Home

Rechtbank Noord-Nederland, 18-11-2025, ECLI:NL:RBNNE:2025:4751, LEE 24/2618

Rechtbank Noord-Nederland, 18-11-2025, ECLI:NL:RBNNE:2025:4751, LEE 24/2618

Gegevens

Instantie
Rechtbank Noord-Nederland
Datum uitspraak
18 november 2025
Datum publicatie
19 februari 2026
ECLI
ECLI:NL:RBNNE:2025:4751
Zaaknummer
LEE 24/2618
Relevante informatie
Art. 228a Gemw

Inhoudsindicatie

In deze uitspraak oordeelt de rechtbank over een schending van de opbrengstlimiet bij de rioolheffing.

De rechtbank oordeelt dat - anders dan eiseres stelt - geen sprake is van het achteraf toerekenen van kosten die elders reeds gedekt waren in de begroting. De heffingsambtenaar maakt met hetgeen hij heeft overgelegd, en zijn toelichting ter zitting, aannemelijk dat de betreffende kosten in de begroting reeds aan de rioolheffing waren toegerekend.

Tussen is partijen niet (meer) in geschil dat bij de raming van de afschrijvingslasten op investeringen gedaan in de periode 2003-2012 ten onrechte is gerekend met 21% btw. Deze omissie heeft tot gevolg dat de opbrengstlimiet met € 3.681, ofwel 0,25%, wordt overschreden.

Naar het oordeel van de rechtbank geldt nog steeds het uitgangspunt uit het arrest van de Hoge Raad van 3 november 1999 dat een overschrijding met een verhoudingsgewijs verwaarloosbaar klein bedrag (een marginale overschrijding) niet maakt dat de verordening ‘onverbindend’ is. Aan de overschrijding van de opbrengstlimiet met 0,25% verbindt de rechtbank daarom geen gevolgen.

Omdat de bezwaarprocedure veel te lang heeft geduurd heeft eiseres wel recht op een immateriële schadevergoeding van € 2.500.

Uitspraak

RECHTBANK NOORD-NEDERLAND

Zittingsplaats Groningen

Bestuursrecht

zaaknummer: LEE 24/2618


uitspraak van de meervoudige belastingkamer van 18 november 2025 in de zaak tussen

[eiseres] , uit [vestigingsplaats] , eiseres

(gemachtigde: mr. P.F. van der Muur),

en

de heffingsambtenaar van de gemeente Eemsdelta, de heffingsambtenaar,

(gemachtigde: mr. [naam 1] ).

Inleiding

1. In deze uitspraak beoordeelt de rechtbank het beroep van eiseres tegen de uitspraak op bezwaar van de heffingsambtenaar van 2 mei 2024.

1.1.

De heffingsambtenaar heeft aan eiseres voor het jaar 2015 middels één aanslagbiljet 675 aanslagen in de rioolheffing opgelegd ter hoogte van in totaal € 215.223,75.

1.2.

De heffingsambtenaar heeft het bezwaar van eiseres ongegrond verklaard. De heffingsambtenaar heeft daarbij de aanslag gehandhaafd.

1.3.

De heffingsambtenaar heeft op het beroep gereageerd met een verweerschrift.

1.4.

De heffingsambtenaar heeft nadere stukken ingediend.

1.5.

De rechtbank heeft het beroep op 25 september 2025 op zitting behandeld. Hieraan hebben deelgenomen: de gemachtigde van eiseres, bijgestaan door mr. R. Froentjes, en de gemachtigde van de heffingsambtenaar, bijgestaan door [naam 2] en [naam 3] .

Feiten

Beoordeling door de rechtbank

Conclusie en gevolgen

Beslissing

Informatie over hoger beroep