Rechtbank Amsterdam, 07-01-2021, ECLI:NL:RBAMS:2021:107, 13-994015-20 (promis)
Rechtbank Amsterdam, 07-01-2021, ECLI:NL:RBAMS:2021:107, 13-994015-20 (promis)
Gegevens
- Instantie
- Rechtbank Amsterdam
- Datum uitspraak
- 7 januari 2021
- Datum publicatie
- 20 januari 2021
- ECLI
- ECLI:NL:RBAMS:2021:107
- Zaaknummer
- 13-994015-20 (promis)
Inhoudsindicatie
Verdachte heeft een overtreding begaan door in strijd met de omgevingsvergunning een afvalstof te accepteren. De afvalstof is onder een onjuiste code aan verdachte afgegeven. Verdachte heeft als professionele partij onvoldoende zelfstandig onderzocht of de afvalstof onder zijn vergunning viel.
Verdachte heeft ook een oude rioolwaterzuiveringsinstallatie in gebruik genomen terwijl hij daarvoor nog geen vergunning had.
Verdachte is veroordeeld voor het feitelijke leiding geven aan deze feiten.
Beroep op overmacht/noodtoestand en ontbreken van materiële wederrechtelijkheid wordt verworpen
Uitspraak
vonnis
Parketnummer: 13-[jw.sys.1.verdachte_parketnummer] [jw.sys.1.verdachte_voornamen] [jw.sys.1.verdachte_voorv_naam]
Afdeling Publiekrecht
Teams Strafrecht
Parketnummer: 13-994015-20 (promis)
Datum uitspraak: 7 januari 2021
Vonnis van de rechtbank Amsterdam, meervoudige economische kamer voor de behandeling van strafzaken, in de zaak tegen:
[verdachte]
geboren te [geboorteplaats] op [geboortedag] 1976
ingeschreven in de Basisregistratie Personen op het adres [adres] , [woonplaats] .
1 Het onderzoek ter terechtzitting
Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting van 17 december 2020. Verdachte was bij de behandeling van zijn strafzaak aanwezig.
De rechtbank heeft kennisgenomen van de vordering van de officieren van justitie mr. M.C.A. Plantenga en mr. L. van Haeringen (hierna: de officier van justitie) en van wat verdachte en zijn raadsvrouw mr. E. Benhaim naar voren hebben gebracht.
2 Tenlastelegging
Verdachte gaf in 2016 leiding aan [medeverdachte 1] Hij wordt er – kort gezegd – van beschuldigd dat hij in die tijd in strijd met de omgevingsvergunning heeft gehandeld door de afvalstof MONG te accepteren en aanwezig te hebben. Daarnaast zou verdachte in strijd met diezelfde vergunning metingen van afvalwatermonsters hebben uitgevoerd en een oude rioolwaterzuiveringsinstallatie zonder vergunning in gebruik hebben gehad.
Een korte weergave van de tenlastelegging is hier onder weergegeven. De volledige tenlastelegging is als bijlage aan dit vonnis gevoegd.
Feit 1
[medeverdachte 1] heeft in de periode van 1 maart 2016 tot en met 31 december 2016, tezamen en in vereniging met een ander of anderen in strijd met de voorschriften verbonden aan de omgevingsvergunning
- -
-
een afvalstof (MONG) geaccepteerd die niet in de voorschriften vermeld was;
- -
-
MONG, althans afvalstoffen afkomstig van [medeverdachte 2] in de inrichting aanwezig gehad en
- -
-
metingen van (afval)watermonsters niet uitgevoerd volgens de methoden en/of eisen vermeld in bijlage 4 van de omgevingsvergunning.
Verdachte wordt ervan beschuldigd dat hij hiertoe opdracht dan wel feitelijke leiding heeft gegeven dan wel dat hij dit feit zelf samen met anderen heeft begaan.
Feit 2
[medeverdachte 1] heeft in de periode van 1 maart 2017 tot en met 25 april 2017 tezamen en in vereniging met een ander of anderen een oude rioolwaterzuiveringsinstallatie in gebruik genomen zonder daarvoor een vergunning te hebben. Verdachte wordt ervan beschuldigd dat hij hiertoe opdracht dan wel feitelijke leiding heeft gegeven dan wel dat hij dit feit zelf samen met anderen heeft begaan.
De volledige tekst van de tenlastelegging is opgenomen in een bijlage die aan dit vonnis is gehecht en geldt als hier ingevoegd.
3 Inleiding
In deze inleiding gaat de rechtbank wat nader in op de beschuldigingen die aan verdachte gemaakt worden.
Accepteren en aanwezig hebben van de afvalstof MONG (feit 1, eerste twee gedachtestreepjes)
[medeverdachte 1] (hierna [medeverdachte 1] ) uit [plaats] heeft vergunning en erkenning om met een industriële vergister dierlijke bijproducten te vergisten. Het product van deze vergisting is biogas. In 2015 is naar aanleiding van een Meld Misdaad Anoniem-melding een onderzoek gestart naar [medeverdachte 1] . Tijdens het onderzoek is onderzocht welke stoffen als inputstoffen werden gebruikt voor de vergister. Eén van de stoffen bleek een afvalstroom uit de biodiesel/glycerineproductie genaamd MONG (Matter Organic Non Glycerine) te zijn, afkomstig van het bedrijf [medeverdachte 2] (hierna: [medeverdachte 2] ). [medeverdachte 2] heeft MONG aangeboden onder de code 07.01.99 van de Europese afvalstoffenlijst, de zogenoemde Euralcode.
Het Openbaar Ministerie verwijt [medeverdachte 2] dat zij de MONG ten onrechte Euralcode 07.01.99 heeft gegeven. [medeverdachte 1] wordt verweten de MONG in strijd met de omgevingsvergunning te hebben geaccepteerd van [medeverdachte 2] omdat er een verkeerde code aan was gegeven. Verdachte zou zich daar schuldig aan hebben gemaakt als feitelijke leidinggever van [medeverdachte 1] .
Het niet volgens voorschrift 4.4.8 van de omgevingsvergunning uitvoeren van metingen van afvalwatermonsters (feit 1, derde gedachtestreepje)
In 2016 zijn door het Waterschap Vallei en Veluwe 24 steekmonsters uit de rioolpijp van de inrichting van [medeverdachte 1] de [adres 1] gehouden. Van 20 controles werd de volgende dag het corresponderende etmaalmonster opgevraagd bij [medeverdachte 1] . Uit analyse van de steekmonsters bleek dat op vijf avonden het afvalwater sterk vervuild was. Juist op die dagen was het door het bedrijf zelf verplicht te nemen etmaalmonster opvallend schoon, terwijl de sterke vervuiling zichtbaar zou moeten zijn. Hieruit ontstond het vermoeden dat er door [medeverdachte 1] buiten het monsterpunt om werd geloosd dan wel dat het etmaalmonster was gemanipuleerd.
Het zonder vergunning in gebruik nemen van een oude rioolwaterzuiverings-installatie (RWZI) (feit 2)
Op 8 maart 2017 heeft inspecteur [naam inspecteur] van Waterschap Vallei en Veluwe gezien dat een tankwagen van [medeverdachte 1] op het terrein van de voormalige RWZI aan de [adres 2] stond en met een slang verbonden was aan een van de aanwezige tanks. Nadat de vrachtwagen was losgekoppeld en weggereden bleek er een lichtbruine, naar vis ruikende substantie te liggen. Het verwijt is dat [medeverdachte 1] deze installatie gebruikt heeft terwijl zij hiervoor geen vergunning bezat.
Het Openbaar Ministerie verwijt verdachte dat hij feitelijke leiding, dan wel opdracht heeft gegeven aan [medeverdachte 1] , terwijl deze zich schuldig heeft gemaakt aan de onder 3.1, 3.2 en 3.3. genoemde overtredingen.