Home

Hoge Raad, 13-03-2026, ECLI:NL:HR:2026:408, 24/00262

Hoge Raad, 13-03-2026, ECLI:NL:HR:2026:408, 24/00262

Gegevens

Instantie
Hoge Raad
Datum uitspraak
13 maart 2026
Datum publicatie
13 maart 2026
ECLI
ECLI:NL:HR:2026:408
Formele relaties
Zaaknummer
24/00262

Inhoudsindicatie

Omzetbelasting; art. 9 Wet OB; posten a.1, letter c, en b.14, letter d, van Tabel I behorende bij de Wet OB; toegangsprijs theatervoorstelling is inclusief een tijdens de pauze van de voorstelling verstrekt drankje; twee zelfstandige prestaties; verstrekking van het alcoholhoudende drankje belast naar het algemene omzetbelastingtarief.

Uitspraak

HOGE RAAD DER NEDERLANDEN

BELASTINGKAMER

Nummer 24/00262

Datum 13 maart 2026

ARREST

in de zaak van

de STAATSSECRETARIS VAN FINANCIËN

tegen

STICHTING [X] (hierna: belanghebbende)

op het beroep in cassatie tegen de uitspraak van het Gerechtshof Amsterdam van 19 december 2023, nrs. 23/399 en 23/4001, op het hoger beroep van belanghebbende tegen een uitspraak van de Rechtbank Noord-Holland (nrs. HAA 21/2094 en HAA 21/2095) betreffende de aan belanghebbende over de periode 1 januari 2014 tot en met 31 december 2018 opgelegde naheffingsaanslagen in de omzetbelasting en de daarbij gegeven beschikkingen inzake belastingrente.

1 Geding in cassatie

De Staatssecretaris, vertegenwoordigd door [P], heeft tegen de uitspraak van het Hof beroep in cassatie ingesteld. Het beroepschrift in cassatie is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.

Belanghebbende, vertegenwoordigd door D. Molenaar, heeft een verweerschrift ingediend.

2 Beoordeling van het middel

2.1

Het middel slaagt op de gronden die zijn vermeld in rechtsoverwegingen 4.3.1 tot en met 4.3.3 van het heden uitgesproken arrest met nummer 23/04337, ECLI:NL:HR:2026:280, waarvan een geanonimiseerd afschrift aan dit arrest is gehecht.

2.2

Gelet op hetgeen hiervoor in 2.1 is overwogen, kan de uitspraak van het Hof niet in stand blijven. Het middel voor het overige behoeft geen behandeling. De Hoge Raad kan de zaak afdoen. De in geding zijnde naheffingsaanslagen zijn terecht opgelegd en dat geldt ook voor de daarbij gegeven beschikkingen inzake belastingrente zoals door de Rechtbank nader vastgesteld. De uitspraak van de Rechtbank zal worden bevestigd.

3 Proceskosten

De Hoge Raad ziet geen aanleiding voor een veroordeling in de proceskosten.

4 Beslissing