Home

Rechtbank Den Haag, 20-11-2025, ECLI:NL:RBDHA:2025:23993, 23/4403

Rechtbank Den Haag, 20-11-2025, ECLI:NL:RBDHA:2025:23993, 23/4403

Gegevens

Instantie
Rechtbank Den Haag
Datum uitspraak
20 november 2025
Datum publicatie
19 december 2025
ECLI
ECLI:NL:RBDHA:2025:23993
Zaaknummer
23/4403
Relevante informatie
Art. 27e AWR, Art. 52a AWR, Art. 67e AWR, Art. 67f AWR

Inhoudsindicatie

Eiser exploiteert in de jaren 2016 en 2017 een eetcafé in de vorm van een eenmanszaak. In geschil is of de aanslagen IB/PVV, de naheffingsaanslag OB en de boetebeschikkingen terecht en naar de juiste bedragen zijn opgelegd. De rechtbank oordeelt dat de aan eiser gegeven informatiebeschikking onherroepelijk is geworden voordat de aanslagen en naheffingsaanslag zijn vastgesteld, met als gevolg omkering en verzwaring van de bewijslast. De rechtbank oordeelt dat de aanslagen en naheffingsaanslag in beginsel op een redelijke schatting berusten, maar de rechtbank ziet aanleiding om aan te sluiten bij lagere omzetcorrecties. De rechtbank oordeelt dat de opgelegde vergrijpboetes bij de aanslagen IB/PVV en de opgelegde vergrijpboete bij de naheffingsaanslag moeten worden vernietigd. De beroepen zijn gegrond.

Uitspraak

Team belastingrecht

zaaknummers: SGR 23/4403, SGR 23/4404, SGR 23/4406, SGR 23/4407 en

SGR 23/4408

(gemachtigde: J.W. Anker),

en

Procesverloop

Verweerder heeft aan eiser aanslagen inkomstenbelasting en premie volksverzekeringen (IB/PVV) voor de jaren 20161 en 20172 opgelegd. Daarnaast zijn aanslagen inkomensafhankelijke bijdrage Zorgverzekeringswet (Zvw) voor de jaren 20163 en 20174 opgelegd. Verder heeft verweerder een naheffingsaanslag omzetbelasting (OB) over 2016 en 20175 (de naheffingsaanslag) opgelegd. Bij de aanslagen IB/PVV en de naheffingsaanslag zijn vergrijpboetes opgelegd (boetebeschikkingen). Tevens is belastingrente in rekening gebracht (rentebeschikkingen).

Het bezwaar van eiser tegen de aanslagen IB/PVV en Zvw 2016 en 2017 (de aanslagen) is door verweerder bij uitspraken op bezwaar van 25 mei 2023 niet-ontvankelijk verklaard. Verweerder heeft het bezwaar tevens aangemerkt als een verzoek om ambtshalve vermindering van de aanslagen en dat verzoek in hetzelfde geschrift afgewezen.

Het bezwaar van eiser tegen de naheffingsaanslag is door verweerder bij uitspraak op bezwaar van 23 juni 2023 ongegrond verklaard.

Eiser heeft tegen de uitspraken op bezwaar beroep ingesteld.

Verweerder heeft verweerschriften ingediend.

Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 9 oktober 2025.

Eiser is verschenen, bijgestaan door zijn gemachtigde. Verweerder heeft zich laten vertegenwoordigen door [naam 1] , [naam 2] , [naam 3] en [naam 4] .

Overwegingen

Feiten

1. Eiser exploiteert in de jaren 2016 en 2017 een eetcafé onder de naam [bedrijfsnaam] in de vorm van een eenmanszaak. Daarnaast verzorgt eiser catering op locatie.

2. Verweerder heeft op 14 april 2009 een bedrijfsbezoek afgelegd bij het eetcafé. In het rapport van 6 mei 2009, dat is opgesteld naar aanleiding van dit bedrijfsbezoek, wordt eiser gewezen op de administratieve verplichtingen. In het rapport staat:

“Kasadministratie

(…)

Deze administratieve verplichtingen houden o.a. in dat:

- Er een deugdelijke kasadministratie moet worden bijgehouden.

In een deugdelijke kasadministratie dienen dagelijks de omzetten te worden vermeld alsmede de betalingen die verband houden met de betaling van onkosten en lonen. Ook privé-opnamen die uit de kas genomen worden dienen vastgelegd te worden. Daarnaast dient het uit de kasadministratie blijkende saldo gecontroleerd te worden met het werkelijk aanwezige kassaldo.

- Primaire bescheiden moeten minimaal 7 jaar worden bewaard

- Digitale informatie dient minimaal 7 jaar te worden bewaard en leesbaar worden gemaakt

- Inkomende facturen dienen op naam van de onderneming te staan

- Er dient een duidelijke omschrijving van de goederen te staan op de inkomende facturen

Voor zover belastingplichtige deze regels tot op heden niet adequaat naleefde dient dit met ingang van heden wel te geschieden.

Indien aan deze administratieve verplichtingen niet wordt voldaan kan dat betekenen dat bij toekomstige onderzoeken door de Belastingdienst de bewijspositie van belastingplichtige verzwakt zal zijn.”.

3. Verweerder heeft op 16 april 2018 bij eiser een boekenonderzoek aangekondigd naar de aanvaardbaarheid van de aangiften IB/PVV en OB voor de jaren 2016 en 2017.

4. Op 3 december 2018 heeft verweerder een informatiebeschikking aan eiser gegeven omdat geen deugdelijke (kas)administratie door eiser is bijgehouden en relevante bescheiden niet bewaard zijn gebleven, waaronder de detailgegevens van het kassasysteem. Het niet bewaren van essentiële informatie maakt het controleren van de ingediende fiscale aangiften onmogelijk volgens de informatiebeschikking. In de informatiebeschikking staat onder meer:

“De administratie is niet gevoerd naar de eisen van uw bedrijf.

De administratie is niet bewaard.

“De administratie is niet gevoerd naar de eisen van uw bedrijf

De administratie is niet bewaard.

“3.2.1.2 Brutowinstpercentage

3 2.4.1 Nieuw berekende brutowinstpercentage

Beslissing

Rechtsmiddel