Home

Rechtbank Amsterdam, 02-12-2025, ECLI:NL:RBAMS:2025:9504, 25-017547

Rechtbank Amsterdam, 02-12-2025, ECLI:NL:RBAMS:2025:9504, 25-017547

Gegevens

Instantie
Rechtbank Amsterdam
Datum uitspraak
2 december 2025
Datum publicatie
5 december 2025
ECLI
ECLI:NL:RBAMS:2025:9504
Zaaknummer
25-017547

Inhoudsindicatie

Verschoningsrecht advocaten. Filtering van verschoningsgerechtelijke stukken van advocaten uit de data op gegevensdragers die in het onderzoek Greenhill in beslag zijn genomen. De rechtbank oordeelt dat er voor het proces van filtering door middel van het ‘uitgrijzen’ van verschoningsgerechtelijke stukken meer waarborgen moeten komen dat het opsporingsteam van de FIOD en het OM geen kennis kunnen nemen van die stukken. Verder oordeelt de rechtbank dat er een nieuwe filtering moet plaatsvinden omdat die onvolledig is geweest.

Uitspraak

Strafrecht

Zittingsplaats Amsterdam

raadkamernummer : 25-017547

datum : 2 december 2025

beslissing van de meervoudige raadkamer op het beklag op grond van artikel 552a jo 98 van het Wetboek van Strafvordering (Sv) van:

geboortedatum en geboorteplaats onbekend,

woonplaats kiezend op het kantoor van zijn advocaten, mrs. A.B. Vissers en F.P.H.M. van der Waal, aan de [adres] ,

hierna te noemen: klager.

Procesgang

De rechtbank heeft kennisgenomen van de volgende schriftelijke stukken en de daarbij behorende bijlagen.

-

het klaagschrift dat op 4 juli 2025 ter griffie van deze rechtbank is ontvangen;

-

de aanvullende klachtgronden van 15 juli 2025;

-

het standpunt van het Openbaar Ministerie van 21 juli 2025;

-

de reactie van klager op dit standpunt van 27 augustus 2025;

-

de wederreactie van het Openbaar Ministerie van 2 september 2025;

-

het op verzoek van de rechtbank verstrekte proces-verbaal van de rechter-commissaris van 17 oktober 2025;

-

de daarbij bijgevoegde brief van de FIOD van 16 oktober 2025;

-

de reactie van klager van 29 oktober 2025;

-

het proces-verbaal van de rechter-commissaris van 31 oktober 2025 over de logbestanden;

-

de daarbij bijgevoegde brief van de FIOD van 30 oktober 2025;

-

de reactie van klager van 3 november 2025 ten behoeve van de behandeling in raadkamer op 4 november 2025;

-

het proces-verbaal van ambtshandeling (AMB- 005), overgelegd door het Openbaar Ministerie in raadkamer van 4 november 2025 en eerder overgelegde ambtshandelingen (in het bijzonder AMB-020 en AMB-003);

-

de Excel-lijst met aan Duitsland verstrekte stukken, overgelegd door de verdediging op 5 november 2025.

De rechtbank heeft op 4 november 2025 het klaagschrift in openbare raadkamer behandeld.

De rechtbank heeft klager, zijn advocaten mr. A.B. Vissers en F.P.H.M van der Waal en de officieren van justitie mr. S. Leeman en M. Lambregts (hierna samen aan te duiden als: de officier van justitie) ter zitting gehoord.

Het klaagschrift is gelijktijdig - maar niet gevoegd - in raadkamer behandeld met de klaagschriften van [klager 1] , [klager 2] , [klager 3] , [klager 4] ,

[klager 5] , [klager 6] en [klager 7] , die (grotendeels) dezelfde klachtgronden bevatten als het onderhavige. Verder is een tweede klaagschrift [klager 1] behandeld van 27 augustus 2025. Op deze klaagschriften doet de rechtbank heden apart uitspraak.

Feiten

Klager is één van de advocaten die verdachte [verdachte] bijstaat in een onderzoek van de FIOD naar de verdenking van zogenoemd ‘dividendstrippen’, in internationale context, over de jaren 2013 tot en met 2016 (onderzoek Greenhill). [verdachte] zou als feitelijk leidinggevende van pensioenfondsen onjuiste aangiften hebben ingediend waardoor te weinig dividendbelasting is geheven.

Op 6 juni 2023 hebben doorzoekingen plaatsgevonden in de woning van verdachte [verdachte] , het kantoorpand [kantoorpand 1] en het kantoorpand van [kantoorpand 2] . Daarbij zijn diverse gegevensdragers in beslag genomen. Daarnaast heeft de ICT-beheerder van [kantoorpand 1] op vordering van de officier van justitie op grond van artikel 126ng Sv e-mailboxen en homedirectories uitgeleverd. De in beslag genomen gegevensdragers en de op vordering verkregen bestanden zijn door het Openbaar Ministerie overgedragen aan de rechter-commissaris om de data te filteren op informatie die onder het verschoningsrecht valt (hierna: geheimhouderstukken).

De rechter-commissaris is hierbij bijgestaan door een geheimhoudermedewerker van de FIOD. Aan de hand van een door de verdediging aangedragen zoektermenlijst zijn de data doorzocht. Ook is op de algemene termen ‘advocaat’ en ‘notaris’ gezocht. Op 7 februari 2024 heeft de rechter-commissaris een beslissing gewezen. De bestanden zonder ‘hit’ zijn na het onherroepelijk worden van de beslissing aan het onderzoeksteam verstrekt en de bestanden die wel een ‘hit’ op hebben opgeleverd zijn afgezonderd. Deze data zijn niet aan het onderzoeksteam verstrekt en zijn ‘uitgegrijsd’.

Op 7 mei 2025 hebben mr. [klager 2] en mr. [klager 1] op kantoor van de FIOD toegang gekregen tot de dataroom. Zij hebben na het invoeren van enkele zoektermen vastgesteld dat zich in de data in ieder geval tientallen geheimhouderstukken bevinden afkomstig van meerdere advocaten die [verdachte] bijstaan. Deze stukken bleken niet te zijn ‘uitgegrijsd’ en (gedeeltelijk) leesbaar. De raadslieden hebben bookmarks gemaakt bij deze bestanden. Uit de in juli 2025 ontvangen bookmarks werd hen duidelijk dat de aangetroffen stukken expliciet namen/termen bevatten die door de eerdere filtering zouden moeten zijn geraakt.

Vanwege vergelijkbare verdenkingen tegen [verdachte] in andere landen heeft het Openbaar Ministerie in 2023 een Joint Investigation Team (hierna: JIT) opgericht met Duitsland en Finland. Eind mei 2025 brengt een brief van de Duitse advocaat van [verdachte] aan het licht dat door de FIOD een usb-stick met een kopie van ongeschoonde data aan Duitsland is verstrekt, met een grote hoeveelheid aan geheimhouderstukken van advocaten van [verdachte] , waaronder klager. Ook is een harde schijf met daarop een kopie van de in beslaggenomen data aan Finland verstrekt. Bij het kopiëren van de data en het inladen in een andere applicatie dan de door de FIOD gebruikte applicatie FTK/Ad-lab, blijkt de filtering teniet te zijn gedaan en de eerder uitgegrijsde data weer zichtbaar te zijn geworden. Deze fout is in juni 2025 door het Openbaar Ministerie en de rechter-commissaris onderkend. Het verzoek van klager(s) om een moratorium te gelasten op toegang tot alle data is door de rechter-commissaris niet ingewilligd, omdat het Nederlandse onderzoeksteam niet beschikte over de geëxporteerde data en alleen toegang had tot de gefilterde data in FTK/Ad-Lab. Na opdracht daartoe van de officier van justitie hebben de Duitse en de Finse autoriteiten bevestigd dat de overgedragen data zijn vernietigd.

Beklag

Klager stelt zich op het standpunt dat het verschoningsrecht in ernstige mate en onherstelbaar is geschonden. Hij verzoekt de rechtbank te bepalen dat het (voortduren van het) beslag, het gebruik en de verwerking van de verschoningsgerechtigde gegevens onrechtmatig is en verzoekt de rechtbank de teruggave dan wel de vernietiging van deze gegevens te gelasten. In raadkamer is gepersisteerd bij de klachtgronden - en deelklachten - die zijn geformuleerd in het klaagschrift van 4 juli 2025:

  1. klacht tegen het voortduren van de inbeslagneming van verschoningsgerechtigd materiaal en het schoningsproces;

  2. klacht tegen 'uitgrijzen’ van dit materiaal;

  3. klacht tegen de onrechtmatige overdracht van gegevens (aan het buitenland);

  4. aanvullende klacht over het proces van schoning met het verzoek om nadere informatie daaromtrent en het verzoek tot ontvangst van logbestanden, zoals geformuleerd op 15 juli 2025.

Klager heeft in raadkamer benadrukt dat hij primair verzoekt om vernietiging van de geheimhoudergegevens omdat de waarborgen omtrent het schoningsproces en het ‘uitgrijzen’, zoals geformuleerd door de Hoge Raad, volstrekt onvoldoende zijn gebleken. Dit blijkt reeds uit het verstrekt zijn van geheimhoudersgegevens aan buitenlandse autoriteiten.

Mocht de rechtbank niet beslissen tot vernietiging, dan verzoekt klager de rechtbank vast te stellen dat sprake is van een schending van het verschoningsrecht en te bepalen dat het gebruik van de gegevens onrechtmatig is.

Klager persisteert bij het verzoek om de logbestanden en het door de rechter-commissaris op 7 februari 2024 aangekondigde proces-verbaal over de wijze waarop wordt gewaarborgd dat de ‘uitgegrijsde’ data ontoegankelijk blijven voor onbevoegden over te leggen. De ambtshandelingen, stafbrieven van de FIOD en het proces-verbaal van de rechter-commissaris van 17 oktober 2025 volstaan niet. De logbestanden zijn cruciaal omdat deze kunnen uitwijzen welke bewerkingen hebben plaatsgevonden in de dataset en wie inzage hebben gehad in enerzijds de geheimhoudergegevens die niet door de filtering zijn geraakt, en anderzijds de ongeschoonde dataset die aan het buitenland is verstrekt. Klager wil verder een bevestiging dat de door de FIOD verstrekte hardware met data door Duitsland en Finland zijn vernietigd.

Er is geen enkele waarborg dat de fout die is gemaakt bij het kopiëren en verstrekken van de data niet nogmaals wordt gemaakt. Daarom heeft klager (subsidiair) verzocht te bepalen dat bij de filtering van de inbeslaggenomen data een alternatieve ‘Rotterdamse werkwijze’ moet worden gevolgd, waarbij de originele kopie van de ongeschoonde data in een kluis bij de rechter-commissaris wordt bewaard en de dataset pas na filtering en vernietiging van geheimhoudersstukken in de applicatie FTK/Ad-Lab wordt geladen, waarbij de methode van ‘uitgrijzen’ niet nodig is. Op zijn minst zou de rechter-commissaris om toestemming moeten worden gevraagd voorafgaande aan het kopiëren van data.

Standpunt van het Openbaar Ministerie

Beoordeling

Beslissing