Rechtbank Noord-Nederland, 12-03-2025, ECLI:NL:RBNNE:2025:1030, C/18/242914 / FT RK 25/246
Rechtbank Noord-Nederland, 12-03-2025, ECLI:NL:RBNNE:2025:1030, C/18/242914 / FT RK 25/246
Gegevens
- Instantie
- Rechtbank Noord-Nederland
- Datum uitspraak
- 12 maart 2025
- Datum publicatie
- 20 maart 2025
- ECLI
- ECLI:NL:RBNNE:2025:1030
- Zaaknummer
- C/18/242914 / FT RK 25/246
Inhoudsindicatie
Afwijzen voorlopige voorziening, geen spoedeisend belang nu de huurovereenkomst is opgezegd tegen een termijn van drie maanden.
Uitspraak
Afdeling Privaatrecht
Locatie: Leeuwarden
zaaknummer: C/18/242914 / FT RK 25/246
in de zaak van:
[Verzoeker] ,
geboren op [geboortedatum] te [geboorteplaats] ,
wonende te [adres] , [woonplaats] ,
hierna te noemen verzoeker,
tegen
Stichting Woningbouw Achtkarspelen,
gevestigd te Buitenpost,
vertegenwoordigd door LAVG Gerechtsdeurwaarders Postbus 774 9700 AT Groningen, hierna te noemen de verweerder.
PROCESGANG
Op 11 maart 2025 is door verzoeker tegelijk met het verzoek tot omzetting van zijn faillissement naar een schuldsaneringsregeling (Wsnp) een verzoek ingediend tot het geven van een voorlopige voorziening als bedoeld in artikel 287 lid 4 Faillissementswet (Fw).
RECHTSOVERWEGINGEN
Verzoeker is op 18 februari 2025 in staat van faillissement verklaard. De curator in het faillissement is mr. R. Bremer.
De gevraagde voorziening houdt in het van toepassing verklaren van artikel 305 Fw voor de periode dat de rechtbank heeft beslist over het omzettingsverzoek. Daarnaast wordt verzocht om de huur over de maand maart binnen 4 weken na het datum van dit vonnis te voldoen.
Verzoeker heeft aangevoerd dat de gevraagde voorziening noodzakelijk is omdat er sprake is van een spoedeisend belang nu de verhuurder de huurovereenkomst op grond van artikel 39 FW schriftelijk heeft opgezegd. Door artikel 305 Fw van toepassing te verklaren, wordt de huurovereenkomst verlengd en hoeft de curator niet tot ontruiming en oplevering van het gehuurde over te gaan.
De rechtbank overweegt als volgt. Bij de beoordeling van een verzoek om een voorlopige voorziening als bedoeld in art. 287 lid 4 Fw dient de rechtbank te toetsen of er sprake is van een spoedeisend belang. De rechtbank is van oordeel dat op dit moment geen sprake is van een spoedeisend belang. De huurovereenkomst is opgezegd tegen een termijn van 3 maanden waardoor op dit moment geen sprake is van een dreigende situatie. Naar oordeel van de rechtbank wordt door middel van de gevraagde voorziening op de situatie vooruitgelopen nu de huurovereenkomst pas 20 mei 2025 gaat eindigen. Verzoeker heeft geen belang om voorafgaand bescherming te verkrijgen tegen een eventuele ontruiming.
Het verzoek zal worden afgewezen.
Ten overvloede merkt de rechtbank nog op dat nu de lopende huurtermijnen niet tijdig betaald zijn en op dit moment ook niet tijdig betaald kunnen worden, zal de toepassing van de wettelijke schuldsaneringsregeling niet met zich brengen dat art. 305 Fw verzoeker uiteindelijk zal beschermen tegen de ontruiming.
Aan de ontvankelijkheidsvraag gaat de rechtbank voorbij, nu het spoedeisend belang ontbreekt.
Op het verzoek tot toelating tot de schuldsaneringsregeling zal bij afzonderlijk vonnis worden beslist.
Dit leidt tot de volgende beslissing.
BESLISSING
De rechtbank
- wijst de verzoeken af.
Deze beschikking is gegeven door mr. H.J. Idzenga en in het openbaar uitgesproken op 12 maart 2025, in tegenwoordigheid van de griffier.1