Home

Rechtbank Noord-Nederland, 21-10-2025, ECLI:NL:RBNNE:2025:4799, 24/2442 en 24/2443

Rechtbank Noord-Nederland, 21-10-2025, ECLI:NL:RBNNE:2025:4799, 24/2442 en 24/2443

Gegevens

Instantie
Rechtbank Noord-Nederland
Datum uitspraak
21 oktober 2025
Datum publicatie
2 december 2025
ECLI
ECLI:NL:RBNNE:2025:4799
Zaaknummer
24/2442 en 24/2443
Relevante informatie
Art. 8:41 Awb

Inhoudsindicatie

Eiser heeft een binnenvaartonderneming die is ingeschreven in het Duitse handelsregister. Ook het binnenvaartschip is in Duitsland geregistreerd. De formele thuishaven van het binnenvaartschip is ook in Duitsland. In geschil is of het belastingverdrag tussen Nederland en Duitsland van 12 april 2012 de inspecteur beperkt IB te heffen over de belastbare winst uit de onderneming van eiser. Ook is in geschil of de Rijnvarendenovereenkomst de inspecteur beperkt in zijn recht PVV en inkomensafhankelijke bijdrage Zvw te heffen van eiser.

Naar het oordeel van de rechtbank heeft eiser niet aannemelijk gemaakt dat de werkelijke leiding van de onderneming in Duitsland ligt. Dit betekent dat de inspecteur niet wordt beperkt in zijn recht om IB, PVV en Zvw te heffen van eiser en de aanslagen niet te hoog zijn vastgesteld.

Uitspraak

RECHTBANK NOORD-NEDERLAND

Zittingsplaats Groningen

Bestuursrecht

zaaknummers: LEE 24/2442 en 24/2443


uitspraak van de enkelvoudige belastingkamer van 21 oktober 2025 in de zaken tussen

[naam eiser] , uit [woonplaats eiser] , eiser

(gemachtigde: mr. M.J. van Dam),

en

de inspecteur van de Belastingdienst / Kantoor Rotterdam, de inspecteur

(gemachtigde: [gemachtigde inspecteur] ).

Inleiding

1. In deze uitspraak beoordeelt de rechtbank:

- het rechtstreeks beroep van eiser tegen de hierna in 1.3 te noemen beschikking van de inspecteur van 19 april 2024 (belastingjaar 2016); en

- het beroep van eiser tegen de hierna in 1.6 te noemen uitspraak op bezwaar van de inspecteur van 19 april 2024 (belastingjaar 2017).

Zaak 24/2442 (belastingjaar 2016)

1.1.

De inspecteur heeft aan eiser voor het jaar 2016 een aanslag in de inkomstenbelasting en premie volksverzekeringen (IB/PVV) opgelegd met dagtekening 2 augustus 2019. Gelijktijdig met de vaststelling van deze aanslag heeft de inspecteur eiser belastingrente in rekening gebracht.

1.2.

De inspecteur heeft het bezwaar van eiser niet-ontvankelijk verklaard.

1.3.

De inspecteur heeft het bezwaarschrift mede opgevat als verzoek om ambtshalve vermindering van de aanslag. De inspecteur heeft dit verzoek bij beschikking afgewezen.

1.4.

Eiser heeft op de voet van artikel 7:1a van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) en met instemming van de inspecteur rechtstreeks beroep ingesteld tegen de in 1.3 genoemde beschikking.

Zaak 24/2443 (belastingjaar 2017)

1.5.

De inspecteur heeft aan eiser voor het jaar 2017 een aanslag in de IB/PVV opgelegd met dagtekening 4 februari 2020. Daarnaast heeft de inspecteur voor het jaar 2017 een aanslag inkomensafhankelijke bijdrage Zorgverzekeringswet (ZVW) opgelegd, eveneens met dagtekening 4 februari 2020. Gelijktijdig met de vaststelling van deze aanslagen heeft de inspecteur eiser steeds belastingrente in rekening gebracht.

1.6.

De inspecteur heeft het bezwaar van eiser ongegrond verklaard. De inspecteur heeft daarbij de aanslagen en belastingrentebeschikkingen gehandhaafd.

Beide zaken

1.7.

De inspecteur heeft op de beroepen gereageerd met een verweerschrift.

1.8.

De griffier heeft afzonderlijk griffierecht geheven in zowel de zaak met nummer 24/2442 als in de zaak met nummer 24/2443, dus twee keer € 51. De griffier heeft daarna geconstateerd dat te veel griffierecht is geheven, omdat de beroepen van eiser zijn gericht tegen twee besluiten die samenhangen als bedoeld in artikel 8:41, derde lid, van de Awb. De griffier heeft daarom het griffierecht van € 51 in de zaak met nummer 24/2443 laten terugstorten aan eiser.

1.9.

De rechtbank heeft de beroepen op 16 september 2025 op zitting behandeld. Hieraan hebben deelgenomen: eiser, de gemachtigde van eiser en de gemachtigde van de inspecteur, bijgestaan door [medewerker inspecteur] .

Feiten

Beoordeling door de rechtbank

Conclusie en gevolgen

Beslissing

Informatie over hoger beroep