Home

Hoge Raad, 13-03-2026, ECLI:NL:HR:2026:404, 24/01009

Hoge Raad, 13-03-2026, ECLI:NL:HR:2026:404, 24/01009

Gegevens

Instantie
Hoge Raad
Datum uitspraak
13 maart 2026
Datum publicatie
13 maart 2026
ECLI
ECLI:NL:HR:2026:404
Formele relaties
Zaaknummer
24/01009

Inhoudsindicatie

BOBOG; netto-inkomen belanghebbende bedraagt minder dan 95 procent van de in dit geval relevante maximale bijstandsnorm voor een alleenstaande tot de AOW-gerechtigde leeftijd.

Uitspraak

HOGE RAAD DER NEDERLANDEN

BELASTINGKAMER

Nummer 24/01009

Datum 13 maart 2026

ARREST

in de zaak van

[X] (hierna: belanghebbende)

tegen

de STAATSSECRETARIS VAN FINANCIËN

op het beroep in cassatie tegen de uitspraak van de voorzieningenrechter van het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden van 12 maart 2024, nrs. BK-ARN 24/309, 24/310, 24/311 en 24/3121, op het verzoek van belanghebbende tot het treffen van een voorlopige voorziening en het hoger beroep van belanghebbende tegen een uitspraak van de Rechtbank Gelderland (nrs. AWB 22/3247, 22/3249 en 22/3251).

1 Geding in cassatie

Belanghebbende heeft tegen de uitspraak van het Hof beroep in cassatie ingesteld.

De Staatssecretaris, vertegenwoordigd door [P], heeft een verweerschrift ingediend.

Belanghebbende heeft een conclusie van repliek ingediend.

2 De heffing van griffierecht in cassatie

2.1

Belanghebbende heeft een beroep op betalingsonmacht gedaan met betrekking tot het voor de cassatieprocedure verschuldigde griffierecht. De griffier van de Hoge Raad heeft naar aanleiding daarvan informatie bij belanghebbende ingewonnen, en heeft in de verstrekte informatie geen aanleiding gezien van heffing van griffierecht af te zien. Belanghebbende heeft het griffierecht onder protest betaald.

2.2

De Hoge Raad is van oordeel dat de griffier terecht geen aanleiding heeft gezien van heffing van griffierecht af te zien. Op grond van de door belanghebbende overgelegde documenten acht de Hoge Raad namelijk niet aannemelijk dat zijn maandelijkse netto-inkomen in de hier van belang zijnde periode minder bedraagt dan 95 procent van de in dit geval relevante (maximale) bijstandsnorm voor een alleenstaande tot de AOW-gerechtigde leeftijd.2

3 Beoordeling van de klachten

De Hoge Raad heeft de klachten over de uitspraak van het Hof beoordeeld. De uitkomst hiervan is dat ook deze klachten niet kunnen leiden tot vernietiging van die uitspraak. De Hoge Raad hoeft niet te motiveren waarom hij tot dit oordeel is gekomen. Bij de beoordeling van deze klachten is het namelijk niet nodig om antwoord te geven op vragen die van belang zijn voor de eenheid of de ontwikkeling van het recht (zie artikel 81, lid 1, van de Wet op de rechterlijke organisatie).

4 Proceskosten

5 Beslissing