Home

Rechtbank Noord-Holland, 01-12-2017, ECLI:NL:RBNHO:2017:11359, AWB - 15 _ 3265

Rechtbank Noord-Holland, 01-12-2017, ECLI:NL:RBNHO:2017:11359, AWB - 15 _ 3265

Gegevens

Instantie
Rechtbank Noord-Holland
Datum uitspraak
1 december 2017
Datum publicatie
11 januari 2018
ECLI
ECLI:NL:RBNHO:2017:11359
Formele relaties
Zaaknummer
AWB - 15 _ 3265

Inhoudsindicatie

Werknemersbonussen zijn ingevolge goedkoopmansgebruik aftrekbaar in het eerste boekjaar. De rechtbank is van oordeel dat sprake is van een civielrechtelijke lening. Inspecteur maar aanwezigheid schijnlening niet aannemelijk. De rechtbank is wel van oordeel dat sprake is van deelnemerschapslening waardoor de rente op de convertible instruments voor eiseres niet aftrekbaar is.

Uitspraak

Zittingsplaats Haarlem

Bestuursrecht

zaaknummers: HAA 15/3265 en 15/3266

[X] B.V., uiteindelijke rechtsopvolger van [X] U.A., gevestigd te [Z] , eiseres

(gemachtigden: mr. M.C. Cornelisse en mr. F.P.G. Pötgens),

en

Procesverloop

Verweerder heeft aan eiseres voor het boekjaar 2010/2011 een aanslag vennootschapsbelasting (Vpb) opgelegd, berekend naar een belastbare winst van negatief € 15.738.000. Gelijktijdig is het verlies vastgesteld tot genoemd bedrag (de verliesvaststellingsbeschikking). (zaak HAA 15/3265)

Verweerder heeft aan eiseres voor het boekjaar 2011/2012 een aanslag Vpb opgelegd, berekend naar een belastbare winst van € 18.230.983 en een belastbaar bedrag van € 2.492.983ierbij is bij beschikking € 64.462 heffingsrente in rekening gebracht. Hierbij is een verlies verrekend ten bedrage van € 15.738.000 (de verliesverrekeningsbeschikking). Voorts is heffingsrente in rekening gebracht ten bedrage van € 64.462 (zaak HAA 15/3266)

Verweerder heeft bij uitspraken op bezwaar de aanslagen, de verliesvaststellingsbeschikking, de verliesverrekeningsbeschikking en de heffingsrentebeschikking gehandhaafd.

Eiseres heeft daartegen beroep ingesteld.

Verweerder heeft verweerschriften ingediend.

Eiseres heeft, na daartoe door de rechtbank in de gelegenheid te zijn gesteld, in elk van beide zaken een conclusie van repliek ingediend waarna verweerder conclusies van dupliek heeft ingediend.

Partijen hebben vóór de zitting nadere stukken ingediend. Deze stukken zijn telkens in afschrift verstrekt aan de wederpartij.

Het onderzoek ter zitting heeft in beide zaken gezamenlijk plaatsgevonden op 12 april 2017. Namens eiseres zijn verschenen gemachtigden, alsmede [A] en [B] , bijgestaan door mr. [C] en mr. [D] . Verweerder heeft zich laten vertegenwoordigen door zijn gemachtigde mr. J. Gerritsma, bijgestaan door R. Dansen en N.G.H. Speet.

Overwegingen

Feiten

Groepsstructuur en overname

1. Eiseres is de moedermaatschappij van de gelijknamige fiscale eenheid als bedoeld in artikel 15 van de Wet op de vennootschapsbelasting 1969 (hierna: de Wet Vpb), die bestaat uit dochter [A BEDRIJF] B.V. ( [A BEDRIJF] ) en kleindochter [B BEDRIJF] B.V. ( [B BEDRIJF] ). Deze drie rechtspersonen zijn eind 2010 opgericht met het oog op de overname van de [C BEDRIJF] -groep (hierna ook: [C BEDRIJF] ) door een investeringsfonds genaamd [A FONDS] . [C BEDRIJF] is een kledingketen, gespecialiseerd op het gebied van lingerie, ondergoed, en nacht- en badkleding. De overname heeft in januari 2011 plaatsgevonden. Het eerste boekjaar van eiseres loopt van 29 november 2010 tot en met 31 januari 2011 (2010/2011). Het daarop volgende boekjaar loopt van 1 februari 2011 tot en met 31 januari 2012 (2011/2012).

2. De overname is deels gefinancierd door [A FONDS] . [A FONDS] heeft als zodanig geen zelfstandige juridische betekenis. [A FONDS] bestaat uit Engelse Limited Partnerships (LP’s) en Franse Fonds Commun de Placement à Risques (hierna: FCPR’s). Investeerders nemen als limited partners deel in de LP’s en als aandeelhouders in de FCPR’s. Investeringen in een bepaalde ‘target’ gaan via de FCPR’s of via de LP’s. Voor mogelijke investeerders in [A FONDS] is een zogenoemd Private Placement Memorandum (hierna: het PPM) opgesteld. In het PPM worden de investeerders erop gewezen dat hun inleg wordt aangewend voor investeringen in ondernemingen waarvan de aandelen niet openbaar worden verhandeld. Het doel van [A FONDS] is volgens het PPM om vermogenswinsten (‘capital gains’) te behalen met directe ‘equity investments’ en ‘leveraged buy outs’. Het investeringsfonds heeft een looptijd van 10 jaar met de mogelijkheid om deze drie keer met één jaar te verlengen. De maximale looptijd van het investeringsfonds is dus 13 jaar.

3. De onderhavige investering van [A FONDS] - de overname van [C BEDRIJF] - is geschied via vier in 2007 opgerichte FCPR’s, te weten FCPR V-1, FCPR V-2, FCPR V-3 en FCPR V-B. De FCPR’s zijn in Frankrijk fiscaal transparant. Vanuit Nederlandse fiscale optiek worden de FCPR’s beschouwd als niet-transparante open fondsen voor gemene rekening. De investeerders in [A FONDS] nemen als aandeelhouders deel in de respectievelijke FCPR’s.

4. In de vier FCPR’s participeren ongeveer 215 investeerders uit 23 landen. Het totaal door deze investeerders bijeengebrachte vermogen van deze vier FCPR’s bedraagt € 2,7 miljard en de minimale deelname per investeerder is € 10 miljoen. De vier FCPR’s hebben sedert hun oprichting in verscheidene (niet in Nederland gevestigde) ondernemingen deelgenomen.

5. Op het moment dat een investeerder zich inschrijft voor deelname aan het [A FONDS] fonds, is voor hem nog niet bekend in welke FCPR (of FCPR’s) hij investeert. In de zogenoemde Subscription Agreement (de overeenkomst van deelname) staat onder meer:

“The name of the FCPR in which the Investor subscribes will depend on the status of the Investor. By returning the Subscription Agreement, the Investor will authorise [A FONDS] partners (...) to complete the name of the FCPR on its behalf.”

6. Het ledenkapitaal van eiseres is nagenoeg geheel bijeengebracht door de vier FCPR’s. Het belang van de vier FCPR’s in eiseres bedraagt afgerond respectievelijk 30%, 30%, 30% en 10%. Deze verdeling van het belang in eiseres correspondeert met de verdeling van de inleg van de investeerders in [A FONDS] . Geen van de afzonderlijke investeerders heeft een belang in eiseres van een derde of meer. De verdeling van de investeerders over en de opzet van de FCPR’s is ingegeven door de wens om efficiënt aan rapportageverplichtingen en overige wettelijke verplichtingen te voldoen. Zodoende is FCPR V-1 vooral bedoeld voor Duitse, FCPR V-2 voor Japanse en FCPR V-3 voor Franse investeerders. De investeerders uit andere landen zijn gelijkmatig over deze FCPR’s verdeeld. FCPR V-B is bedoeld voor een specifieke, grote investeerder.

7. Beheerder en adviseur van [A FONDS] is [A ONDERNEMING] SAS, een Franse private equity onderneming (hierna: de [A ONDERNEMING] ). Aangaande de taken en verantwoordelijkheden van de [A ONDERNEMING] is in de reglementen van de FCPR’s onder meer het volgende bepaald:

“The FCPR will be managed by the [A ONDERNEMING] in accordance with the Investment Policy and to the full extent permitted by law. In particular, the [A ONDERNEMING] :

(a) shall be responsible for identifying, evaluating, selecting and implementing all Investments and sales of Investments;

(b) will represent the Investors in all circumstances and shall have the sole right to exercise the voting rights attributed to the Portfolio Companies held in the FCPR; (...)”

[D BEDRIJF] Ltd., een dochtervennootschap van de [A ONDERNEMING] , is in de regelementen van de FCPR’s aangewezen als de ‘general partner’ van [A FONDS] . [E BEDRIJF] treedt op als de juridisch eigenaar en bewaarder van alle vermogensrechten namens en voor rekening van de FCPR’s.

8. De investeerders participeren in de FCPR’s door middel van Preferred A Shares en Ordinary B Shares. De Ordinary C Shares in elke FCPR worden gehouden door de werknemers van de [A ONDERNEMING] . Dit laatste betreft zogenoemde Founder Partner’s Commitment en bedraagt € 30 miljoen.

9. Met het oog op de overname van [C BEDRIJF] heeft eiseres van haar leden ledenkapitaal en vermogen op door eiseres uitgegeven ‘convertible instruments’ ontvangen. Binnen de fiscale eenheid zijn deze bedragen volledig gestort op de aandelen van eiseres in [A BEDRIJF] . [A BEDRIJF] is dus geheel gefinancierd met eigen vermogen. Op haar beurt heeft [A BEDRIJF] binnen de fiscale eenheid zowel kapitaal (afgerond € 72,64 miljoen) als geldleningen (afgerond € 62,36 miljoen) verstrekt aan [B BEDRIJF] , de overnameholding. Daarnaast zijn met het oog op de overname aan [B BEDRIJF] zogenoemde Senior Facilities verstrekt ten bedrage van € 113,75 miljoen, afkomstig van een syndicaat van banken. Voorts is een zogenoemde Mezzanine Facility verstrekt ten bedrage van € 35 miljoen tegen een rentevergoeding van minimaal 11,5%. Genoemde Mezzanine Facility is voor € 25 miljoen aangetrokken van [F BEDRIJF] LLC (onderdeel van het Amerikaanse [G BEDRIJF] ; hierna: [F BEDRIJF] ) en voor € 10 miljoen van [H BEDRIJF] ( [H BEDRIJF] , onderdeel van [E BEDRIJF] ).

10. Tot de gedingstukken behoren een ledenovereenkomst van eiseres van 27 januari 2011 en een gewijzigde ledenovereenkomst van 24 mei 2011, genaamd: ‘Amended and Restated Membership Agreement’. In totaal is door de FCPR’s, het management en [F BEDRIJF] ongeveer € 78 miljoen aan ledenkapitaal ingebracht. Nadat discussie is gevoerd met de Belastingdienst over de door managers van [C BEDRIJF] gehouden winstdelende loan notes, zijn op 24 mei 2011 deze loan notes vervangen door ‘preferred membership rights B’. Tegelijkertijd heeft dat management lidmaatschapsrechten uit hoofde van het ‘Ordinary Member Capital B’ overgenomen van de FCPR’s. Een en ander is vastgelegd in de gewijzigde ledenovereenkomst van 24 mei 2011. De hoogte en de verdeling van het ledenkapitaal van eiseres is aldus als volgt:

Member Member Capital % of Member Capital % of % of Member Pref. % of A total A B total B capital A & B Membership of total

Rights B Pref. B

[A FONDS]

-1 FCPR 22.240.842,33 29,25% 6.589,88 0,60% 28,84% 5.326,72 0,60%

[A FONDS]

-2 FCPR 22.240.842,33 29,25% 6.589,88 0,60% 28,84% 5.326,72 0,60%

[A FONDS]

-3 FCPR 22.269.066,75 29,29% 6.598,24 0,60% 28,88% 5.333,48 0,60%

[A FONDS]

-B FCPR 7.904.248,59 10,40% 2.342,00 0,21% 10,25% 1.893,08 0,21%

[F BEDRIJF] 1.382.500,00 1,82% - 0,00% 1,79% - 0,00%

Management - 0,00% 1.083.880,00 98,00% 1,41% 876.120,00 98,00%

Total 76.037.500,00 100,00% 1.106.000,00 100,00% 100,00% 894.000,00 100,00 %

11. Artikel 9.5 van de gewijzigde ledenovereenkomst van 24 mei 2011 betreft de verdeling van de opbrengsten (‘application of proceeds’) ingeval van een zogenoemde ‘Exit’ van de strategie, dat wil zeggen bij de beëindiging van het belang van eiseres in [C BEDRIJF] . Deze bepaling luidt als volgt:

“Application of proceeds

9.5

In the event of an Exit, the proceeds thereof will be applied in the following order:

( a) firstly, all outstanding amounts (including interest accrued thereon and penalties thereunder) under the Finance Documents will be paid or repaid;

( b) secondly, any transaction costs in relation to the Exit will be satisfied;

( c) thirdly, when the Convertible Instruments, the Preferred Membersbip Rights B and the

Interest-free Loan Notes still outstanding are redeemed upon the Exit (instead of (as

applicable) converted immediately prior the completion of the Exit), the Redemption Price

of the outstanding Convertible Instruments, Preferred Membership Rights B and Interest-

free Loan Notes will be paid or repaid;

( d) fourthly, any Member Capital A and Ordinary Member Capital B will be distributed to the Members entitled thereto in accordance with the IRR thresholds set forth in Schedule 6 (i.e., if the IRR is below 10% the Members will only receive a portion of such Member Capital, as set forth in Schedule 6; if the IRR is above 10%, the Members will receive 100% of such Member Capital);

( e) fifthly, the Yield Amount (if any) shall be distributed to the holders of the Membersbip

Rights B; and

( f) finally, any remaining amount of the proceeds, minus an amount reasonably required to

complete the Liquidation, will be distributed as yield to the [A FONDS] Investors and the [F BEDRIJF]

Foundation in proportion to their Member Capital.”

12. In onderdeel 5 van bijlage 3 (schedule 3) bij de gewijzigde ledenovereenkomst van 24 mei 2011, is voorts het volgende bepaald:

“5. SUBORDINATION

Vraag:

Geschil en standpunten partijen 31.In geschil is of het eerste deel van de FECS-bonussen in het boekjaar 2010/2011 in aftrek kan worden gebracht op het fiscale resultaat van eiseres (zaaknummer HAA 15/3265). De aftrekbaarheid van het tweede deel van de FECS-bonussen in de aangifte Vpb over het boekjaar 2011/2012 van eiseres is niet in geschil tussen partijen.

Beslissing

Rechtsmiddel