Home

Rechtbank Noord-Nederland, 25-05-2023, ECLI:NL:RBNNE:2023:2367, AWB - 21 _ 2892

Rechtbank Noord-Nederland, 25-05-2023, ECLI:NL:RBNNE:2023:2367, AWB - 21 _ 2892

Gegevens

Instantie
Rechtbank Noord-Nederland
Datum uitspraak
25 mei 2023
Datum publicatie
19 juni 2023
ECLI
ECLI:NL:RBNNE:2023:2367
Zaaknummer
AWB - 21 _ 2892

Inhoudsindicatie

VOF X exploiteerde een onderneming op het gebied van zorgverlening. Op 29 september 2014 is een viertal overeenkomsten (afspraken overdracht activa, overeenkomst van recht van gebruik, verklaring overname zorgactiviteiten, huurovereenkomst kantoorruimte) gesloten tussen VOF X en Stichting X.

Op 18 maart 2019 is tussen de vennoten van VOF X (nu de vennoten van eiseres) en Stichting X een vaststellingsovereenkomst (VSO) gesloten, op grond waarvan eiseres een vergoeding heeft ontvangen. In geschil is of artikel 37d van de Wet OB van toepassing is op de door eiseres ontvangen vergoeding uit hoofde van de VSO. Eiseres beantwoordt deze vraag bevestigend, verweerder ontkennend.

De rechtbank komt tot de conclusie dat de betaling op basis van de VSO in 2019 niet los kan worden gezien en het sluitstuk vormt van de overdracht van de onderneming aan Stichting X in 2014, zodat deze vergoeding deel uitmaakt van de transactie ter zake van een overgang waarop artikel 37d van de Wet OB van toepassing is. Eiseres heeft aannemelijk gemaakt dat de letterlijke tekst van de in 2014 gesloten overeenkomsten niet weergeeft wat de bedoeling en – belangrijker – wat de werkelijke afspraken van partijen zijn geweest.

Uitspraak

RECHTBANK NOORD-NEDERLAND

Zittingsplaats Groningen

Bestuursrecht

zaaknummer: LEE 21/2892

uitspraak van de meervoudige belastingkamer van 25 mei 2023 in de zaak tussen

VOF [naam], te [vestigingsplaats] , eiseres

(gemachtigde: drs. A. Bremmer),

en

de inspecteur van de Belastingdienst/kantoor Leeuwarden, verweerder

(gemachtigde: [gemachtigde verweerder] ).

Als derde-partij heeft aan het geding deelgenomen: de Minister voor Rechtsbescherming (de Minister).

Procesverloop

Eiseres heeft op 1 november 2019 op aangifte een bedrag van € 69.300 aan omzetbelasting voldaan over het tijdvak 1 juli 2019 tot en met 30 september 2019 (het derde kwartaal van 2019). Eiseres heeft tegen de voldoening op aangifte bezwaar gemaakt.

Bij uitspraak op bezwaar van 23 juli 2021 heeft verweerder het bezwaar van eiseres ongegrond verklaard.

Eiseres heeft tegen de uitspraak op bezwaar beroep ingesteld.

Verweerder heeft een verweerschrift ingediend.

Eiseres heeft vóór de zitting nadere stukken ingediend.

Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 18 april 2023. Eiseres heeft zich laten vertegenwoordigen door haar gemachtigde en de heer [vennoot 1] en mevrouw [vennoot 2] (de vennoten van eiseres). Verweerder heeft zich laten vertegenwoordigen door zijn gemachtigde, bijgestaan door [medewerker verweerder] .

Overwegingen

Feiten

1. De rechtbank neemt de volgende, door partijen niet betwiste, feiten als vaststaand aan.

1.1. De heer [vennoot 1] en mevrouw [vennoot 2] hebben vanaf 2008 een methode in mediërende levensloopbegeleiding ontwikkeld, genaamd “ [naam zorgmethode] ”, en de software “ [naam software] ”.

1.2. Op 1 januari 2011 hebben [de vennoten van eiseres] de vennootschap onder firma [naam VOF] opgericht (hierna: [VOF zorgmethode] ). In het handelsregister bij de Kamer van Koophandel (KvK) is vermeld dat de activiteiten van [VOF zorgmethode] bestaan uit: lokaal welzijnswerk en ontwikkelingsgerichte zorginstelling.

1.3. Bij notariële akte van 11 juli 2014 hebben [de vennoten van eiseres] met [bestuurslid Stichting] [bestuurslid Stichting] de [Stichting] opgericht. Volgens de inschrijving in het handelsregister bij de KvK bestaan de activiteiten van [Stichting] uit ambulante jeugdzorg en het verlenen van mediërende levensloopbegeleiding aan jongeren. Het bestuur van de stichting werd na de oprichting gevormd door mevrouw [vennoot 2] en [bestuurslid Stichting] [bestuurslid Stichting] .

1.4. Op 29 september 2014 is een viertal overeenkomsten gesloten tussen [VOF zorgmethode] en [Stichting] . Het betreft de volgende overeenkomsten:

-

Afspraken overdracht activa;

-

Overeenkomst van recht van gebruik;

-

Verklaring overname zorgactiviteiten;

-

Huurovereenkomst kantoorruimte.

1.5. In de overeenkomst ‘afspraken overdracht activa’ (hierna: activa-overeenkomst), tussen [VOF zorgmethode] als verkoper en [Stichting] als koper, staat – voor zover van belang – het volgende:

1. Verkoper verkoopt aan Koper de door Verkoper onder de handelsnaam “ [naam zorgmethode] ” gedreven onderneming voor wat betreft het verlenen van extramurale zorg, exclusief goodwill en software. Overgedragen worden het recht van gebruik van de handelsnaam [naam zorgmethode] alsmede alle activa van die onderneming waaronder de materialen, het meubilair en de apparatuur, te weten al wat nodig is voor het voortzetten van de ondernemingsactiviteiten van Verkoper op het gebied van het verlenen van extramurale zorg door Koper, zoals benoemd in de aangehechte lijst. De overdracht vindt plaats op 1 oktober 2014.

2. Ook neemt Koper van Verkoper over de overeenkomsten die met derden zijn gesloten en die benodigd zijn voor het voortzetten van de ondernemingsactiviteiten.

3. De overdracht vindt plaats tegen een overnamesom ter grootte van € 12.500 (zegge: twaalfduizend vijfhonderd euro).

4. Partijen gaan ervan uit, dat op onderhavige overdracht artikel 37d van de Wet Omzetbelasting van toepassing is.

1.6. In de ‘overeenkomst van recht van gebruik’ (hierna: gebruiksovereenkomst) tussen [VOF zorgmethode] als ingebruikgever en [Stichting] als gebruiker, is – voor zover van belang – het volgende vastgelegd:

“Artikel 1. Het gebruiksrecht

1.1.

Met ingang van 1 oktober 2014 verleent Ingebruikgever aan Gebruiker het recht van gebruik van het concept [naam zorgmethode] en de software [naam software] gedurende een periode van tien jaren.

1.2.

Na ommekomst van de periode van tien jaren heeft Gebruiker het recht deze overeenkomst te verlengen met tien jaar, waarbij nieuwe afspraken over de hoogte van de vergoeding zullen worden gemaakt. Voor verlenging is in beginsel voorwaardelijk dat deze verlenging, alsmede de opnieuw vast te stellen voorwaarden, vóór het einde van deze overeenkomst, ergo vóór 1 oktober 2024, schriftelijk zijn vastgelegd.

Artikel 2. Vergoeding gebruiksrecht

2.1.

De vergoeding voor het gebruiksrecht zal bestaan uit drie elementen:

- een vergoeding in de vorm van een percentage van de omzet (artikel 3);

- een vergoeding voor de kosten doorontwikkeling programma en promotie (artikel 4);

- een vergoeding voor kosten aan derden (artikel 5).

Over alle hierna genoemde vergoedingen zal omzetbelasting in rekening worden gebracht.

Artikel 3. Vergoeding in de vorm van een percentage van de omzet

3.1.

De vergoeding voor het gebruik van het concept [naam zorgmethode] zal bestaan uit een geldsom ter grootte van 8% van de jaaromzet, gerekend in kalenderjaren, exclusief BTW.

3.2.

Over de omzet van € 1 mio en hoger zal de vergoeding bestaan uit 4% van de omzet.

3.3.

Voor de jaren 2014 en 2024 ligt de in lid 2 genoemde omzetgrens op € 250.000 resp. € 750.000.

3.4.

Voor het jaar 2024 zal de omzet worden gebaseerd op de tussentijdse cijfers per 30 september 2024.

3.5.

Gebruiker zal het gebruiksrecht in maandelijkse voorschotbedragen van € 4.000 (ex BTW) voldoen, uiterlijk op de laatste dag van de maand. Op basis van de definitieve jaarcijfers van Gebruiker vindt een definitieve afrekening plaats. Partijen spreken af dat afrekening en betaling binnen een maand na de vaststelling van de definitieve jaarrekening van Gebruiker zal zijn afgewikkeld.

Artikel 4. Vergoeding voor ambassadeurschap

Artikel 5. Vergoeding kosten aan derden

Artikel 6. Gebruik van het concept