Parket bij de Hoge Raad, 02-02-2016, ECLI:NL:PHR:2016:152, 15/03417
Parket bij de Hoge Raad, 02-02-2016, ECLI:NL:PHR:2016:152, 15/03417
Gegevens
- Instantie
- Parket bij de Hoge Raad
- Datum uitspraak
- 2 februari 2016
- Datum publicatie
- 29 maart 2016
- ECLI
- ECLI:NL:PHR:2016:152
- Formele relaties
- Arrest Hoge Raad: ECLI:NL:HR:2016:519, Gevolgd
- Zaaknummer
- 15/03417
Inhoudsindicatie
Economische zaak. Vervolg op HR 12 juni 2011, ECLI:HR:NL:2011:BP5967. Art. 2 Diergeneesmiddelenwet (oud). HR: 81.1 RO.
Conclusie
|
Nr. 15/03417 Zitting: 2 februari 2016 |
Mr. P.C. Vegter Conclusie inzake: [verdachte] |
1. Verdachte is bij arrest van 17 februari 2015 door het Gerechtshof 's-Hertogenbosch wegens “Feitelijk leiding geven aan het door een rechtspersoon opzettelijk begaan van overtreding van en voor schrift van gesteld bij art. 2, eerste lid, van de Diergeneesmiddelenwet, meermalen gepleegd”1 veroordeeld met bepaling dat geen straf of maatregel wordt opgelegd. Voorts bevat het arrest nog enkele andere beslissingen.
2. Er bestaat samenhang tussen de onderhavige zaak en de zaak met nr. 15/03418.2 In deze zaken zal ik vandaag concluderen.
3. Namens verdachte is beroep in cassatie ingesteld. Het bestreden arrest is gewezen na verwijzing door de Hoge Raad (HR 12 juli 2011, ECLI:NL:HR:2011:BP5967, NJ 2011/567 m.nt. Mevis). Mr. R.E. Drenth, advocaat te Breda, heeft namens verdachte vier middelen van cassatie voorgesteld. Alle middelen betreffen de verwerping van verweren inzake magistrale bereiding (middel 1 gericht tegen arrest onder letter G) , noodtoestand (middel 2 gericht tegen arrest onder letter I), materiële wederrechtelijkheid (middel 3 gericht tegen arrest onder letter J)en vrijstelling voor dierenartsen (middel 4 gericht tegen arrest onder letter F)
.
4. Het Hof heeft het aan verdachte onder 1. ten laste gelegde wettig en overtuigend bewezen verklaard, met dien verstande dat:
“ [medeverdachte] op tijdstippen in de periode van 1 januari 2003 tot en met 22 november 2003 te Breda en andere plaatsen in Nederland opzettelijk een hoeveelheid hieronder nader te noemen diergeneesmiddelen die niet waren geregistreerd, heeft afgeleverd, immers heeft [medeverdachte] ,
- aan [betrokkene 1] het product Parastop en het product 4 in 1 mix en het product A.S. poeder en het product B.S. en het product W.N. Rood, alle niet zijnde een geregistreerd diergeneesmiddel, afgeleverd, en
- aan [betrokkene 2] het product Parastop en het product 4 in 1 mix en het product B.S., alle niet zijnde een geregistreerd diergeneesmiddel, afgeleverd, en
- aan [betrokkene 3] het product Parastop en het product 4 in 1 mix en het product A.S. poeder en het product B.S. en het product W.N. Rood, alle niet zijnde een geregistreerd diergeneesmiddel, afgeleverd, en
- aan [betrokkene 4] het product Parastop en het product 4 in 1 mix en het product A.S. poeder en het product B.S. en het product W.N. Rood, alle niet zijnde een geregistreerd diergeneesmiddel, afgeleverd, en
- aan [betrokkene 5] het product Parastop en het product 4 in 1 mix en het product B.S. alle niet zijnde een geregistreerd diergeneesmiddel, afgeleverd, en
- aan [betrokkene 6] het product Parastop en het product B.S. en het product W.N. Rood, alle niet zijnde een geregistreerd diergeneesmiddel, afgeleverd, en
- aan [betrokkene 7] het product Parastop en het product 4 in 1 mix en het product A.S. poeder en het product B.S. en het product W.N. Rood, alle niet zijnde een geregistreerd diergeneesmiddel, afgeleverd, en
- aan [betrokkene 8] het product Parastop en het product 4 in 1 mix en het product A.S. poeder en het product B.S. en het product W.N. Rood, alle niet zijnde een geregistreerd diergeneesmiddel, afgeleverd, en
- aan [betrokkene 9] het product Parastop, niet zijnde een geregistreerd diergeneesmiddel, afgeleverd, en
- aan [betrokkene 10] het product Parastop en het product 4 in 1 mix en het product B.S. en het product W.N. Zwart, alle niet zijnde een geregistreerd diergeneesmiddel, afgeleverd, en
- aan [betrokkene 11] het product Parastop, niet zijnde een geregistreerd diergeneesmiddel, afgeleverd, en
- aan [betrokkene 12] het product 4 in 1 mix en het product B.S., alle niet zijnde een geregistreerd diergeneesmiddel, afgeleverd,
aan welke verboden gedragingen hij, verdachte, telkens feitelijke leiding heeft gegeven.”
5. Voor de beoordeling van de middelen zijn de volgende overwegingen van het Hof (met weglating van de noten) van belang:
“F.1
Door en namens de verdachte is ter terechtzitting in hoger beroep betoogd dat verdachte dient te worden ontslagen van alle rechtsvervolging wat betreft de leveringen aan [betrokkene 7] , [betrokkene 8] , [betrokkene 10] en [betrokkene 11] , aangezien het leveren van een niet-geregistreerd, voor export gereed product aan een dierenarts niet in strijd is met artikel 2 van de Diergeneesmiddelenwet en niet strafbaar is. Daartoe is aangevoerd –zakelijk weergegeven- dat:
- het toegestaan was om ongeregistreerde diergeneesmiddelen die een andere bestemming hadden dan de Nederlandse markt, te bereiden en voorhanden te hebben;
- de onderhavige diergeneesmiddelen vallen onder de kanalisatieregeling, zodat zij op grond van de artikelen 30 en 31 van de Diergeneesmiddelenwet mogen worden afgeleverd aan dierenartsen en dierenartsen deze middelen op voorraad mogen hebben;
- de artikelen 30 en 31 van de Diergeneesmiddelenwet bepalen dat de actoren in de medische keten onderling niet te maken hebben met het verbod uit de artikelen 2 en 29 van de Diergeneesmiddelenwet;
een levering van een exportproduct aan een dierenarts de bestemming niet wijzigt, zelfs niet als men weet dat de dierenarts dit product nationaal zal inzetten, aangezien het de eigen verantwoordelijkheid van de dierenarts is om hiertoe wel of niet over te gaan.
Het hof overweegt dienaangaande als volgt.
F.2.1
Artikel 2 van de Diergeneesmiddelenwet luidde ten tijde van het bewezen verklaarde als volgt:
“1. Het is verboden een diergeneesmiddel dat niet is geregistreerd, te bereiden, voorhanden of in voorraad te hebben, af te leveren of bij dieren toe te passen.
2. Het verbod van het eerste lid geldt niet ten aanzien van:
a. diergeneesmiddelen die ten behoeve van één dier of een klein aantal dieren bereid worden of bereid zijn door een dierenarts of door een apotheker op recept van een dierenarts, voor zover het geen sera, entstoffen, biologische diagnostica of krachtens artikel 5 aangewezen substanties betreft;
b. diergeneesmiddelen, andere dan sera, entstoffen of biologische diagnostica die bereid zijn uit of met behulp van krachtens artikel 4, onderdeel d, aangewezen substanties, die worden doorgevoerd of die kennelijk bestemd zijn voor uitvoer.”
F.2.2
Artikel 2, eerste lid, van de Kanalisatieregeling diergeneesmiddelen en -gemedicineerde voeders luidde ten tijde van het bewezen verklaarde - voor zover hier van belang - als volgt:
“Als diergeneesmiddelen bedoeld in artikel 29, eerste lid, van de wet, waarop de bepalingen van hoofdstuk IV van de wet van toepassing zijn worden aangewezen; a. antimicrobiële diergeneesmiddelen;
(...)”