Home

Rechtbank Noord-Nederland, 09-02-2022, ECLI:NL:RBNNE:2022:322, AWB LEE - 20 _ 46 t/m 20 _ 54

Rechtbank Noord-Nederland, 09-02-2022, ECLI:NL:RBNNE:2022:322, AWB LEE - 20 _ 46 t/m 20 _ 54

Gegevens

Instantie
Rechtbank Noord-Nederland
Datum uitspraak
9 februari 2022
Datum publicatie
16 februari 2022
ECLI
ECLI:NL:RBNNE:2022:322
Zaaknummer
AWB LEE - 20 _ 46 t/m 20 _ 54

Inhoudsindicatie

Aan eiser zijn - na het onherroepelijk worden van een informatiebeschikking - diverse navorderingsaanslagen IB/PVV en ZWV, en een naheffingsaanslag in de omzetbelasting, opgelegd.

De beroepen die zien op de navorderingsaanslagen over het jaar 2011 en de naheffingsaanslag omzetbelasting verklaart de rechtbank niet-ontvankelijk. Deze beroepen zijn buiten de beroepstermijn ingediend. De feiten en omstandigheden die eiser aanvoert kunnen naar het oordeel van de rechtbank niet tot verschoonbaarheid van die termijnoverschrijding leiden.

Ten aanzien van de resterende navorderingsaanslagen oordeelt de rechtbank dat de aanslagen op een redelijke schatting berusten. Door de onherroepelijke informatiebeschikking rust op eiser de verzwaarde bewijslast om te doen blijken dat de schattingen onjuist zijn. Eiser slaagt niet in zijn bewijslast zodat de navorderingsaanslagen geheel in stand blijven.

Over de boeten oordeelt de rechtbank dat verweerder niet de door hem primair gestelde (voorwaardelijke) opzet bewijst. Wel bewijst verweerder de subsidiair gestelde grove schuld. De rechtbank matigt de boeten omdat er samenloop is met de bij de naheffingsaanslag omzetbelasting opgelegde boete, en omdat de navorderingsaanslagen geschat zijn. Tot slot worden de boeten nog verder gematigd omdat de berechting in eerste aanleg te lang heeft geduurd.

Uitspraak

Zittingsplaats Groningen

Bestuursrecht

zaaknummers: LEE 20/46 t/m 20/54

uitspraak van de enkelvoudige belastingkamer van 9 februari 2022 in de zaak tussen

(gemachtigden: mr. [naam 1] en mr. [naam 2] ),

en

(gemachtigden: [naam 3] en drs. [naam 4] ).

Procesverloop

Zaaknummers LEE 20/46 t/m 20/53:

Verweerder heeft de onderstaande navorderingsaanslagen in de inkomstenbelasting en premie volksverzekeringen (IB/PVV), beschikkingen heffings- (2011) of belastingrente (2012 t/m 2014) en vergrijpboeten aan eiser opgelegd. Het belastbaar inkomen bestaat steeds uitsluitend uit inkomen uit werk en woning.

Zaaknummer

Jaar

Dagtekening

Belastbaar inkomen

Heffings- / belastingrente

Boete

LEE 20/46

2011

25 mei 2019

€ 24.579

€ 369

€ 2.188

LEE 20/48

2012

6 juli 2019

€ 58.419

€ 3.175

€ 3.356

LEE 20/50

2013

6 juli 2019

€ 100.228

€ 7.509

€ 9.080

LEE 20/52

2014

22 juni 2019

€ 22.654

€ 337

2014

29 juni 2019

€ 257

Verweerder heeft de onderstaande navorderingsaanslagen in de inkomensafhankelijke bijdrage Zorgverzekeringswet (ZVW), beschikkingen heffings- (2011) of belastingrente (2012 t/m 2014) en vergrijpboeten aan eiser opgelegd.

Zaaknummer

Jaar

Dagtekening

Bijdrage-inkomen

Heffings- / belastingrente

Boete

LEE 20/47

2011

25 mei 2019

€ 8.753

€ 132

€ 123

LEE 20/49

2012

22 juni 2019

€ 32.786

€ 385

LEE 20/51

2013

22 juni 2019

€ 33.474

€ 382

LEE 20/53

2014

22 juni 2019

€ 9.174

€ 80

Bij in één geschift vervatte uitspraken op bezwaar van 25 november 2019 heeft verweerder als volgt beslist:

Zaaknummer

Beschikking

Beslissing

LEE 20/46

Navorderingsaanslag IB/PVV 2011

Niet-ontvankelijk

Vergrijpboete bij IB/PVV 2011

Niet-ontvankelijk

LEE 20/47

Navorderingsaanslag ZVW 2011

Niet-ontvankelijk

Vergrijpboete bij ZVW 2011

Niet-ontvankelijk

LEE 20/48

Navorderingsaanslag IB/PVV 2012

Ongegrond

Vergrijpboete bij IB/PVV 2012

Ongegrond

LEE 20/49

Navorderingsaanslag ZVW 2012

Ongegrond

LEE 20/50

Navorderingsaanslag IB/PVV 2013

Ongegrond

Vergrijpboete bij IB/PVV 2013

Ongegrond

LEE 20/51

Navorderingsaanslag ZVW 2013

Ongegrond

LEE 20/52

Navorderingsaanslag IB/PVV 2014

Ongegrond

Vergrijpboete bij IB/PVV 2014

Ongegrond

LEE 20/53

Navorderingsaanslag ZVW 2014

Ongegrond

Zaaknummer LEE 20/54:

Verweerder heeft voor het tijdvak 1 januari 2012 tot en met 31 december 2014 aan eiser met dagtekening 31 mei 2019 een naheffingsaanslag opgelegd in de omzetbelasting ten bedrage van € 27.471. Tegelijk met dit besluit heeft verweerder bij beschikking een bedrag van € 6.085 aan belastingrente in rekening gebracht en een vergrijpboete opgelegd van € 6.342.

Bij uitspraak op bezwaar van 4 december 2019 heeft verweerder het bezwaar van eiser tegen de naheffingsaanslag, de beschikking belastingrente en de vergrijpboete nietontvankelijk verklaard.

Alle zaaknummers:

Eiser heeft tegen de uitspraken op bezwaar tijdig beroep ingesteld.

Verweerder heeft twee verweerschriften ingediend, één voor de beroepen met zaaknummers LEE 20/46 tot en met 20/53, en één voor het beroep met zaaknummer LEE 20/54.

Eiser en verweerder hebben vóór de zitting nadere stukken ingediend.

Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 27 januari 2022. Eiser heeft zich laten vertegenwoordigen door zijn gemachtigden. Verweerder heeft zich laten vertegenwoordigen door zijn gemachtigden, bijgestaan door [naam 5] .

Overwegingen

Feiten

1. De rechtbank neemt de volgende, door partijen niet betwiste, feiten als vaststaand aan.

1.1.

Eiser verhandelde in de jaren 2010 tot en met 2014 verschillende chemische stoffen. De ingekochte chemische stoffen werden door eiser verkocht aan binnenlandse en buitenlandse afnemers tegen contante betaling.

1.2.

In de onderhavige jaren gaat het in de eerste plaats om 19 in- en verkoopkooptransacties (2 tot 5 per jaar) van chemische stoffen. Van deze 19 transacties bestaan inkoopfacturen.

1.3.

Naast de bij 1.2 vermelde inkopen heeft eiser in de periode van juli 2010 tot en met december 2012 tienmaal (samples van) chemische stoffen uit China geïmporteerd. Van deze transacties zijn in eisers administratie geen facturen of pakbonnen bekend, met uitzondering van één inkoopfactuur (zie 1.6 hierna).

1.4.

In 1992 is eiser in [land in Midden-Amerika] gestoken door zogenoemde “ [diersoort] ”. Als gevolg hiervan is hij voor 80 tot 100% arbeidsongeschikt verklaard. De administratie van eiser werd in de jaren 2010 tot en met 2014 bijgehouden door een boekhouder. De contante opbrengsten van de onder 1.1. bedoelde transacties bracht eiser bij de boekhouder, die vervolgens zorgde voor storting bij de bank.

1.5.

De verantwoorde omzet van eiser is door de boekhouder bepaald door de inkoopwaarde van de verkopen te verhogen met 10 tot 12%.

1.6.

Op 20 november 2013 is eiser aangehouden door de Nederlandse Voedsel en Warenautoriteit (NVWA). Hij was op dat moment in het bezit van 5 kilogram 17-beta-oestradiol, een in Nederland verboden diergeneesmiddel. Eiser werd ervan verdacht dit product te hebben geïmporteerd vanuit China. Bij aanhouding en het daarop volgende onderzoek is de administratie van het bedrijf van eiser en (een deel van) zijn privé administratie in beslag genomen. Bij een huiszoeking door de NVWA is de inkoopfactuur aangetroffen die betrekking had op deze levering. In de administratie van eiser is van de import van deze levering verder niets terug te vinden. Eiser is als gevolg van het onderzoek en de aanhouding door de NVWA bij vonnis van de rechtbank Overijssel van 15 februari 2016 strafrechtelijk veroordeeld voor onder andere – kort samengevat – het invoeren van een verboden diergeneesmiddel en het gebruik van valse geschriften voor die invoer. Eiser is eveneens in hoger beroep veroordeeld, welk oordeel in cassatie in stand is gebleven.

1.7.

Op verzoek van verweerder heeft het Functioneel Parket van het Openbaar Ministerie de inbeslaggenomen administratie verstrekt aan de Belastingdienst. Naar aanleiding daarvan heeft verweerder in september 2015 een boekenonderzoek ingesteld naar de aanvaardbaarheid van de ingediende aangiften IB/PVV en de ingediende aangiften omzetbelasting voor de jaren 2010 tot en met 2014.

1.8.

In de administratie van eiser zijn geen verkoopfacturen aangetroffen met betrekking tot de (door)verkopen van de ingekochte chemische stoffen. Ten aanzien van de inkoopadministratie is er een onderscheid te maken tussen de bij 1.3. vermelde inkopen uit China en de bij 1.2. vermelde overige inkopen. Ten aanzien van de inkopen uit China is één inkoopfactuur aangetroffen, namelijk de inkoopfactuur behorende bij de zending van 20 november 2013 (zie 1.6.). Van de bij 1.2. vermelde overige transacties zijn alle inkoopfacturen aanwezig.

1.9.

Van het kasverkeer binnen de onderneming van eiser is geen afzonderlijke vastlegging bijgehouden.

1.10.

Volgens de jaarrekeningen zoals eiser die heeft ingediend bij zijn aangiften inkomstenbelasting, heeft hij in de onderhavige jaren de volgende omzetten behaald:

2011: € 7.441;

2012: € 27.580;

2013: € 48.519;

2014: € 3.591.

1.11.

Naar aanleiding van het boekenonderzoek heeft verweerder een informatiebeschikking genomen, met datum 20 oktober 2016, wegens het niet voldoen aan de administratieplicht van artikel 52 van de Algemene wet inzake rijksbelastingen (AWR). De informatiebeschikking ziet op de inkomstenbelasting en de omzetbelasting voor de jaren 2010 tot en met 2014.

1.12.

Bij uitspraak van 7 februari 2019 is het beroep tegen de informatiebeschikking gegrond verklaard doch enkel voor zover de informatiebeschikking zag op het jaar 2010.1 Eiser heeft het aanvankelijk tegen de uitspraak ingestelde hoger beroep ingetrokken zodat de informatiebeschikking voor zover die ziet op de jaren 2011 tot en met 2014 onherroepelijk vaststaat.

1.13.

Op eisers bankrekening zijn in de in geschil zijnde jaren contante stortingen gedaan tot de volgende bedragen:

2011: € 8.500;

2012: € 26.500;

2013: € 76.400;

2014: € 7.000.

1.14.

Nadat de informatiebeschikking onherroepelijk is geworden is het boekenonderzoek (zie 1.7.) door verweerder afgerond. In het boekenonderzoek kondigt verweerder de volgende correcties aan:

2011

2012

2013

2014

Berekend privé

-/- € 650

€ 14.979

€ 12.504

€ 705

Geschatte uitgaven levensonderhoud

€ 3.600

€ 3.600

€ 3.600

€ 3.600

Contante stortingen

€ 8.500

€ 26.500

€ 76.400

€ 7.000

Gecorrigeerde omzet

€ 11.450

€ 45.079

€ 92.504

€ 11.305

Correcties telefoon/internet

€ 590

€ 644

€ 575

€ 472

Beurskosten

€ 813

€ 5.108

€ 4.127

€ 5.151

Correctie KOR

-/- € 902

-/- € 639

-/- € 851

-/- € 138

Correctie winst

€ 11.951

€ 50.192

€ 96.355

€ 16.790

MKB winstvrijstelling

€ 1.433

€ 6.022

€ 13.489

€ 2.350

Correctie op de belastbare winst

€ 10.518

€ 44.170

€ 82.866

€ 14.440

1.15.

De navorderingsaanslagen zijn opgelegd overeenkomstig de in het boekenonderzoek aangekondigde correcties.

1.16.

In het rapport van het boekenonderzoek zijn boeten aangekondigd. De aankondiging luidt als volgt:

“7 Boete

Geschil

Beoordeling

Beslissing

Rechtsmiddel