Rechtbank Noord-Holland, 23-05-2019, ECLI:NL:RBNHO:2019:4415, 15/028764-19 (P) en 15/860040-18 (tul)
Rechtbank Noord-Holland, 23-05-2019, ECLI:NL:RBNHO:2019:4415, 15/028764-19 (P) en 15/860040-18 (tul)
Gegevens
- Instantie
- Rechtbank Noord-Holland
- Datum uitspraak
- 23 mei 2019
- Datum publicatie
- 29 mei 2019
- ECLI
- ECLI:NL:RBNHO:2019:4415
- Zaaknummer
- 15/028764-19 (P) en 15/860040-18 (tul)
Inhoudsindicatie
Verdachte heeft samen met zijn medeverdachte geprobeerd een ramkraak te plegen door met een gestolen auto meerdere malen tegen de pui van sigarenwinkel aan te rijden.
Veroordeelt verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 9 maanden, waarvan 3 maanden voorwaardelijk en een proeftijd van twee jaren.
Verbeurdverklaring auto
Uitspraak
Afdeling Publiekrecht, Sectie Straf
Locatie Haarlem
Meervoudige strafkamer
Parketnummer: 15/028764-19 (P) en 15/860040-18 (tul)
Uitspraakdatum: 23 mei 2019
Tegenspraak
Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de openbare terechtzitting van 9 mei 2019 in de zaak tegen:
[verdachte] ,
geboren op [geboortedatum] 1997 te [geboorteplaats] ,
ingeschreven in de basisregistratie personen op het [adres] , thans gedetineerd in [Justitieel Complex] .
De rechtbank heeft kennisgenomen van de vordering van de officier van justitie
mr. A. Peters en van hetgeen verdachte en zijn raadsvrouw mr. R.W. van Zanden, advocaat te Hoofddorp, naar voren hebben gebracht.
1 Tenlastelegging
Aan verdachte is ten laste gelegd dat:
hij op of omstreeks 4 februari 2019 te Nieuw-Vennep, gemeente Haarlemmermeer tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, ter uitvoering van het door verdachte en/of zijn mededader(s) voorgenomen misdrijf om (in/uit een filiaal van [winkel] gelegen aan het [adres] ) sigaretten en/of (andere) rookwaar en/of geld en/of een of meer andere goed(eren) van zijn/hun gading, in elk geval enig goed, dat geheel of ten dele aan een ander dan aan verdachte en/of zijn mededader(s) toebehoorde, te weten aan [winkel] , weg te nemen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen en zich de toegang tot de plaats van het misdrijf te verschaffen en/of dat/die weg te nemen goed/goederen onder zijn/hun bereik te brengen door middel van braak en/of verbreking en/of inklimming met een personenauto (meermalen) de toegangsdeur en/of de ruit(en) van voornoemde winkel heeft/hebben geramd, terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid.
2 Voorvragen
De rechtbank heeft vastgesteld dat de dagvaarding geldig is, dat zijzelf bevoegd is tot kennisneming van de zaak, dat het Openbaar Ministerie ontvankelijk is in zijn vervolging en
dat er geen redenen zijn voor schorsing van de vervolging.
3 Bewijs
Standpunt van de officier van justitie
De officier van justitie heeft gerekwireerd tot bewezenverklaring van het ten laste gelegde
feit. De officier van justitie heeft daartoe – samengevat – het volgende aangevoerd.
De gestolen BMW die is gebruikt bij de poging tot ramkraak is dezelfde BMW die door verbalisanten later zonder inzittenden is aangetroffen op een parkeerterrein. De BMW was immers nog warm en delen van het achterlicht van de BMW zijn aangetroffen op de plaats van het misdrijf. Verdachte kan worden gekoppeld aan voornoemde auto want zijn DNA is daarin aangetroffen. Het daadwerkelijke overstappen van de verdachten van de BMW naar de vluchtauto – de Mercedes van de verdachte – is niet gezien door verbalisanten, maar het causaal verband is helder. De BMW is achtergelaten op hetzelfde parkeerterrein waarvandaan de Mercedes is vertrokken. Bovendien zijn de verdachten voor de politie gevlucht en hebben zij onderweg inbrekersgereedschap uit de auto gegooid. Verdachte heeft bovendien geen alternatief scenario gepresenteerd.
Standpunt van de verdediging
De raadsvrouw heeft zich ter terechtzitting op het standpunt gesteld dat verdachte moet worden vrijgesproken nu er onvoldoende aanwijzingen zijn om te komen tot een bewezenverklaring van medeplegen. De raadsvrouw heeft daartoe – samengevat – het volgende aangevoerd.
Uit het dossier volgt dat op de camerabeelden geen aanwijzingen zijn te vinden voor de aanwezigheid van verdachte bij de [winkel] . Verder laat het tijdspad zoals dat kan worden vastgesteld uit de stukken de mogelijkheid open dat een andere vluchtauto van de parkeerplaats is weggereden voordat de helikopter zicht had op Hoofddorp. De inzittenden van de politiehelikopter hebben geen personen zien overstappen van de bij de ramkraak gebruikte BMW naar de Mercedes van verdachte. Het is slechts een vermoeden dat er tussen deze twee auto’s is gewisseld. Slechts 26 seconden nadat is gezien dat de BMW het parkeerterrein is opgereden, is de camera van de helikopter op het parkeerterrein gericht. Voornoemd tijdsbestek is te kort om een auto het terrein op te rijden, keurig naast een andere auto te parkeren op het uiterste punt van de parkeerplaats, over te stappen naar die andere auto, die te starten, en weg te rijden. Het is bovendien opmerkelijk dat er geen sleutel van de BMW bij de verdachten is aangetroffen. Ook de telefoongegevens zijn niet belastend voor verdachte. Wat betreft de op het stuurwiel van de BMW aangetroffen huidcellen van verdachte, is opgemerkt dat het een verplaatsbaar spoor betreft, zodat dit ook via een ander of zelfs op een ander moment in de BMW terecht gekomen kan zijn.
Concluderend kan enkel bewezen worden dat verdachte de Mercedes heeft bestuurd. Deze gedraging kan hooguit met medeplichtigheid in verband worden gebracht en dit is niet ten laste gelegd.
Oordeel van de rechtbank 1
De rechtbank komt tot bewezenverklaring van het ten laste gelegde feit op grond van de volgende bewijsmiddelen:
Het proces-verbaal van aangifte door [aangever] van 4 februari 2019 (dossierpagina’s 98 t/m 99), onder andere inhoudende:
Ik kwam 4 februari 2019 bij mijn sigarenwinkel [winkel] aan het [adres] Nieuw-Vennep . Ik zag dat de voorzijde van de winkel helemaal in puin lag. Ik heb op zaterdag 2 februari 2019 de winkel afgesloten en in goede staat achtergelaten. De voorzijde van de winkel was dicht getimmerd met hout en alleen het rechter raam was nog heel. Ik zag dat het hekwerk aan de binnenzijde van het raam nog gesloten was. Ik heb nog niet binnen kunnen kijken maar gezien het beveiligingshekwerk nog gesloten was, denk ik niet dat de inbrekers in de winkel zijn geweest. Aan niemand werd het recht of de toestemming gegeven tot het plegen van het feit.
Het proces-verbaal van verhoor van getuige [getuige] van 4 februari 2019 (dossierpagina’s 101 t/m 106), onder andere inhoudende:
Op maandag 4 februari 2019, omstreeks 00.25 uur, hoorde ik een harde knal. Ik
hoorde dat de knal afkomstig was vanaf het winkelcentrum aan de overkant van mijn
woning. Dit betreft het [adres] te Nieuw-Vennep. Ik hoorde na de eerste knal nog
een tweede knal vanaf de zelfde kant. Ik ben toen bij mijn raam gaan kijken. Ik zag
toen bij het [adres] ter hoogte van [adres] een witte auto, deze reed op de
stoep. Ik zag dat dit voertuig wegreed in de richting van de IJweg. Ik zag toen het
voertuig dichterbij mijn woning reed dat het ging om een BWM. Mijn vrouw heeft de politie gebeld.
Het proces-verbaal van bevindingen van 7 februari 2019 (dossierpagina’s 147 t/m 148), onder andere inhoudende:
Wij, verbalisanten, bevonden ons op 4 februari 2019 omstreeks 00:30 uur in een opvallende
politiehelikopter. Wij hoorden de melding van een ramkraak op het [adres] in Nieuw-Vennep. Hierop begaven wij ons ten spoedigste richting Nieuw-Vennep, waar wij volgens onze navigatiesystemen ongeveer een minuut later zouden arriveren. Aanvliegend besloot ik, verbalisant, te kijken naar uitvalswegen vanuit Nieuw-Vennep. Ik zag dat het rustig was op straat en er weinig verkeer reed. Vervolgens zag ik een voertuig met verhoogde snelheid vanuit Nieuw-Vennep over de IJweg in de richting van de N207 rijden. Ik heb het voertuig gevolgd en ik zag dat het voertuig ineens remde. Vervolgens zag ik dat het voertuig een scherpe bocht naar links maakte en daarna in tegenovergestelde richting als waar het voertuig vandaan kwam rechts een terrein op reed. Dit bleek later een parkeerplaats te zijn.
Ik, verbalisant, zag dat er vanaf deze parkeerplaats een personenauto, volgens mij een
Mercedes, reed. Ik zag ook dat er in de rechter onder hoek van de parkeerplaats een
zeer warm geparkeerd voertuig stond. Dit voertuig was dusdanig warm dat hij nog maar
net daar was geparkeerd. Verder zag ik geen warme voertuigen of personen op deze
parkeerplaats. Ik zag dat de wegrijdende Mercedes nog redelijk koud was. Ook zag ik
naast het in de rechter onder hoek geparkeerde warme voertuig, warmte sporen op de
grond. Dit betekent dat hier zeer kort geleden een warm voertuig naast had gestaan.
Wij, verbalisanten, hebben vervolgens zowel direct visueel als via de gemaakte beelden het voertuig gevolgd. Ik, verbalisant, zag dat onderweg een warm object uit de rijdende Mercedes werd gegooid. Ik, verbalisant, heb de van de parkeerplaats wegrijdende Mercedes en de even later wegrennende verdachten continu in beeld gehouden tot deze werden aangehouden.
Het proces-verbaal van bevindingen met fotobijlage van 4 februari 2019 (dossierpagina’s 121 t/m 124), onder andere inhoudende:
De Zulu constateerde dat op een parkeerterrein nabij de N207, een voertuig van het merk Mercedes wegreed. Ik had met mijn opvallend dienstvoertuig positie ingenomen bij de kruising Nieuwe Bennebroekerweg met de N205. Ik zag dat met zeer hoge snelheid twee koplampen in mijn richting kwamen rijden. Ik zag dat het voertuig behoorlijk vaart minderde en ter hoogte van de kruising rechtsaf sloeg. Ik sloot vervolgens achter het voertuig aan in dezelfde richting. Ik zag dat het voertuig een zilvergrijze personenauto betrof van het merk Mercedes met [kenteken] . Terwijl ik achter de Mercedes reed heb ik gelijk het transparant met de tekst "stop politie" aan de voorzijde van mijn opvallend dienstvoertuig aangezet. Tevens voerde ik nog steeds het optische signaal. Op het moment dat ik dit deed zag ik dat de Mercedes de snelheid verhoogde.
Ik bleef achter de Mercedes aan rijden. Ik zag dat de Mercedes aan het einde van de Meeuwenstraat abrupt stopte. Ik zag dat aan beide kanten een persoon, hierna te noemen verdachten, uitstapte. Ik zag dat zij voorbij de verkeerspaaltje renden. Ik heb de achtervolging te voet ingezet. Ik heb vervolgens geroepen “politie staan blijven”. Ik zag dat beide verdachten weer begonnen te rennen. Toen ik bij de speeltuin aankwam zag ik wederom de verdachten in mijn richting komen rennen. Hierop heb ik wederom geroepen “politie staan blijven”. Ik zag dat beide verdachten vervolgens wegrenden. Hierop heb ik een eenheid verzocht positie in te nemen. De verdachten zijn een voetgangers brug overgestoken de parkeerplaats op nabij de IJweg te Hoofddorp. Aldaar konden beide verdachten worden aangehouden.
Het proces-verbaal van bevindingen met fotobijlagen van 4 februari 2019 (dossierpagina’s 125 t/m 133), onder andere inhoudende:
Ik, verbalisant, zag dat de verdachten op de IJweg op een parkeerplaats werden aangehouden:
Verdachte : [verdachte] , geboren op [geboortedatum] 1997 te [geboorteplaats] ;Verdachte : [medeverdachte] , geboren op [geboortedatum] te [geboorteplaats] .
Exact op de plek waar de helikopter bemanning gezien had dat het goed werd weggegooid uit de auto zag ik een zogenaamde big shopper tas liggen. Ik keek in de tas en ik zag daarin diverse stukken gereedschap, waaronder een koevoet en een slotentrekker.
Het proces-verbaal van verdenking van 7 februari 2019 (dossierpagina’s 79 t/m 80), onder andere inhoudende:
De Mercedes Benz met [kenteken] staat op naam van de [verdachte] .
Het proces-verbaal van bevindingen (uitkijken camerabeelden) van 6 februari 2019 (dossierpagina’s 155 t/m 159), onder andere inhoudende:
Ik, verbalisant, heb de camerabeelden bekeken van de beveiligingscamera’s van het winkelcentrum Getsewoud te Nieuw Vennep van 4 februari 2019.
Gezien de vorm van de grille van de personenauto en het ronde logo op de
motorkap betreft genoemde sedan een personenauto van het merk BMW. Ondanks dat op de
camerabeelden het kenteken van het voertuig niet geheel scherp in beeld kwam, is door mij, zonder vooraf kennis te hebben genomen van het kenteken van de inbeslaggenomen BMW, de letter/cijfer combinatie [kenteken] genoteerd. Dit bleek achteraf bijna overeen te komen met het kenteken van de inbeslaggenomen BMW, namelijk [kenteken] .
Te zien is dat voornoemde BMW met de achterzijde in de richting van de [winkel] gaat staan en vervolgens twee keer achteruit rijdt, in de richting van de gevel. Daarna komt een persoon, gekleed in donkere bovenkleding en een lichte broek, in beeld die vervolgens aan de passagierszijde in de BMW stapt. Nadat de persoon met de lichte broek is ingestapt rijdt de BMW weer weg, tussen de paaltjes door. Hierbij is te zien dat het rechterachterlicht van de BMW niet meer werkt.
Het proces-verbaal van bevindingen met fotobijlagen van 4 februari 2019 (dossierpagina’s 134 t/m 138), onder andere inhoudende:
Op het parkeerterrein stonden ongeveer tien voertuigen geparkeerd. Bij alle voertuigen waren de ruiten bevroren. Ik trof achterin het terrein een auto aan die geen bevroren ramen had. Ik zag dat dit voertuig was voorzien van het kenteken [kenteken] . Ik zag ook dat het een personenauto was van het merk BMW. Ik zag dat de rechterbuitenspiegel afgebroken was. Ik zag ook dat er glas lag op het dak van de auto. Aan de achterkant zag ik verse schade.
Het proces-verbaal van bevindingen (passen achterlichtdelen BMW) met fotobijlagen van 6 februari 2019 (dossierpagina’s 176 t/m 178), onder andere inhoudende:
Bij de ramkraak op de [winkel] in Nieuw-Vennep in de nacht van 3 op 4 februari 2019 zijn twee delen van een achterlicht achtergebleven. Op de bewakingsbeelden is te zien dat er een BMW wegrijdt met schade aan de achterzijde. Deze auto is kort hierna aangetroffen en in beslag genomen. Wij, verbalisanten, hebben de twee aangetroffen achterlichtdelen gepast op het kapotte rechterachterlicht van de BMW met kenteken [kenteken] . Deze bleken precies te passen.
Het proces-verbaal van bevindingen (forensisch onderzoek plaats delict [adres] Nieuw-Vennep) van 1 april 2019 (ongenummerd), onder andere inhoudende:
Ik, verbalisant, heb een vervolgonderzoek gedaan aan de BMW met kenteken [kenteken] . Ik heb het stuurwiel bemonsterd op eventuele aanwezigheid van biologische sporen.
SIN-nummer behorende bij de biologische bemonsteringen afname stuurwiel: AAMB1876NL – AAMB1877NL.
Een schriftelijk bescheid, te weten een NFI rapport met bijlage, van 25 februari 2019 (dossierpagina’s 205 t/m 208):
Tabel 1 Resultaten, interpretatie en conclusie van het vergelijkend DNA-onderzoek
|
SIN en omschrijving |
code |
beschrijving DNA-profiel |
celmateriaal kan afkomstig zijn van |
matchkans |
|
AAMB1876NL#01 Epitheel |
Ja |
DNA-profiel van een man |
[verdachte] (zie 'DNA-databank') |
kleiner dan één op één miljard |
Het proces-verbaal van bevindingen van 11 maart 2019 (dossierpagina’s 181 t/m 182), onder andere inhoudende:
Op 4 februari 2019 werden de schoenen van [medeverdachte] in beslag genomen. Dit betreffen sneakers van het merk Nike, type HUARACE, maat 42,5, kleur beige/bruin. Dit betreft een sneaker met opvallende dikke witte zolen. Er is een foto genomen van de kleding van [medeverdachte] . Hierop is te zien dat hij een broek draagt model slim fit. Uit de beelden van een van de camera’s van winkelcentrum Getsewoud is te zien dat een van de verdachten in de BMW stapt. Van deze verdachte zijn alleen de benen zichtbaar. Opvallend is dat deze verdachte ook sneakers met dikke zolen draagt. Verder draagt deze verdachte een model broek dat lijkt op een slim fit model.
Bewijsoverweging
De rechtbank gaat allereerst voorbij aan het betoog van de raadsvrouw van verdachte dat er mogelijk een andere vluchtauto van de parkeerplaats is weggereden voordat de helikopter zicht had op Hoofddorp.
Uit de verklaring van [getuige] blijkt dat hij op 4 februari 2019 omstreeks 00:25 uur twee harden knallen hoort en een BMW in de richting van de IJweg ziet wegrijden. Vervolgens komt de melding van de ramkraak om ongeveer 00:30 uur bij de bemanning van de politiehelikopter binnen, waarop zij zich ten spoedigste richting Nieuw-Vennep verplaatsen, waar zij volgens hun navigatiesystemen ongeveer een minuut later zouden arriveren. Aanvliegend wordt gekeken naar uitvalswegen vanuit Nieuw-Vennep en wordt gezien dat het rustig is op straat en er weinig verkeer rijdt. Vervolgens wordt gezien dat een voertuig met verhoogde snelheid vanuit Nieuw-Vennep over de IJweg in de richting van de N207 rijdt. Dit voertuig wordt gevolgd en gezien wordt dat het voertuig een parkeerterrein op rijdt.
Gelet op deze gang van zaken, waarbij kort na de melding een auto met verhoogde snelheid uit de door de getuige doorgegeven richting komt rijden, terwijl het verder rustig is op straat en er weinig verkeer rijdt, komt de rechtbank tot het oordeel dat de door de bemanning van de helikopter gesignaleerde en gevolgde auto, de bij de poging tot ramkraak gebruikte en later op het parkeerterrein aangetroffen BMW betreft. Vervolgens duurt het, zo blijkt uit een proces-verbaal bevindingen tijdlijn (dossierpagina 143 en 144), 26 seconden voordat de camera van de helikopter op het parkeerterrein is gericht en gezien wordt dat een auto daar net wegrijdt.
Anders dan de raadsvrouw van verdachte ziet de rechtbank in voornoemd tijdsbestek van 26 seconden geen grond om niet tot een bewezenverklaring van het tenlastegelegde te komen. Dat dit tijdsbestek te kort zou zijn om het parkeerterrein op te rijden, van auto te wisselen en vervolgens weer van het terrein af te rijden, acht de rechtbank niet aannemelijk geworden, te meer omdat zoals uit de bewijsmiddelen blijkt, zowel door de BMW als door de Mercedes met hoge snelheid is gereden. Uit de bewijsmiddelen blijkt verder dat vanuit de helikopter is geconstateerd dat zich slechts één zeer warm geparkeerd voertuig op het parkeerterrein bevond en zich daar geen andere warme voertuigen of personen bevonden. Verder is waargenomen dat een Mercedes, die nog redelijk koud was, van het parkeerterrein is weggereden en dat zich op de grond naast het warme voertuig warmte sporen bevonden, wat betekent dat daar kort van tevoren een warm voertuig had gestaan. De rechtbank maakt hieruit op, nu van een andere wegrijdende auto niet is gebleken, dat de weggereden Mercedes naast de BMW heeft gestaan. Ook de kort na de melding ter plaatse op het parkeerterrein aangekomen verbalisant heeft geen andere ‘warme’ auto’s of personen aangetroffen.
Nu daarnaast DNA-materiaal van verdachte op het stuurwiel van de bij de poging tot ramkraak gebruikte BMW is aangetroffen en het schoeisel en de broek van [medeverdachte] overeenkomt met dat van de persoon die bij het winkelcentrum in de BMW is gestapt, acht de rechtbank wettig en overtuigend bewezen dat de personen die door de politie zijn aangehouden, te weten verdachte en [medeverdachte] , dezelfde personen zijn als die in een gestolen BMW een poging tot ramkraak hebben gepleegd. Dat het van verdachte aangetroffen DNA-materiaal verplaatst zou zijn of op een ander moment in de auto terecht gekomen zou zijn, acht de rechtbank niet aannemelijk geworden. Ook de omstandigheid dat bij verdachten geen sleutel van de BMW is aangetroffen doet aan het voorgaande niet af, nu zij tijdens hun vlucht voldoende gelegenheid hebben gehad zich van deze sleutel te ontdoen.
Medeplegen
Naar het oordeel van de rechtbank kan gelet op de hiervoor weergegeven bewijsmiddelen en bewijsoverweging niet anders worden geconcludeerd dan dat tussen verdachte en medeverdachte sprake was van een nauwe en bewuste samenwerking bij het plegen van het vooropgezette plan om een ramkraak te plegen, waaraan zij beiden een substantiële bijdrage hebben geleverd. Op grond hiervan kunnen beide verdachten als medepleger worden aangeduid.
Bewezenverklaring
De rechtbank acht wettig en overtuigend bewezen dat verdachte het ten laste gelegde feit heeft begaan, met dien verstande dat:
hij op 4 februari 2019 te Nieuw-Vennep, gemeente Haarlemmermeer, tezamen en in vereniging met een ander, ter uitvoering van het door verdachte en zijn mededader voorgenomen misdrijf om uit een filiaal van [winkel] gelegen aan het [adres] sigaretten en/of andere rookwaar en/of geld en/of een of meer andere goederen van hun gading, toebehorende aan [winkel] , weg te nemen met het oogmerk om die zich wederrechtelijk toe te eigenen en zich de toegang tot de plaats van het misdrijf te verschaffen door middel van braak met een personenauto meermalen de toegangsdeur en de ruiten van voornoemde winkel hebben geramd, terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid.
Hetgeen aan verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hier als bewezen is aangenomen, is niet bewezen. De verdachte moet hiervan worden vrijgesproken.