Home

Rechtbank Gelderland, 06-03-2019, ECLI:NL:RBGEL:2019:914, AWB - 17 _ 5076

Rechtbank Gelderland, 06-03-2019, ECLI:NL:RBGEL:2019:914, AWB - 17 _ 5076

Gegevens

Instantie
Rechtbank Gelderland
Datum uitspraak
6 maart 2019
Datum publicatie
8 maart 2019
ECLI
ECLI:NL:RBGEL:2019:914
Zaaknummer
AWB - 17 _ 5076

Inhoudsindicatie

Overeenstemming over naheffingsaanslag dividendbelasting ter aflossing schuld in rekening-courant; geen dwaling.

Uitspraak

Zittingsplaats Arnhem

Belastingrecht

zaaknummer: AWB 17/5076

in de zaak tussen

(gemachtigde: mr.drs. [gemachtigde] ),

en

Procesverloop

Verweerder heeft aan eiseres op 27 januari 2016 een naheffingsaanslag dividendbelasting (hierna ook: de naheffingsaanslag) naar een te betalen bedrag van € 88.635 opgelegd. Daarnaast is bij beschikking € 7.253 aan belastingrente in rekening gebracht.

Verweerder heeft bij uitspraak op bezwaar van 17 augustus 2017 de naheffingsaanslag verlaagd tot een te betalen bedrag van € 88.235 en de beschikking belastingrente overeenkomstig verminderd.

Eiseres heeft daartegen bij brief van 26 september 2017, ontvangen door de rechtbank op 27 september 2017, beroep ingesteld.

Verweerder heeft de op de zaak betrekking hebbende stukken overgelegd en een verweerschrift ingediend.

Eiseres heeft vóór de zitting nadere stukken ingediend. Deze stukken zijn in afschrift verstrekt aan verweerder.

Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 10 januari 2019. Namens eiseres is verschenen haar directeur [A] , bijgestaan door de gemachtigde. Namens verweerder zijn verschenen mr. [gemachtigde] , mr. [B] en mr. [C] . Het beroep is gezamenlijk en gelijktijdig behandeld met het beroep van [A] , inzake de inkomstenbelasting (zaaknummer AWB 17/5072).

Partijen hebben ter zitting een pleitnota voorgedragen en exemplaren daarvan overgelegd aan de rechtbank en aan elkaar.

Overwegingen

Feiten

1. Eiseres is opgericht op [1998] en vormt voor de vennootschapsbelasting een fiscale eenheid met haar dochtervennootschap [E] B.V. (hierna: de dochtervennootschap). Bestuurder en enig aandeelhouder van eiseres vanaf de datum van oprichting is [A] (hierna: [A] ). De activiteiten van eiseres bestaan uit holdingactiviteiten. De activiteiten van de dochtervennootschap van eiseres bestaan uit organisatieadvies, public relations, marketing communicatie, handelend onder de naam “ [F] ”.

2. De aangifte inkomstenbelasting (hierna: aangifte IB/PVV) van [A] en de aangifte vennootschapsbelasting (hierna: aangifte Vpb) van eiseres worden verzorgd door zijn adviseur, de heer [G] (hierna: [G] ).

3. Uit de aangifte Vpb 2013 van eiseres blijkt dat haar activa met name bestaan uit een vordering op [A] van € 715.808 en dat het eigen vermogen per 31 december 2013 € 607.759 bedraagt.

4. [A] ontvangt in 2013 € 44.000 aan salaris uit de dochtervennootschap. Eiseres noch de dochtervennootschap draagt hierover loonheffing af. In de aangifte IB/PVV 2013 van [A] wordt het loon aangegeven als resultaat uit overige werkzaamheden.

5. De (rekening-courant)vordering van eiseres op [A] kent vanaf het jaar 2002 het volgende verloop:

jaar

beginsaldo

mutatie

eindsaldo

2002

58.490

141.082

199.572

2003

199.572

-/-16.662

182.910

2004

182.910

62.845

245.755

2005

245.755

70.814

316.569

2006

316.569

133.546

450.115

2007

450.115

66.954

517.069

2008

517.069

67.994

585.063

2009

585.063

-/-30.728

554.335

2010

554.335

47.345

601.680

2011

601.680

52.538

654.218

2012

654.218

48.693

702.911

2013

702.911

12.897

715.808

Inzake deze vordering is geen schriftelijke overeenkomst opgemaakt. Ook zijn geen afspraken gemaakt over rente, de looptijd van de lening, aflossingen en zekerheden.

6. Uit de aangifte IB/PVV 2013 van [A] blijkt dat de WOZ-waarde van de eigen woning € 683.000 bedraagt. De eigenwoningschuld aan de bank ultimo 2013 bedraagt € 385.713.

7. Bij eiseres is een boekonderzoek ingesteld door verweerder. Hierin is onderzocht de aanvaardbaarheid van de aangiften Vpb en omzetbelasting over de jaren 2010-2013.

8. Op 12 november 2015 heeft eiseres het volgende e-mailbericht verstuurd naar verweerder:

“ [E] BV en [X] BV hebben een substantiële vordering op aandeelhouder [A] . Daar staan op dit moment geen zekerheden tegenover. U constateert dat de in 2013 opgevoerde 2% rente te laag is. Graag wil ik benadrukken dat de situatie door de jaren heen langzaam maar zeker is verslechterd en dat er nimmer sprake is geweest van vooropgezet laakbaar handelen. De indruk bestaat wellicht dat ik in mijn handelen als bestuurder en/of als aandeelhouder een vrij keuze heb (had), maar de praktijk leert dat dit beslist niet het geval is. De hoge en grotendeels niet te beteugelen vaste lasten (hypotheek, gas & licht, ziektekosten e.d.) hebben gedurende vele jaren een zware wissel op het privé-inkomen getrokken. Een situatie die ten dele nog steeds actueel is. Zoals eerder toegelicht was de ‘zekerheid’ van de overwaarde van onze boerderij lange tijd ons houvast om op enig moment de schuldenlast te kunnen voldoen. Maar de jarenlang voortwoekerende crisis in de huizenmarkt heeft ook deze laatste strohalm teniet gedaan. Waardoor er op dit moment inderdaad geen zekerheden en geen verhaalsmogelijkheden zijn”.

9. Verweerder heeft hierop op 2 december 2015 naar eiseres en [G] als volgt gereageerd:

“Inzake het ingestelde boekenonderzoek ontving u reeds eerder mijn concept rapport en een kennisgeving van voorgenomen vergrijpboetes. Nadat ik uw reactie daarop (tijdig) heb ontvangen, heb ik u op 18 november nader geïnformeerd. Hierbij heb ik ook meegedeeld nog terug te zullen komen op de fiscale gevolgen van de hoge schulden in rekening courant aan uw BV’s.

Ondertussen heb ik hierover een gesprek gehad met de inspecteur vennootschapsbelasting. Deze heeft mij na dat gesprek per mail het volgende meegedeeld:

Op basis van jouw constatering tijdens het boekenonderzoek ben ik van mening dat de BV en haar aandeelhouder het uit de hand hebben laten lopen.

Er is sprake van een vordering van de BV op haar aandeelhouder per 31- 12-2013 van € 715.808. Deze vordering is gedurende een behoorlijk aantal jaren ontstaan. Jaarlijks is er dan ook een behoorlijke toename.

Uit het rekening courant overzicht blijkt dat de vordering is ontstaan en oploopt in verband met betalingen door de BV van de consumptieve bestedingen van haar aandeelhouders.

Wel wordt het jaarlijkse salaris verrekend met deze vordering. Overigens is dit niet zoals de wet LH het voorschrijft, de BV houdt namelijk geen loonheffing in en draagt dus ook niet af.

Vanaf 2010 is de vordering van de BV met de volgende bedragen toegenomen.

2010: 47.345

2011: 52.538

2012: 48.693

2013: 12.897

Totaal: 161.473

Ondanks de slechte financiële situatie van zowel de BV als de directeur/groot aandeelhouder ben ik van mening dat we hier de fiscale regels op moeten toepassen.

“Indien en voorzover er zuivere winst is” is een voorwaarde voor het stellen van een uitdeling bij de dga.

In casu heeft de BV een positieve winstreserve per 31-12-2013 van € 589.608, dus wordt aan deze voorwaarde voldaan.

Gevolg is dat dividenduitkeringen dienen te worden aangenomen.

Overigens hebben wij hierover tijdens ons laatste gesprek in [Z] al van gedachten gewisseld, enerzijds over een meer “vrijwillig” dividend en anderzijds over verplichte, wettelijke uitkeringen. In die zin zouden er thans twee opties aan de orde zijn. De inspecteur Vpb bericht mij hieromtrent het volgende:

Optie 1

De jaarlijkse toename gaan belasten in de inkomstenbelasting als inkomen box 2, de uitdeling.

Boete 25%.

Het is inkomen box 2, omdat tussen BV en dga geen afspraken zijn gemaakt over de verstrekking van het geld. Er zijn dus ook geen vastleggingen.

Er is geen overeenkomst met daarin opgenomen zakelijke voorwaarden, zoals rente, aflossingen, looptijd en zekerheden.

Dit betekent dat beide partijen zich ervan bewust zijn dat de gelden de BV hebben verlaten en naar de dga zijn gegaan. Dit is definitief. omdat geen afspraken zijn gemaakt over terugbetalingen en aflossingen en zekerheden.

Volgende bedragen:

47.345 maal 100/85 = 55.700

52.538 maal 100/85 = 61.809

48.693 maal 100/85 = 57.285

12.897 maal 100/85 = 15.172

Optie 2

Vervolg

Beslissing