Home

Rechtbank Den Haag, 18-03-2021, ECLI:NL:RBDHA:2021:3776, AWB - 20 _ 4949

Rechtbank Den Haag, 18-03-2021, ECLI:NL:RBDHA:2021:3776, AWB - 20 _ 4949

Gegevens

Instantie
Rechtbank Den Haag
Datum uitspraak
18 maart 2021
Datum publicatie
25 mei 2021
ECLI
ECLI:NL:RBDHA:2021:3776
Formele relaties
Zaaknummer
AWB - 20 _ 4949

Inhoudsindicatie

‘De bezwaren zijn terecht kennelijk niet-ontvankelijk verklaard. Voor de auto van eiseres is fijnstoftoeslag motorrijtuigenbelasting (mrb) verschuldigd.’

Uitspraak

Team belastingrecht

zaaknummers: SGR 20/2727, SGR 20/4949, SGR 20/5990, SGR 20/3632, SGR 21/956

(gemachtigde: drs. H.L. Cairo),

en

Procesverloop

Verweerder heeft aan eiseres over de tijdvakken 5 februari 2020 – 4 mei 2020 (zaaknummer SGR 20/2727), 5 mei 2020 – 4 augustus 2020 (zaaknummer SGR 20/4949), 5 augustus –

4 november 2020 (zaaknummer SGR 20/5990) en 5 november 2020 – 4 februari 2021 (zaaknummer SGR 21/956) rekeningen fijnstoftoeslag motorrijtuigenbelasting (mrb) verzonden (de rekeningen) van € 32 per tijdvak.

Eiseres heeft tegen de rekeningen bezwaar gemaakt. Verweerder heeft deze bezwaren kennelijk niet-ontvankelijk verklaard bij uitspraken op bezwaar van 27 februari 2020,

23 juni 2020, 15 september 2020 en 4 januari 2021.

Verweerder heeft aan eiseres over het tijdvak 5 februari 2020 – 4 mei 2020 een naheffingsaanslag fijnstoftoeslag motorrijtuigenbelasting opgelegd met dagtekening

24 maart 2020 (zaaknummer SGR 20/3632).

Tegen deze naheffingsaanslag heeft eiseres bezwaar gemaakt. Verweerder heeft bij uitspraak op bezwaar van 18 mei 2020 de naheffingsaanslag gehandhaafd.

Eiseres heeft tegen alle hiervoor vermelde uitspraken op bezwaar, beroep ingesteld.

Verweerder heeft verweerschriften ingediend.

Eiseres heeft vóór de zitting nadere stukken ingediend.

Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 18 februari 2021.

Eiseres is verschenen, bijgestaan door haar gemachtigde. Verweerder heeft zich laten vertegenwoordigen door [A]

Partijen zijn uitgenodigd voor de zaken met de nummers SGR 20/2727, SGR 20/4949 en SGR 20/5990. Ter zitting hebben partijen ermee ingestemd dat ook de zaken met de nummers SGR 21/956 en SGR 20/3632 op deze zitting worden behandeld.

Overwegingen

Feiten

1. Eiseres is vanaf 24 november 2004 houder van een motorrijtuig van het merk Volkswagen, type Golf met het kenteken [kenteken] (de auto). De datum eerste toelating van de auto is 5 februari 1990. Voor de auto is in het kentekenregister geen fijnstofuitstoot vastgelegd.

2. Voor de auto zijn op 9 mei 2019 en op 7 mei 2020 APK keuringsbewijzen afgegeven waarbij de auto is goedgekeurd tot respectievelijk 18 mei 2020 en 18 mei 2022. De keuringsbewijzen bevatten geen gegevens over de fijnstofuitstoot. In het kader van de APK keuringen zijn op 6 mei 2019 en op 25 mei 2020 roetwaardemetingen uitgevoerd waaruit roetwaarden van respectievelijk 2.33/m en 1.7/m blijken.

3. De Dienst Wegverkeer (RDW) heeft eiseres bij brief van 28 februari 2020 onder meer het volgende meegedeeld:

“Zoals u in de brief die u van de Belastingdienst heeft kunnen lezen, komt u in aanmerking voor de fijnstoftoeslag mrb omdat er geen waarde bij de uitstoot deeltjes bij uw voertuig geregistreerd is.

Roetmeting APK

(…) Met een zogenaamde capaciteitsmeter (roetmeter) kan niet bepaald worden of het voertuig meer of minder dan 0,005 gr/km uitstoot heeft. (…)”.

Geschil 4. In geschil is of de bezwaren tegen de rekeningen terecht kennelijk niet-ontvankelijk zijn verklaard. Verder is in geschil of eiseres voor de auto fijnstoftoeslag mrb verschuldigd is en de naheffingsaanslag daarom terecht is opgelegd.

5. Eiseres stelt dat zij voor de auto geen fijnstoftoeslag mrb verschuldigd is omdat geen sprake is van een vervuilende auto. De rekeningen zijn daarom ten onrechte toegezonden en de naheffingsaanslag is ten onrechte opgelegd. De bezwaren tegen de rekeningen zijn ten onrechte niet-ontvankelijk verklaard omdat zij met de keuringsrapporten en de roetwaardemetingen heeft aangetoond dat de rekeningen onjuist zijn.

6. Verweerder stelt zich op het standpunt dat geen bezwaar kan worden gemaakt tegen een rekening en dat de bezwaren tegen de rekeningen daarom terecht kennelijk niet-ontvankelijk zijn verklaard. Voorts stelt verweerder zich op het standpunt dat de auto aan de voorwaarden van artikel 23, vijfde lid, Wet op de motorrijtuigenbelasting 1994 (Wet mrb) voldoet, dat eiseres als houder derhalve fijnstoftoeslag verschuldigd is en de naheffingsaanslag daarom terecht is opgelegd.

Beoordeling van het geschil

7. Ten aanzien van de ontvankelijkheid van de bezwaren tegen de rekeningen merkt de rechtbank het volgende op. Ingevolge artikel 8:1 in samenhang met artikel 7:1 Algemene wet Bestuursrecht (Awb) staat alleen bezwaar open tegen beslissingen van een bestuursorgaan waartegen beroep open staat. Uit artikel 26 Algemene wet inzake rijksbelastingen (Awr) volgt dat in het belastingrecht alleen beroep open staat tegen een belastingaanslag, daaronder begrepen de in artikel 15 voorgeschreven verrekening, of een voor bezwaar vatbare beschikking. Van dit laatste is alleen sprake wanneer in de belastingwet een beschikking wordt aangewezen als voor bezwaar vatbaar. Op grond van het tweede lid van artikel 26 van de Awr wordt de voldoening op aangifte van belasting voor de mogelijkheid van beroep gelijk gesteld met een voor bezwaar vatbare beschikking. Aangezien eiseres de verschuldigde fijnstoftoeslag mrb niet op aangiften heeft voldaan, mist artikel 26, tweede lid van de Awr toepassing. De rekeningen zijn verder geen belastingaanslag en zijn geen voor bezwaar vatbare beschikkingen. Dat betekent dat tegen de rekeningen geen beroep open staat, zodat daartegen ook geen bezwaar kan worden gemaakt. Verweerder heeft de bezwaren van eiseres tegen de rekeningen daarom terecht kennelijk niet-ontvankelijk verklaard.

8. Ten aanzien van de naheffingsaanslag fijnstoftoeslag mrb overweegt de rechtbank als volgt. Met ingang van 1 januari 2020 wordt de voor het houden van een motorrijtuig verschuldigde mrb onder omstandigheden verhoogd met de fijnstoftoeslag. Artikel 23, vierde en vijfde lid, Wet mrb (tekst 2020) luidt, voor zover hier van belang, als volgt:

“4 Het bedrag van de belasting, berekend overeenkomstig het eerste en tweede lid, wordt voor een personenauto met aandrijving door een kracht die wordt ontleend aan dieselolie (…) verhoogd met een fijnstoftoeslag van 19 percent van dat bedrag indien:

a. de fijnstofuitstoot meer bedraagt dan 5 milligram per kilometer (…); of

b. (…)

5 Wanneer de fijnstofuitstoot, bedoeld in het vierde lid, niet is geregistreerd in het kentekenregister en de datum eerste toelating, genoemd in het kentekenregister, is gelegen voor 1 september 2009, dan wel indien in het kentekenregister is geregistreerd dat het roetfilter is verwijderd, wordt de betreffende personenauto, behoudens tegenbewijs, voor de toepassing van dat lid geacht een fijnstofuitstoot te hebben van meer dan 5 milligram per kilometer, onderscheidenlijk 10 milligram per kilowattuur.”

9. Het is de rechtbank niet gebleken dat de auto een fijnstofuitstoot heeft van minder dan 5 milligram per kilometer. Uit de roetwaardemetingen en de APK keuringsbewijzen volgt dit niet. Verder is niet in geschil dat het motorrijtuig een datum eerste toelating heeft van voor 1 september 2009 en dat er in het register van de RDW geen fijnstofuitstoot staat geregistreerd. Dit betekent dat de auto van eiseres op grond van artikel 23, vijfde lid, Wet mrb geacht moet worden een fijnstofuitstoot te hebben die tot verschuldigdheid van fijnstoftoeslag leidt.

10. Voor de tegenbewijsregeling als bedoeld in artikel 23, vijfde lid, Wet mrb zijn in artikel 4bis van de Uitvoeringsregeling mrb nadere regels gesteld. Daaruit volgt dat eiseres alleen tegenbewijs kan leveren door bij de RDW een verzoek in te dienen tot wijziging van de gegevens inzake de fijnstofuitstoot in het kentekenregister. Anders dan eiseres stelt, is verweerder niet gehouden zelf de door eiseres verstrekte bewijsstukken te beoordelen maar kan hij uitgaan van de gegevens in het kentekenregister. Uit de brief van de RDW van

28 februari 2020 volgt dat de RDW kennelijk geen aanleiding heeft gezien de gegevens van de auto te wijzigen. Gelet hierop en hetgeen de rechtbank onder 9 heeft overwogen, is eiseres voor de auto fijnstoftoeslag verschuldigd en had zij deze op aangiften moeten voldoen. Eiseres heeft de fijnstoftoeslag mrb voor het tijdvak 5 februari 2020 – 4 mei 2020 niet betaald, zodat de naheffingsaanslag terecht is opgelegd.

11. Eiseres heeft haar stelling dat sprake is van strijd met het zorgvuldigheidsbeginsel, het gelijkheidsbeginsel, het beginsel van willekeur of het verbod op détournement de pouvoir onvoldoende geconcretiseerd. Ook anderszins is niet gebleken dat hiervan sprake is. Eiseres heeft verder gesteld dat er sprake is van een motiveringsgebrek. Ook deze stelling faalt. Verweerder is in de uitspraken op bezwaar voldoende ingegaan op hetgeen eiseres in haar bezwaren heeft aangevoerd.

12. Gelet op wat hiervoor is overwogen, dienen de beroepen ongegrond te worden verklaard.

Proceskosten

13. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

Beslissing

Rechtsmiddel