Home

Rechtbank Gelderland, 02-02-2023, ECLI:NL:RBGEL:2023:806, AWB - 22 _ 2080 en 22_2081

Rechtbank Gelderland, 02-02-2023, ECLI:NL:RBGEL:2023:806, AWB - 22 _ 2080 en 22_2081

Gegevens

Instantie
Rechtbank Gelderland
Datum uitspraak
2 februari 2023
Datum publicatie
8 maart 2023
ECLI
ECLI:NL:RBGEL:2023:806
Zaaknummer
AWB - 22 _ 2080 en 22_2081
Relevante informatie
Art. 4 Wet OB 1968, Art. 11 lid 1 onderdeel a Wet OB 1968

Inhoudsindicatie

Omzetbelasting. Partage. Projectontwikkeling van woningen voor particulieren. Vrijgestelde levering van de nog bebouwde kavels aan kopers door de eigenaar van de onroerende zaak. Voorafgaand aan de levering heeft eiseres ontwikkelwerkzaamheden gefactureerd met btw aan de eigenaar van de onroerende zaak, overigens zonder de btw te voldoen. Verweerder heft de btw na. Volgens eiseres is dit onterecht, omdat sprake was van partage. Zij stelt dat zij heeft samengewerkt met de eigenaar van de onroerende zaak en dat zij samen vooraf mondelinge afspraken hebben gemaakt over verdeling van de winst, welke afspraken later schriftelijk zijn vastgelegd. De rechtbank oordeelt dat eiseres een belaste dienst onder bezwarende titel heeft verricht aan de eigenaar, omdat zij gezien de facturen (niet vrijgestelde) werkzaamheden als ondernemer heeft verricht tegen vergoeding. De bewijslast dat toch geen sprake is van een belaste dienst, maar van partage, rust op eiseres. Eiseres heeft niet aannemelijk gemaakt dat vooraf een mondelinge overeenkomst is gesloten die leidt tot het oordeel dat sprake is van partage. Ook de later opgemaakte stukken zijn onvoldoende om partage aan te nemen, omdat naast de afspraak over de netto winstverdeling geen afspraken zijn gemaakt over de wijze van samenwerken en de wijze van afrekenen. De naheffing is dus terecht.

Uitspraak

RECHTBANK GELDERLAND

Zittingsplaats Arnhem

Belastingrecht

zaaknummers: ARN 22/2080 en 22/2081

uitspraak van de enkelvoudige kamer van

in de zaken tussen

[eiseres] , uit [plaats 1] , eiseres

(gemachtigde: [gemachtigde] ),

en

de inspecteur van de Belastingdienst, kantoor Almelo (verweerder).

Inleiding

Feiten

Beoordeling door de rechtbank

Conclusie en gevolgen

Beslissing

Informatie over hoger beroep