Rechtbank Den Haag, 17-03-2026, ECLI:NL:RBDHA:2026:5857, NL25.39358
Rechtbank Den Haag, 17-03-2026, ECLI:NL:RBDHA:2026:5857, NL25.39358
Gegevens
- Instantie
- Rechtbank Den Haag
- Datum uitspraak
- 17 maart 2026
- Datum publicatie
- 19 maart 2026
- ECLI
- ECLI:NL:RBDHA:2026:5857
- Zaaknummer
- NL25.39358
Inhoudsindicatie
asielaanvraag, Congolese student in Cuba, demonstratie Congolese ambassade, plaatsing lijst, vrees bij terugkeer, kopiedocumenten, vrees onvoldoende aannemelijk gemaakt, beroep ongegrond.
Uitspraak
Zittingsplaats Middelburg
Bestuursrecht
zaaknummer: NL25.39358
V-nummer: [V-nummer] ,
(gemachtigde: mr. M.B. van den Toorn-Volkers),
en
(gemachtigde: mr. C.W.M. van Breda).
Procesverloop
Met het besluit van 13 augustus 2025 (het bestreden besluit) heeft verweerder de asielaanvraag van eiseres afgewezen als kennelijk ongegrond.
Eiseres heeft beroep ingesteld tegen het bestreden besluit.
De rechtbank heeft het beroep op 5 maart 2026 op zitting behandeld. Hieraan hebben deelgenomen: eiseres, de gemachtigde van eiseres, [tolk] als tolk en de gemachtigde van verweerder.
Beoordeling door de rechtbank
1. Eiseres stelt een burger van Congo1 te zijn en dat zij is geboren op [geboortedag] 1995. Op 30 december 2023 heeft zij haar asielaanvraag ingediend.
2. Eiseres legt aan haar asielaanvraag ten grondslag dat zij vreest voor de Congolese autoriteiten. Zij is in 2016 naar Cuba gegaan om daar met behulp van een door de Congolese autoritreiten verstrekte studiebeurs te studeren. Omdat eiseres en andere Congolese studenten 27 maanden lang geen leefgeld meer hadden gekregen, terwijl dat hen wel was beloofd, heeft zij twee weken gedemonstreerd. Eiseres werkte in Cuba bij een studentenorganisatie die probeerde een oplossing te vinden voor deze problemen. Na de protesten is er een lijst opgesteld waar eiseres ook op staat. De mensen op deze lijst worden bij terugkeer naar Congo gevangengenomen.
3. Eiseres heeft ter onderbouwing van haar asielrelaas de volgende documenten overgelegd:
- -
-
Een kopie uittreksel en afschrift van haar geboorteakte;
- -
-
Een kopie van haar Congolese identiteitskaart;
- -
-
Haar schooldiploma uit Cuba
- -
-
Foto’s van studenten tijdens de demonstratie en/of bijeenkomsten in Cuba;
- -
-
Verklaringen van verscheidene andere studenten/asielzoekers uit Cuba;
- -
-
Een krantenartikel;
- -
-
Verscheidene convocaties van de Gendarmerie Nationale van de Republiek Congo.
- -
-
Een brief van [persoon]2 (de vader van een medereiziger) van 15 februari 2025.
4. Bij het bestreden besluit heeft verweerder de asielaanvraag van eiseres afgewezen als kennelijk ongegrond.3 Verweerder vindt de identiteit, nationaliteit en herkomst van eiseres geloofwaardig. Verweerder gelooft ook dat eiseres in 2019 heeft deelgenomen aan een demonstratie bij de Congolese ambassade in Cuba. Verweerder gelooft echter niet dat eiseres in 2023 op een lijst is geplaatst door de Congolese autoriteiten. Zij heeft dit namelijk niet onderbouwd met documenten. De documenten die eiseres heeft overgelegd zijn kopieën en kunnen niet op echtheid worden onderzocht. Ook bevatten deze documenten geen broninformatie of datum of zijn zij niet afkomstig uit een objectieve bron Daarnaast komen de verklaringen van eiseres niet overeen met informatie uit openbare bronnen over deze lijst(en). Bovendien blijkt daaruit dat de Minister van Binnenlandse Zaken van Congo de veiligheid van studenten die terugkeren garandeert en dat zij na aankomst in Congo worden overgedragen aan hun ouders. De asielaanvraag is afgewezen als kennelijk ongegrond omdat verweerder niet volgt dat eiseres zonder paspoort naar Nederland is gereisd.
5. Eiseres is het niet eens met het bestreden besluit. Verweerder stelt ten onrechte dat eiseres haar verklaringen niet overeenkomen met informatie uit openbare bronnen. Eiseres heeft in de zienswijze al uitgelegd dat de lijst van 138 studenten waar verweerder naar verwijst een andere lichting betreft. Eiseres is op een andere lijst geplaatst van studenten die geprotesteerd hadden. Dit blijkt ook uit de verklaringen van de andere asielzoekers over de situatie in Cuba die eiseres heeft overgelegd. Verweerder acht daarnaast geloofwaardig dat eiseres in Cuba geprotesteerd heeft. Alleen al hierom staat eiseres in de negatieve aandacht van de Congolese autoriteiten. In haar geval eens te meer omdat eiseres een functie bekleedde in het studentenbestuur. Daarnaast heeft eiseres gewezen op een verklaring van een medereiziger dat zijn nicht na terugkeer in Congo gevangen is gezet. Verweerder gaat verder onvoldoende in op de door eiseres overgelegd documenten. Zij staat met haar naam, foto en functie in Cuba, in het krantenartikel. Eiseres heeft voldoende aannemelijk gemaakt dat zij bij terugkeer een reëel risico loopt op een behandeling in strijd met artikel 3 van het EVRM4 en artikel 4 van het Handvest.5 Verweerder heeft tot slot de asielaanvraag ten onrechte als kennelijk ongegrond afgewezen. Eiseres heeft uitgelegd dat zij hulp heeft gehad van een medewerker van de Congolese ambassade om Cuba te verlaten. Hij moest de paspoorten terug hebben. Eiseres wijst ook het mutatierapport van de Koninklijke Marechaussee (Kmar) van de luchthaven Schiphol.
De rechtbank oordeelt als volgt.
6. Verweerder heeft niet ten onrechte de vrees voor vervolging vanwege de deelname van eiseres aan een demonstratie in Cuba ongeloofwaardig gevonden. Verweerder heeft in dat verband kunnen overwegen dat eiseres met de door haar overgelegde documenten noch met haar verklaringen aannemelijk heeft gemaakt dat zij op een lijst staat met studenten die moet terugkeren naar Congo en dat zij daarom te vrezen heeft bij terugkeer. De verklaringen van de studenten en de vader van [persoon] zijn hiervoor onvoldoende, omdat dit geen objectieve bronnen zijn. Het krantenartikel en de convocaties betreffen kopieën zodat de echtheid hiervan niet kan worden vastgesteld. Daarnaast bevat het krantenartikel geen datum of bronvermelding. Ter zitting heeft verweerder toegelicht dat uit de convocaties niet blijkt waarvoor zij wordt opgeroepen. Eiseres heeft daarom onvoldoende aannemelijk gemaakt hoe die convocaties in relatie staan tot de gestelde problemen van eiseres en haar vrees bij terugkeer naar Congo.6
7. Verweerder heeft zich verder op het standpunt kunnen stellen dat de verklaringen van eiser niet in lijn zijn met informatie uit openbare bronnen.7 Daaruit volgt dat in 2019 inderdaad een lijst is gemaakt met daarop 142 personen. Een deel daarvan had slechte resultaten en een deel daarvan moest terug naar Congo vanwege de protesten. Uiteindelijk zijn 138 studenten teruggekeerd en mochten er 4 studenten blijven na tussenkomst van de Cubaanse autoriteiten. Verweerder heeft daarom niet hoeven volgen dat eiseres op deze lijst stond. Dat eiseres op een andere lijst staat heeft zij niet aannemelijk gemaakt. Daarnaast zijn er in december 2023 Congolese studenten opgehaald uit Cuba omdat zij waren afgestudeerd en geen recht meer hadden op een studiebeurs. Er is geen informatie waaruit blijkt dat studenten tegen hun zin uit Cuba werden teruggehaald of dat bij terugkomst in Cuba sprake is geweest van vervolging van de studenten. Verweerder heeft bovendien gewezen op openbare informatie waaruit blijkt dat de minister van Binnenlandse Zaken de veiligheid van teruggekeerde studenten garandeert. Dat eiseres vanwege haar functie in de negatieve belangstelling van de Congolese autoriteiten staat heeft eiseres evenmin onderbouwd. Verweerder wijst er daarbij terecht op dat eiseres haar functie tot de jaarlijkse gebruikelijke wisseling heeft kunnen uitoefenen. Verweerder heeft daarom niet hoeven volgen dat eiseres bij terugkeer te vrezen heeft voor vervolging door de Congolese autoriteiten.
8. Tot slot heeft verweerder de asielaanvraag niet ten onrechte afgewezen als kennelijk ongegrond op grond van artikel 30b, eerste lid, onder d, van de Vw.8 Een asielaanvraag kan als kennelijk ongegrond worden afgewezen als de vreemdeling waarschijnlijk te kwader, een identiteits- of reisdocument dat ertoe kan bijdragen dat zijn identiteit of nationaliteit werd vastgesteld, heeft vernietigd of zich daarvan heeft ontdaan. Verweerder heeft niet hoeven volgen dat eiseres zonder haar paspoort is gereisd en dat dit paspoort momenteel nog in Cuba is. Eiseres heeft verklaard dat zij in 2023 hulp nodig had om uit te reizen omdat zij niet over haar paspoort beschikte. Een ambassademedewerker heeft bij haar vertrek uit Cuba tijdelijk haar paspoort verstrekt wat zij weer moest teruggeven. Verweerder heeft niet hoeven volgen dat de ambassademedewerker een dergelijk groot risico zou nemen terwijl er geen enkele garantie was dat eiseres het paspoort terug zou geven. Ook omdat eiseres heeft verklaard dat de ambassadrice de paspoorten zou tellen. Eiseres haar stelling dat haar gegevens voorkomen op het mutatierapport van de Kmar heeft zij niet onderbouwd, terwijl dat wel op haar weg ligt om te onderbouwen. Gelet hierop heeft verweerder kunnen concluderen dat eiseres zich waarschijnlijk te kwader trouw van een identiteits- of reisdocument heeft ontdaan.
Conclusie en gevolgen
9. Verweerder heeft de aanvraag terecht afgewezen als kennelijk ongegrond.
Het beroep is ongegrond. Dat betekent dat zij geen gelijk krijgt. Eiseres krijgt geen vergoeding van haar proceskosten.