Home

Hoge Raad, 27-02-2026, ECLI:NL:HR:2026:313, 24/00875

Hoge Raad, 27-02-2026, ECLI:NL:HR:2026:313, 24/00875

Gegevens

Instantie
Hoge Raad
Datum uitspraak
27 februari 2026
Datum publicatie
27 februari 2026
ECLI
ECLI:NL:HR:2026:313
Formele relaties
Zaaknummer
24/00875

Inhoudsindicatie

HR: 81.1 RO.

Uitspraak

HOGE RAAD DER NEDERLANDEN

BELASTINGKAMER

Nummer 24/00875

Datum 27 februari 2026

ARREST

in de zaak van

[X] N.V. (hierna: belanghebbende)

tegen

de STAATSSECRETARIS VAN FINANCIËN

op het beroep in cassatie tegen de uitspraak van het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden van 30 januari 2024, nrs. BK-ARN 21/864 en 21/8651, op het hoger beroep van de Inspecteur tegen een uitspraak van de Rechtbank Gelderland (nrs. AWB 18/2953 en 18/2954) betreffende de aan belanghebbende voor het jaar 2014 opgelegde aanslag in de vennootschapsbelasting, een aan belanghebbende over het jaar 2014 opgelegde navorderingsaanslag in de vennootschapsbelasting en de daarbij gegeven beschikkingen inzake belastingrente.

1 Geding in cassatie

Belanghebbende, vertegenwoordigd door G.J.M.E. de Bont en C.J.M. Perraud, heeft tegen de uitspraak van het Hof beroep in cassatie ingesteld.

De Staatssecretaris, vertegenwoordigd door [P], heeft een verweerschrift ingediend.

2 Beoordeling van het middel

De Hoge Raad heeft de klachten over de uitspraak van het Hof beoordeeld. De uitkomst hiervan is dat deze klachten niet kunnen leiden tot vernietiging van die uitspraak. De Hoge Raad hoeft niet te motiveren waarom hij tot dit oordeel is gekomen. Bij de beoordeling van deze klachten is het namelijk niet nodig om antwoord te geven op vragen die van belang zijn voor de eenheid of de ontwikkeling van het recht (zie artikel 81, lid 1, van de Wet op de rechterlijke organisatie).

3 Proceskosten

De Hoge Raad ziet geen aanleiding voor een veroordeling in de proceskosten.

4 Beslissing