Home

Rechtbank Gelderland, 16-05-2013, ECLI:NL:RBGEL:2013:624 CA0102, AWB 12/4794

Rechtbank Gelderland, 16-05-2013, ECLI:NL:RBGEL:2013:624 CA0102, AWB 12/4794

Gegevens

Instantie
Rechtbank Gelderland
Datum uitspraak
16 mei 2013
Datum publicatie
16 mei 2013
ECLI
ECLI:NL:RBGEL:2013:CA0102
Zaaknummer
AWB 12/4794

Inhoudsindicatie

Omzetbelasting, vrijstelling, diensten door psychologen. Diensten van eiser gelijkwaardig aan diensten verricht door psychologen. Onder “zorgontvangers” mede te begrijpen verwijzende huisartsen.

Uitspraak

RECHTBANK GELDERLAND

Team belastingrecht

Zittingsplaats Arnhem

registratienummer: AWB 12/4794

uitspraak van de enkelvoudige belastingkamer ingevolge artikel 8:77 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb)

van 16 mei 2013

inzake

[X], wonende te [Z], eiser,

tegen

de inspecteur van de Belastingdienst/Utrecht-Gooi, kantoor Utrecht, verweerder.

1. Ontstaan en loop van het geding

Eiser heeft over het vierde kwartaal van 2004 aangifte omzetbelasting gedaan naar een te betalen bedrag van € 1.823. Eiser heeft dit bedrag tevens op aangifte voldaan. Eiser heeft op 25 januari 2005 bezwaar gemaakt tegen deze voldoening op aangifte.

Verweerder heeft bij uitspraak op bezwaar van 7 juni 2012 het bezwaar van eiser ongegrond verklaard.

Eiser heeft bij brief van 27 juni 2012, ontvangen door verweerder op 9 juli 2012, gereageerd op de uitspraak op bezwaar. Verweerder heeft deze brief aangemerkt als een beroepschrift en op grond van het bepaalde in artikel 6:15, eerste lid, van de Awb, doorgezonden aan Rechtbank Arnhem, alwaar het op 20 september 2012 is binnengekomen.

Verweerder heeft de op de zaak betrekking hebbende stukken overgelegd en een verweerschrift ingediend.

Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 21 maart 2013 te Arnhem.

Eiser is daar in persoon verschenen. Namens verweerder zijn verschenen drs. [gemachtigde] en mr. ing. [A].

Eiser heeft ter zitting een pleitnota voorgedragen en exemplaren daarvan overgelegd aan de rechtbank en aan de wederpartij.

2. Feiten

2.1 Eiser drijft sinds 1996 een onderneming onder de naam “[B]”. Eiser is werkzaam als zelfstandig psychotherapeut in zijn eigen praktijk en in een aantal medische centra in de regio.

2.2 Van 1986 tot 1996 is eiser werkzaam geweest binnen de GGZ. In eerste instantie heeft hij zich daar beziggehouden met enkelvoudige problematiek, daarna heeft hij eerstelijns psychologische hulp verleend.

2.3 Eiser is in het bezit van het HBO-diploma Maatschappelijk Werk van de Stichting voor Opleiding tot Sociale arbeid te Haarlem.

2.4 In de jaren negentig heeft eiser gedurende zes jaren een psychotherapeutische opleiding tot erkend Gestalttherapeut gevolgd bij het opleidingsinstituut Multi-di-Mens.

2.5 Eiser is in het bezit van het Europees Certificaat Psychotherapie (hierna: ECP), verleend door de European Association for Psychotherapie (hierna: EAP). De ECP- opleiding bestaat uit een driejarig theorietraject algemene kennis van de psychotherapie (1.800 uur) en een vierjarige praktijkopleiding in één specifieke richting, zoals psychotherapie, systeem- en gezinstherapie, cognitieve therapie, gedragstherapie of Gestalttherapie (1.400 uur). Als vooropleiding is een HBO- of WO-bachelor in de mens- of sociale wetenschappen vereist.

2.6 Eiser is lid van de Nederlandse Vlaamse Associatie voor Gestalttherapeuten en Gestalttheorie (hierna: NVAGT), de Europese Associatie voor Gestalttherapie (hierna: EAGT) en de Nederlandse Associatie voor Psychotherapie (NAP). De NAP is de vertegenwoordiging van de EAP in Nederland. Eiser valt onder het klacht- en tuchtrecht van de NAP en volgt ook bijscholing van de NAP. Daarnaast is eiser aangesloten bij een landelijk erkend GGZ-netwerk, europsyche, en is hij opgenomen op de CONO-lijst (de beroepsstructuur van het Coördinerend orgaan nascholing en opleiding in de GGZ).

2.7 Eiser verricht wekelijks circa 35 psychotherapeutische behandelingen. Eiser werkt nauw samen met een dertigtal huisartsen uit de regio. Deze huisartsen verwijzen regelmatig patiënten naar hem. Eiser heeft 55 (geanonimiseerde) verwijsbrieven van huisartsen overgelegd. De verwijzingen betreffen zowel patiënten met eerstelijns (psychologische) problematiek, als patiënten met meer complexe problematiek en persoonlijkheidsproblematiek. In de verwijsbrieven komen onder andere de volgende omschrijvingen voor:

“de psycholoog gaat weg; wil graag verwijzing naar psychotherapeut;

Aanpassingsstoornis met angst en somberheid;

psycholoog, wil graag naar convalis, herkent ook eea in gestalt-therapie;

posttraumatische stress stoornis;

gaarne psychotherapie;

begeleiding op relationeel vlak;

gaarne psychotherapie, eerste lijns psychologische hulp;

Andere psychische stoornissen, naar convalis;

Relatieprobleem met kind;

Pt wil verwijzing naar relatietherapeut;

Levensfaseproblematiek met mogelijk een relatie met het motorongeval;

Spanning/stress, verw convalis”

2.8 Eiser is geen GZ-psycholoog en heeft geen registratie in het BIG-register. Eiser staat evenmin onder toezicht van de inspecteur voor de volksgezondheid.

3. Geschil

In geschil is of de diensten die door eiser worden verricht vallen onder de vrijstelling van artikel 11, eerste lid, letter g, 1°, van de Wet op de omzetbelasting 1968 (hierna: Wet OB). Het geschil spitst zich toe op de vraag of de door eiser verrichte diensten een kwaliteitsniveau hebben dat gelijkwaardig is aan dat van de diensten verricht door psychologen en/of psychotherapeuten.

Eiser stelt dat zijn psychotherapeutische werkzaamheden gelijkwaardig zijn aan de diensten door GZ-psychologen en psychotherapeuten. Daarnaast stelt eiser dat zijn studie gelijkwaardig is aan de studie van basispsychologen en dat psychologen tot 1 januari 2013 niet in de heffing van omzetbelasting zijn betrokken.

Verweerder is van mening dat Gestalttherapie een meer experimentele vorm van therapie is en dat eiser aan dient te tonen dat deze therapie gelijkwaardig is aan de vormen van therapie die GZ-psychologen aanbieden. Verweerder stelt voorts dat de ECP-opleiding die eiser heeft gevolgd niet gelijkwaardig is aan de opleiding die BIG-geregistreerden moeten volgen. Verweerder verwijst daarbij naar de uitspraak van het Gerechtshof te Arnhem van 4 oktober 2010 (nr. 10/00142, LJN BT7645). Eiser staat niet onder toezicht van de inspecteur voor de volksgezondheid en eiser heeft volgens verweerder ook niet aangetoond dat het toezicht dat wordt uitgeoefend door de NVGAT, de EAGT en de NAP gelijkwaardig is aan het toezicht dat wordt uitgeoefend via het BIG-register. Tenslotte is verweerder van mening dat het feit dat een aantal huisartsen patiënten doorverwijzen naar de praktijk van eiser onvoldoende is om te concluderen dat de diensten van eiser van gelijkwaardige kwaliteit zijn als de diensten verricht door BIG-geregistreerden.

Tussen partijen is niet in geschil dat de behandelingen van eiser gezondheidskundige verzorging van de mens vormen.

4. Beoordeling van het geschil

4.1 Ingevolge artikel 11, eerste lid, aanhef en onderdeel g, ten eerste, van de Wet OB (wettekst van 1 januari 2001 tot en met 31 december 2007) zijn - voor zover hier van belang - de diensten door beoefenaren van een beroep waarvoor regels zijn gesteld bij of krachtens de Wet BIG (hierna: BIG-geregistreerden) en de diensten door psychologen vrijgesteld van omzetbelasting. Deze bepaling is gebaseerd op artikel 13, A, eerste lid, sub c, van de Zesde richtlijn (thans artikel 132, eerste lid, sub c van de BTW-richtlijn), welke de lidstaten verplicht een vrijstelling van omzetbelasting te verlenen voor de gezondheidskundige verzorging van de mens in het kader van de uitoefening van medische en paramedische beroepen als omschreven door de betrokken lidstaat.

4.2 Het Hof van Justitie van de Europese Gemeenschappen (hierna: HvJ) heeft in zijn uitspraak van 27 april 2006, gevoegde zaken C-443/04 (Solleveld) en C-444/04 (Van den Hout-Van Eijnsbergen) geoordeeld dat artikel 13, A, eerste lid, sub c, van de Zesde richtlijn aldus moet worden uitgelegd dat het de lidstaten een beoordelingsvrijheid verleent om met het oog op de in die bepaling voorziene vrijstelling de paramedische beroepen te omschrijven in het kader waarvan de gezondheidskundige verzorging van de mens overeenkomstig de eerdergenoemde richtlijnbepaling is vrijgesteld. De lidstaten mogen tevens de voorwaarden voor de vrijstellingen vaststellen teneinde een juiste en eenvoudige toepassing ervan te verzekeren.

4.3 De beoordelingsvrijheid van de lidstaten is volgens het HvJ echter niet onbegrensd. In de uitoefening daarvan moeten de lidstaten het door de richtlijnbepaling nagestreefde doel - namelijk te garanderen dat de vrijstelling uitsluitend geldt voor diensten verleend door personen die de vereiste beroepskwalificaties bezitten - in acht nemen. Daarnaast moet het beginsel van de fiscale neutraliteit worden geëerbiedigd. Dit beginsel verzet zich ertegen dat soortgelijke diensten, die dus met elkaar in concurrentie staan, uit het oogpunt van de BTW verschillend worden behandeld. Wanneer de beroepskwalificaties niet identiek zijn, kan de gezondheidskundige verzorging van de mens als soortgelijk worden aangemerkt voor zover deze voor de zorgontvanger een gelijkwaardig kwaliteitsniveau heeft.

4.4 Met betrekking tot de zaak Solleveld heeft het HvJ inzake psychotherapeutische behandelingen geoordeeld dat een nationale regeling die het beroep van psychotherapeut uitsluit van de omschrijving van (para)medische beroepen, slechts in strijd is met dat doel en dat beginsel voor zover - hetgeen door de verwijzende rechter moet worden nagegaan - de psychotherapeutische behandelingen zouden zijn vrijgesteld van omzetbelasting indien zij door psychiaters, psychologen of elk ander (para)medisch beroep worden uitgevoerd, hoewel zij, wanneer zij door psychotherapeuten worden verleend, gelet op de beroepskwalificaties van deze laatste, van een gelijkwaardige kwaliteit kunnen worden geacht.

4.5 De rechter dient volgens het HvJ bij zijn beoordeling rekening te houden met alle relevante omstandigheden van de voorliggende zaak, zoals de opleiding die de beroepsbeoefenaar heeft genoten en het feit dat de behandelingen zijn verricht in een wettelijk kader, onder toezicht van de inspecteur voor de volksgezondheid en volgens in een specifieke regeling neergelegde voorwaarden, waarvan de inachtneming blijkt uit de inschrijving in een daartoe voorzien register.

4.6 De rechtbank stelt voorop dat de bewijslast dat de diensten die door eiser worden verricht een kwaliteitsniveau hebben dat gelijkwaardig is aan dat van de diensten die worden verricht door psychologen en/of psychotherapeuten, op eiser rust.

4.7 Naar het oordeel van de rechtbank is eiser in zijn bewijslast geslaagd. De rechtbank heeft daarbij het volgende in aanmerking genomen.

4.8 In het onderhavige tijdvak zijn, naast de diensten door BIG-geregistreerden, de diensten door psychologen vrijgesteld. Ter beantwoording van de vraag of de diensten die door eiser worden verricht het vereiste kwaliteitsniveau hebben, dienen de beroepskwalificaties van eiser derhalve gelijkwaardig te zijn aan de beroepskwalificaties van een BIG-geregistreerde psychotherapeut of GZ-psycholoog of van een (universitair geschoolde) psycholoog.

4.9 Ter beantwoording van de vraag of sprake is van gelijkwaardige beroepskwalificaties, is naar het oordeel van de rechtbank in de eerste plaats de opleiding van eiser relevant.

4.10 Uit de onder -3- genoemde uitspraak van het Gerechtshof, waarnaar door beide partijen wordt verwezen, volgt dat de universitaire psychologiestudie (WO-bachelor en WO-master tezamen) 6.720 uur behelst. De opleidingduur van de ECP-opleiding, die eiser heeft gevolgd, bedraagt in totaal 3.200 uur (basisopleiding en specialistische opleiding), terwijl de opleidingsduur van de vereiste vooropleiding, HBO- of WO-bachelor, 5.040 uur bedraagt. De ECP-opleiding behelst dus, inclusief de vooropleiding, 8.240 uur, ruim 1.500 uren meer dan de opleiding tot psycholoog.

4.11 Voorts is van belang of de diensten die door eiser worden verricht voor de zorgontvangers gelijkwaardig zijn aan de diensten die door psychologen worden verricht. Naar het oordeel van de rechtbank moeten onder “zorgontvangers” in dit verband niet uitsluitend de patiënten van de zorgverlener worden verstaan, maar bijvoorbeeld ook de huisartsen die patiënten naar deze zorgverlener verwijzen en die als deskundigen op medisch gebied in staat zijn het kwaliteitsniveau van de zorgverlener te beoordelen.

4.12 Eiser heeft onweersproken gesteld dat hij sinds 1996 ongeveer circa 35 psychotherapeutische behandelingen per week verricht, dat hij nauw samenwerkt met een dertigtal huisartsen uit de regio en dat deze huisartsen regelmatig patiënten naar hem verwijzen. Eiser heeft ter onderbouwing van zijn stelling 55 verwijsbrieven van huisartsen overgelegd. In tenminste 29 van de 55 gevallen zijn de patiënten door de huisarts rechtstreeks naar eiser verwezen. Uit deze brieven blijkt dat de problematiek waarvoor patiënten naar eiser worden verwezen zeer divers van aard is en dat het zowel (eerstelijns) psychologische problematiek, als meer complexe problematiek en persoonlijkheidsproblematiek betreft. Gelet op de omschrijvingen in de verwijsbrieven is aannemelijk dat de huisartsen hun patiënten naar eiser verwijzen vanwege zijn deskundigheid. De behandelingen van eiser worden door de huisartsen kennelijk op één lijn gesteld met de behandelingen die worden verricht door psychologen en/of psychotherapeuten. Het feit dat eiser Gestalttherapeut is heeft slechts in een enkel geval een rol gespeeld bij de verwijzingen.

4.13 Anders dan verweerder stelt is niet relevant of de beroepsverenigingen waarbij eiser is aangesloten onafhankelijk toezicht houden, gelijkwaardig aan het toezicht dat wordt uitgeoefend in het kader van de Wet BIG. (Basis-) psychologen staan immers evenmin als eiser ingeschreven in het BIG-register. Daarnaast is gesteld noch gebleken dat zij, anders dan eiser, wel onder toezicht staan van de inspecteur voor de volksgezondheid.

4.14 Uit hetgeen hiervoor is overwogen volgt naar het oordeel van de rechtbank dat de diensten die door eiser worden verricht ten minste gelijkwaardig zijn aan de diensten die door psychologen worden verricht. De diensten die door eiser zijn verricht in het onderhavige tijdvak zijn derhalve vrijgesteld van omzetbelasting.

4.15 Gelet op het bovenstaande dient het beroep gegrond te worden verklaard.

5. Proceskosten

De rechtbank ziet geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling omdat niet is gesteld of gebleken dat eiser kosten heeft gemaakt die op grond van het Besluit proceskosten bestuursrecht voor vergoeding in aanmerking komen.

6. Beslissing

De rechtbank:

- verklaart het beroep gegrond;

- vernietigt de uitspraak op bezwaar;

- gelast verweerder een teruggave van omzetbelasting te verlenen over het tijdvak 1 oktober 2004 tot en met 31 december 2004 tot een bedrag van € 1.823;

- bepaalt dat deze uitspraak in de plaats treedt van de vernietigde uitspraak;

- gelast dat verweerder het door eiser betaalde griffierecht van € 42 vergoedt.

Deze uitspraak is gedaan door mr. P.J. Tikken, rechter, in tegenwoordigheid van mr. P.P.J. Leenders, griffier.

De griffier, De rechter,

Uitgesproken in het openbaar op: 16 mei 2013

Afschrift aangetekend verzonden aan partijen op:

Rechtsmiddel

Tegen deze uitspraak kunnen partijen binnen zes weken na de verzenddatum hoger beroep instellen bij het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden (belastingkamer), Postbus 9030, 6800 EM Arnhem.

Bij het instellen van hoger beroep dient het volgende in acht te worden genomen:

1 - bij het beroepschrift wordt een afschrift van deze uitspraak overgelegd;

2 - het beroepschrift moet ondertekend zijn en ten minste het volgende vermelden:

a. de naam en het adres van de indiener;

b. een dagtekening;

c. een omschrijving van de uitspraak waartegen het hoger beroep is ingesteld;

d. de gronden van het hoger beroep.