Rechtbank Amsterdam, 24-07-2025, ECLI:NL:RBAMS:2025:5442, 13-156571-25 (tussenuitspraak)
Rechtbank Amsterdam, 24-07-2025, ECLI:NL:RBAMS:2025:5442, 13-156571-25 (tussenuitspraak)
Gegevens
- Instantie
- Rechtbank Amsterdam
- Datum uitspraak
- 24 juli 2025
- Datum publicatie
- 31 juli 2025
- ECLI
- ECLI:NL:RBAMS:2025:5442
- Zaaknummer
- 13-156571-25 (tussenuitspraak)
Inhoudsindicatie
Executie-EAB Polen. Tussenuitspraak. Artikel 9 OLW: ne bis in idem. Rechtbank heropent onderzoek om nadere vragen te stellen aan de uitvaardigende justitiële autoriteit.
Uitspraak
Parketnummer: 13-156571-25
Datum uitspraak: 24 juli 2025 (bij vervroeging)
TUSSEN-UITSPRAAK
op de vordering van 23 mei 2025 van de officier van justitie bij deze rechtbank tot het in behandeling nemen van een Europees aanhoudingsbevel (EAB).1
Dit EAB is uitgevaardigd op 25 april 2025 door the Provincial Court in Radom, Polen (hierna: de uitvaardigende justitiële autoriteit) en strekt tot de aanhouding en overlevering van:
[opgeëiste persoon] ,
geboren in [geboorteplaats] (Polen) op [geboortedag] 1985,
ingeschreven in de Basisregistratie Personen op het adres:
[adres] ,
hierna ‘de opgeëiste persoon’.
1 Procesgang
De behandeling van het EAB heeft plaatsgevonden op de zitting van 17 juli 2025, in aanwezigheid van mr. W.L.M. van Poll, officier van justitie. De opgeëiste persoon is verschenen en is bijgestaan door zijn raadsman mr. D.W.H.M. Wolters, advocaat in Hoofddorp en door een tolk in de Poolse taal.
De rechtbank heeft de termijn waarbinnen zij op grond van de Overleveringswet (OLW) uitspraak moet doen over de verzochte overlevering met 30 dagen verlengd.2
Tevens heeft de rechtbank voor sluiting van het onderzoek ter zitting de gevangenhouding bevolen met gelijktijdige schorsing van dat bevel tot aan de uitspraak.
2 Identiteit van de opgeëiste persoon
Ter zitting heeft de opgeëiste persoon verklaard dat de bovenvermelde persoonsgegevens juist zijn en dat hij de Poolse nationaliteit heeft.
3 Grondslag en inhoud van het EAB
Het EAB vermeldt twee onherroepelijke vonnissen:
1. the Judgment of the Provincial Court in Radom dated 8 February 2023 in the case II K 98/21, varied by the judgment of the Court of Appeals in Lublin dated 6 September 2023 in the case II AKa 139/23;
2. the Judgment of the District Court in Radom dated 10 March 2016 in the case VIII K 236/15.
Het vonnis van the Provincial Court in Radom ( II K 98/21 )
De overlevering wordt verzocht ten behoeve van de tenuitvoerlegging van een vrijheidsstraf voor de duur van 5 jaar, door de opgeëiste persoon te ondergaan op het grondgebied van de uitvaardigende lidstaat. Van deze straf resteren volgens het EAB nog 3 jaren, 11 maanden en 8 dagen. De vrijheidsstraf is aan de opgeëiste persoon opgelegd bij dit vonnis.
Dit vonnis betreft de feiten zoals die zijn omschreven in het EAB.3
Standpunt van de raadsman
De raadsman heeft bepleit dat het in het EAB vermelde strafrestant onjuist is, omdat de opgeëiste persoon in deze zaak eerder in overleveringsdetentie heeft gezeten. Het betrof toen een vervolgings-EAB waarvoor de overlevering aan Polen op enig moment is toegestaan. In het op dit moment voorliggende executie-EAB wordt daarmee, gezien het in het EAB vermelde resterende deel van de straf, geen rekening gehouden. Ter onderbouwing heeft de raadsman per e-mail op 22 juni 2025 een Poolse detentieverklaring overgelegd.
Standpunt van de officier van justitie
De officier van justitie heeft geen standpunt ingenomen.
Oordeel van de rechtbank
De rechtbank stelt vast dat zij niet bevoegd is om een oordeel te geven over de resterende duur van de vrijheidsstraf. Er staat niet ter discussie dat na aftrek van de overleveringsdetentie nog een strafgedeelte valt te executeren. Het betreft een executie-aangelegenheid die niet aan overlevering in de weg staat. De rechtbank gaat er, gelet op het vertrouwensbeginsel, vanuit dat de Poolse autoriteiten zich houden aan de uit het Kaderbesluit voortvloeiende verplichtingen en dat de tijd die de opgeëiste persoon ter zake van de onderhavige zaak in overleveringsdetentie heeft doorgebracht op de opgelegde straf in mindering zal worden gebracht.
Het vonnis van the District Court in Radom ( VIII K 236/15 )
De overlevering wordt verzocht ten behoeve van de tenuitvoerlegging van een vrijheidsstraf voor de duur van 2 jaar en 2 maanden, door de opgeëiste persoon te ondergaan op het grondgebied van de uitvaardigende lidstaat. Van deze straf resteren volgens het EAB nog 2 jaren, 1 maand en 26 dagen. De vrijheidsstraf is aan de opgeëiste persoon opgelegd bij dit vonnis.
Dit vonnis betreft de feiten zoals die zijn omschreven in het EAB.4