Rechtbank Gelderland, 18-06-2024, ECLI:NL:RBGEL:2024:3811, 435173
Rechtbank Gelderland, 18-06-2024, ECLI:NL:RBGEL:2024:3811, 435173
Gegevens
- Instantie
- Rechtbank Gelderland
- Datum uitspraak
- 18 juni 2024
- Datum publicatie
- 15 juli 2024
- ECLI
- ECLI:NL:RBGEL:2024:3811
- Zaaknummer
- 435173
Inhoudsindicatie
Kort geding. Geschil over inhoud koopovereenkomst. De vorderingen die strekken tot nakoming van de gestelde afspraken met betrekking tot de koop en levering van het perceel worden afgewezen.
Uitspraak
Civiel recht
Zittingsplaats Arnhem
Zaaknummer: C/05/435173 / KG ZA 24-129
Vonnis in kort geding van 18 juni 2024
in de zaak van
de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid
[nummer] B.V.,
gevestigd te Elspeet, gemeente Nunspeet,
eisende partij,
hierna: [nummer] ,
advocaat: mr. A. Hofman te Barneveld,
tegen
de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid
[gedaagde partij] B.V.,
gevestigd te Kootwijkerbroek, gemeente Barneveld,
gedaagde partij,
hierna te noemen: [gedaagde partij] ,
advocaat mr. P.A.M. van Hoef te Venray.
1 De procedure
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- de dagvaarding met producties 1 tot en met 8
- de brief van 25 mei 2024 van [gedaagde partij] met producties 1 tot en met 7 - de mondelinge behandeling van 28 mei 2024 - de pleitnota van [nummer] - de pleitnota’s van [gedaagde partij] .
2 De feiten
[gedaagde partij] is eigenaar van een perceel grond groot 913 m2, kadastraal bekend Nunspeet [nummer] en gelegen aan de [straatnaam] in de nabijheid van Elspeet (hierna: het perceel). Op het perceel rust op dit moment gedeeltelijk een tuinbestemming en gedeeltelijk een woonbestemming zonder (zelfstandige) bouwmogelijkheden. [persoon A.] (hierna: [persoon A.] ) heeft een strookje grond op het perceel in gebruik.
[gedaagde partij] heeft het perceel omstreeks 2005 verworven en zij heeft nadien meermaals een omgevingsvergunning aangevraagd bij de gemeente Nunspeet (hierna: de gemeente) om daarop in afwijking van het vigerende bestemmingsplan (een) woning(en) te mogen bouwen. Daarop is door de gemeente (tot op heden) steeds in negatieve zin beslist vanwege (onder meer) de ‘stankcirkel’ van een agrarisch bedrijf in de nabije omgeving.
[gedaagde partij] heeft zich omstreeks 2019/2020 aangemeld voor het programma ‘Woningbouw op maat’ van de gemeente, waarmee sturing wordt gegeven aan particuliere initiatieven voor woningbouw op inbreidingslocaties. Voornoemde aanvraag is uiteindelijk door de gemeente(raad) afgewezen.
Bij e-mailbericht van 13 januari 2020 heeft de heer [nummer] (hierna: [nummer] ) aan de heer [gedaagde partij] (hierna: [gedaagde partij] ) geschreven dat hij begrepen heeft dat de gemeente afwijzend tegenover een woning op het perceel staat en dat dit naar verwachting de komende twintig jaar of langer niet anders zal worden. In voornoemd e-mailbericht schrijft [nummer] verder:
“Ik heb je al eens gevraagd of je het weiland niet aan mij wil verkopen. Ik wil er dan een tuin van maken en een uitrit naar de [straatnaam] . Heeft het zin om hier nog eens met elkaar over te praten? ‘k Hoor graag van je.”
In reactie op dit e-mailbericht heeft [gedaagde partij] bij e-mailbericht van 4 mei 2020 aan [nummer] gevraagd van wie hij begrepen heeft dat er niet gebouwd zou kunnen worden op het perceel. Daarop heeft [nummer] bij e-mailbericht van diezelfde datum aan [gedaagde partij] bericht dat hij meende dat dit ‘toentertijd in de krant stond’ en hem gevraagd of het zin heeft om over de verkoop van het perceel van gedachten te wisselen.
Bij brief van 8 februari 2021 heeft [gedaagde partij] aan omwonenden van het perceel laten weten dat er gesprekken plaatsvinden met de gemeente over het mogen bouwen van een (dubbele) woning op het perceel met het verzoek om eventuele opmerkingen of bedenkingen tegen het realiseren van een woning op het perceel kenbaar te maken.
Bij e-mailbericht van 13 februari 2021 aan [gedaagde partij] heeft [nummer] een aantal bezwaren van buurtbewoners tegen de bouwplannen op het perceel doorgestuurd met de mededeling dat “van meerdere zijden in de dorpsgemeenschap is vernomen dat er bezwaren zijn” en dat de conclusie is dat “niemand bebouwing wil” op het perceel.
[gedaagde partij] heeft op enig moment wederom een omgevingsvergunning voor woningbouw op het perceel aangevraagd. De aanvraag is door de gemeente in het primaire besluit en in de beslissing op het door [gedaagde partij] ingestelde bezwaar afgewezen. Tegen die beslissing op bezwaar heeft [gedaagde partij] bij brief van 18 oktober 2022 beroep ingesteld bij de afdeling bestuursrecht van deze rechtbank.
In reactie op een (niet in deze procedure overgelegd) e-mailbericht van 31 maart 2022 van [gedaagde partij] en naar aanleiding van interesse van een derde (de heer [naam derde] ) in het perceel heeft [nummer] bij e-mailbericht van 19 april 2022 het volgende aan [gedaagde partij] bericht:
‘(...)
deze heeft gemeld dat hij een stuk grond van u heeft gepacht en dat hij een fokbedrijf heeft en dat hij om die reden de grond wil gebruiken voor het houden van een drietal pinken en/of wat schapen;
ik wil u er op wijzen dat de grond die hij bedoelt (en naar zijn zeggen heeft gepacht) geen agrarische bestemming heeft. Zie de bijlage bij deze mail. De grond heeft voor een deel een woonbestemming (zonder verdere bouwmogelijkheden) en voor een deel een tuinbestemming. Een agrarisch gebruik is niet toegestaan;
mijn dringende verzoek is dan ook dat u de heer [naam derde] zult meedelen dat er gebruiksbeperkingen aan de orde zijn en dat het door hem voorgenomen gebruik niet is toegestaan;
indien er toch wordt gehandeld in strijd met het bestemmingsplan, zal ik mij genoodzaakt zien de gemeente te verzoeken handhavende maatregelen te nemen.
Tot slot, ik vind het jammer dat u ons aanbod om het weitje van u te kopen niet in overweging neemt. 'k Heb u 40K k.k. geboden en dat doe ik nog steeds gestand. En praten kan altijd, toch? Het zou voor de jeugd in de buurt, de buren e.d. prettig zijn als het blijft zoals het nu is.
Het " [naam weitje] " zou een ideale speelhoek blijven en zijn voor de jeugd en als (kruiden)tuin, oprit, parkeren e.d. gebruikt kunnen worden volgens de bestemming. Uiteraard besef ik dat er sprake is geweest bij u van een investering die niet tot het beoogde resultaat leidt. Als het zakelijk door u gekocht is, dan kan wel een deel van het verlies afgewenteld worden op de fiscus (besparing van ca 40%), maar zuur blijft het. Maar misschien biedt dit ook perspectief? Nader te bespreken als u dat wil.
Ik kan u garanderen dat wij het willen kopen uit belang van natuurbehoud, speelgelegenheid, ruimtelijk en verkeerstechnisch overzicht, etc. We willen best verklaren dat we er geen woningen gaan ontwikkelen en zo wel dat we u mee laten delen in de winst e.d. of alsdan alsnog een bedrag betalen. Maar dat is echt de intentie niet.
Kunnen we daar niet eens over in gesprek en kijken of we elkaar vinden kunnen? Of heeft u - ook in het licht van voorstaande - een redelijke prijs voor ons met een aanvullende afspraak?
(...)’
[gedaagde partij] heeft het onder 2.8. vermelde beroep bij brief van 1 februari 2024 ingetrokken, omdat [gedaagde partij] naar eigen zeggen in een persoonlijk gesprek met de gemeente overeenstemming heeft bereikt over het verschil van inzicht betreffende het geschil over de aanvraag omgevingsvergunning.
[gedaagde partij] heeft op enig moment nogmaals een bouwplan ingediend bij de gemeente Nunspeet in het kader van het programma ‘Woningbouw op maat’. Naar aanleiding van die aanmelding is [gedaagde partij] bij de omwonenden van het perceel langs geweest, waaronder op 25 maart 2024 bij [nummer] . Tijdens dat bezoek en tijdens een later bezoek op 29 maart 2024 hebben [nummer] en [gedaagde partij] gesproken over de verkoop van het perceel door [gedaagde partij] aan [nummer] .
In het dossier bevindt zich een e-mailbericht, gedateerd 28 maart 2024, afkomstig van ‘ [persoon B] ’ en gericht aan [nummer] met als onderwerp ‘perceel [straatnaam 2] / [straatnaam] ’. Daarin staat:
‘Zie de bijlagen.
Bijl. I: bestemming is deels wonen en deels tuinen
Bijl. II: totale oppervlakte ca 945 m2
Bijl. III: oppervlakte woonbestemming ca 295 m2 en oppervlakte tuinbestemming ca 650 m2.
Groet,
[persoon B]
Beeldgegevens zijn bijgevoegd.’
Daaronder staat de volgende handgeschreven tekst:
‘ 29/3 2024
Prijs Hoek [straatnaam] / [straatnaam 2]
± 940 m2
Koop € 405.000 k.k.
Notaris [naam notaris]
alle papieren + overdracht plan etc.
Kosten t/m heden inzake ontwikkeling blijven voor [gedaagde partij] ’
(met daaronder de handtekeningen van [nummer] namens [nummer] en [gedaagde partij] namens [gedaagde partij] )
en:
‘ [persoon A.] medegebruik te maken oprit en parkeren met 1 auto mits medewerking’
[nummer] en [persoon A.] hebben op 3 april 2024 een vaststellingsovereenkomst gesloten over het (voortgezette) gebruik door [persoon A.] van een strookje grond van het perceel tegen betaling van een vergoeding door [persoon A.] aan [nummer] .
Op 9 april 2024 heeft de notaris een conceptakte van levering aan partijen toegestuurd met als datum van levering 17 april 2024. Ten aanzien van het over te dragen perceel en het gebruik van dat perceel staat in de conceptakte het volgende:
‘OMSCHRIJVING REGISTERGOED
het recht van eigendom met betrekking tot het perceel grond, gelegen nabij Elspeet, [straatnaam] ongenummerd, kadastraal bekend gemeente Nunspeet, [nummer] , ter grootte van negen are en dertien centiare (9 a 13 ca),
(...)
De comparanten, handelend als gemeld, verklaarden voorts het navolgende:
‘Gebruik.
Het Verkochte, hierna ook te noemen: "het verkochte" en/of "het registergoed", zal door koper worden gebruikt als perceel grond, bestemd om te worden bebouwd (na aanvraag van de daartoe benodigde vergunningen).
Alle reeds door verkoper gemaakte plannen ten aanzien van het verkochte, alsmede aangevraagde vergunningen, bestemmingsplanwijzigingen en/of kosten van architecten en dergelijke zijn in het verkochte begrepen.
De kosten die door verkoper tot op heden zijn gemaakt, hoe ook genaamd, met oog op de ontwikkeling ten bate van bebouwing op het verkochte, blijven voor rekening van verkoper.’
[gedaagde partij] heeft in reactie op voornoemde conceptakte met betrekking tot de omschrijving van het registergoed opgemerkt dat sprake is van ‘tuingrond’ in plaats van ‘grond’ en dat partijen met betrekking tot het gebruik van het perceel het volgende hebben afgesproken:
‘De tuingrond zal als tuingrond bij de woning van [nummer] of zijn rechtsopvolgers in gebruik blijven. Het perceel zal niet worden bebouwd. Het door de gemeente toegezegde bouwrecht voor een dubbele woning zal worden verplaatst naar een ander perceel. Zulks belast met een direct opeisbare boete van € 75.000,- als er op het perceel wel een woning wordt gebouwd.’
Met betrekking tot de zinsnede in de conceptakte, dat er omzetbelasting verschuldigd is, omdat het verkochte bouwterrein betreft (onbebouwde grond, bestemd voor de bouw van één of meer gebouwen), heeft [gedaagde partij] het volgende opgemerkt:
‘Ik denk dat het tuingrond is omdat het niet wordt bebouwd. Er zijn nog geen vergunningen verleent of aangevraagd. Er is een verzoek voor bestemmingswijziging aangevraagd bij de gemeente.’
Bij aangetekende brief van 17 april 2024 heeft de advocaat van [nummer] [gedaagde partij] gesommeerd de koopovereenkomst met betrekking tot het perceel onverkort na te komen en mee te werken aan levering van het perceel aan [nummer] tegen betaling van € 405.000,- excl. btw k.k., zonder enige, niet in de conceptakte van levering van 9 april 2024 vermelde, beperkingen voor wat betreft de gebruiksmogelijkheden daarvan. Hij schrijft dat [nummer] het perceel heeft gekocht vanwege het plan c.q. de voorziene mogelijkheid van woningbouw op het perceel en dat door [gedaagde partij] de verwachting van bedoelde woningbouw als zeer reëel is bestempeld. In dat kader laat de formulering van de koopovereenkomst ‘alle papieren + overdracht plan etc.’ niets aan duidelijkheid te wensen over. De vermelding ‘Kosten t/m heden inzake ontwikkeling blijven voor Henk’ zou bovendien zinledig zijn indien het niet de bedoeling van partijen zou zijn geweest dat [nummer] het plan op het perceel zou voortzetten en - na definitief door de gemeente verkregen toestemming - zou mogen realiseren, aldus (de advocaat van) [nummer] .
Bij e-mailbericht van 22 april 2024 heeft de advocaat van [gedaagde partij] aan de advocaat van [nummer] bericht dat [gedaagde partij] niet aan voornoemde sommatie zal voldoen, althans niet zonder aanpassing van de leveringsakte voor wat betreft het gebruik van het perceel. Hij laat weten dat het min of meer vast staat dat de gemeente in mei 2024 zal besluiten dat op het perceel in het kader van de regeling ‘Woningbouw op maat’ een dubbele woning mag worden gebouwd. Hij schrijft verder dat het door partijen ondertekende e-mailbericht van 29 maart 2024 slechts enkele hoofdzaken bevat en dat partijen daarnaast zijn overeengekomen dat [nummer] het perceel kocht om er voor zijn dochter een biologische tuin en voor de buurt een speeltuin van te maken en dat [nummer] het ‘komende bouwrecht’ zal gebruiken om elders in Nunspeet op een ander perceel een dubbele woning te bouwen.
3 Het geschil
[nummer] vordert bij vonnis, uitvoerbaar bij voorraad:
A. [gedaagde partij] te veroordelen tot nakoming van de met [nummer] op 29 maart 2024 gesloten overeenkomst door:
I. [gedaagde partij] te gebieden - op eerste verzoek van de notaris daartoe - mee te werken aan levering van het perceel tegen een door [nummer] te betalen koopsom van € 405.000,00 excl. btw (k.k.) zonder enige - niet in de als productie 5 aan de dagvaarding gehechte conceptakte van levering onder kenmerk 2024JS79689PST vermelde - beperking wat betreft de gebruiksmogelijkheden van het perceel, zulks op straffe van een dwangsom van € 1.500,00 per dag, een deel van een dag daaronder begrepen, dat [gedaagde partij] in gebreke blijft aan deze veroordeling te voldoen;
II. [gedaagde partij] te gebieden op eerste verzoek van [nummer] daartoe alle voor de voortzetting van het plan op naam van [nummer] benodigde medewerking te zullen verlenen - waaronder begrepen het voorafgaand aan sub I bedoelde levering ondertekenen van een aan gemeente Nunspeet gerichte verklaring inhoudende dat [nummer] de door [gedaagde partij] ingediende (principe)aanvraag op diens naam voortzet - en alle in het kader van het plan zich onder [gedaagde partij] bevindende documenten aan [nummer] ter hand te stellen, zulks op straffe van een dwangsom van € 1.000,00 per dag, een deel van een dag daaronder begrepen, dat [gedaagde partij] in gebreke blijft aan deze veroordeling te voldoen;
III. [gedaagde partij] te verbieden handelingen te verrichten of na te laten welke een belemmering vormen voor de noodzakelijke toestemmingen van gemeente Nunspeet ter realisatie van het project, zulks op straffe van een dwangsom van € 100.000,00 per overtreding;
met veroordeling van [gedaagde partij] in de kosten van de procedure.
[gedaagde partij] voert verweer en concludeert tot afwijzing van de vorderingen van [nummer] , met veroordeling van [nummer] in de kosten van de procedure.
Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover van belang, nader ingegaan.