Hoge Raad, 27-02-2026, ECLI:NL:HR:2026:309, 24/00870
Hoge Raad, 27-02-2026, ECLI:NL:HR:2026:309, 24/00870
Gegevens
- Instantie
- Hoge Raad
- Datum uitspraak
- 27 februari 2026
- Datum publicatie
- 27 februari 2026
- ECLI
- ECLI:NL:HR:2026:309
- Formele relaties
- In cassatie op : ECLI:NL:GHARL:2024:773
- Zaaknummer
- 24/00870
Inhoudsindicatie
HR: 81.1 RO.
Uitspraak
HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
BELASTINGKAMER
Nummer 24/00870
Datum 27 februari 2026
ARREST
in de zaak van
[X] N.V. (hierna: belanghebbende)
tegen
de STAATSSECRETARIS VAN FINANCIËN
op het beroep in cassatie tegen de uitspraak van het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden van 30 januari 2024, nrs. BK-ARN 21/866 en 21/8671, op het hoger beroep van de Inspecteur tegen een uitspraak van de Rechtbank Gelderland (nrs. AWB 18/2955 en 18/2956) betreffende de aan belanghebbende voor het jaar 2014 opgelegde aanslag in de vennootschapsbelasting, een aan belanghebbende over het jaar 2014 opgelegde navorderingsaanslag in de vennootschapsbelasting en de daarbij gegeven beschikkingen inzake belastingrente.
1 Geding in cassatie
Belanghebbende, vertegenwoordigd door G.J.M.E. de Bont en C.J.M. Perraud, heeft tegen de uitspraak van het Hof beroep in cassatie ingesteld.
De Staatssecretaris, vertegenwoordigd door [P], heeft een verweerschrift ingediend.
2 Beoordeling van het middel
De Hoge Raad heeft de klachten over de uitspraak van het Hof beoordeeld. De uitkomst hiervan is dat deze klachten niet kunnen leiden tot vernietiging van die uitspraak. De Hoge Raad hoeft niet te motiveren waarom hij tot dit oordeel is gekomen. Bij de beoordeling van deze klachten is het namelijk niet nodig om antwoord te geven op vragen die van belang zijn voor de eenheid of de ontwikkeling van het recht (zie artikel 81, lid 1, van de Wet op de rechterlijke organisatie).
3 Proceskosten
De Hoge Raad ziet geen aanleiding voor een veroordeling in de proceskosten.