Home

Rechtbank Gelderland, 10-09-2025, ECLI:NL:RBGEL:2025:7815, 399609.24

Rechtbank Gelderland, 10-09-2025, ECLI:NL:RBGEL:2025:7815, 399609.24

Gegevens

Instantie
Rechtbank Gelderland
Datum uitspraak
10 september 2025
Datum publicatie
1 oktober 2025
ECLI
ECLI:NL:RBGEL:2025:7815
Zaaknummer
399609.24

Inhoudsindicatie

Man veroordeeld voor poging doodslag, wederrechtelijke vrijheidsberoving, mishandeling en bedreiging van zijn echtgenote. Opgelegd wordt een gevangenisstraf van 48 maanden, waarvan 6 maanden voorwaardelijk met een proeftijd van 3 jaar en bijzondere voorwaarden.

Uitspraak

RECHTBANK GELDERLAND

Team strafrecht

Zittingsplaats Arnhem

Parketnummer: 05.399609.24

Datum uitspraak : 10 september 2025

Tegenspraak

vonnis van de meervoudige kamer

in de zaak van

de officier van justitie

tegen

[verdachte] ,

geboren op [geboortedag] 1973 in [geboorteplaats] ,

BRP-adres: [adres 1] , [postcode] [plaats 1] (Spanje),

op dit moment gedetineerd in de [verblijfplaats] .

raadsvrouw: mr. S.M. Hoogenraad, advocaat in Zoetermeer.

Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op openbare terechtzittingen.

1 De inhoud van de tenlastelegging

Aan verdachte is, na toewijzing van een vordering tot wijziging van de tenlastelegging, ten laste gelegd dat:

feit 1 hij op of omstreeks 15 december 2024 te [plaats 2] , gemeente West Betuwe ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om [slachtoffer] (zijn echtgenote) opzettelijk van het leven te beroven, meermalen met een mes, althans een scherp voorwerp in haar nek en/of gezicht en/of borststreek, althans haar lichaam heeft gestoken en/of geprikt en/of gesneden en/of met dat mes stekende bewegingen heeft gemaakt naar het lichaam van die [slachtoffer] terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;

subsidiair althans, indien het vorenstaande niet tot een veroordeling mocht of zou kunnen leiden:

hij op of omstreeks 15 december 2024 te [plaats 2] , gemeente West Betuwe aan [slachtoffer] (zijn echtgenote) opzettelijk zwaar lichamelijk letsel, te weten steekwonden in/op kin, althans in het gezicht en/of bij haar halsstreek en/of borststreek, heeft toegebracht door meermalen met een mes, althans een scherp voorwerp in haar nek en/of gezicht en/of borststreek, althans haar lichaam heeft gestoken en/of geprikt en/of gesneden;meer subsidiair althans, indien het vorenstaande niet tot een veroordeling mocht of zou kunnen leiden:

hij op of omstreeks 15 december 2024 te [plaats 2] , gemeente West Betuwe ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om aan [slachtoffer] opzettelijk zwaar lichamelijk letsel toe te brengen meermalen met een mes, althans een scherp voorwerp in haar nek en/of gezicht en/of halsstreek en/of borststreek, althans haar lichaam heeft gestoken en/of geprikt en/of gesneden en/of met dat mes stekende bewegingen heeft gemaakt naar het lichaam van die [slachtoffer] terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;

feit 2 hij op of omstreeks 30 november 2024 te [plaats 2] en/of [plaats 3] , gemeente West Betuwe zijn echtgenoot/echtgenote [slachtoffer] heeft mishandeld door-haar met kracht aan de haren (uit een auto) te trekken en/of-onder meer in/bij een auto tegen haar hoofd en/of lichaam te stompen en/of te slaan en/of te schoppen;

feit 3 hij op of omstreeks 30 november 2024 te [plaats 2] , gemeente West Betuwe tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, opzettelijk [slachtoffer] wederrechtelijk van de vrijheid heeft/hebben beroofd en/of beroofd gehouden, door haar hardhandig beet te pakken en vervolgens uit haar auto te trekken en/of vervolgens met kracht in zijn, verdachtes auto te duwen en/of te trekken en/of vervolgens met die auto weg te (laten) rijden en vervolgens te autoportieren af te (laten) sluiten;

subsidiair althans, indien het vorenstaande niet tot een veroordeling mocht of zou kunnen leiden:

hij op of omstreeks 30 november 2024 te [plaats 3] en/of [plaats 2] , gemeente West Betuwe, tezamen en vereniging met een ander of anderen, althans alleen ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om opzettelijk [slachtoffer] wederrechtelijk van de vrijheid te beroven en/of beroofd te houden, haar hardhandig heeft beetgepakt en vervolgens uit haar auto heeft getrokken en/of vervolgens met kracht in zijn, verdachtes auto heeft geduwd en/of getrokken en/of vervolgens met die auto weg is gereden en daarbij de autoportieren heeft af (laten) sluiten terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;

feit 4 hij in of omstreeks de periode van 25 november 2024 tot en met 17 december 2024 te [plaats 2] , gemeente West Betuwe twee mobiele telefoons (merk iphone), in elk geval enig goed, dat/die geheel of ten dele aan [slachtoffer] , in elk geval aan een ander toebehoorde(n) heeft weggenomen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen;

feit 5 hij in of omstreeks de periode van 10 november 2024 tot en met 10 december 2024 te [plaats 2] , gemeente West Betuwe [slachtoffer] heeft bedreigd met enig misdrijf tegen het leven gericht en/of met zware mishandeling, door die [slachtoffer] - via een op een badkamerspiegel geschreven tekst - dreigend de woorden toe te voegen :” kankerhoer je gaat dood", althans woorden van gelijke dreigende aard of strekking.

2 De ontvankelijkheid van de officier van justitie

Verdachte wordt onder feit 4 verweten dat hij twee telefoons van [slachtoffer] heeft gestolen. De rechtbank stelt vast dat verdachte en [slachtoffer] echtgenoten van elkaar zijn.

Volgens artikel 316 van het Wetboek van Strafrecht is strafvervolging ter zake diefstal tussen echtgenoten uitgesloten. De rechtbank is daarom van oordeel dat de officier van justitie niet kan worden ontvangen in de vervolging van verdachte ten aanzien van de onder feit 4 ten laste gelegde diefstal.

3. Overwegingen ten aanzien van het bewijs 1

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gesteld dat er wettig en overtuigend bewijs is voor het primair tenlastegelegde onder feit 1 en 3 en het tenlastegelegde onder feit 2 en 5. Ten aanzien van het primair tenlastegelegde onder feit 3 heeft de officier van justitie zich op het standpunt gesteld dat sprake is van medeplegen.

Het standpunt van de verdediging

De raadsvrouw heeft ten aanzien van feit 1 bepleit dat niet kan worden bewezen dat verdachte aangeefster heeft gestoken met een mes. Dat er zou zijn gestoken met een mes is enkel gebaseerd op de getuigenverklaring van [getuige 1] en de forensisch medische letselrapportage. De raadsvrouw heeft betoogd dat de verklaringen van [getuige 1] niet betrouwbaar zijn en dienen te worden uitgesloten van het bewijs. Uit de letselrapportage blijkt niet genoegzaam dat er zou zijn gestoken met een mes. Daarnaast heeft de raadsvrouw betoogd dat verdachte geen (voorwaardelijk) opzet had om aangeefster te doden of zwaar lichamelijk letsel toe te brengen. Het letsel van aangeefster kan ook niet worden gekwalificeerd als zwaar lichamelijk letsel. Verdachte dient daarom integraal te worden vrijgesproken van feit 1. Ten aanzien van feit 2 en 3 heeft de raadsvrouw bepleit dat verdachte partieel dient te worden vrijgesproken van de geweldshandeling ‘schoppen’. Ten aanzien van feit 3 heeft de raadsvrouw bepleit dat verdachte dient te worden vrijgesproken van het bestanddeel medeplegen, nu er geen sprake is van een nauwe en bewuste samenwerking met de andere twee mannen in de BMW. Ten slotte heeft de raadsvrouw bepleit dat er geen enkel bewijs is dat verdachte de boodschap op de spiegel heeft geschreven, waardoor verdachte ook dient te worden vrijgesproken van feit 5.

Beoordeling door de rechtbank

feit 1

Aangeefster [slachtoffer] heeft verklaard dat zij al 14 jaar met [verdachte] , verdachte, getrouwd is. Op 15 december 2024 lag aangeefster op bed. Zij hoorde de stem van verdachte, die riep: “Kankerhoer, waar ben je? Hier komen, mij voor de gek houden he!” Aangeefster deed de deur van haar slaapkamer open en zag verdachte op de overloop staan. Verdachte kwam in haar richting gelopen. Aangeefster zag dat hij iets in zijn rechterhand had, maar kon niet zien wat het was. Verdachte strekte zijn arm, met het voorwerp in zijn hand, uit in de richting van het gezicht van aangeefster. Aangeefster voelde vervolgens dat het nat werd in haar nek. Aangeefster zag en voelde dat het bloed door haar vingers stroomde. Ze heeft zich toen op de vloer laten vallen. Daarna hoorde en zag aangeefster dat [getuige 1] (de rechtbank begrijpt: [getuige 1] , de zoon van aangeefster en verdachte) zich tot verdachte richtte door tegen hem te schreeuwen.2Aangeefster heeft verklaard dat [getuige 1] de eerste keer steken niet heeft gezien. Ze kon ontsnappen doordat [getuige 1] verdachte van haar aftrok.3

Verbalisanten [verbalisant 1] en [verbalisant 2] kwamen bij de [adres 2] in [plaats 2] ter plaatse. De zoon van het slachtoffer, [getuige 1] , kwam naar hen toegelopen. [getuige 1] zei tegen de verbalisanten dat zijn vader zijn moeder had gestoken. Hij vertelde dat zijn vader [verdachte] heet. [getuige 1] had gezien dat zijn vader een groot broodmes bij zich had waarmee hij had gestoken. [getuige 1] zei dat zijn vader zwarte handschoenen droeg. Hij had gezien dat zijn vader in de kamer stond en met het mes probeerde in te steken op de buik van zijn moeder.4

Getuige [getuige 1] heeft verklaard dat hij in de ochtend van 15 december 2024 lag te slapen in de woning aan de [adres 2] in [plaats 2] . Hij werd wakker gemaakt door zijn vriendin, omdat zijn vader (verdachte) in de woning was en zij geschreeuw en ruzie hoorde. [getuige 1] hoorde op de eerste verdieping heel veel geschreeuw, woorden als “kankerhoer” en dergelijke. Toen [getuige 1] de kamer van zijn ouders binnen liep, zag hij verdachte staan. Hij zag dat verdachte zwarte handschoenen droeg en een groot broodmes van 30 cm bij zich had. [getuige 1] zag dat zijn moeder (de rechtbank begrijpt: aangeefster) op haar rug op de grond lag en zag heel veel bloed om haar heen. Op het moment dat [getuige 1] binnen kwam, zag hij verdachte nog uithalen in de richting van de buik van zijn moeder. [getuige 1] bedoelde hiermee dat verdachte steekbewegingen maakte met het mes in zijn hand. [getuige 1] heeft vervolgens zijn vader een harde duw gegeven.5

[getuige 1] heeft aanvullend verklaard dat zijn vader een groot mes vast had. Het was een soort slagersmes van ongeveer 30 centimeter lang. Het handvat was zwart van kleur, met drie stippen in de kleur zilver op het handvat. Het snijgedeelte begon in een punt en werd steeds breder richting het handvat. Het was echt een mes wat men gebruikt in de keuken.6

Bij aangeefster zijn de volgende letsels vastgesteld:

-

Een snijwond met een geschatte lengte van 3-4 cm op de rechteronderkaak (letsel 1);

-

Een snijwond met een lengte van 0,5 cm links op de borst (letsel 5);

-

Bloeduitstortingen aan de voorzijde van de hals, onder het rechtersleutelbeen, aan de bovenzijde van het borstbeen (letsel 6 en 7), onder het linkersleutelbeen (letsel 8), en op het linkerjukbeen (letsel 3).

De letsels 1 en 5 zijn ontstaan door een krachtinwerking met een scherprandig of scherppuntig voorwerp.7

Door forensisch artsen werkzaam bij het Landelijk Onderzoeks- en Expertisebureau FMO (LOEF) is gerapporteerd over de waarschijnlijkheid van de geconstateerde letsels bij weging van de volgende hypothesen: - Hypothese 1: Het letsel is toegebracht met het mes.- Hypothese 2: Het letsel is toegebracht met de (huis)sleutel.De forensisch artsen hebben in de rapportage beschreven dat een mes met gladde snijranden een snijwond met gladde wondranden veroorzaakt. Een sleutel heeft geen gladde snijrand waardoor een scheurwond zal ontstaan met rafelige wondranden en een bloeduitstorting rond de huiddoorbreking. Het letsel van de hals aan aangeefster is waarschijnlijker onder hypothese 1, dat het letsel toegebracht is met een mes, dan onder hypothese 2, dat het letsel toegebracht is met een (huis)sleutel.

Ten aanzien van de gevaarzetting hebben de forensisch artsen beschreven dat het grootste gevaar van het steken met een puntig voorwerp, zoals een mes of huissleutel, in het hoofd-hals gebied een doorklieving van de grote halsslagader is. Dit kan leiden tot fors bloedverlies, waardoor verbloeding, shock en zelfs de dood kan intreden indien niet snel en adequaat medische hulp wordt verleend. Letsel aan de luchtpijp zal tot acute ademhalingsproblemen leiden. Letsel aan de slokdarm die achter de luchtpijp ligt, zal een algehele infectie (sepsis) van het lichaam kunnen veroorzaken door het vrijkomen van slokdarminhoud in de borstkas. Beide zijn levensbedreigende aandoeningen die snelle en adequate medische behandeling vereisen.8

De rechtbank stelt op grond van de bewijsmiddelen vast dat verdachte de slaapkamer van aangeefster binnenkwam en schreeuwend op aangeefster af liep. Uit de verklaring van aangeefster blijkt dat verdachte zijn arm in de richting van het gezicht van aangeefster uitstrekte en dat hij daarbij een voorwerp in zijn hand had. Aangeefster voelde vervolgens dat het nat werd in haar nek. Bij aangeefster werd een snijwond van een geschatte lengte van 3-4 cm op de rechteronderkaak en een snijwond met een lengte van 0,5 cm links op de borst geconstateerd.

Verdachte heeft verklaard dat hij aangeefster sloeg met gebalde vuist, waar hij op dat moment zijn huissleutel in vast hield. Doordat hij aangeefster met de huissleutel raakte, is volgens verdachte het letsel van aangeefster ontstaan. Getuige [getuige 1] heeft echter verklaard dat hij zag dat verdachte een mes van 30 cm vast had.

De raadsvrouw heeft bepleit dat de getuigenverklaringen van [getuige 1] – namelijk dat hij zag dat zijn vader een mes van 30 cm in zijn hand had – niet betrouwbaar zijn. De raadsvrouw heeft daartoe betoogd dat [getuige 1] geen onafhankelijke getuige is en zijn verklaringen vol onduidelijkheden en tegenstrijdigheden zitten. De raadsvrouw heeft betoogd dat de verklaringen van [getuige 1] niet als bewijsmiddelen mogen worden gebezigd.

De rechtbank acht de verklaringen van [getuige 1] wel betrouwbaar en overweegt daartoe dat zijn verklaringen ten aanzien van het mes consistent en gedetailleerd zijn. Zo omschreef [getuige 1] gedetailleerd de uiterlijke kenmerken van het mes en verklaarde hij steeds dat het ging om een mes van 30 centimeter. De rechtbank wijst erop dat [getuige 1] meteen tegen de verbalisanten die vlak na het incident ter plaatse kwamen, verklaarde dat zijn vader met een groot mes had gestoken. Dat [getuige 1] geen onafhankelijke getuige is, omdat verdachte zijn vader betreft, acht de rechtbank vanwege loyaliteit naar zijn vader, des te meer bijdragend aan de betrouwbaarheid van zijn verklaring. De verklaring van [getuige 1] wordt bovendien ondersteund door de beantwoording van de vragen in de forensisch medische letselrapportage, waaruit naar voren komt dat het waarschijnlijker is dat de snijverwondingen van aangeefster zijn ontstaan door een mes dan door een huissleutel. De forensisch artsen hebben daarbij opgemerkt dat een mes een snijwond met gladde wondranden zal veroorzaken, hetgeen overeenkomt met het letsel van aangeefster. Tot slot overweegt de rechtbank dat de huissleutel van verdachte is onderzocht en dat er geen aanwijzingen voor bloedsporen op zijn aangetroffen. De rechtbank verwerpt het verweer van de verdediging en bezigt de verklaringen van [getuige 1] voor het bewijs.

De rechtbank komt dan ook, op basis van de aangifte, de getuigenverklaringen van [getuige 1] en de forensisch letselrapportage, tot het oordeel dat verdachte aangeefster heeft gesneden in de rechteronderkaak en op de borst met een mes van 30 centimeter.

Om tot een bewezenverklaring van een poging doodslag te kunnen komen, is vereist dat verdachte opzet heeft gehad op de dood van aangeefster. De rechtbank is van oordeel dat op grond van het dossier niet is komen vast te staan dat verdachte vol opzet heeft gehad op de dood van aangeefster. De vraag die de rechtbank vervolgens moet beantwoorden, is of verdachte voorwaardelijk opzet op de dood van aangeefster heeft gehad.

Van voorwaardelijk opzet op de dood is sprake indien de verdachte bewust de aanmerkelijke kans heeft aanvaard dat het slachtoffer als gevolg van zijn handelen zou komen te overlijden. De beantwoording van de vraag of een gedraging de aanmerkelijke kans op een bepaald gevolg in het leven roept, is afhankelijk van de omstandigheden van het geval. Daarbij komt betekenis toe aan de aard van de gedraging en de omstandigheden waaronder deze is verricht. Het zal in alle gevallen moeten gaan om een kans die naar algemene ervaringsregels aanmerkelijk is te achten. Voorts is vereist dat de verdachte de kans op de dood bewust heeft aanvaard (op de koop toe heeft genomen).

Verdachte heeft aangeefster met een mes van 30 centimeter gesneden bij de rechteronderkaak, dat wil zeggen in het hoofd-hals gebied. Naar het oordeel van de rechtbank had dit handelen van verdachte naar algemene ervaringsregels tot de dood van aangeefster kunnen leiden. Blijkens de forensisch medische letselrapportage kan het snijden in het hoofd-hals gebied leiden tot fors bloedverlies, waardoor verbloeding, shock en zelfs de dood kan intreden indien niet snel en adequaat medische hulp wordt verleend. Ook letsel aan de luchtpijp of slokdarm zijn levensbedreigende verwondingen. Deze gedraging van verdachte kan naar haar uiterlijke verschijningsvorm worden aangemerkt als zozeer gericht op het toebrengen van dodelijk letsel, dat het niet anders kan zijn dan dat verdachte de aanmerkelijke kans dat aangeefster zou komen te overlijden ook bewust heeft aanvaard. Van aanwijzingen voor het tegendeel, is de rechtbank niet gebleken. De rechtbank is dan ook van oordeel dat verdachte voorwaardelijk opzet had op het overlijden van aangeefster.

De rechtbank komt tot het oordeel dat de primair ten laste gelegde poging doodslag wettig en overtuigend is bewezen.

feit 2 en 3

Aangeefster [slachtoffer] heeft verklaard dat zij op 30 november 2024 samen met haar dochter in [plaats 2] reed. Haar dochter reed en zij zat op de passagiersstoel. Er reed een voertuig achter hen dat groot licht gaf. Het voertuig haalde hen vervolgens in en ging voor hen rijden. Het voertuig remde meermalen. Aangeefster zag dat het de zwarte BMW van haar man [verdachte] (hierna: verdachte) betrof. De BMW werd vervolgens dwars op de weg gezet waardoor zij niet konden passeren. Verdachte stapte uit bij de passagierszijde van de BMW en trok het portier bij aangeefster open. Verdachte trok aangeefster aan de haren en pakte haar arm vast. Verdachte trok aangeefster vervolgens uit de auto. Verdachte zei: “[naam 1] , doe die deur open, doe die deur open.” [naam 1] opende de achterportier van de BMW. Verdachte duwde aangeefster het voertuig in. Aangeefster zag dat [naam 2] achter het stuur zat. Verdachte sloeg vervolgens met meerdere vuistslagen op aangeefster in.9 Verdachte sloeg haar overal, met de vuist, en schopte haar ook. Aangeefster dacht dat haar laatste uur geslagen had en dat zij dood ging. Aangeefster trapte zo hard tegen de autodeur dat de deur open ging. Aangeefster kon de deur een paar keer opentrappen, maar verdachte deed de deur iedere keer weer dicht.10

Getuige [getuige 2] (de dochter van aangeefster en verdachte) heeft verklaard dat er een auto achter hen reed die constant seinde. De auto haalde haar in en remde toen. [getuige 2] zag toen pas dat het de auto van haar vader was. De auto stopte en stond overdwars voor haar auto. Haar vader (verdachte) zat achterin. [getuige 2] zag dat hij uitstapte en dat het foute boel was. Ze zag dat verdachte direct op haar moeder afliep, die op de bijrijdersstoel zat. Ze zag dat verdachte haar moeder uit de auto trok. Hij deed dit met best wel wat geweld. Hij trok aan haar haren en armen. [getuige 2] zag wie er achter het stuur zat. Dit was [naam 2] . Daarnaast zag zij [naam 3] , de broer van [naam 2] . [getuige 2] hoorde haar vader roepen: “[naam 1] , doe die deur open.” [naam 1] stond naast de autodeur om deze open te houden.11

Een omwonende heeft bij de meldkamer van 112 gemeld dat er mensen ruzie maakten op de 80-kilometerweg voor zijn appartement. Er moest iemand mee uit de ene auto in de andere auto. Er was veel geschreeuw. De omwonende hoorde iemand roepen: “[naam 1] je moet nu helpen. Neem d’r mee.12

Op 30 november 2024 kwamen verbalisanten [verbalisant 3] en [verbalisant 4] ter plaatse, nabij de afslag op de Steenweg in Zaltbommel. Zij zagen twee vrouwen bij een Fiat 500 staan. Eén van de vrouwen, [slachtoffer] , gaf aan dat ze net een confrontatie had gehad met haar man. Hierbij zou haar man haar diverse keren haar hebben geslagen. Verbalisanten [verbalisant 3] en [verbalisant 4] zagen bij [slachtoffer] een klein wondje bij haar wenkbrauwen zitten.13

De rechtbank stelt op basis van de bewijsmiddelen vast dat verdachte samen met twee anderen de auto van zijn dochter op een 80-kilometerweg klemreed, door voor haar auto te gaan rijden, te remmen en de BMW dwars voor haar auto te zetten. Vervolgens trok verdachte aangeefster, zijn echtgenote, aan haar haren en armen de auto uit, duwde hij haar de BMW in en sloeg hij haar overal met zijn vuist. De rechtbank stelt op basis van de verklaring van aangeefster vast dat verdachte haar ook geschopt heeft. Op basis van de verklaringen van verbalisanten [verbalisant 3] en [verbalisant 4] , dat aangeefster een wondje had bij haar wenkbrauwen, acht de rechtbank ook bewezen dat verdachte aangeefster met zijn vuist op haar hoofd heeft gestompt. De rechtbank komt daarmee tot een bewezenverklaring van de onder feit 2 ten laste gelegde mishandeling.

De rechtbank komt daarnaast tot het oordeel dat verdachte door aldus te handelen aangeefster van haar vrijheid heeft beroofd en beroofd heeft gehouden. Immers heeft verdachte aangeefster aan haar haren en armen in zijn auto getrokken en belette hij haar meerdere keren om uit de auto te stappen dan wel te springen. Aangeefster schopte meerdere keren de deuren van de auto open, maar verdachte deed de deuren van de auto steeds weer dicht. De rechtbank acht niet bewezen dat verdachte de deuren van de auto had afgesloten, nu niet gebleken is dat de deuren van de auto op slot zaten. De rechtbank zal verdachte van dit deel van de tenlastelegging partieel vrijspreken.

De rechtbank is van oordeel dat sprake was van een nauwe en bewuste samenwerking tussen verdachte en de personen [naam 1] en [naam 2] , welke samenwerking in de kern bestond uit een gezamenlijke uitvoering. Immers blijkt uit de bewijsmiddelen dat [naam 2] de auto bestuurde en dat hij dus degene was die de auto van [getuige 2] klem reed. Getuige [getuige 2] heeft verklaard dat zij hoorde dat haar vader naar [naam 1] riep: “ , doe die deur open” en dat [naam 1] bij de deur stond om deze open te houden. Aangeefster heeft verklaard dat [naam 1] de autodeur opendeed. Dat [naam 1] hielp om aangeefster in de auto te krijgen, wordt ook bevestigd door de 112-melding van de omwonende. De omwonende verklaarde tegen de meldkamer te hebben gehoord dat iemand riep: “ je moet nu helpen. Neem d’r mee.” Nadat verdachte aangeefster uit de auto had getrokken en in de BMW had geduwd, reed [naam 2] met [naam 1] , verdachte en aangeefster weg. De rechtbank acht daarmee bewezen dat sprake is van medeplegen.

De rechtbank komt op grond van het bovenstaande tot een bewezenverklaring van het primair tenlastegelegde onder feit 3.

feit 5

Aangeefster [slachtoffer] heeft verklaard dat verdachte zelf op een badkamerspiegel met nagellak “kankerhoer je gaat dood” heeft geschreven.14 Getuige [getuige 2] heeft verklaard dat zij en haar moeder de auto van haar vader bij de woning (de rechtbank begrijpt: de woning aan de [adres 2] te [plaats 2] ) zagen staan. Zij zijn toen een eindje verderop gaan staan in de hoop dat hij weer weg ging. Op een gegeven moment ging haar vader weg en gingen zij naar huis. Toen ze thuis kwamen, was de hele woning overhoop gehaald. Er waren veel dingen meegenomen, zoals een foto van oma en het trouwboek van haar ouders. Het trouwboek nam verdachte vaker mee als er ruzie was. In de badkamer trof [getuige 2] toen de volgende tekst aan op de spiegel: “Kankerhoer je gaat dood.15 In het dossier is een foto gevoegd waarop een spiegel te zien is waarop met rode letters de woorden: “Kankerhoer je gaat dood” staan.16

In de 112-melding op 30 november 2024 meldde [getuige 2] aan de meldkamer: “Vorige keer kwam ie ook al thuis en toen wilde ie me moeder... Toen [...] had ie ook al op de spiegel geschreven van "Ja. Kankerhoer. Je gaat dood”17

De rechtbank is van oordeel dat verdachte degene is geweest die de woorden “Kankerhoer je gaat dood” op de badkamerspiegel in de woning in [plaats 2] heeft geschreven. Immers zag [getuige 2] net voordat zij de woorden op de spiegel ontdekte, de auto van haar vader voor de deur van hun woning staan. Ook zag zij dat het trouwboek was weggenomen. Verdachte heeft verklaard dat hij bij ruzies soms het trouwboek meenam.18 De rechtbank concludeert uit het voorgaande dat verdachte degene was die de bedreigende woorden op de badkamerspiegel schreef.

Ten aanzien van de periode waarin het feit werd gepleegd, overweegt de rechtbank dat, gelet op de 112-melding van [getuige 2] op 30 november 2024, de woorden op de spiegel werden gezet vóór 30 november 2024. Aangeefster heeft in haar aangifte van 15 december 2024 verklaard dat “[verdachte] [..] sinds 4 weken niet meer thuis [is]”.19 Uit de verklaring van getuige [getuige 2] volgt dat het feit gepleegd moet zijn in de periode dat verdachte niet meer bij aangeefster woonde. De rechtbank acht het daarom bewezen dat de bedreiging in de periode van 17 november 2024 tot en met 29 november 2024 is gepleegd.

De rechtbank acht feit 5 dan ook wettig en overtuigend bewezen.

4 De bewezenverklaring

Naar het oordeel van de rechtbank is wettig en overtuigend bewezen dat verdachte het onder feit 1 tot en met 3 en 5 tenlastegelegde heeft begaan, te weten dat:

feit 1(primair) hij op of omstreeks 15 december 2024 te [plaats 2] , gemeente West Betuwe ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om [slachtoffer] (zijn echtgenote) opzettelijk van het leven te beroven, meermalen met een mes, althans een scherp voorwerp in haar nek en/of gezicht en/of borststreek, althans haar lichaam heeft gestoken en/of geprikt en/of gesneden en/of met dat mes stekende bewegingen heeft gemaakt naar het lichaam van die [slachtoffer] terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;

feit 2 hij op of omstreeks 30 november 2024 te [plaats 2] en/of [plaats 3], gemeente West Betuwe zijn echtgenoot/echtgenote [slachtoffer] heeft mishandeld door- haar met kracht aan de haren (uit een auto) te trekken en/of- onder meer in/bij een auto tegen haar hoofd en/of lichaam te stompen en/of te slaan en/of te schoppen;

feit 3 (primair) hij op of omstreeks 30 november 2024 te [plaats 2] , gemeente West Betuwe tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, opzettelijk [slachtoffer] wederrechtelijk van de vrijheid heeft/hebben beroofd en/of beroofd gehouden, door haar hardhandig beet te pakken en vervolgens uit haar auto te trekken en/of vervolgens met kracht in zijn, verdachtes auto te duwen en/of te trekken en/of vervolgens met die auto weg te (laten) rijden en vervolgens te autoportieren af te (laten) sluiten;

feit 5 hij in of omstreeks de periode van 17 november 2024 tot en met 29 november 2024 te [plaats 2] , gemeente West Betuwe [slachtoffer] heeft bedreigd met enig misdrijf tegen het leven gericht en/of met zware mishandeling, door die [slachtoffer] - via een op een badkamerspiegel geschreven tekst - dreigend de woorden toe te voegen :” kankerhoer je gaat dood", althans woorden van gelijke dreigende aard of strekking.

Voor zover er in de tenlastelegging kennelijke taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn die fouten in de bewezenverklaring verbeterd. Verdachte is daardoor niet in de verdediging geschaad.

Wat meer of anders is ten laste gelegd dan hiervoor bewezen is verklaard, is niet bewezen.

Verdachte zal daarvan worden vrijgesproken.

5 De kwalificatie van het bewezenverklaarde

6 De strafbaarheid van de feiten

7 De strafbaarheid van de verdachte

8 De overwegingen ten aanzien van straf

9 De toegepaste wettelijke bepalingen

10 De beslissing