Hoge Raad, 13-02-2026, ECLI:NL:HR:2026:211, 22/01409
Hoge Raad, 13-02-2026, ECLI:NL:HR:2026:211, 22/01409
Gegevens
- Instantie
- Hoge Raad
- Datum uitspraak
- 13 februari 2026
- Datum publicatie
- 13 februari 2026
- ECLI
- ECLI:NL:HR:2026:211
- Formele relaties
- In cassatie op : ECLI:NL:GHAMS:2022:909
- Zaaknummer
- 22/01409
Inhoudsindicatie
Douanerechten en omzetbelasting; posten 3305 en 3808 van de GN; tariefindeling van een vloeistof die wordt gebruikt om luizen en neten in hoofdhaar door middel van verstikking te bestrijden; haarverzorgingsmiddel; insectendodend middel.
Uitspraak
HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
BELASTINGKAMER
Nummer 22/01409
Datum 13 februari 2026
ARREST
in de zaak van
[X] B.V. (hierna: belanghebbende)
tegen
de STAATSSECRETARIS VAN FINANCIËN
op het beroep in cassatie tegen de uitspraak van het Gerechtshof Amsterdam van 8 maart 2022, nr. 20/005311, op het hoger beroep van belanghebbende tegen een uitspraak van de Rechtbank Noord-Holland (nr. HAA 18/1767) betreffende aan belanghebbende uitgereikte uitnodigingen tot betaling van douanerechten en omzetbelasting, en de daarbij gegeven beschikking inzake rente op achterstallen.
1 Geding in cassatie
Belanghebbende, vertegenwoordigd door J.A. Biermasz, A. Wolkers en F. Taptik, heeft tegen de uitspraak van het Hof beroep in cassatie ingesteld. Het beroepschrift in cassatie is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
De Staatssecretaris, vertegenwoordigd door [P] , heeft een verweerschrift ingediend.
Belanghebbende heeft een conclusie van repliek ingediend.
2 Uitgangspunten in cassatie
In de periode 30 januari 2014 tot en met 23 juni 2016 heeft belanghebbende douaneaangiften gedaan voor het brengen in het vrije verkeer van goederen die volgens deze aangiften moeten worden ingedeeld onder post 3305 van de Gecombineerde Nomenclatuur (tekst van 1 januari 2014 tot en met 31 december 20162; hierna: de GN). Post 3305 van de GN ziet volgens de Nederlandse taalversie op “haarverzorgingsmiddelen”. In de aangiften is postonderverdeling 3305 90 00 van de GN opgegeven met een bijbehorend tarief van douanerechten van nul procent.
De hiervoor bedoelde goederen betreffen een kleurloze heldere vloeistof in een plastic flesje (100 ml), verpakt in een doosje, dat is bestemd om luizen en neten in hoofdharen van mensen te bestrijden (hierna: het product). De vloeistof bestaat voor ten minste 99 procent uit dimeticon (polydimethylsiloxaan). Daarnaast bestaat de vloeistof voor maximaal 0,25 procent uit tocopheryl acetate (vitamine E), voor maximaal 0,25 procent uit prunus armeniaca (abrikoospitolie) en voor maximaal 0,25 procent uit prunus dulcis (amandelolie).
Het product wordt aangeprezen als een niet-chemische methode om hoofdluizen en neten te bestrijden. De vloeistof moet op droog haar worden aangebracht en ongeveer vijftien minuten inwerken. De aanwezige hoofdluizen en neten raken door de stof dimeticon (polydimethylsiloxaan) afgesloten van zuurstof en daardoor verstikt. Daarna moeten de haren met een netenkam worden uitgekamd om de hoofdluizen en de neten te verwijderen.
De Inspecteur heeft zich naar aanleiding van een controle na invoer op het standpunt gesteld dat het product als insectendodend middel als vermeld in post 3808 van de GN moet worden aangemerkt, en heeft het product ingedeeld in postonderverdeling 3808 91 90 van de GN met een bijhorend tarief van 6 procent. Op die grond zijn van belanghebbende de méér verschuldigde douanerechten en omzetbelasting nagevorderd.
De Rechtbank heeft geoordeeld dat het product niet met toepassing van algemene indelingsregel 1 van de GN kan worden ingedeeld onder post 3305 van de GN omdat het geen haarverzorgingsproduct als bedoeld in deze tariefpost is. Zij heeft het product met toepassing van algemene indelingsregel 1 ingedeeld onder post 3808 van de GN omdat het product is gericht op het doden van luizen en neten.
3 De oordelen van het Hof
Voor het Hof was in geschil of het product moet worden ingedeeld in postonderverdeling 3305 90 00 van de GN (standpunt belanghebbende) of in postonderverdeling 3808 91 90 van de GN (standpunt Inspecteur).
Het Hof heeft in de eerste plaats geoordeeld dat het product op grond van algemene indelingsregel 1 van de GN vatbaar is voor indeling onder post 3305 van de GN. Daartoe heeft het Hof overwogen dat in de authentieke Engelse en Franse taalversies van het Geharmoniseerde Systeem inzake de omschrijving en de codering van goederen3 (hierna: het GS) wordt gesproken over “preparaat voor gebruik op het haar”, respectievelijk “preparaten voor het haar”. Het staat vast dat het product uitsluitend is bestemd om op het haar te worden aangebracht teneinde luizen en neten te doden. Uitgaande van de hiervoor weergegeven bewoordingen van het GS kan het product naar het oordeel van het Hof met toepassing van indelingsregel 1 onder post 3305 van de GN worden ingedeeld. De omstandigheid dat de Nederlandse vertaling van het GSde term haarverzorgingsmiddelen gebruikt, staat volgens het Hof niet aan dit oordeel in de weg. Zo voor indeling onder post 3305 van de GN al vereist zou zijn dat het een verzorgend haarproduct betreft, is het Hof van oordeel dat het doden van in of op het haar aanwezige luizen en neten kan worden aangemerkt als ‘haarverzorging’.
In de tweede plaats heeft het Hof geoordeeld dat het product met toepassing van algemene indelingsregel 1 van de GN ook vatbaar is voor indeling onder post 3808 van de GN. Het standpunt van belanghebbende dat in de authentieke Engelse en Franse taalversie van het GS wordt gesproken over insecticides en niet over insectendodende middelen en een product daarom giftige stoffen moet bevatten om te kunnen worden ingedeeld onder post 3808 van de GN, heeft het Hof verworpen. Uit de toelichting van de Werelddouaneorganisatie (hierna: de WDO) op post 38.08 van het GS volgt naar het oordeel van het Hof dat onder die post een breed scala aan producten valt en dat deze producten het beoogde (dodelijke) resultaat bereiken “by nerve poisoning, by stomach poisoning, by asphyxiation or by odour, etc.”. De afwezigheid van gifstoffen staat daarom niet in de weg aan indeling onder post 3808 van de GN, aldus het Hof.
Omdat het product met toepassing van algemene indelingsregel 1 van de GN onder twee posten van de GN kan worden ingedeeld, is het Hof vervolgens aan toepassing van algemene indelingsregel 3 van de GN toegekomen. Volgens algemene indelingsregel 3a van de GN heeft de post met de meest specifieke omschrijving voorrang boven posten met een meer algemene strekking. Bij vergelijking van de bewoordingen van post 3305 van de GN met de bewoordingen van post 3808 van de GN kan volgens het Hof niet worden gezegd dat de omschrijving van de ene post meer specifiek is dan die van de andere post. Post 3305 van de GN onderscheidt zich weliswaar van post 3808 van de GN doordat in de eerstgenoemde post is vermeld waar het product dient te worden toegepast (in het haar/op het hoofd), maar daar staat tegenover dat in laatstgenoemde post tot uitdrukking is gebracht met welk oogmerk het product wordt toegepast (het doden van insecten), aldus het Hof.
Omdat de beide in aanmerking komende posten betrekking hebben op het gehele product en niet slechts op een samenstellend deel daarvan, wordt niet toegekomen aan toepassing van algemene indelingsregel 3b van de GN, aldus het Hof. Bij deze stand van het geding moet het product naar het oordeel van het Hof met toepassing van algemene indelingsregel 3c van de GN worden ingedeeld onder de post die in volgorde van nummering het laatst is geplaatst, in dit geval dus onder post 3808 van de GN.
Aan het oordeel dat het product onder post 3808 van de GN moet worden ingedeeld, staat volgens het Hof niet in de weg het indelingsadvies 3305.10/2 van de WDO, waarbij een luizenshampoo met gifstoffen is ingedeeld onder post 33.05 van het GS, reeds omdat de vloeistof niet een shampoo is. Volgens het Hof vindt deze tarifering haar verklaring in de toelichting van de WDO op post 33.05 van het GS, waarin – uitsluitend met betrekking tot shampoos – is vermeld:
“All these shampoos may contain subsidiary pharmaceutical or disinfectant constituents, even if they have therapeutic or prophylactic properties (see Note 1 (e) to Chapter 30).”
Het Hof heeft verder gewezen op de indelingsadviezen 3808.91/2 en 3808.91/3 van de WDO waarin luizenlotions zijn ingedeeld onder post 38.08 van het GS. In deze indelingsadviezen kan steun worden gevonden voor het oordeel dat het product onder post 3808 van de GN moet worden ingedeeld, aldus het Hof.