Home

Rechtbank Gelderland, 12-12-2025, ECLI:NL:RBGEL:2025:10892, AWB 23_4566

Rechtbank Gelderland, 12-12-2025, ECLI:NL:RBGEL:2025:10892, AWB 23_4566

Gegevens

Instantie
Rechtbank Gelderland
Datum uitspraak
12 december 2025
Datum publicatie
9 februari 2026
ECLI
ECLI:NL:RBGEL:2025:10892
Zaaknummer
AWB 23_4566
Relevante informatie
Art. 47 AWR, Art. 8 Iw 1990, Art. 16 AWR, Art. 26a AWR, AWR, Iw 1990, Art. 8:29 Awb, Awb

Inhoudsindicatie

Vennootschapsbelasting; vestigingsplaats. De inspecteur heeft navorderingsaanslagen en boeten opgelegd aan een Curaçaose vennootschap, die onderdeel uitmaakt van een belastingbesparende structuur, omdat de werkelijke leiding in Nederland is gelegen. De rechtbank laat de navorderingsaanslagen in stand.

Uitspraak

RECHTBANK GELDERLAND

Zittingsplaats Arnhem

Bestuursrecht

zaaknummers: ARN 23/4566 tot en met 23/4569

uitspraak van de meervoudige belastingkamer van 12 december 2025

in de zaken tussen


de voormalige vereffenaar en de voormalige aandeelhouder van [naam bedrijf 1], statutair gevestigd te Curaçao, belanghebbenden

(gemachtigde: [gemachtigde 1] en [gemachtigde 2] ),

en

de inspecteur van de belastingdienst, kantoor Amsterdam, de inspecteur.

Inleiding

In deze uitspraak beoordeelt de rechtbank de beroepen van belanghebbenden tegen de uitspraken op bezwaar van de inspecteur van 8 juni 2023.

De inspecteur heeft aan [naam bedrijf 1] voor de jaren 2012 tot en met 2015 de volgende (navorderings)aanslagen vennootschapsbelasting (Vpb), beschikkingen belastingrente en boetebeschikkingen opgelegd:

Zaaknr.

Soort

Tijdvak

Belastbare winst

Belastbaar bedrag

Belasting

Belastingrente

23/4566

Navorderingsaanslag

2012

€ 824.646

€ 824.646

€ 196.161

€ 110.845

23/4567

Navorderingsaanslag

2013

€ 254.373

€ 254.373

€ 53.592

€ 28.049

23/4568

Navorderingsaanslag

2014

€ 1.279.112

€ 1.279.112

€ 309.777

€ 137.181

23/4569

Navorderingsaanslag

2015

€ 1.472.338

€ 1.472.338

€ 358.083

€ 117.015

De inspecteur heeft de daartegen gemaakte bezwaren ongegrond verklaard.

De inspecteur heeft op het beroep gereageerd met een verweerschrift.

De inspecteur heeft op de beroepen gereageerd met een verweerschrift en de op de zaak betrekking hebbende stukken overgelegd. De inspecteur heeft daarbij voor een aantal stukken een verzoek gedaan tot geheimhouding dan wel beperkte kennisneming op grond van artikel 8:29 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb).

Bij beslissing van 3 april 2025 heeft de geheimhoudingskamer het verzoek toegewezen, behoudens enkele in punt 7. van die beslissing vermelde e-mails.

Bij brief van 18 april 2025 heeft de inspecteur de desbetreffende e-mails ongeschoond overgelegd.

De rechtbank heeft de beroepen op 10 september 2025 op zitting behandeld. Namens belanghebbenden zijn verschenen de gemachtigden. Namens de inspecteur zijn verschenen [persoon A] , [persoon B] , [persoon C] , [persoon D] , [persoon E] , [persoon F] , [persoon G] en

[persoon H] .

De zaken van belanghebbenden zijn gelijktijdig behandeld met de zaken van [naam bedrijf 2]1, [naam bedrijf 3]2 en [naam bedrijf 4]3

Feiten

Beoordeling door de rechtbank

Conclusie en gevolgen

Beslissing

Informatie over hoger beroep