Hoge Raad, 13-02-2026, ECLI:NL:HR:2026:246, 25/00147
Hoge Raad, 13-02-2026, ECLI:NL:HR:2026:246, 25/00147
Gegevens
- Instantie
- Hoge Raad
- Datum uitspraak
- 13 februari 2026
- Datum publicatie
- 13 februari 2026
- ECLI
- ECLI:NL:HR:2026:246
- Formele relaties
- In cassatie op : ECLI:NL:GHAMS:2024:3554
- Conclusie: ECLI:NL:PHR:2025:1239
- Zaaknummer
- 25/00147
Inhoudsindicatie
Loonbelasting; artikel 31a, lid 2, letter e en lid 7 (tekst 2019) Wet LB 1964; artikel XIV Belastingplan 2019; artikel 10ec UBLB; artikel 10ea, lid 1, UBLB, artikel 10ei, lid 1, UBLB , artikel 1 EP EVRM; artikel 1 van het Twaalfde Protocol bij het EVRM; artikel 26 IVBPR. Proefprocedures. Verkorting van de maximale looptijd van de 30%-regeling, ook in gevallen waarin eerder een 30%-beschikking met langere looptijd is gegeven. Zorgvuldigheidsbeginsel, rechtszekerheidsbeginsel, evenredigheidsbeginsel en gelijkheidsbeginsel. Staat looptijd 30 %-regeling onherroepelijk vast als geen bezwaar is gemaakt tegen beschikking?
Uitspraak
HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
BELASTINGKAMER
Nummer 25/00147
Datum 13 februari 2026
ARREST
in de zaak van
[X5] (hierna: belanghebbende)
tegen
de STAATSSECRETARIS VAN FINANCIËN
op het beroep in cassatie tegen de uitspraak van het Gerechtshof Amsterdam van 3 december 2024, nrs. 24/3123 tot en met 24/31261, op het hoger beroep van belanghebbende tegen een uitspraak van de Rechtbank Noord-Holland (nrs. HAA 21/5200 tot en met HAA 21/5202 en HAA 24/81), betreffende de inhouding van loonbelasting over de tijdvakken april, mei, juni en juli 2021.
1 Geding in cassatie
Belanghebbende, vertegenwoordigd door D.R. Hauser en M. van den Beucken, heeft tegen de uitspraak van het Hof beroep in cassatie ingesteld. Het beroepschrift in cassatie is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
De Staatssecretaris, vertegenwoordigd door [P], heeft een verweerschrift ingediend.
De Advocaat-Generaal M.R.T. Pauwels heeft op 14 november 2025 geconcludeerd tot ongegrondverklaring van het beroep in cassatie.2
2 Beoordeling van het middel
Het middel faalt op de gronden die zijn vermeld in het arrest dat de Hoge Raad vandaag heeft uitgesproken in de zaak met nummer 25/00146, ECLI:NL:HR:2026:124.
3 Proceskosten
De Hoge Raad ziet geen aanleiding voor een veroordeling in de proceskosten.