het middel slaagt op de gronden vermeld in rechtsoverweging 4.2 van het arrest dat de Hoge Raad vandaag heeft uitgesproken in de zaak met nummer 24/03064, ECLI:NL:HR:2026:84.
De middelen slagen op de gronden vermeld in rechtsoverwegingen 5.1.2 en 5.2.2 van het arrest dat de Hoge Raad vandaag heeft uitgesproken in de zaak met nummer 24/03064, ECLI:NL:HR:2026:84.
4 Slotsom
Gelet op wat hiervoor in onderdeel 2 en 3 is overwogen, kan de uitspraak van het Hof niet in stand blijven. Verwijzing moet volgen.
5 Proceskosten
Wat betreft het principale beroep in cassatie van de Staatssecretaris ziet de Hoge Raad geen aanleiding voor een veroordeling in de proceskosten.
Wat betreft het incidentele beroep in cassatie van belanghebbende zal de Staatssecretaris worden veroordeeld tot vergoeding van de kosten die belanghebbende voor het geding in cassatie heeft moeten maken. Hierbij wordt in aanmerking genomen dat de zaken met nummers 24/02855, 24/03064, 24/03065, 24/03066 en 24/03067 wat betreft de cassatieprocedure met elkaar samenhangen in de zin van het Besluit proceskosten bestuursrecht.
Door het verwijzingshof zal worden beoordeeld of aan belanghebbende voor de kosten van het geding voor het Hof en van het geding voor de Rechtbank, en in verband met de behandeling van het bezwaar een vergoeding moet worden toegekend.