Home

Hoge Raad, 20-03-2026, ECLI:NL:HR:2026:472, 23/05002

Hoge Raad, 20-03-2026, ECLI:NL:HR:2026:472, 23/05002

Gegevens

Instantie
Hoge Raad
Datum uitspraak
20 maart 2026
Datum publicatie
20 maart 2026
ECLI
ECLI:NL:HR:2026:472
Formele relaties
Zaaknummer
23/05002

Inhoudsindicatie

HR: 81.1 RO.

Uitspraak

HOGE RAAD DER NEDERLANDEN

BELASTINGKAMER

Nummer 23/05002

Datum 20 maart 2026

ARREST

in de zaak van

[X] (hierna: belanghebbende)

tegen

het COLLEGE VAN BURGEMEESTER EN WETHOUDERS VAN DE GEMEENTE VELDHOVEN

op het beroep in cassatie tegen de uitspraak van het Gerechtshof 's-Hertogenbosch van 8 november 2023, nr. 22/009531, op het hoger beroep van de heffingsambtenaar en het incidentele hoger beroep van belanghebbende tegen een uitspraak van de Rechtbank Oost-Brabant (nr. SHE 20/3639) betreffende een ten aanzien van belanghebbende gegeven beschikking op grond van de Wet waardering onroerende zaken voor het jaar 2020.

1 Geding in cassatie

Belanghebbende, vertegenwoordigd door G. Gieben, heeft tegen de uitspraak van het Hof beroep in cassatie ingesteld.

Het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Veldhoven, vertegenwoordigd door [P], heeft een verweerschrift ingediend.

2 Beoordeling van de middelen

De Hoge Raad heeft de klachten over de uitspraak van het Hof beoordeeld. De uitkomst hiervan is dat deze klachten niet kunnen leiden tot vernietiging van die uitspraak. De Hoge Raad hoeft niet te motiveren waarom hij tot dit oordeel is gekomen. Bij de beoordeling van deze klachten is het namelijk niet nodig om antwoord te geven op vragen die van belang zijn voor de eenheid of de ontwikkeling van het recht (zie artikel 81, lid 1, van de Wet op de rechterlijke organisatie).

3 Proceskosten

De Hoge Raad ziet geen aanleiding voor een veroordeling in de proceskosten.

4 Beslissing