Rechtbank Amsterdam, 03-06-2025, ECLI:NL:RBAMS:2025:7960, 13/133251-23 (Promis)
Rechtbank Amsterdam, 03-06-2025, ECLI:NL:RBAMS:2025:7960, 13/133251-23 (Promis)
Gegevens
- Instantie
- Rechtbank Amsterdam
- Datum uitspraak
- 3 juni 2025
- Datum publicatie
- 29 oktober 2025
- ECLI
- ECLI:NL:RBAMS:2025:7960
- Zaaknummer
- 13/133251-23 (Promis)
Inhoudsindicatie
Veroordeling voor overtredingen van de Opiumwet en de Geneesmiddelenwet en witwassen.
Uitspraak
vonnis
Afdeling Publiekrecht
Teams Strafrecht
Parketnummer: 13/133251-23
Datum uitspraak: 3 juni 2025
Vonnis van de rechtbank Amsterdam, meervoudige kamer voor de behandeling van strafzaken, in de zaak tegen:
[de verdachte] ,
geboren te [geboorteplaats] op [geboortedag] 1990,
wonende op het adres [verblijfadres] .
1 Het onderzoek ter terechtzitting
Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting van 13 mei 2025.
De rechtbank heeft kennisgenomen van de vordering van de officier van justitie, mr. A. Kerkhoff, en van wat verdachte en zijn raadsvrouw, mr. S. Pijl, advocaat te Amsterdam, naar voren hebben gebracht.
2 Tenlastelegging
Aan verdachte is, zoals op de zitting nader is omschreven - kort gezegd - ten laste gelegd dat hij zich schuldig heeft gemaakt aan
1. medeplegen van) het in voorraad hebben van en/of handelen in in totaal ongeveer 290 kilo ketamine en daarmee overtreding van artikel 40 lid 2 Geneesmiddelenwet en/of 38 lid 1 Geneesmiddelenwet (cumulatief/alternatief ten laste gelegd);
2. ( medeplegen van) handelen in, althans aanwezig hebben van 586 gram MDMA en ongeveer 32 kilogram van een stof bekend als ‘roze cocaïne’;
3. ( medeplegen van) (eenvoudig) witwassen van (contante) geldbedragen van in totaal ongeveer € 230.000,-;
4. gebruikmaken van twee valse facturen (valsheid in geschrift).
De volledige tekst van de tenlastelegging is opgenomen in bijlage I bij dit vonnis.
3 Waardering van het bewijs
Standpunt van het Openbaar Ministerie
De officier van justitie heeft zich op het standpunt gesteld dat alle tenlastegelegde feiten kunnen worden bewezen. Ten aanzien van feit 1 kan het eerste cumulatief/alternatief ten laste gelegde (de overtreding van artikel 40 lid 2 Geneesmiddelenwet) echter niet worden bewezen. Ten aanzien van feit 3 kan bovendien niet worden vastgesteld dat de Rolex criminele herkomst heeft, aangezien deze door de vader van verdachte is aangeschaft. Daarom dient met betrekking tot deze onderdelen vrijspraak te volgen.
Standpunt van de verdediging
De verdediging heeft zich op het standpunt gesteld dat betrokkenheid van verdachte bij 240,4 kilo ketamine (feit 1) en 586 gram MDMA (feit 2) die zijn aangetroffen in een loods in Ter Aar, niet kan worden vastgesteld. Datzelfde geldt voor de 15 en 3,668 kilo ketamine (feit 1) die zijn aangetroffen in de Citroën Berlingo en het lab in Lijnden. Met betrekking tot de 27 en 5 kilo ‘roze cocaïne’ (feit 2) kan niet worden vastgesteld wat de samenstelling hiervan is en of deze hoeveelheden daadwerkelijk 2C-B, MDMA of een andere stof genoemd in lijst I van de Opiumwet bevatten. Tot slot kan niet worden bewezen dat verdachte het Rolex-horloge heeft witgewassen (feit 3). Verdachte moet daarom van deze (onderdelen van de) tenlastegelegde feiten worden vrijgesproken.
Met betrekking tot het bewijs van de overige (onderdelen van de) ten laste gelegde feiten heeft de verdediging geen verweer gevoerd. Verdachte heeft zich ten aanzien van het ten laste gelegde op zijn zwijgrecht beroepen.
Oordeel van de rechtbank
De rechtbank acht de tenlastegelegde feiten bewezen op grond van de in bijlage II vervatte bewijsmiddelen en de hierna volgende overwegingen. Met betrekking tot feit 1 en feit 3 komt zij wel tot partiële vrijspraken.
Partiële vrijspraken
De rechtbank is van oordeel, in lijn met het standpunt van de officier van justitie, dat de ten aanzien van feit 1 als eerste cumulatief/alternatief tenlastegelegde overtreding van artikel 40 lid 2 Geneesmiddelenwet, niet kan worden bewezen en ook dat niet kan worden bewezen dat verdachte het op de tenlastelegging genoemde Rolex-horloge heeft witgewassen (feit 3). Van deze onderdelen van de tenlastelegging zal verdachte dan ook worden vrijgesproken.
Identificatie Sky-ECC-accounts en Encrochat-adres
De rechtbank stelt allereerst vast dat verdachte (hierna ook aangeduid als: [de verdachte] ) de gebruiker is van het Sky-ECC-account (hierna: Sky-ID) [Sky-ID 1] en het Encrochat-adres [mailadres] (hierna: [Sky-ID 1] en [Encrochat-adres] ). Uit de bewijsmiddelen blijkt namelijk dat de gebruikersnamen van [Sky-ID 1] en de namen waaronder het [Encrochat-adres] bij verschillende contacten is opgeslagen, verwijzingen bevatten naar de voornaam van [de verdachte] en naar (het bedrijf van) de vader van [de verdachte] , [vader van verdachte] (hierna: [vader van verdachte] ). In beide gevallen is één van de namen (een variatie op) “ [naam 1] ”. Ook worden door de telefoon van waar het account [Encrochat-adres] wordt gebruikt, Cell-ID’s aangestraald die in de buurt liggen van adressen die met [de verdachte] in verband gebracht kunnen worden. In onderlinge samenhang bezien , ook met de chats over een verblijf in St. Tropez en de grote rechtszaak die de gebruiker van [Sky-ID 1] boven het hoofd zou hangen, oordeelt de rechtbank dat [de verdachte] de gebruiker is van [Sky-ID 1] en [Encrochat-adres] .
Daarnaast concludeert de rechtbank op grond van de bewijsmiddelen dat medeverdachte [medeverdachte] (hierna: [medeverdachte] ) de gebruiker is van Sky-ID [Sky-ID 2] en dat [vader van verdachte] de gebruiker is van Sky-ID [Sky-ID 3] .
Zaaksdossier 1 – ketaminelab Lijnden en ketamine in Citroën
De rechtbank acht bewezen dat [de verdachte] , samen met anderen, 15 en 3,668 kilo ketamine zonder registratie in voorraad heeft gehad (feit 1). De rechtbank overweegt in het bijzonder dat de ketamine is aangetroffen in een auto die op naam van [medeverdachte] stond. Ook werd ketamine aangetroffen in de loods waar de bestuurder van deze auto gestopt was. [medeverdachte] heeft na deze doorzoeking en aanhouding via Sky-ECC contact met [vader van verdachte] . In deze berichten zegt [medeverdachte] onder andere dat hij alles heeft weggehaald en bevestigt hij desgevraagd dat “die auto” op zijn naam stond. Ook wordt er gesproken over “15”, wat overeenkomt met het aantal kilo’s ketamine dat in de auto is aangetroffen en dat [medeverdachte] deze zelf heeft ingepakt. Bovendien wordt er gechat: “ging gelijk met box naar buiten” en “kunnen we geen advo sturen”, direct gevolgd door “naar box” en even later “box houd ze mond wel” en “Is toch ket”.
[de verdachte] vraagt op diezelfde dag via Sky-ECC aan [medeverdachte] of hij ‘box’ gesproken heeft. Even later stuurt hij “Ben checken man op plek”, “Zie wel een Smeris in de straat staan maar alleen” en “Haal alles weg nu”. Daarnaast blijkt uit de bewijsmiddelen dat [de verdachte] berichten stuurt over “naald”, wat blijkens het dossier een verschijningsvorm van ketamine is.
Op basis van het voorgaande concludeert de rechtbank dat [medeverdachte] met [vader van verdachte] spreekt over de op diezelfde dag in beslag genomen ketamine en dat ‘box’ wellicht een advocaat moet krijgen. De rechtbank begrijpt dat met ‘box’ de voor de ketamine aangehouden [persoon 1] wordt bedoeld. [de verdachte] stuurt berichten die gezien hun inhoud, in het bijzonder het noemen van ‘box’, ook betrekking hebben op dezelfde ketamine. Anders dan de verdediging, is de rechtbank van oordeel dat op grond van het voorgaande, in onderlinge samenhang bezien, kan worden vastgesteld dat verdachte samen met anderen wetenschap van en beschikkingsmacht had over de voornoemde aangetroffen hoeveelheden ketamine.
Zaaksdossier 2 – ketamine en MDMA in bedrijfspand Ter Aar
De rechtbank acht bewezen dat [de verdachte] en [medeverdachte] 240,4 kilo ketamine zonder registratie in voorraad (feit 1) en 586 gram MDMA (feit 2) aanwezig hebben gehad. De rechtbank overweegt als volgt. Kort na de aanhouding van [de verdachte] , neemt de vriendin van [de verdachte] , [vriendin van verdachte] , contact op met [medeverdachte] . [vriendin van verdachte] ontmoet [medeverdachte] kort daarna. [medeverdachte] ontmoet kort daarna [persoon 2] . [persoon 2] gaat vervolgens naar het bedrijfspand in Ter Aar. Daar wordt een vrachtwagen met een trailer geladen, die even later tot stilstand wordt gebracht en waarin vier ketels met ketamine worden aangetroffen. Volgens de vrachtwagenchauffeur is de lading op het laatste moment veranderd, van één naar twee pallets. Ook in de loods wordt ketamine aangetroffen en ook MDMA. De Google Pixel-telefoon die onder [medeverdachte] is aangetroffen, straalt meerdere malen aan in de buurt van het bedrijfspand in Ter Aar.
Op de Google Pixel-telefoon die onder [de verdachte] in beslag is genomen, wordt een chat aangetroffen waarin “ [naam 2] ” wordt genoemd. [naam 2] is de geadresseerde op de factuur die op de ketels ketamine is aangetroffen. Bovendien worden er vanaf voornoemde telefoon berichten gestuurd waarin wordt gesproken over “naalden” en dat alles door een scan gehaald wordt en wordt gecheckt hoe het eruit ziet. In het bedrijfspand is een x-ray (röntgen)scanner aangetroffen. Gezien dit alles stelt de rechtbank vast dat [de verdachte] (samen met anderen) ook wetenschap van en beschikkingsmacht heeft gehad over de ketamine in de trailer (afkomstig uit het bedrijfspand) en de ketamine en MDMA in het bedrijfspand.
Zaaksdossier 8 – overige ketamine
De rechtbank acht bewezen dat [de verdachte] (samen met anderen) zonder registratie 670 gram, 68 gram en 15 gram ketamine in voorraad heeft gehad en dat hij 30 kilo ketamine in voorraad heeft gehad, te koop heeft aangeboden, heeft afgeleverd en buiten het grondgebied van Nederland (namelijk naar Engeland) heeft gebracht (feit 1).
Zaaksdossier 7 – ‘roze cocaïne’
De rechtbank acht bewezen dat [de verdachte] (samen met anderen) 27 kilo ‘roze cocaïne’ aanwezig heeft gehad en hiervan 1 kilo heeft verkocht. Ook heeft [de verdachte] 5 kilo (in het Verenigd Koninkrijk) en 14,36 gram van deze ‘roze cocaïne’ aanwezig gehad (feit 2). Anders dan de verdediging is de rechtbank van oordeel dat kan worden vastgesteld dat deze 27 en 5 kilo daadwerkelijk ‘roze cocaïne’ betreft. Op grond van de bewijsmiddelen kan de rechtbank de precieze verhoudingen van verschillende stoffen in dit verdovende middel niet vaststellen. De rechtbank overweegt echter dat in de berichten die in de bewijsmiddelen zijn genoemd, in dit kader onder andere het woord ‘tusi’ wordt genoemd – een benaming van roze cocaïne – en wordt gechat dat de verkochte 1 kilo is goedgekeurd. Dat maakt dat de rechtbank wel vaststelt dat de bedoelde stof in ieder geval MDMA, 2C-B en/of een ander middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst I bevat en dat het aldus als roze cocaïne kan worden aangemerkt.
Zaaksdossier 9 – witwassen en valsheid in geschrift
De rechtbank acht ten aanzien van feit 3 bewezen dat [de verdachte] zich heeft schuldig gemaakt aan het eenvoudig witwassen van € 121.940,-. Uit de bewijsmiddelen blijkt namelijk dat [de verdachte] dit bedrag via een geldkoerier heeft ontvangen van iemand uit het Verenigd Koninkrijk voor de (hiervoor vastgestelde, illegale) verkoop van ketamine.
De rechtbank acht daarnaast bewezen dat [de verdachte] € 89.325,- en € 8.250,- heeft witgewassen. De rechtbank overweegt hiertoe in het bijzonder als volgt.
Beoordelingskader criminele herkomst
De rechtbank overweegt allereerst dat op basis van het dossier niet kan worden vastgesteld dat de € 8.250,- aan contant geld in de woning van [de verdachte] is aangetroffen en de contante stortingen van in totaal € 89.325,-, afkomstig zijn uit een nauwkeurig aangeduid misdrijf. Echter, ook als niet duidelijk is uit welk specifiek misdrijf dit geld afkomstig is, kan het bestanddeel criminele herkomst in bepaalde gevallen worden bewezen. Het gaat dan om gevallen waarbij het op grond van de feiten en omstandigheden niet anders kan dan dat in dit geval dit geld uit misdrijf afkomstig is. Als de feiten en omstandigheden in het dossier zodanig zijn dat zonder meer sprake is van een vermoeden van witwassen, mag van de verdachte worden verlangd dat hij een verklaring geeft over de legale herkomst van het geld. Zo’n verklaring moet concreet, verifieerbaar en niet op voorhand hoogst onwaarschijnlijk zijn. De omstandigheid dat zo’n verklaring van de verdachte mag worden verlangd, houdt echter niet in dat het aan de verdachte is om aannemelijk te maken dat de geldbedragen niet uit misdrijf afkomstig zijn. Als de verdachte een dergelijke verklaring heeft afgelegd, ligt het op de weg van het Openbaar Ministerie om hiernaar nader onderzoek te doen. Mede op basis van dit onderzoek moet de rechtbank beoordelen of met voldoende mate van zekerheid kan worden uitgesloten dat het geld een legale herkomst heeft. In dat geval kan het niet anders dan dat het geld uit misdrijf afkomstig is en als verdachte dat wist kan opzetwitwassen van het geld worden bewezen.
Beoordeling
De rechtbank overweegt dat de verdenking ziet op grote contante geldbedragen die ofwel in de woning zijn gevonden, ofwel op de bankrekening van [de verdachte] zijn gestort. [de verdachte] en zijn partner [vriendin van verdachte] hebben daarnaast nauwelijks geregistreerd (legaal) inkomen en ook zijn er geen grote contante opnames zichtbaar vanaf deze rekening (of de andere rekeningen van [vriendin van verdachte] ), die deze contante stortingen zouden kunnen verklaren. Bovendien verklaart de rechtbank in dit vonnis bewezen dat verdachte zich heeft beziggehouden met de ongeregistreerde handel in geneesmiddelen en drugshandel. De rechtbank is daarom van oordeel dat er sprake is van een gerechtvaardigd vermoeden van witwassen. Daarom mag van [de verdachte] worden verlangd dat hij een verklaring geeft voor de legale herkomst van de geldbedragen, die concreet, verifieerbaar en niet op voorhand hoogst onwaarschijnlijk is. [de verdachte] heeft echter geen verklaring gegeven voor de legale herkomst van het geld. Gelet hierop is er geen andere conclusie mogelijk dan dat voornoemde geldbedragen uit enig misdrijf afkomstig zijn en dat verdachte hier ook van wist.
De rechtbank acht ten aanzien van feit 4 bewezen dat [de verdachte] opzettelijk gebruik heeft gemaakt van de in de tenlastelegging genoemde valse facturen, als ware deze echt en onvervalst, door deze in de administratie van zijn eenmanszaak te (laten) inboeken.