Rechtbank Noord-Holland, 20-05-2025, ECLI:NL:RBNHO:2025:5473, 11645102
Rechtbank Noord-Holland, 20-05-2025, ECLI:NL:RBNHO:2025:5473, 11645102
Gegevens
- Instantie
- Rechtbank Noord-Holland
- Datum uitspraak
- 20 mei 2025
- Datum publicatie
- 25 juni 2025
- ECLI
- ECLI:NL:RBNHO:2025:5473
- Zaaknummer
- 11645102
Inhoudsindicatie
In deze zaak vordert een verhuurder in kort geding ontruiming van een huurwoning, omdat de huurder niet meewerkt aan renovatiewerkzaamheden. De kantonrechter wijst deze vorde¬ring af, omdat een ontruiming van de woning niet gerechtvaardigd is. De huurder wordt wel veroordeeld om mee te werken aan de werkzaamheden en tot tijdelijke ontruiming van de woning als de huurder dat weigert. De vordering om de huurder te veroordelen tot betaling van (een voorschot op) gemaakte kosten wordt afgewezen, vanwege het ontbreken van een spoedei¬send belang.
Uitspraak
RECHTBANK NOORD-HOLLAND
Civiel recht
Kantonrechter
Zittingsplaats Zaanstad
Zaaknummer: 11645102 \ VV EXPL 25-29
Vonnis in kort geding van 20 mei 2025
in de zaak van
de stichting Stichting Intermaris,
te Hoorn,
eisende partij,
hierna te noemen: Intermaris,
gemachtigde: mr. K. Mels,
tegen
[gedaagde] ,
te [woonplaats] ,
gedaagde partij,
hierna te noemen: [gedaagde] ,
gemachtigde: mr. I.C. Andréa.
De zaak in het kort
In deze zaak vordert een verhuurder in kort geding ontruiming van een huurwoning, omdat de huurder niet meewerkt aan renovatiewerkzaamheden. De kantonrechter wijst deze vordering af, omdat een ontruiming van de woning niet gerechtvaardigd is. De huurder wordt wel veroordeeld om mee te werken aan de werkzaamheden en tot tijdelijke ontruiming van de woning als de huurder dat weigert. De vordering om de huurder te veroordelen tot betaling van (een voorschot op) gemaakte kosten wordt afgewezen, vanwege het ontbreken van een spoedeisend belang.
1 De procedure
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- de dagvaarding- de mondelinge behandeling van 6 mei 2025, waarvan door de griffier aantekeningen zijn gemaakt- de pleitnota van [gedaagde] .
2 De feiten
[gedaagde] huurt vanaf 16 december 1994 van Intermaris een woning in een appartementencomplex aan de [adres] in [woonplaats] . De huurprijs is € 421,90 per maand.
Op de huurovereenkomst zijn de Algemene Huurvoorwaarden Huurovereenkomst Zelfstandige Woonruimte (versie 17 december 1993) van Intermaris van toepassing
In 2024 en begin 2025 vinden in het appartementencomplex met 128 woningen renovatiewerkzaamheden plaats, mede om de woningen te verduurzamen.
Intermaris start een kortgedingprocedure om de werkzaamheden in de woning van [gedaagde] te kunnen uitvoeren. Omdat [gedaagde] zich vervolgens bereid verklaart mee te werken aan de werkzaamheden, trekt Intermaris deze procedure in.
In een e-mail van 10 januari 2025 laat de bij de werkzaamheden betrokken uitvoerder aan Intermaris weten dat [gedaagde] vloekt, schreeuwt en zich beledigend gedraagt tegenover medewerkers van de aannemer. In de e-mail staat dat op 8 januari 2025 in de woning van [gedaagde] een waterleiding is geraakt die vervolgens is gerepareerd, maar dat [gedaagde] daarna snauwt en het gesprek afkapt, omdat hij bang is ‘te flippen’. Op 9 januari 2025 noemt [gedaagde] de elektricien een prutser, leugenaar en lafaard en staat hij te trillen op zijn benen van woede. Op 10 januari 2025 reageert [gedaagde] op soortgelijke wijze ten opzichte van een elektricien. In een andere e-mail van 10 januari 2025 meldt de uitvoerder aan Intermaris dat [gedaagde] de persoonlijke gegevens van de elektricien wilde hebben en vroeg of hij wel goed was verzekerd. Weer later meldt de projectleider via een e-mail dat Interpolis actie moet ondernemen, omdat [gedaagde] de uitvoerder bedreigt en niet tot bedaren is te brengen.
Intermaris laat per brief van 20 januari 2025 aan [gedaagde] weten dat zij niet toestaat dat hij zich op deze wijze richting de werklieden gedraagt en wijst erop dat herhaling daarvan consequenties kan hebben voor zijn huurovereenkomst. Ook laat Intermaris aan [gedaagde] weten dat zij hierover met hem in gesprek wil.
Op 22 januari 2025 vindt een huisbezoek plaats. [gedaagde] beklaagt zich over schade in zijn woning door de werkzaamheden, maar Intermaris constateert geen schade. [gedaagde] is niet bereid over de tegenover hem geuite klachten te praten en wil dat Intermaris vertrekt.
Op 19 februari 2025 klaagt de uitvoerder opnieuw over agressief en bedreigend gedrag van [gedaagde] , dit keer tegen een schilder.
Intermaris laat vervolgens aan [gedaagde] weten dat in het vervolg de werkzaamheden in en rond zijn woning buiten zijn aanwezigheid zullen plaatsvinden en hij daarvoor de sleutel van zijn woning moet inleveren. [gedaagde] reageert niet op deze brief.
[gedaagde] plaatst daarna lamellen aan de buitenzijde van de ruiten van zijn woning.
3 Het geschil
Intermaris vordert ontruiming van de woning van [gedaagde] . Voor zover deze vordering niet wordt toegewezen, vordert Intermaris veroordeling van [gedaagde] om te gedogen dat Intermaris de werkzaamheden in de woning kan en zal uitvoeren en daaraan alle noodzakelijke medewerking te verlenen, alsmede machtiging aan Intermaris voor toegang tot de woning om de werkzaamheden te kunnen (laten) uitvoeren door [gedaagde] tijdelijk te ontruimen en [gedaagde] te verbieden gedurende die periode zich binnen een straal van 500 meter van het appartementencomplex te bevinden. Zowel primair als subsidiair vordert Intermaris een voorschot op de extra kosten die de aannemer moet maken van € 8.789,32 en verwijdering van de lamellen.
Intermaris legt aan de vordering het volgende ten grondslag. [gedaagde] bedreigt en intimideert medewerkers van de aannemer, waardoor zij de werkzaamheden niet kunnen en willen uitvoeren. Dit is gebeurd op 9 en 10 januari, 19 februari en 18 maart 2025. Intermaris heeft [gedaagde] op 20 januari en 28 februari 2025 aangeschreven zijn agressieve en bedreigende gedrag te staken en onverkort zijn medewerking aan de werkzaamheden te verlenen. Op de eerste brief heeft [gedaagde] gereageerd en gezegd dat hij geen brieven meer opent. Door Intermaris niet de gelegenheid te geven werkzaamheden in de woning uit te voeren, handelt [gedaagde] in strijd met zijn verplichtingen uit de huurovereenkomst en de algemene huurvoorwaarden. Ook handelt [gedaagde] in strijd met de algemene voorwaarden door aan de buitenzijde van de ruiten van zijn woning lamellen te plaatsen. Deze tekortkomingen rechtvaardigen ontbinding van de huurovereenkomst en vooruitlopend daarop ontruiming van de woning. Ook wordt Intermaris geconfronteerd met extra kosten, omdat de aannemer moet terugkomen om de werkzaamheden alsnog uit te voeren. Intermaris vordert een voorschot op deze kosten.
[gedaagde] voert verweer en concludeert tot afwijzing van de vorderingen van Intermaris. [gedaagde] voert het volgende aan. [gedaagde] is een kwetsbare huurder met fysieke en psychische gezondheidsklachten. [gedaagde] erkent dat hij aanvankelijk niet goed bereikbaar was, maar betwist dat hij weigerde de werkzaamheden te laten uitvoeren. De meeste werkzaamheden zijn ook al uitgevoerd. Voor de nog uit te voeren werkzaamheden kan een afspraak worden gemaakt en verleent hij toegang tot de woning. [gedaagde] erkent dat er een aantal woordenwisselingen is geweest, maar de reden daarvan lag telkens in een opeenstapeling van ondeugdelijk werk en angst voor gevaarlijke situaties. Daarbij was geen sprake van bedreiging of belediging. Intermaris trekt de voorvallen volledig uit hun verband. Verder wijst [gedaagde] erop dat de lamellen niet vastzitten aan de woning en eenvoudig kunnen worden verwijderd. Ten slotte voert [gedaagde] verweer tegen de gevorderde kosten.