Home

Rechtbank Gelderland, 30-05-2023, ECLI:NL:RBGEL:2023:3475, 409580

Rechtbank Gelderland, 30-05-2023, ECLI:NL:RBGEL:2023:3475, 409580

Gegevens

Instantie
Rechtbank Gelderland
Datum uitspraak
30 mei 2023
Datum publicatie
2 juli 2023
ECLI
ECLI:NL:RBGEL:2023:3475
Zaaknummer
409580

Inhoudsindicatie

Geschil tussen voormalige echtgenoten. Ontslag van de vrouw uit hoofdelijke aansprakelijkheid voor lening; inspanningsverplichting man. Belangenafweging. Redelijkheid en billijkheid, verkoop bedrijfswoning.

Uitspraak

Civiel recht

Zittingsplaats Zutphen

Zaaknummer: C/05/409580 / HZ ZA 22-294

Vonnis van 30 mei 2023

in de zaak van

[de vrouw] ,

te [woonplaats] ,

eisende partij,

hierna te noemen: de vrouw,

advocaat: mr. M.P.L.M. Buijsrogge te Arnhem,

tegen

[de man] ,

te [woonplaats] ,

gedaagde partij,

hierna te noemen: de man,

advocaat: mr. N. van de Gevel te Doetinchem.

1 De procedure

1.1.

Het verloop van de procedure blijkt uit:

- het tussenvonnis van 11 januari 2023

- de akte met producties I tot en met VI van de man

- het proces-verbaal van de mondelinge behandeling van 11 april 2023.

1.2.

Ten slotte is vonnis bepaald.

2 De feiten

2.1.

De vrouw en de man zijn gehuwd geweest op huwelijkse voorwaarden. Op [datum] 2012 is de tussen partijen uitgesproken echtscheiding ingeschreven in de registers van de burgerlijke stand.

2.2.

De man is eigenaar van de woning aan het adres [adres de woning] (hierna: de woning). De man drijft in de vorm van een eenmanszaak ook een schapenhouderij (hierna: de onderneming) op dat adres.

2.3.

Tijdens hun huwelijk zijn de vrouw en de man voor de woning een aflossingsvrije hypothecaire geldlening aangegaan bij Rabobank met [leningnummer] (hierna: de lening). De vrouw en de man zijn hoofdelijk aansprakelijk voor de lening.

2.4.

Uit hoofde van de lening is per datum van de mondelinge behandeling van 11 april 2023 nog een bedrag van € 125.000,- verschuldigd aan Rabobank.

2.5.

In een vonnis van deze rechtbank van 8 januari 2014 tussen partijen over de verdeling van de huwelijksvermogensgemeenschap is in overweging 7.3 onder meer overwogen dat de hypothecaire geldlening overgeschreven dient te worden op naam van de man, dat het ontslag van de vrouw uit de hoofdelijke aansprakelijkheid voor de geldlening moet worden geregeld met de bank en dat partijen daarover zelf in overleg dienen te treden met Rabobank. In overweging 8.2 van het vonnis heeft de rechtbank bepaald dat partijen zullen meewerken aan overschrijving van de hypothecaire geldlening van de Rabobank op naam van de man.

2.6.

De vrouw is tot op heden niet ontslagen uit de hoofdelijke aansprakelijkheid voor de lening.

3 Het geschil

3.1.

Deze zaak gaat over de vraag of de man zich voldoende heeft ingespannen om de vrouw ontslagen te krijgen uit de hoofdelijke aansprakelijkheid voor de lening voor zijn woning en of hij zich nog moet inspannen om daarvoor zorg te dragen. Ook is het de vraag of, als de vrouw niet ontslagen wordt uit de hoofdelijke aansprakelijkheid, de man verplicht kan worden om mee te werken aan de verkoop van zijn woning.

3.2.

De vrouw vordert :

  1. te bepalen dat de man zich gedurende twee maanden, te rekenen vanaf de datum van het vonnis, moet inspannen om bij Rabobank dan wel een andere hypotheekverstrekker te bewerkstelligen dat de vrouw wordt ontslagen uit de hoofdelijke aansprakelijkheid voor de gezamenlijke hypotheekschuld van partijen, bij de Rabobank met [leningnummer] ;

  2. de man te veroordelen – in het geval hij niet slaagt om het onder 1) genoemde te bewerkstellingen binnen twee maanden na betekening van dit vonnis – zijn volledige medewerking te verlenen aan verkoop en levering van zijn woning tegen een in redelijkheid door de makelaar te bepalen koopprijs, welke makelaar wordt geselecteerd in samenspraak met de vrouw waarbij onder de medewerking aan de verkoop wordt begrepen (a) het meewerken en betalen van de plaatsing van advertenties in de krant van de makelaar, op Funda en een bord in de tuin en affiches op de ramen (b) het meedoen met in ieder geval openhuizendagen en bezichtigingen (c) het tekenen van het koopcontract en de leveringsakte;

  3. de man te veroordelen tot betaling aan de vrouw van een dwangsom van € 1.000,- per dag dat hij in gebreke blijft te voldoen aan het gevorderde onder 2);

  4. te bepalen dat de man de kosten ontslag hoofdelijke aansprakelijkheid en kosten verkoop woning dient te voldoen, zonder verrekening met de vrouw;

De vrouw vordert verder veroordeling van de man in de kosten van de procedure.

3.3.

De vrouw stelt dat zij nog altijd niet is ontslagen uit de hoofdelijke aansprakelijkheid voor de lening voor de woning van de man omdat de man zich daarvoor niet of onvoldoende heeft ingespannen. De vrouw wil daarom dat de man het vonnis uit 2014 nakomt en zich alsnog inspant om haar te laten ontslaan uit de hoofdelijkheid. Als dat niet lukt, dan vordert de vrouw dat de man wordt veroordeeld om mee te werken aan de verkoop van zijn woning op grond van de redelijkheid en billijkheid. De eisen van de redelijkheid en billijkheid brengen in dit geval met zich dat de man gedwongen kan worden om mee te werken aan de verkoop van de woning om te vrouw alsnog te verlossen van de hoofdelijke aansprakelijkheid.

3.4.

De man betwist een en ander. Hij voert aan dat hij zich wel degelijk heeft ingespannen om de vrouw uit de hoofdelijkheid te laten ontslaan, maar dat is tot nu toe niet gelukt. Voor de vordering van de vrouw om hem te veroordelen om mee te werken aan de verkoop van zijn woning bestaat geen wettelijke basis, zo voert de man aan. Daarnaast is de woning een bedrijfswoning; verkoop van de woning zou betekenen dat de man ook zijn onderneming zou moeten verkopen en daartoe kan hij niet worden gedwongen. De man komt daarom tot de conclusie dat de vorderingen van de vrouw moeten worden afgewezen, met veroordeling van de vrouw in de kosten van deze procedure.

4 De beoordeling

5 De beslissing