Rechtbank Noord-Nederland, 24-02-2016, ECLI:NL:RBNNE:2016:716, 4729427 AR VERZ 16-2, 4729478 AR 16-3, 4759455 AR 16-16 en 4759519 AR 16-17
Rechtbank Noord-Nederland, 24-02-2016, ECLI:NL:RBNNE:2016:716, 4729427 AR VERZ 16-2, 4729478 AR 16-3, 4759455 AR 16-16 en 4759519 AR 16-17
Gegevens
- Instantie
- Rechtbank Noord-Nederland
- Datum uitspraak
- 24 februari 2016
- Datum publicatie
- 26 februari 2016
- ECLI
- ECLI:NL:RBNNE:2016:716
- Zaaknummer
- 4729427 AR VERZ 16-2, 4729478 AR 16-3, 4759455 AR 16-16 en 4759519 AR 16-17
Inhoudsindicatie
Afwijzing verzoek tot vernietiging ontslag op staande voet, voorwaardelijk verzoek tot ontbinding in dat geval niet ontvankelijk
Uitspraak
Afdeling Privaatrecht
Locatie Leeuwarden
zaaknummers: 4729427 AR VERZ 16-2, 4729478 AR 16-3, 4759455 AR 16-16 en 4759519 AR 16-17
Beschikking van de kantonrechter van 24 februari 2016
[A] ,
wonende te [woonplaats] ,
verzoeker ex art. 7:681 BW en 223 Rv,
verweerder ex art. 7: 677 BW en 7: 671b BW,
gemachtigde: mr. S. Veenstra,
tegen
het publiekrechtelijk lichaam
Uitvoeringsinstituut Werknemersverzekeringen,
gevestigd te Leeuwarden,
verweerder ex art. 7:681 BW en 223 Rv,
verzoeker ex art. 7: 677 BW en 7: 671b BW,
gemachtigde: mr. I. Damaska.
Partijen zullen hierna [A] en UWV worden genoemd.
1 Het procesverloop
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- het verzoekschrift ex art. 7:686a BW, tevens houdende een verzoek tot voorlopige voorziening ex art. 223 Rv, binnen gekomen ter griffie op 5 januari 2015;
- het verweerschrift, tevens houdende een verzoek ex art. 7:677 lid 2 jo lid 3 BW alsmede een voorwaardelijk ontbindingsverzoek ex art. 7: 671b BW;
- de mondeling behandeling van 27 januari 2015 en de ten behoeve daarvan op voorhand door UWV overgelegde productie;
- de pleitnota van de zijde van [A] ;
- de pleitnota van de zijde van UWV.
Ten slotte is - na aanhouding op verzoek van partijen - beschikking gevraagd en, bij vervroeging, bepaald op heden.
2 De feiten
[A] , geboren op [geboortedatum] , is op 1 mei 1992 bij (de rechtsvoorgangster van) UWV in dienst getreden en was laatstelijk werkzaam in de functie van Adviseur Werkgeversdiensten, tegen een bruto salaris per maand van € 4.131, 15 exclusief vakantiebijslag, een eindejaarsuitkering en overige emolumenten.
Op de arbeidsovereenkomst is de CAO UWV van toepassing. In deze CAO is - voor zover van belang - het volgende bepaald:
"Artikel 2:2 Algemene verplichtingen van de medewerker
(...)
6. De medewerker is verplicht tot geheimhouding ten aanzien van alle zaken
waarover hem geheimhouding is opgelegd, of waarvan hij het vertrouwelijke
karakter moet begrijpen."
Daarnaast is artikel 74 lid 1 van de Wet Suwi (Structuur Uitvoeringsorganisatie Werk en Inkomen) op de arbeidsovereenkomst van toepassing. Deze bepaling luidt:
"Het is een ieder verboden hetgeen hem uit of in verband met enige werkzaamheid bij de uitvoering van deze wet over de persoon of zaken van een ander blijkt of wordt meegedeeld, verder bekend te maken dan voor de uitvoering van deze wet noodzakelijk is dan wel op grond van deze wet is voorgeschreven of toegestaan.”
Ook de UWV-gedragscode is van toepassing. In deze gedragscode staat -voor zover van belang - het volgende vermeld:
"Geheimhouding
Klanten van UWV moeten erop kunnen rekenen dat UWV zorgvuldig met hun gegevens omgaat, want de informatie over mensen en hun omstandigheden kan uiterst gevoelig en persoonlijk zijn en is, zoals je zult begrijpen, vertrouwelijk. Als medewerker van UWV heb je daarom een strikte geheimhoudingsplicht, zoals ook wettelijk en in de CAO is vastgelegd. Je zorgt altijd - maar dan ook altijd - voor adequate privacybescherming. (...)
Vertrouwelijke informatie
Alle informatie waarmee bij UWV wordt gewerkt, is in principe vertrouwelijk. (...) Informatie uit UWV-systemen bekijk je uiteraard alleen als dit voor je werk noodzakelijk is en mag je nooit voor privédoeleinden gebruiken. Verstrek alleen informatie uit UWV- systemen, ook aan collega’s, als dit uitdrukkelijk tot je functie behoort.
(...)
Sancties
Een medewerker die de regels overtreedt, kan erop rekenen dat UWV dit hoog opneemt. Zelfs als er sprake is van een langdurig dienstverband en een goede staat van dienst kan dit leiden tot diverse sancties, variërend van een waarschuwing tot ontslag op staande voet. Bij strafbare feiten wordt altijd aangifte gedaan bij politie of justitie. Nadere informatie hierover is op het intranet te vinden in het ’Protocol Sanctiebeleid’."
In dit "Protocol Sanctiebeleid, dat is geschreven voor situaties waarin sprake is van schending van de integriteit, is - voor zover van belang - het volgende vermeld:
"De zwaarste arbeidsrechtelijke sanctie is ontslag op staande voet. (...)
Ontslag op staande voet kan in elk geval aan de orde komen in de volgende gevallen:
1) Bij UWV kan misbruik van gegevens uit de sv-bestanden leiden tot ontslag op staande voet. Werkgevers en werknemers zijn wettelijk verplicht hun gegevens aan UWV te verstrekken met het oog op de uitvoering van de sv-wetgeving. Zij moeten erop kunnen rekenen, dat hun gegevens ook alleen voor dat doel worden gebruikt. Onjuist gebruik van die gegevens is daarom voor UWV onaanvaardbaar."
[A] is als Adviseur werkgeversdiensten verantwoordelijk voor de bemiddeling en plaatsing van uitkeringsgerechtigden.
Naast zijn werkzaamheden bij UWV runt [A] sinds 1 januari 2007 ook een eigen onderneming, eerst onder de handelsnaam [vorige handelsnaam A] , thans onder de handelsnaam [handelsnaam A] . [handelsnaam A] is een organisatie-adviesbureau op het gebied van personeelsbeleid, dat zich onder meer bezighoudt met de begeleiding en coaching van (startende) ondernemers. [A] heeft UWV niet formeel om toestemming gevraagd voor deze nevenwerkzaamheden.
Bij brief van 14 januari 2013 heeft UWV aan [A] bericht dat hij vanwege het feit dat hij zijn werk met grote inzet en goed resultaat had gedaan een periodiek kreeg toegekend.
Sinds 1 augustus 2014 heeft [A] een nieuwe leidinggevende, de heer [leidinggevende A] (hierna: [leidinggevende A] ). [leidinggevende A] heeft in een gesprek met [A] op 6 september 2013 aangegeven dat hij vragen had bij het functioneren van [A] op het gebied van transparantie, integriteit en wederkerigheid en dat hij daarom wilde dat [A] een coachingstraject ging volgen.
Op 19 november 2013 heeft een beoordelingsgesprek plaatsgevonden tussen [leidinggevende A] en [A] , waarin [leidinggevende A] heeft aangegeven dat het tussentijdse resultaat van het coachingstraject goed was.
In oktober 2014 heeft [A] de heren [B] (hierna: [B] ) en
[C] (hierna: [C] ) van het bedrijf [naam VOF] (hierna: [naam VOF] ) ontmoet tijden een zogenoemde 'open café bijeenkomst'. [naam VOF] houdt zich bezig met premie/subsidieonderzoeken bij werkgevers in Nederland op het gebied van sociale zekerheid, het bedenken/onderzoeken van marketingstrategieën en het ontwikkelen van marketingtools.
Op de website van [naam VOF] staat - voor zover van belang - het volgende vermeld:
"Big Data-analyse salarisadministratie voor accountancy
Snel inzicht in te veel afgedragen premies en gemiste loonsubsidies."
In december 2014 heeft UWV een werkgeversbijeenkomst georganiseerd in het Abe-Lenstra-stadion te Heerenveen. [A] heeft [naam VOF] voor deze bijeenkomst uitgenodigd. Tijdens de bijeenkomst hebben [B] en [C] gesproken met [leidinggevende A] .
[A] heeft in 2015 vanuit zijn onderneming [handelsnaam A] meerdere facturen aan [naam VOF] gestuurd, onder meer op 15 januari 2015 (factuurnummer 150115), 7 mei 2015 (factuurnummer 7052015) en 22 juni 2015 (factuurnummer 22062015) ten bedrage van € 150,-, € 200,- respectievelijk € 400,- . Op de facturen staat vermeld dat de facturen zien op advieswerkzaamheden.
Op 21 september 2015 is een melding van een mogelijke schending van de integriteit bij 'Bureau Integriteit' van UWV binnengekomen. Naar aanleiding van deze melding is nader onderzoek verricht door Bureau Integriteit.
Op 23 november 2015 heeft een gesprek plaatsgevonden tussen [A] , de heer [D] (hierna: [D] ) feitenonderzoeker van Bureau Integriteit, [leidinggevende A] en mevrouw [E] , manager werkzoekende dienstverlening.
In het verslag dat door [D] is opgesteld van dit gesprek, welk verslag door [D] en [A] is ondertekend, staat - voor zover van belang - het volgende vermeld:
"Zoals in de introductie door mij is aangegeven (...) is er een melding ontvangen van mogelijk misbruik van vertrouwelijke informatie. In het onderzoek daarnaar zijn in je databestanden werknemerslijsten van werkgevers die buiten je regio aangetroffen. Van wie zijn deze lijsten afkomstig en waarom bevinden deze zich in je databestanden?
Ik ontvang deze datalijsten van [naam VOF] op mijn privémail [e-mailadres A] . De werknemersinformatie die in de bestanden staan controleer ik in EAED. Ik kijk of de uitkeringen kloppen. Dat geef ik dan vervolgens via mijn privémail door aan [naam VOF] . Ik krijg de bestanden aangeleverd van [naam VOF] zoals je die mij toont. Ik verander niets in de kolommen, maar geef wel via de email door of het klopt dat de betreffende werknemers een WW uitkering. Zoals ik vertelde zoek ik elke werknemers op in EAED op BSN. Ik gebruik daar geen ander systeem voor. Ik kan niet exact aangeven hoeveel lijsten ik van [naam VOF] heb ontvangen. Dat was wisselend, ongeveer 1 of 2 werknemerslijsten per maand.
(...)
Onderzoek is uitgevoerd naar emailcontacten vanuit UWV en [naam VOF] . Hieruit komt naar voren dat je de enige medewerker van UWV bent die contact heeft met [naam VOF] . Waarom en waarover heb je contacten met deze onderneming?
Zoals verklaard heb ik contact voor de controle van gegevens in het systeem. Daarnaast heb ik presentaties en informatie over wetswijzigingen doorgestuurd.
(...)
In het onderzoek komt naar voren dat je van december 2014 tot oktober 2015 minstens 18
afspraken hebt gehad of reserveringen voor activiteiten in je agenda hebt gemaakt voor [naam VOF]
. In je agenda staat onder andere vermeld: “Big data analyse [naam VOF] ” of “ [naam VOF] Data" Welke activiteiten heb je gedaan voor [naam VOF] ?
Ik heb de afspraken in mijn agenda vermeld met [naam VOF] . De tijden die erin staan zijn niet altijd overeenstemming met de activiteiten die ik heb verricht voor [naam VOF] . Sommige afspraken zijn niet doorgegaan. De tijd die opgenomen staat voor Data-analyse heb ik gebruikt voor controle op uitkering in EAED.
In je emailbestand is een email aangetroffen d. d. 10 augustus 2015, waarin je aangeeft aan [F] van [naam VOF] : “Ik ben nog tot 15.30 uur op kantoor, dus als ik nog wat kan nakijken lukt het wel" Wat bedoel je daarmee?
Dit bood ik aan omdat ik op dat moment nog in de gelegenheid was om gegevens te controleren in EAED.
(...)
In maart en in juni 2015 mail je aan [naam VOF] een ondernemersplan, met de opmerking ‘herschrijven naar eigen inzicht'. Ook mail je het ondernemersplan van [H] uit 2011 naar [naam VOF] . Van wie is dit ondernemersplan en heb je daarvoor toestemming gekregen?
Ik heb geen toestemming van dhr. [H] ontvangen om zijn ondernemersplan door te sturen aan [naam VOF] . Dit plan had ik enkele jaren geleden ontvangen om voor hem na te lezen. (...)
Ontvang je een vergoeding voor je diensten aan [naam VOF] ?
De facturen die je mij toont heb ik opgemaakt voor mijn controle van de werknemerslijsten. Deze facturen maakte ik maandelijks op en stuurde ik in naar [naam VOF] via mijn privémail. Het zou goed kunnen dat ik een factuur vanaf mijn UWV mail heb verzonden aan [naam VOF] .
In je emailbestand en in je databestanden zijn facturen aangetroffen. Je brengt facturen in
rekening bij [naam VOF] via je onderneming [handelsnaam A] . Welke afspraken heb je met [naam VOF] over vergoeding voor het verstrekken van informatie?
In mijn contact met de jongens van [naam VOF] wordt eigenlijk bepaald hoeveel geld ik kan factureren en is natuurlijk afhankelijk van mijn informatie ik verstrek.
(...)
Waarom heb je de informatie verstrekt aan [naam VOF] ?
Ik heb de informatie verstrekt uit naïviteit. Ik heb het zeker niet gedaan uit geldelijk gewin. Ik heb geen financiële problemen. Ik ben iemand die een werkgever zoveel mogelijk wil ondersteunen. Ik was niet goed doordrongen van wat ze met de informatie wilden doen. Ik heb hen met de informatie willen helpen om ze in de markt te zetten. Ik voel me nu eigenlijk wel misbruikt door hen en voor het karretje gespannen. Ik heb ook mijn positie bij UWV niet willen misbruiken. Ik heb nooit mijn werk op het spel willen zetten omdat ik met veel plezier werk bij UWV. Ik voel me beschaamd en kan mijn collega’s niet onder ogen komen. Ik heb ook enorm veel spijt van wat ik gedaan heb. Ik wil er alles voor doen om mijn baan te behouden.
Ken je de gedragscode van UWV en ben je bekend met de geheimhoudingsplicht in de cao?
Ik ben daarvan op de hoogte. Ongeveer twee jaar geleden heb ik een uitgebreid gesprek gehad met [leidinggevende A] over integriteit. Ik ben dus goed op de hoogte van de gedragsregels binnen UWV.
(...) Ik denk dat dit een goede weergave de lading van het gesprek dekt.
S. [A] [handtekening]
Nadat hij het gespreksverslag had doorgelezen, bevestigde hij dat dit gespreksverslag een juiste weergave was van het gesprek. Het gespreksverslag werd daarop door hem ondertekend."
Na afloop van dit gesprek is [A] met directe ingang geschorst.
Bij e-mail van de volgende ochtend, 24 november 2015, heeft [A] - voor zover van belang - het volgende aan [D] bericht:
"Zoals vanmorgen met je gesproken te hebben, wou ik een aanvulling doen op het gesprek van gisteren. Ik wil eerst zeggen dat ik het enorm van je waardeer los van de feiten, ook mijn verhaal als emotioneel mens aan te horen, dank hiervoor.
(...) Ik heb nooit opzettelijk de bedoeling gehad om de naam van UWV in het negatief daglicht te stellen of mijzelf hierin te schaden. Op dit moment voel ik mij gebroken en zeer geëmotioneerd en kost het me veel moeite dit te schrijven. Maar het moet.
[naam VOF] ben ik tijdens een bijeenkomst open café tegengekomen. 2 vlotte heren die iets vertelde over hun bedrijf. Ik vond het een mooi verhaal en heb het aangehoord en toen niks mee gedaan. Enkele weken daarna ben ik benaderd om te kijken of we wat voor elkaar konden betekenen. Na veel gepraat kwam het erop neer dat ik wat bestanden zou kunnen nakijken. De bestanden zouden ten goede komen voor de werkgever waardoor zij geld terug konden krijgen van premies. We hebben nog gesproken wat de meerwaarde zou zijn voor het UWV. Dit lag in de lijn van wanneer zij in Friesland bedrijven hadden benaderd en die geen contacten hadden met het WSP dan zou ik daar een ingang kunnen krijgen om die werkgever te bezoeken met de dienstverlening van het UWV. In de goedgelovigheid en altijd in het belang van de werkgever gedacht heb ik gezegd dat dit dan zou kunnen.
Ik heb me nimmer geldelijk willen verrijken met deze hele situatie. Sterker nog, ik hoefde hier niets voor. Maar [naam VOF] zei dat het administratief voor hun beter was om het op deze manier te doen. Bovendien kon het vallen onder coaching van de ondernemers die ik in mijn toen slapend bedrijf kon verantwoorden.
Ik heb inderdaad bestanden nagekeken kan ik niet ontkennen, maar echt uit de bedoeling het beste voor de werkgever en die als klant te hebben voor UWV WSP.
Ik wil er alles dan ook alles aan doen om mijn baan te behouden. Ik heb heel erg spijt en voel me vreselijk dat dit op deze manier is gebeurd. Ja als het kon, wou ik het graag terugdraaien (...) Ik heb altijd het goede voor de ander. [naam VOF] was net begonnen en zoals eerder ondernemers die ik in de markt heb gezet, was dit ook een mogelijkheid voor hun.(...) Ik heb enorm spijt van alles wat er is gebeurd, maar nogmaals ik deed het niet voor mij maar de geode zaak van de werkgevers om zo werkzoekenden dan bij die werkgevers eventueel te plaatsen. Sorry, sorry, sorry"
Bij brief van 25 november 2015 heeft UWV - voor zover van belang - het volgende aan [A] bericht:
"Hierbij delen wij u mede dat wij u heden op staande voet ontslaan. Reden voor dit ontslag is dat u zich schuldig heeft gemaakt aan een ernstige schending van integriteit.
Uit onderzoek van Bureau Integriteit is gebleken dat u in strijd met de u bekende regels, meerdere malen onder werktijd privacygevoelige informatie uit UWV systemen heeft geraadpleegd. Deze informatie heeft u tegen betaling doen toekomen aan [naam VOF] , een commerciële derde. Het betrof gegevens van personen waarmee u niet vanuit uw functie te maken had. U had hiervoor ook geen toestemming. Verder heeft u interne presentaties, werkinstructies en informatie over wetswijzigingen aan [naam VOF] toegezonden. Voorts heeft u zonder toestemming van een voormalig verzekerde van UWV diens ondernemingsplan doen toekomen aan [naam VOF] . Tenslotte heeft u nagelaten toestemming te vragen voor nevenwerkzaamheden in de vorm van uw eigen bedrijf, [handelsnaam A] .
(...)
Deze feiten zijn volstrekt onaanvaardbaar. Een ieder, en met name een verzekerde van UWV, moet erop kunnen rekenen dat er zorgvuldig wordt omgegaan met gegevens die UWV zijn toevertrouwd. Het was u bekend, dan wel het had u bekend kunnen zijn, dat deze handelwijze in strijd is met de daarvoor geldende regels."
3 De verzoeken
[A] verzoek de kantonrechter om bij beschikking, zoveel mogelijk uitvoerbaar bij voorraad:
in de voorlopige voorziening ex artikel 223 Rv:
I. UWV te veroordelen tot (door-)betaling van het salaris van € 4.131,15 bruto per maand, te vermeerderen met alle daarbij horende loonbestanddelen vanaf 25 november 2015 en zo voorts iedere daarop volgende maand tot het moment waarop in de bodemzaak uitspraak is gedaan;
II. UWV te veroordelen in de kosten van deze voorlopige voorzieningenprocedure;
in de bodemzaak:
primair:
I. het aan [A] gegeven ontslag op staande voet van 25 november 2015
te vernietigen;
II. te bepalen dat UWV [A] tewerk moet stellen in zijn eigen functie van adviseur werkgeversdiensten met alle daarbij behorende taken binnen uiterlijk twee dagen na dagtekening van deze beschikking, zulks op straffe van een dwangsom van € 5.000,-, alsmede van € 500,- per dag, een dagdeel daaronder begrepen, met een maximum van € 25.000,-, dat UWV ook na betekening van deze beschikking in gebreke mocht blijven daaraan te voldoen;
III. UWV te veroordelen tot betaling aan [A] van het loon van € 4.131,15 bruto per maand, te vermeerderen met alle daarbij horende loonbestanddelen zulks op de gebruikelijke wijze en tijdstippen, ingaande 25 november 2015 en zolang de tussen partijen bestaande arbeidsovereenkomst niet rechtsgeldig is geëindigd;
IV. UWV te veroordelen tot betaling aan [A] van de wettelijke verhoging ex artikel 7:625 BW van 50%, althans een percentage dat de kantonrechter aangewezen acht, over de onder III. genoemde vordering;
V. UWV te veroordelen tot betaling aan [A] van de wettelijke rente over de onder de vorderingen als verwoord in III. en IV. gevorderde bedragen vanaf de dag dat die bedragen verschuldigd zijn, althans vanaf de dag van het verzoekschrift, tot de dag van algehele voldoening;
subsidiair:
VI. voor het geval [A] ervoor kiest om te berusten in de opzegging van de arbeidsovereenkomst UWV te veroordelen tot betaling aan [A] van:
- een bedrag ter hoogte van de transitievergoeding van € 48.319,- bruto, onder verstrekking van een deugdelijke bruto/netto specificatie;
- een bedrag ter hoogte van het in geld vast gestelde loon over de termijn dat de arbeidsovereenkomst bij regelmatige opzegging had behoren voort te duren conform artikel 7:762 lid 9 BW, neerkomend op € 4.792,13 bruto per maand, onder verstrekking van een deugdelijke specificatie;
- een billijke vergoeding groot € 100.632,- conform artikel 7:681 BW onder verstrekking van een deugdelijke specificatie;
- de wettelijke rente over de hiervoor in punt VI. gevorderde bedragen vanaf de
datum van dit verzoekschrift tot de dag van de algehele voldoening;
meer subsidiair:
VII. voor het geval geoordeeld zou worden dat, derhalve voorwaardelijk, er sprake is van een terecht gegeven ontslag op staande voet, echter zonder dat er sprake is van ernstig verwijtbaar handelen of nalaten door [A] , UWV te veroordelen om binnen 5 dagen na dagtekening van deze beschikking aan [A] te betalen:
- een bedrag ter hoogte van de transitievergoeding van € 48.319,- bruto, onder
verstrekking van een deugdelijke bruto/netto specificatie;
- een billijke vergoeding conform artikel 7:681 BW van € 25.000,- onder
verstrekking van een deugdelijke specificatie;
- de wettelijke rente over de hierbij onder VII. gevorderde bedragen vanaf de
datum van dit verzoekschrift tot de dag van algehele voldoening;
primair, subsidiair en meer subsidiair:
VIII. UWV in alle gevallen te veroordelen in de kosten van deze procedure, het salaris
van de gemachtigde daaronder begrepen.
[A] heeft - zakelijk weergegeven - het volgende aan zijn verzoek ten grondslag gelegd. Er is geen sprake van een dringende reden voor ontslag op staande voet. Op de werkgeversbijeenkomst in december 2014 heeft [naam VOF] haar werkwijze met [leidinggevende A] besproken en [leidinggevende A] heeft toen aangegeven het een uitstekend plan te vinden dat [A] [naam VOF] terzijde zou staan. [leidinggevende A] verstrekte verder aan [naam VOF] een USB-stick met daarop alle wijzigingen vanuit UWV voor het jaar 2015. Gelet hierop valt niet in te zien hoe UWV [A] thans kan verwijten dat hij [naam VOF] informatie heeft verstrekt. UWV is in dezen ook niet consequent. Er worden namelijk veelvuldig door UWV vertrouwelijke gegevens over uitkeringsgerechtigden aan derden gezonden teneinde te trachten uitkeringsgerechtigden aan werk te helpen. [A] heeft slechts geanonimiseerde lijsten beoordeeld om dezelfde match tussen uitkeringsgerechtigden en werkgevers te bereiken. Door het verstrekken van de gegevens aan [naam VOF] probeerde [A] namelijk een ingang te krijgen bij de werkgevers die cliënt waren van [naam VOF] om zo mogelijkheden te creëren voor uitkeringsgerechtigden. Hij heeft derhalve gegevens verstrekt aan [naam VOF] in het kader van zijn functie. Uit de verklaring van [B] en [C] van [naam VOF] , die [A] ter adstructie van zijn verzoek heeft overgelegd, blijkt dat [A] niet voor eigen geldelijk gewin heeft gehandeld en dat hij geen geld van [naam VOF] heeft ontvangen voor het beoordelen van datalijsten ten behoeve van [naam VOF] . UWV verwijt [A] voorts ten onrechte dat hij geen toestemming heeft gevraagd voor zijn onderneming [handelsnaam A] . Het was en is UWV bekend dat [A] deze onderneming had naast zijn betrekking bij UWV. Het verwijt van UWV aan het adres van [A] dat [A] op niet geanonimiseerde wijze een ondernemingsplan aan [naam VOF] heeft gezonden is wel terecht. Deze gedraging is echter onvoldoende ernstig voor een ontslag op staande voet. [A] heeft nooit de bedoeling gehad om UWV op welke manier dan ook te schaden of te benadelen. Zo al geoordeeld zou moeten worden dat sprake is van een onrechtmatige gedraging van [A] , weegt het belang van [A] bij behoud van zijn baan, gelet op de ernstige gevolgen van het ontslag voor [A] , zwaarder dan het belang van UWV bij het voorkomen van onrechtmatig gedrag. Ook om die reden kan het ontslag op staande voet geen stand houden. Tot slot is [A] van mening dat de periode tussen het moment dat volgens UWV bij het Bureau Integriteit de melding van een mogelijke schending van de integriteit binnenkwam en het moment waarop aan [A] het ontslag op staande voet is verleend, te lang is om te kunnen spreken van een onverwijlde opzegging.
Nu gelet op het vorenstaande het ontslag op staande voet vernietigbaar is en [A] op zeer korte termijn niet meer aan zijn financiële verplichtingen kan voldoen, heeft hij er voorts recht op en belang bij dat voor de duur van de procedure een voorlopige voorziening wordt getroffen in die zin dat UWV wordt veroordeeld tot doorbetaling van het salaris.
UWV heeft verweer gevoerd met conclusie tot afwijzing van de verzoeken van [A] , met veroordeling van [A] in de kosten van het geding.