Home

Rechtbank Den Haag, 19-06-2025, ECLI:NL:RBDHA:2025:10861, AWB - 24 _ 3882

Rechtbank Den Haag, 19-06-2025, ECLI:NL:RBDHA:2025:10861, AWB - 24 _ 3882

Gegevens

Instantie
Rechtbank Den Haag
Datum uitspraak
19 juni 2025
Datum publicatie
22 juli 2025
ECLI
ECLI:NL:RBDHA:2025:10861
Zaaknummer
AWB - 24 _ 3882
Relevante informatie
Art. 3.8 Wet IB 2001, Art. 8 Wet Vpb 1969

Inhoudsindicatie

Afwaardering van investering in Crypto-tokens is terecht niet bij eiseres in aanmerking genomen. Civielrechtelijk is de investering door de dga van eiseres gedaan. Dat de dga bij verwerving van de crypto-tokens als bestuurder van eiseres of in opdracht van eiseres heeft gehandeld is niet aannemelijk. Beroep ongegrond.

Uitspraak

Team belastingrecht

zaaknummer: SGR 24/3882

(gemachtigde: mr. B.F.M. de Koning),

en

Procesverloop

Verweerder heeft aan eiseres voor het jaar 2019 een aanslag vennootschapsbelasting (Vpb) opgelegd. Daarbij is belastingrente in rekening gebracht.

Verweerder heeft bij uitspraak op bezwaar van 21 februari 2024 de aanslag gehandhaafd.

Eiseres heeft daartegen beroep ingesteld.

Verweerder heeft een verweerschrift ingediend.

Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 8 mei 2025.

Namens eiseres is de gemachtigde verschenen. Verweerder heeft zich laten vertegenwoordigen door mr. drs. [naam 1] en mr. [naam 2] .

Overwegingen

Feiten

1. Eiseres is in 2013 opgericht. Enig aandeelhouder van eiseres is [bedrijfsnaam 1] B.V. (de holding). Alle aandelen in de holding worden gehouden door [naam 3] . [naam 3] is tevens bestuurder van eiseres. Eiseres is blijkens het uittreksel van de KvK met ingang van 30 november 2022 in staat van faillissement verklaard. Het beroep is in opdracht van de curator ingesteld.

2. [naam 3] heeft ter verwerving van crypto-tokens een overeenkomst gesloten met de in de Verenigde Arabische Emiraten gevestigde vennootschap [bedrijfsnaam 2] ( [bedrijfsnaam 2] ). Tot de stukken van het geding behoort een op 29 augustus 2018 gedagtekende “Token agreement” waarin, voor zover hier van belang, het volgende is opgenomen:

The agreement

The Buyer [ [naam 3] ] and seller [ [bedrijfsnaam 2] ] represented by [B.] and [C.] is subject to conditions as describes hereunder:

1. The Buyer is purchasing SRXIO tokens for the amount of 250.000 euro.

(…)

7. After the crowd sale the tokens will be distributed to an compatible ERC20 wallet. [ [bedrijfsnaam 2] ] will then place the tokens on a secure cold wallet / ledger for you to be accessed.

The SRXIO token

The SRXIO token give you right to our premium mining service and in return, grants you the rights to a percentage of our total mined bitcoins (“gross mining revenue”) each month. As long as you are the owner of the tokens, our smart contract will transfer a portion of the gross mining revenue in Ether to your wallet each month.

When can I expect to my pay outs

Following our roadmap we will start mining in January 2019. Every last day of the month, starting in January 2019, our smart contract will distribute Ether to our token holders. As long as you are the owner of the token, our smart contract will send out a portion of the mining revenue to your ERC-20 compatible wallet each month.”

3. Op 13 september 2018 is van een bankrekening van eiseres een bedrag van € 250.000 overgeboekt naar [bedrijfsnaam 2] .

4. Tot de stukken van het geding behoort een op 16 december 2019 gedagtekende jaarrekening van eiseres voor het jaar 2018. Op de balans per 31 december 2018 is onder de rubriek Financiële vaste activa Effecten een bedrag van € 250.000 aan SRXIO Tokens opgenomen. In de toelichting op de balans is opgenomen dat gekozen is om de tokens als belegging te verwerken omdat het een belegging voor de lange termijn is. De accountant heeft zich bij zijn controleverklaring van 18 december 2019 onthouden van het geven van een oordeel over de getrouwheid van de jaarrekening.

5. Op 10 juli 2020 heeft [naam 3] particulier onderzoekers bij [bedrijfsnaam 3] B.V. verzocht om een onderzoek in te stellen naar de eigenaren en het personeel van [bedrijfsnaam 2] . Met dagtekening 30 november 2020 is van dit onderzoek een rapport opgesteld.

6. Eiseres heeft op 11 november 2020 aangifte Vpb voor het jaar 2019 gedaan naar een belastbaar bedrag van € 3.306.548. Bij het bepalen van het belastbare bedrag is ter zake van effecten een afwaardering van € 250.000 in aanmerking genomen.

7. Bij brief van 30 november 2020 heeft [naam 3] één van de onderzoekers gemachtigd om aangifte te doen van een strafbaar feit. In deze brief is, voor zover hier van belang, het volgende opgenomen:

“In mijn functie van CEO van [eiseres] wil ik aangifte doen van oplichting en verduistering van € 250.000,00 (zegge: tweehonderdenvijftigduizen euro).”

8. Op 17 december 2020 heeft [naam 3] een verzoek tot conservatoir beslag op vermogensbestanddelen van B. en C. ingediend bij de rechtbank [vestigingsplaats] . Na een vraag van de griffier van de rechtbank is een cessie-akte overgelegd van 17 december 2020 waarbij eiseres een vordering wegens onrechtmatige daad op FZ LLC overdraagt op [naam 3]

9. Op 17 februari 2021 is door de daartoe gemachtigde onderzoeker namens [naam 3] aangifte van fraude/oplichting en verduistering gedaan bij de politie. Volgens de verklaring van [naam 3] “bleek al vrij snel dat nadat ik het voornoemde bedrag had overgemaakt er niets met de toegezegde aankoop van de Crypto mining apparatuur was gedaan. Na mijn investering zou ik een Crypto mining apparaat ontvangen. Kennelijk is niet aan deze contractuele verplichting voldaan. (…)”. Er heeft geen transactie van bitcoins plaatsgevonden. De investering bleek waardeloos.

10. Bij brief van 19 april 2022 heeft verweerder [naam 3] geïnformeerd van zijn voornemen om van de door [naam 3] ingediende aangifte IB/PVV voor het jaar 2018 af te wijken. In de brief is, voor zover hier van belang, het volgende opgenomen:

“Uit mij ter beschikking staande gegevens is gebleken dat in 2018 door een B.V. waarvan u directeur/grootaandeelhouder bent, een investering in het Crypto Currency concept ten bedrag van € 250.000,= is opgenomen in het vermogen van de B.V.

Naar het oordeel van de Belastingdienst betreft het echter een investering die u in privé hebt gedaan. Daarom is de investering naar mijn oordeel volledig als winstuitdeling in box 2 belast. Ik ben daarom voornemens om het verzamelinkomen van 2018 als volgt vast te stellen.

Aangegeven verzamelinkomen € 297.758

Winstuitdeling - 250.000

Vast te stellen verzamelinkomen € 547.758”

De aanslag IB/PVV is in overeenstemming met het voornemen opgelegd. [naam 3] heeft hiertegen geen bezwaar gemaakt.

11. Met dagtekening 2 september 2023 is aan eiseres een aanslag Vpb 2019 opgelegd naar een belastbaar bedrag van € 3.556.548. Daarbij is de afwaardering van € 250.000 niet in aanmerking genomen. Bij de aanslag is een bedrag van € 12.071 aan belastingrente in rekening gebracht.

Geschil

12. In geschil is of de afwaardering van € 250.000 terecht niet in aanmerking is genomen.

13. Eiseres stelt dat de afwaardering ten onrechte niet in aanmerking is genomen. Volgens eiseres betreft de aankoop van de crypto tokens een door haar gedane zakelijke investering.

14. Verweerder stelt dat de afwaardering terecht niet in aanmerking is genomen. Volgens verweerder betreft de aankoop van de crypto tokens een privé-investering van [naam 3]

Beoordeling van het geschil

15. Naar het oordeel van de rechtbank bestaat geen aanleiding tot de onderhavige afwaardering door eiseres. De onder overweging 2. genoemde Token-agreement is door [naam 3] in privé gesloten. Dat [naam 3] bij het sluiten van deze overeenkomst als bestuurder van eiseres of in opdracht van eiseres heeft gehandeld volgt niet uit de overeenkomst noch uit andere stukken rond de tijd van de gedane investering. Civielrechtelijk is de investering door [naam 3] gedaan. Dat de betaling is gedaan vanaf een rekening van eiseres, maakt dit niet anders. De betaling door eiseres kwalificeert zoals verweerder terecht stelt als een verkapte winstuitdeling aan [naam 3] De verwerking onder “effecten” in de jaarrekening 2018 van eiseres leidt niet tot een ander oordeel. Gelet op de tekst van de Token Agreement en de verklaring van [naam 3] bij de politie moet het begin 2019, dan wel ruim vóór het opmaken van de jaarrekening op 16 december 2019, al duidelijk zijn geweest dat de investering waardeloos was. De rechtbank gaat aan deze boekhoudkundige verwerking dan ook voorbij. Wat eiseres verder heeft aangevoerd is van (veel) latere datum dan de datum van de gedane investering en leidt evenmin tot een ander oordeel. De afwaardering van de investering is bij de aanslagoplegging dan ook terecht niet in aanmerking genomen en de aanslag Vpb voor het jaar 2019 is niet naar een te hoog bedrag opgelegd.

16. Tegen de in rekening gebrachte belastingrente zijn geen afzonderlijke gronden ingediend. Dat in strijd met enige regel van geschreven of ongeschreven recht rente in rekening is gebracht, is gesteld noch gebleken.

17. Gelet op wat hiervoor is overwogen dient het beroep ongegrond te worden verklaard.

Proceskosten

18. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

Beslissing

De rechtbank verklaart het beroep ongegrond.

Deze uitspraak is gedaan door mr. S.E. Postema, rechter, in aanwezigheid van mr. T. Blauw, griffier. De beslissing is in het openbaar uitgesproken op 19 juni 2025.

griffier rechter

Afschrift verzonden aan partijen op:

Rechtsmiddel