Home

Rechtbank Noord-Nederland, 29-01-2026, ECLI:NL:RBNNE:2026:213, LEE 25/412

Rechtbank Noord-Nederland, 29-01-2026, ECLI:NL:RBNNE:2026:213, LEE 25/412

Gegevens

Instantie
Rechtbank Noord-Nederland
Datum uitspraak
29 januari 2026
Datum publicatie
18 februari 2026
ECLI
ECLI:NL:RBNNE:2026:213
Zaaknummer
LEE 25/412

Inhoudsindicatie

De (voormalig) enig aandeelhouder van een concern schenkt zijn belang in dat concern onder voorwaarden aan eiser, die sinds 2007 onafgebroken werkzaam is voor het concern, voorafgaand aan de schenking als laatste in de functie van directeur. In geschil is of de waarde van de geschonken aandelen terecht als loon uit dienstbetrekking zijn aangemerkt door de inspecteur.

De rechtbank stelt voorop dat de aandelen voorafgaand aan de schenking behoorden tot het privévermogen van de schenker en niet tot het vermogen van de werkgever van eiser (noch van een andere, tot het concern behorende vennootschap). Gesteld noch gebleken is dat de schenker op de een of andere manier door de werkgever van eiser of anderszins is gecompenseerd voor de verarming die bij hem is opgetreden als gevolg van de levering van de aandelen aan eiser. Naar het oordeel van de rechtbank heeft de inspecteur tegen deze achtergrond geen feiten en omstandigheden aannemelijk gemaakt die de conclusie rechtvaardigen dat de aandelen toch loon van de werkgever vormen, waarmee de werknemer (eiser) als zodanig is bevoordeeld. De inspecteur heeft weliswaar gewezen op het causale verband tussen het verkregen voordeel en de dienstbetrekking, maar een dergelijk verband alleen betekent nog niet dat de werkgever dit voordeel aan de werknemer als zodanig heeft verstrekt. De rechtbank oordeelt ten slotte dat er ook geen sprake is van fooien en dergelijke prestaties van derden. Om daarvan te kunnen spreken, is in ieder geval vereist dat sprake is van prestaties die kunnen worden beschouwd als vergoeding, in ruime zin, voor hetgeen de werknemer als zodanig heeft verricht. De inspecteur heeft niet aannemelijk gemaakt dat hiervan sprake is geweest en dat de aandelen dus de vergoeding zijn voor werkzaamheden die eiser heeft verricht. Het beroep is gegrond.

Uitspraak

RECHTBANK NOORD-NEDERLAND

Zittingsplaats Groningen

Bestuursrecht

zaaknummer: LEE 25/412

uitspraak van de meervoudige belastingkamer van 29 januari 2026 in de zaak tussen

[eiser] , uit [woonplaats] , eiser

(gemachtigde: mr. M.J. Brouwer),

en

de inspecteur van de Belastingdienst/Grote ondernemingen/kantoor Groningen, de inspecteur.

Inleiding

1. In deze uitspraak beoordeelt de rechtbank het beroep van eiser tegen de uitspraak op bezwaar van de inspecteur van 19 december 2024.

1.1.

De inspecteur heeft aan eiser met dagtekening 13 september 2024 voor het jaar 2022 een aanslag in de inkomstenbelasting en premie volksverzekeringen (IB/PVV) opgelegd naar uitsluitend een belastbaar inkomen uit werk en woning van € 8.033.836.

1.2.

Gelijktijdig met de vaststelling van de aanslag heeft de inspecteur aan eiser € 353.119 belastingrente in rekening gebracht (de belastingrentebeschikking).

1.3.

De inspecteur heeft het bezwaar van eiser ongegrond verklaard.

1.4.

De inspecteur heeft op het beroep gereageerd met een verweerschrift.

1.5.

Partijen hebben vóór de zitting nadere stukken ingediend. De inspecteur heeft vooraf een pleitnota toegezonden en op de zitting een (aanvullende) pleitnota voorgedragen en overgelegd. Zowel eiser als zijn gemachtigde hebben op de zitting een pleitnota voorgedragen en overgelegd.

1.6.

De rechtbank heeft het beroep op 9 september 2025 op een zitting behandeld. Hieraan hebben deelgenomen: eiser, bijgestaan door zijn gemachtigde en mr. D.G. Barmentlo. Namens de inspecteur zijn verschenen [vertegenwoordiger 1] , [vertegenwoordiger 2] en [vertegenwoordiger 3] . Eiser heeft als getuige meegebracht [de schenker] . De getuige is op de zitting gehoord. De rechtbank heeft – met instemming van beide partijen – daarvan verslag gedaan in het proces-verbaal van de zitting.1

1.7.

De rechtbank heeft ter zitting met partijen afgestemd dat het beroepschrift moet worden opgevat als een tweeledig beroep, dat zich enerzijds afzonderlijk richt tegen de opgelegde aanslag en zich anderzijds afzonderlijk richt tegen de belastingrentebeschikking. De rechtbank heeft daarop de behandeling van het beroep tegen de aanslag IB/PVV voortgezet onder het zaaknummer LEE 25/412.2 Aan het beroep tegen de belastingrentebeschikking heeft de rechtbank een afzonderlijk zaaknummer toegekend (LEE 26/334). In deze uitspraak wordt alleen beslist over het beroep tegen de aanslag IB/PVV. Over het beroep tegen de belastingrentebeschikking zal in een afzonderlijke uitspraak worden beslist.

1.8.

De inspecteur heeft ten aanzien van bepaalde stukken in zijn verweerschrift een verzoek tot beperkte kennisneming gedaan als bedoeld in artikel 8:29 van de Awb. Eiser heeft ingestemd met de beperkte kennisname. De meervoudige kamer heeft kennis genomen van de betreffende stukken. De rechtbank heeft geoordeeld dat het verzoek gerechtvaardigd is.3

Feiten

2.1.

[De schenker] (de schenker) was tot 17 juni 2022 enig aandeelhouder van de houdstervennootschap van [het concern] , [houdstervennootschap] B.V.

2.2.

De schenker heeft op 17 juni 2022 alle aandelen in [houdstervennootschap] B.V. ten titel van schenking geleverd aan eiser.

2.3.

Eiser is in 2000 begonnen als junior [functie] bij [het concern] . Na een korte onderbreking (in 2004) heeft hij zijn loopbaan daar op 8 oktober 2007 voortgezet. Sindsdien heeft hij onafgebroken gewerkt voor [het concern] , voorafgaand aan de schenking als laatste in de functie van directeur. Tot 1 juli 2022 was hij in dienstbetrekking bij de werkmaatschappij [werkmaatschappij 1] B.V. en met ingang van 1 juli 2022 is hij in dienstbetrekking bij [houdstervennootschap] B.V.

2.4.

De schenking en levering van de aandelen is vastgelegd in een notariële akte van levering van 17 juni 2022. Daarin is, voor zover hier van belang, het volgende opgenomen::

“WAARDE SCHENKING

SCHENKINGSBEPALINGEN

DOORGEEFVERPLICHTING

Keuze voor de heffing via de loonheffingen of via de inkomstenbelasting

Schenking van aandelen

Standpunt loonvoordeel

Correctie

Beoordeling door de rechtbank

Conclusie en gevolgen

Beslissing

Informatie over hoger beroep